Miek Zwamborn (39)
Gulzigheid&Onmatigheid
‘Ik ben heel lang onmatig geweest in zwijgen. Mijn overgrootopa werd “de zwijger van Schiedam” genoemd en mijn vader is ook heel stil. Ik vond het lang moeilijk om te praten en ik heb mezelf echt moeten forceren om met mensen in gesprek te gaan. Eind 2006 vroeg een vriendin voor de grap wat mijn goede voornemens waren, en toen zei ik: “Ik ga leren praten.” Want het voelde frustrerend dat wanneer ik tussen mensen zat die een geweldig gesprek voerden, ik daar niet aan kon deelnemen. Dan was ik te langzaam of ik vond dat als ik dan maar één ding op een avond zei, het geniaal moest zijn en dan wordt het heel zwaar om in zo’n gesprek te stappen. Het gebeurde best vaak dat ik me midden in een gesprek heel eenzaam voelde, terwijl ik bij vrienden was. Iedereen had dan een mening, en ik wist niet wat ik ergens van vond. Ik zocht wel in mijn hoofd, maar vond niets wat erop aansloot. Ik had dat heel stille ook niet in de hand: het overkwam me en dan was het een verloren zaak. Nu ben ik veel minder streng voor mezelf, en dat helpt. Toch ligt het nog steeds op de loer. Ik moet blijven oefenen en erop vertrouwen dat niemand zegt: nu moet je weg, want je zegt zoiets raars.’
Hoogmoed&IJdelheid
‘Ik heb langere periodes in Zwitserland gewoond en daar ben ik een aantal keren gaan lopen in een soort waan. Dan zag ik de bergtoppen en kreeg ik een enorm verlangen om daar op te staan. Als ik daar nu aan terugdenk, is het bizar dat ik hier nog zit, want je weet helemaal niet of zo’n bergtop een scheur heeft of hoe steil het aan de andere kant is. Dat landschap daagde mij uit om dat risico te nemen. Nu kan ik me dat niet meer goed voorstellen, maar toen was het voor mezelf ook niet eens zo erg geweest als ik in dat landschap was verdwenen omdat het tegelijkertijd zo mooi was. Tijdens mijn studie heb ik een half jaar op een kraaneiland in zee gewoond, en daar kon je met een trappetje naar het water toe. Dat deed ik heel graag, maar ik had er zo vanaf gespoeld kunnen worden. Een paar keer voelde ik het water trekken: zo’n mooi, zwart glanzend oppervlak – het voelde haast als een verlokking om daarin te zijn. Niet vanuit wanhoop, maar vanuit het verlangen om verbonden te zijn met iets dat groter is dan jij. De aantrekkingskracht van bergen en zee ging buiten al mijn alarmbellen om.’
Hebzucht&Gierigheid
‘Als ik op een mooie plek kom, is het heel belangrijk dat ik iets van dat moment mee kan nemen. Wanneer ik tijdens een wandeltocht naar beneden kijk en daar ligt iets waarvan ik denk: dit is de totale verbeelding van dit moment, dan moet het mee – ook als het te zwaar is. Vaak zijn dat stenen. De regels van een steen meenemen luisteren heel nauw. Je maakt voortdurend selecties en dat is ook leuk: dan wil je er een wegdoen, maar dan blijkt die juist heel goed bij de twee nieuwe stenen te passen – zo krijg je een heel dynamische regelgeving. Afgelopen zomer reisde ik per fiets een herbarium uit 1863 achterna van een Nederlands echtpaar op huwelijksreis, en plukte ik een nieuw herbarium bij elkaar. Maar een bloem bevat minder tijd dan een steen, is ook inwisselbaarder dan een steen: volgend jaar komt er weer een nieuwe. Een steen wordt heel langzaam kleiner of verschuift, maar het blijft altijd die steen.’
Lust&Wellust
‘Mijn reis afgelopen zomer eindigde op Isle of Wight met windkracht 8. Ik stond op heel spitse rotsen in zee, met op een daarvan een vuurtoren. Ik had mijn haar los omdat dat zo heerlijk was in de wind, en toen dacht ik: die intense streling van de lucht is bijna een erotisch moment. Zo’n moment heeft bijna dezelfde aantrekkingskracht als wanneer je iemand vasthoudt of kust. Dat was ook fijn aan de lange fietstocht, dat je je lichaam op een andere manier gaat voelen – in de stad voel je je lichaam niet op zo’n manier.’
Woede&Wraak
‘Om boos te kunnen worden, moet ik nog eens een cursus doen: nergens in mezelf kan ik vinden hoe dat moet. En als het een keer bijna gebeurt, barst ik in tranen uit alsof ik me vergis in de emotie. Ik heb mijn ouders nooit ruzie zien maken, en dat is misschien ook waarom ik het lang moeilijk vond om mee te doen aan een discussie: dat is het sluimerende begin van een mogelijke ruzie. Het gaat wel iets beter, maar ik merkte bijvoorbeeld ook toen ik een tijdje lesgaf aan de Rietveld dat ik niet wist hoe ik het moest oplossen als er iets sluimerde tussen studenten. Ik weet ook niet hoe ik me moet verdedigen als iemand boos op me wordt.’
Jaloezie&Afgunst
‘Soms, als ik op een plek kom en alles klopt – het uitzicht, de begroeiing, de vorm en de kleur – dan voel ik een soort jaloezie. Jaloezie omdat ik er weer weg moet. Ik had als puber een stukje aan de rivier de Noord waar ik veel liever zat dan in mijn eigen kamer: ik hield heel erg van hoe het daar rook, hoe het water de hele tijd voorbij kwam, hoe het stroomde. Het was moeilijk om daar afscheid van te nemen.’
Luiheid&Gemakzucht
‘Traagheid wordt nog wel eens verward met luiheid, maar voor traagheid heb ik een grote sympathie. Ik vind dat veel dingen trager zouden moeten gaan. Meer stilstaan bij wat je doet of ziet, en er niet de hele tijd een nieuwe uitvinding of een nieuwe laag bovenop leggen. Door al die opstapelingen weet je niet meer wat er allemaal onder ligt. Ik probeer langzaam te leven: ik schrijf brieven, ik loop en vertraag mijn blik. Sommige mensen worden kribbig als ik niet meteen op een sms reageer, maar dan ben ik nog iets aan het sparen om terug te schrijven – dat is niet meteen klaar. Maar soms is het ook goed dat mensen zeggen: “Ja, morgen moet het af, hoor.” Want anders had ik nog drie jaar aan De duimsprong doorgewerkt.’
Dit was de laatste aflevering van deze rubriek
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.