De boeken van Appie Baantjer zijn als de bruine kroeg waar zijn creatie De Cock zijn bakkies drinkt: tijdloos, sober, overzichtelijk, en de sfeer is er altijd goed. De titels die na Baantjers overlijden onder zijn naam verschijnen, geschreven door Peter Römer, zijn tot nu toe fraaie staaltjes imitatio gebleken. Dat geldt ook voor De Cock en de naakte waarheid, waarin Römer, door de wol geverfd scenarist, de stijl van zijn meester bijzonder goed blijkt te beheersen. De plot heeft – ook zeer baantjeresk – niet veel om het lijf: De Cock heeft twee moordzaken op te lossen, waarvan hij vermoedt dat ze met elkaar verband houden, om dat te bewijzen begeeft hij zich, terzijde gestaan door die brave Vledder, van de ene onnozelaar naar de andere, die hij na een minzaam paternalistisch kruisverhoor stuk voor stuk krijgt waar hij ze hebben wil. Pretentieloos, haast nostalgisch vermaak. (Erik de Vries)