Voor zijn tweede thriller over de Antwerpse hoofdinspecteur Alessandra Vaccaro put Perceval uit zijn ervaring als producent van Vlaamse stand-up comedy. Hij vergroot deze arena grotesk uit tot een wereldje vol louche managers, wraakzuchtige stand-up-rivalen, kille echtgenotes en stalkende fans. Na de moord op een bekende stand-up comedian die van plan was zijn publiek te overbluffen met een choquerende bekentenis, is er een keur aan verdachten, waaronder een moslimgroepering en de gek geworden ex-comedypartner van het slachtoffer. Perceval paart barokke inkijkjes in de op hol geslagen gedachten van bijfiguren aan taferelen met dikdoenerige bestuurders en terroristenbestrijders-met-tunnelvisie. Tussendoor is er het huiselijke gesteggel tussen Vaccaro en haar inwonende puberneef die zich ontpopt als een behulpzame hacker. Niet alles is even goed uitgewerkt, zoals de populaire internetgame die de vermoorde runde, waarin fans items veroveren die er ineens in werkelijkheid zijn. Maar de vaart en swing waarmee Perceval schrijft, is brutaal en meeslepend. (Marijn van der Jagt)