Neerlands meest iconische filmregisseur is Paul Verhoeven, een schepper van onvergetelijke filmmomenten. Met dank aan Dick Bos, Tom Poes en Kuifje.

Paul Verhoeven (1938) is verreweg de meest succesvolle filmregisseur die Nederland ooit heeft voortgebracht. Zes van Verhoevens zeven Nederlandse producties staan in de top 25 van best bezochte Nederlandse films (alleen De vierde man (1983) niet), met Turks fruit (1973) onaantastbaar bovenaan met ruim drie miljoen bezoekers. En vanuit Hollywood (waar ook zijn medewerkers Jan de Bont, Rutger Hauer, Jeroen Krabbé en Carice van Houten belandden) veroverde hij de wereld met hits als Total Recall (1990) en Basic Instinct (1992).

Verhoeven is, binnen de nuchtere Nederlandse filmwereld, altijd de man geweest van het grote gebaar – wat door filmfondsen misprijzend ‘commercieel’ werd genoemd, maar door het publiek direct werd omarmd, vanaf de ongekend populaire televisieserie Floris (1969). Keetje Tippel (1975), Soldaat van Oranje (1977) en Zwartboek (2006) waren telkens ‘de duurste Nederlandse film ooit gemaakt’. En ook binnen zijn films gaat Verhoeven voor het grote en grove effect: choquerende scènes met seks en geweld, ondertussen meer onvergetelijke beelden producerend dan welke andere Nederlandse filmmaker ook.

Diezelfde elementen die Verhoevens succes bepalen, worden hem nagedragen: het zou hem ontbreken aan nuance, naturalisme en narratieve finesse. Maar dat hangt af van welke bril je opzet. In de documentaire Nou, dat was het dan! (Dick Rijneke en Mildred van Leeuwaarden, 2005) zegt Verhoeven: ‘Dick Bos, Tom Poes en Kuifje. Alles is gebaseerd daarop. Alles wat ik daarna gedaan heb, kun je terugvoeren op die drie comic books, eigenlijk.’ Het verklaart de kernachtige, vaak ouderwets geformuleerde dialogen die de handeling nog eens beschrijven (‘Jongens, naar het crossterrein!’; ‘Die vuile fascist, die pakken we!’; ‘We zullen het zaakje eens even verbouwen!’), de karikaturaal verhevigde personages en gebeurtenissen en het gevoel dat zijn films meer een opeenvolging zijn van pregnante beelden dan een naadloos geheel. Bij strips (of, om een andere inspiratiebron te noemen, de christelijke statiën) vinden we dat normaal – dus waarom bij films niet?

Geen nuance, geen finesse. Maar wanneer konden we voor het laatst met z’n allen een Nederlandse film citeren?

Soms is die stripinvloed heel concreet. Zo noemt Verhoeven Tom Poes die zich vermomt als robot in Het land van de blikken mannen (1942) – ‘dat staat in mijn geheugen gegrift, het eerste Tom Poes-boekje dat ik ooit heb gelezen’ – als invloed op RoboCop (1987), zijn sciencefictionfilm over een agent die tot robot wordt vertimmerd. Het röntgenscherm waarachter Arnold Schwarzenegger loopt in Total Recall is ontleend aan het Kuifje-album Raket naar de maan (1953). En in Jan Bosdriesz’ documentaire Dick Bos weer in actie! (2003) vertelt Verhoeven hoe hij in Basic Instinct, onbewust maar onmiskenbaar, een complete scène uit het Dick Bos-verhaal Chicago (1948) heeft overgenomen, waarin een auto van de weg raakt en de held (Michael Douglas als Dick Bos, zogezegd) over een steile wand naar beneden glijdt waar het voertuig omgekeerd ligt: ‘Dat heb ik gewoon zo, dertig jaar, eigenlijk veertig, vijftig jaar, in mijn hoofd gehouden. En toen ik ging draaien, heb ik dat onbewust gebruikt.’
Zo gek is die invloed niet: Dick Bos zelf verzuchtte al, toen hij in het album Texas (1941) tussen de cowboys was beland: ‘Groote hemel…. ’t Lijkt wel ’n film….’ En omgekeerd laat Verhoeven reeds in Soldaat van Oranje Rutger Hauer zeggen, als die per ongeluk bijna wordt neergeschoten door een dronken Jeroen Krabbé: ‘Je moet je kop er een beetje bij houden! Dick Bos…’

Ook de woordkeus van scenarist Gerard Soeteman, die alle Nederlandse films van Verhoeven heeft geschreven, doet vaak denken aan Dick Bos. ‘Beknopt en eigenlijk een beetje stijf en onhandig,’ noemde hoofdrolspeler Rutger Hauer de dialogen van Floris achteraf. En actrice Renée Soutendijk lachte jaren later dat ze niet meer wist hoe ze in Spetters (1980) zinnen als ‘Het leven is net een kroket. Als je weet wat erin zit, dan lust je het niet meer’ uit haar bek had gekregen. Zet het beeld stil, teken een praatwolkje om de tekst en maak er een stripverhaal van, dan kijkt niemand ervan op.Maar die zin werd wel beroemd en Floris hield half Nederland aan de buis gekluisterd, terwijl ideeën uit Floris jaren later opduiken in Flesh+Blood (1985), Verhoevens eerste Engelstalige film, een soort ‘Floris in Spanje’. Echt iconisch wordt Verhoeven bij Turks fruit, een film die hij kan maken dankzij het kassucces van zijn eerste speelfilm, het vlotte en scabreuze, maar onbeduidende Wat zien ik (1971). Turks fruit wordt een mijlpaal: 3,3 miljoen verkochte kaartjes in een land van 13,4 miljoen inwoners. Geen andere Nederlandse film is zo verankerd in het collectief geheugen, van de onweerstaanbare muziek van Rogier van Otterloo (die later ook het nationale kippenvelthema van Soldaat van Oranje componeerde) tot het zingen van ‘tietenkont’ op Strauss’ Radetzky mars; met Monique van de Ven naakt op bed onder de spiegel en samen met Hauer op de stoep in de regen. En terwijl de Oscar-genomineerde film overloopt van bloot, shocks (de hond die vruchtwater oplikt) en vuile taal (‘Ik naai beter dan God’; ‘Ik lik de stront van je reet!’) is hij ook gevoelig, romantisch en tragisch. Het meest iconische beeld dat cameraman Jan de Bont vastlegt, is van Hauer en Van de Ven, pasgetrouwd, slingerend op de fiets door Amsterdam. Een beeld van liefde, energie en vrijheid, een geromantiseerde droom van de vrijgevochten jaren zeventig. Nederland zoals we onszelf wilden zien.

Moreel moeras van toeval

De enige andere Nederlandse film met een vergelijkbare impact op het nationale zelfbeeld is Verhoevens eigen Soldaat van Oranje. De bijbehorende research naar de Tweede Wereldoorlog levert dertig jaar later ook materiaal voor Zwartboek, volgens Verhoeven ‘bijna de keerzijde van Soldaat van Oranje’. Is Soldaat van Oranje ondanks verscheidene doden en martelscènes vooral een spannend jongensboek (met als voorloper de wervelende wervingsfilm Het Korps Mariniers die dienstplichtige ‘P. Verhoeven Ltz. SD 3’ in 1965 draait), de plot van Zwartboek wordt gedomineerd door collaborateurs en verraders (die Verhoeven al in 1968 aan het woord laat in de taboedoorbrekende televisiedocumentaire Portret van Anton Adriaan Mussert).
Soldaat van Oranje
is een jongensboekenavontuur waarin de Leidse corpsballen Hauer en Krabbé zich nonchalant in rokkostuum op de motor gaan melden bij het Nederlandse leger, maar verbeeldt ook de verwarrende moraal van die dagen in de tango van Hauer en Derek de Lint, twee studievrienden die bevriend zijn gebleven, ook als Hauer Engelandvaarder is geworden en De Lint SS’er.

Iconische filmbeelden, meerduidiger dan zijn critici denken.

Bij Verhoeven zijn personages nu eenmaal niet louter goed of fout, bestrijden bad guys ook elkaar en vertroebelen driehoeksrelaties motivaties in een moreel moeras van toeval en opportunisme. Net als in Zwartboek, waarin overigens het meest iconische moment geen beeld is, maar een uitroep. ‘Houdt het dan nooit op?!’, kermt Carice van Houten als zwaar geteisterde Jodin. Veel critici reageerden lacherig op deze nadrukkelijkheid, maar memorabel was het wel – wanneer konden we voor het laatst met z’n allen een Nederlandse film citeren? – en betekenisvol, omdat Zwartboek die wanhoopsschreeuw verbindt aan de voortdurende oorlogen in Israël. Bovendien: zet het beeld stil, teken een praatwolkje om de tekst en maak er een stripverhaal van, dan kijkt niemand ervan op.
Bij Spetters veroorzaakt Verhoevens neiging tot cartooneske uitvergroting een rel: feministen en homoactivisten vormen een heuse Nederlandse Anti Spetters Actie. De tijd heeft Verhoeven gelijk gegeven; Spetters blijft overeind als energiek tijdsbeeld. Dat in de film een groep homo’s een potenrammer, die thuis wordt getiranniseerd door zijn zwaar-religieuze vader, met een anale verkrachting tot de herenliefde bekeert, is op allerlei manieren aanstootgevend, maar allesbehalve eendimensionaal. En als patatverkoopster die zich uit de frituurdampen omhoog probeert te neuken, voegt Renée Soutendijk zich in de lange rij Verhoeven-vrouwen die seks als machtsmiddel gebruiken; controversieel, maar niet per se onfeministisch. Waarna De vierde man een plagerige reactie lijkt op alle kritiek: Krabbé maakt ‘een heel mooi jongetje’ van Soutendijk door met zijn handen haar borsten plat te drukken, terwijl Verhoeven een ander personage laat verzuchten: ‘Kunstenaars, ze maken mooie dingen. Maar als ze doordraaien… Een gevaar!’

Blootrijk strippersdrama

Verhoevens Hollywood-carrière begint in vliegende vaart met RoboCop, een cartoonesk gewelddadige sciencefictionfilm met iconisch titelpersonage (waarvan filmlocatie Detroit overweegt een bronzen beeld te plaatsen), dat perfect toegesneden blijkt op Verhoevens stripboekenstijl. Ophef veroorzaakt hij opnieuw met seks – de full frontal naakte mannen uit zijn Nederlandse films krijgt hij er in Hollywood niet door (het blijft bij billen), maar voor Total Recall schept hij wel een memorabel gemuteerde hoer met drie borsten, waarna ‘the most notorious non-porn beaver-shot in movie history’ (aldus The Guardian) van Sharon Stone in Basic Instinct beiden verzekert van eeuwige roem. Het doet de thematisch consistente Verhoeven zelf later denken aan de seksueel berekenende blondine in zijn allereerste studentenfilmpje Eén hagedis teveel uit 1960: ‘Sharon Stone en [actrice] Hermine Menalda, dat zijn eigenlijk dezelfde persoon.’ Ook consistent zijn de rellen, die doen denken aan Spetters, met activisten die vinden dat Basic Instinct (openingsfilm van het festival in Cannes) biseksualiteit gelijkstelt aan moordlust, terwijl de film zelf opnieuw meerduidiger blijkt.

Na het blootrijke strippersdrama Showgirls (1995), dat flopt in de bioscoop maar zich glansrijk revancheert op dvd, neemt Verhoeven voorlopig afscheid van Hollywood met sciencefictionfilm Starship Troopers (1997). Voor deze waarschuwende satire op de Amerikaanse samenleving, die de democratie terzijde schuift om effectiever te strijden tegen buitenaardse insecten, ontleent Verhoeven beeldtaal aan Leni Riefenstahls nazipropaganda Triumph des Willens (1935). Slordige critici betichten Verhoeven daarop zelf van fascisme, maar hij ziet enige jaren later zijn gelijk bevestigd in het oorlogspropagandaoffensief dat de Verenigde Staten ontketenen na 9/11. En bewijst zich daarmee opnieuw als meester van het iconische filmbeeld.

De man van het grote gebaar

Dat Turks Fruit ruim veertig jaar na dato nog steeds de best bezochte Nederlandse speelfilm ooit is, zegt veel over het werk van regisseur Paul Verhoeven (1938). Hij koppelt een onfeilbaar gevoel voor wat het publiek bekoort aan een talent voor het maken van onvergetelijke beelden. In de jaren tachtig veroverde Verhoeven daarmee ook Hollywood.

Verhoevens films: de ranglijst van Kees Driessen
  1.  RoboCop (1987)
  2. Soldaat van Oranje (1977)
  3. Starship Troopers (1997)
  4. Turks fruit (1973)
  5. Total Recall (1990)
  6. Basic Instinct (1992)
  7. Flesh + Blood (1985)
  8. Spetters (1980)
  9. Showgirls (1995)
  10. Zwartboek (2006)
  11. De vierde man (1983)
  12. Keetje Tippel (1975)
  13. Hollow Man (2000)
  14. Wat zien ik (1971)