Weldenkend burgerman en gezinshoofd Ray Carney, de gepassioneerde eigenaar van een meubelzaak, aspireert status en welvaart in de bovenwereld. Maar met een beruchte kleine crimineel als vader en een stelende neef als trouwste vriend is bijklussen als heler een lucratieve vanzelfsprekendheid. De spanning in deze sprankelende misdaadroman komt van de strijd tussen de op- en neerwaartse krachten die om en in Carney woeden. Met merkbaar schrijfplezier (mooi vertaald door Harm Damsma) grossiert Whitehead in Tarantino-achtige karakters, spectaculair boevengestuntel en memorabele dialogen. Alles is doordrenkt van de maatschappelijke machinaties in het schokkend gesegregeerde Harlem van eind jaren vijftig, begin zestig. Bezien vanuit een man die vanwege zijn huidskleur geen toegang heeft tot de witte economie, en op wie door zijn snobistische, lichter gekleurde schoonouders wordt neergekeken. Protestrellen vanwege politiemoorden op zwarte jongens en publieke uitingen van een groeiend zwart bewustzijn vormen een achtergronddecor waar Whiteheads figuren geestig genoeg voornamelijk verkeershinder van ondervinden. (MvdJ)