De dood zingt in Napels is een whodunit in een ouderwets jasje, en dat geldt niet enkel voor de historische setting van het verhaal. De geforceerd excentrieke commissaris Ricciardi, zoals zo vaak bij De Giovanni de speurder van dienst, wordt ingeschakeld bij het oplossen van de moord op de beroemde tenor Arnaldo Vezzi, die vlak voor een grootse première op beestachtige wijze in de kleedkamer blijkt te zijn omgebracht. Vanaf dat moment, dat zich vroeg in het verhaal aandient, is het voor Ricciardi een kwestie van afstrepen: hij gooit de schouwburg dicht, laat de meer en minder voor de hand liggende verdachten opdraven en komt al deducerend tot zijn slotsom. Hoewel De Giovanni zijn boek structureert zoals de groten uit het genre, vermag het allemaal weinig. De sleets aandoende opbouw, het gezwollen taalgebruik, de meanderende dialogen, het trage verteltempo: op alles lijkt een laagje stof te liggen. (Erik de Vries)