Deen heeft goud in handen met zijn schepping Liewe Cupido, de zwijgzame, onderkoelde en getormenteerde speurder in dienst van de Duitse politie die op zestienjarige leeftijd zijn Nederlandse vader verloor. De omstandigheden waaronder dit is gebeurd, vormen een intrigerende subplot in zijn tweede waddenthriller, die echter vooral draait om de vraag hoe de ervaren wrakduiker Jan Matz om het leven heeft kunnen komen. Matz bivakkeerde zoveel mogelijk op het Noord-Friese Waddeneiland Föhr, omringd door zijn opgedoken schatten, en laat in het Duitse Wilhelmshaven een ex-vrouw na en twee zonen, die beiden weliswaar onregelmatig in het verhaal opduiken, maar er zonder meer een stuwende rol in spelen. Met name de oudste van de twee, de opvliegende Johnny, tekent voor een glanzende bijrol. Sfeervolle en minutieus opgebouwde thriller waarin de auteur net als in De Hollander (2022), het vorige boek met Cupido in de hoofdrol, strooit met subtiele aanwijzingen als opmaat naar de ontknoping. Deen schrijft zoals zijn hoofdpersoon te werk gaat: zonder opsmuk, efficiënt en effectief. (EdV)

De Hollander (2022)