Gulzigheid&Onmatigheid

‘Ik ben behoorlijk in control. In alles. Toen ik jonger was, dacht ik dat dat een slechte eigenschap was, maar nu zie ik dat het goed is, want daardoor kan ik veel werk verzetten en ben ik gedisciplineerd. Als ik op een feestje ben en het is leuk, dan denk ik vaak: nu ga ik weg, want veel leuker dan dit zal het niet meer worden. Ik mis een verslavings-gen: ik eet en drink matig, ik wil er niet uitzien als een verlept iemand die te veel witte wijn drinkt, afschuwelijk vind ik dat. Dus ik doe aan sport en eet gezond, maar nooit extreem want daar heb ik een hekel aan: van die mensen die suiker ineens als heroïne beschouwen. Hou toch op. Op emotioneel gebied ben ik wel gulzig: ik smijt met energie. Als ik iets doe, dan wil ik tot het uiterste gaan. Die houding verwacht ik ook van anderen en daar kan ik soms drammerig in zijn. Daarom vraag ik regelmatig: als ik irritant word, zeg het dan. Ik kan er wel tegen als iemand zegt: hou nu even je kop.’

Hoogmoed&IJdelheid

‘Soms zit mijn ego me in de weg, maar ik probeer daar niet naar te leven want ik wil geen onaangenaam iemand zijn die zichzelf op de eerste plaats zet. Maar dat is ook ingewikkeld, want het werk dat ik doe vergt dat ik mezelf laat zien. Ik ben trots op wat ik doe, ik sta graag op het podium en ik vind die aandacht leuk. Misschien heb ik die aandacht zelfs wel nodig om me goed te voelen. Dat is een complex iets en dat heeft veel te maken met mijn achtergrond: mijn vader was psychiatrisch patiënt, hij had angststoornissen en daardoor ben ik onveilig opgegroeid. Ik had vroeger altijd het idee dat ik de beste moest zijn en ik was hysterisch ambitieus. De angst om niet gezien te worden was heel groot. Om me goed te voelen had ik erkenning nodig van buitenaf en dat houd je natuurlijk niet vol: op mijn 26e kreeg ik een burn-out. Inmiddels is dat beter in balans: het idee van de beste willen zijn heb ik uit mijn hoofd gezet, niemand is ooit de beste. Nu weet ik: ik ben het gelukkigst wanneer ik een boek schrijf, maar ook wanneer ik deel uitmaak van iets groters, zoals bij de literaire variétéshow Bijlmer Boekt. Mijn drijfveer bestaat dan uit ontmoetingen met mensen.’

Lust&Wellust

‘Met veel dingen ben ik een laatbloeier, en zo is het ook met lust. Vroeger zat ik ingewikkelder in elkaar en had ik door mijn onveilige opvoeding allerlei angsten, waardoor ik me niet durfde te geven. Vanaf mijn veertigste ben ik daar veel vrijer in geworden, en kan ik beter genieten van lust – met mijn eigen man. Het heeft denk ik ook te maken met autonomie: vroeger durfde ik niet autonoom te zijn. Bij lust moet je niet bang zijn om een beetje kapot te gaan en jezelf te verliezen, en daar was ik nou precies heel bang voor. In mijn werk ben ik heel zintuiglijk: ik wil dat je de taal in mijn boeken bijna fysiek ervaart. In mijn nieuwste boek Rafaël beschrijf ik de overtocht van Tunesië naar Lampedusa en na het schrijven daarvan was ik gewoon zeeziek. Boeken waarbij ik de schrijver zie zitten terwijl hij mooie zinnen maakt, vind ik helemaal niets.’

Hebzucht&Gierigheid

‘Ik probeer niet gierig te zijn. Mijn man zegt wel eens: jij bent een boekhouder. Ik weet precies wat ik wel en niet kan uitgeven omdat ik bang ben voor armoede, ik ben freelancer en er wacht geen erfenis. Pas zes jaar geleden hebben we voor het eerst een huis gekocht, tot die tijd woonden we op zeventig vierkante meter en sliepen we in de achterkamer: ons bed was tegelijkertijd een boekenkast. Ik moest echt een drempel over om een huis te durven kopen, er was niemand in mijn familie die zo iets deed. Het enige waar ik me aan te buiten ga, zijn kleren. Vooral als ik hard heb gewerkt of net een boek af heb.’
Woede&Wraak
‘Toen de kinderen nog klein waren en ik nog meer met ze te stellen had, kon ik soms buiten zinnen raken van woede. Dan schaamde ik me naderhand kapot en probeerde ik wel altijd uit te leggen waarom ik zo kwaad werd. Vaak hing dat dan samen met stress of vermoeidheid. Op de middelbare school had ik een leraar Nederlands die ons een toneelstuk liet maken waarin je alleen maar mocht schelden. Dat moet je net pubers laten doen: ik herinner het me als een enorme bevrijding. Ik deed dat ook wel eens met mijn zoontje toen-ie een jaar of zeven was. Dan stelden we ons dingen voor die helemaal niet konden: schelden op straat of mensen een schop geven. We wisten dat we dat nooit zouden doen, maar het was heerlijk om over te fantaseren en het kanaliseerde de woede.’

Luiheid&Gemakzucht

‘Ik wou dat ik wat luier was. Dat móéten werken heb ik heel sterk. Het is mijn kracht en tegelijk mijn zwakte: je moet ook los kunnen laten, wil je ideeën krijgen voor een nieuw boek. Dat vind ik moeilijk, want het liefst wil ik gelijk weten wat ik ga doen. Ik ben bang om te zwemmen, dat vind ik eng. Aan de ene kant durf ik bijna alles en aan de andere kant ben ik heel angstig voor de leegte na een afgerond project. Vooral vroeger was ik extreem bang voor een verloren gevoel en geen controle hebben. Dat wordt beter.’

Jaloezie
&Afgunst

‘Een paar jaar geleden ging ik op tournee met Herman Koch, Michiel Romeyn en Frans Thomése. Dat was hartstikke leuk, maar op een gegeven voelde ik me steeds kleiner worden. Ik dacht: zie je wel, al die mensen komen alleen maar voor hen omdat zij meer boeken verkopen dan ik. Wat stelt mijn ding dan voor? Totdat een vriendin zei: je moet ophouden met concurreren. Wees blij voor een ander. Vanaf dat moment had ik geen last meer van jaloezie en kon ik ook stralen. Hoe minder je jezelf centraal stelt, hoe meer je je kunt overgeven aan je omgeving. Onze samenleving is daar niet op gericht, het is allemaal ik-ik-ik, dus vind daar maar eens een weg in. Maar voor mij was het een leermoment.’

Vrij Nederland 24 MEI 2014

Vrij Nederland 24 MEI 2014