Waarom zou een CIA-topman informatie lekken naar IS? En belangrijker nog: wie is het en hoe pakken we hem? Ziedaar de vragen waarmee de CIA-directeur wordt geconfronteerd in De infiltrant. Berenson, die voor The New York Times onder meer Katrina en de laatste oorlog in Irak versloeg, legt het allemaal haarfijn uit. John Wells, hoofdpersoon in tien van zijn eerdere thrillers, wordt van stal gehaald omdat hij als enige zou kunnen doorgaan voor een IS’er. Hij moet infiltreren in een Bulgaarse gevangenis waarin de CIA een aantal IS’ers vasthoudt, die ondanks alle ondervragingstechnieken hun mond stijf dicht houden. Om geloofwaardig over te komen, zowel qua uiterlijk als qua mentaliteit, gaat hij eerst undercover in Afghanistan, en dan begint een bloedstollend avontuur. Berenson legt weer eens haarfijn de rotte plekken van de Amerikaanse oorlogsvoering bloot. Zijn boek zit boordevol interessante informatie, maar dat haalt nergens de vaart en de spanning uit het verhaal. Geweldig gedaan, en je steekt er ook nog iets van op. Barbara van IJzeren