Wat zal er in het achtste en laatste deel van de Frieda Klein-reeks gebeuren met Klein en Dean Reeve, haar mysterieuze tegenstander sinds deel 1? We beginnen meteen met twee spectaculaire moorden. Klein, ondergedoken en vermomd met grijs haar en dikke brilleglazen, begrijpt dat deze moorden bedoeld zijn om haar aandacht te trekken. En wel volgens een patroon dat onder meer te maken heeft met Londens ondergrondse rivieren, die in alle vorige delen ook al centraal stonden. Dit keer zijn de aanwijzingen extreem ingewikkeld. Dat Klein ze uiteindelijk begrijpt, is tot daaraantoe. Maar dat Dean Reeve dit allemaal heeft kunnen uitdenken, vraagt wel wat van de goedgelovigheid van de lezer. Een hoofdrol is weggelegd voor een tot nu toe onbekende: de wat dommige en emotionele criminologiestudente Lola. Zij weet Klein op te sporen en klampt zich aan haar vast. Dat Klein haar toelaat en vertrouwt, is voor de geroutineerde lezer van deze cyclus bijna onvoorstelbaar. Maar dan blijken de Frenches ons weer eens op het verkeerde been te hebben gezet. De langverwachte ontknoping is bloedstollend, en ondanks alles heel verrassend. Een waardig einde voor deze ongekend sterke reeks over een mysterieuze psychiater die het middelpunt vormt van een bonte verzameling steeds terugkerende familieleden en vrienden, waarin zij – geniet van de paradox – eigenlijk altijd de buitenstander was en bleef. Barbara van IJzeren

Bezeten van mij (Killing me softly, 1999)