Alfred Schaffer (40)
Hoogmoed&IJdelheid
‘Ik heb geen ongelukkige jeugd gehad, maar ik ben als kind wel veel gepest. Ik ben door oudere kinderen wel eens op de grond gegooid waarna ze over me heen gingen plassen, of ze gooiden me in de brandnetels. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik heel lang, en misschien nog steeds wel, geen hoge pet van mezelf op had. Als ik naar andere mensen kijk, kan ik soms denken: hoe kom je aan al dat zelfvertrouwen? Dat wil ik ook! Ik moet altijd van anderen horen dat ik iets goed kan en dan nog geloof ik het vaak niet. Mijn moeder was een donkere vrouw uit Aruba en mijn vader was al 52 toen ik geboren werd. We waren niet zo’n modern gezin en vielen altijd een beetje uit de toon: dat heeft wellicht ook meegespeeld. Sinds ik een dochtertje heb, gaat het veel beter met mijn zelfvertrouwen: zij adoreert me en de liefde van haar en van mijn vrouw is een ongelooflijke geruststelling.’
Hebzucht&Gierigheid
‘In Zuid-Afrika, waar ik woon, is zo veel armoede om me heen dat ik hebzucht en gierigheid behoorlijk misplaatst vind, eerlijk gezegd. Ik leef met veel schuldgevoel: ik heb het goed en mijn medemens niet. Dat is lastig. Ik probeer me daarvan rekenschap te geven door menselijk met anderen om te gaan: door op straat een praatje te maken of mijn hoofd niet weg te draaien als iemand me aanspreekt. Maar er echt mee in het reine komen kan natuurlijk niet, want het blijft een gescheiden wereld. Ik probeer wel de verschillen te blijven zien en niet afgestompt te raken – wat soms lastig is als je met je eigen besognes bezig bent. Ubuntu vind ik een mooi begrip: je bent alleen mens dankzij andere mensen om jou heen. Ik kom met studenten in aanraking van allerlei verschillende klassen en achtergronden, en dan gaat het erom dat je jouw mens-zijn deelt met andere mensen en vrijgevig bent. Maar ik kan niet mijn hele bezit weggeven, natuurlijk.’
Lust&Wellust
‘Ik ben een laatbloeier in de liefde: het verlangen en de lust waren er wel, maar ik heb lang gedacht dat vrouwen me maar een klein, lelijk, bruin propje vonden. Later heb ik de schade ingehaald, maar ik had misschien meer kunnen experimenteren als ik mezelf was geweest of eerder door had gehad hoe het vrouwelijk geslacht mij zag: veel minder negatief dan ik dacht. Mijn vrouw heb ik echt veroverd, wat achteraf niet eens nodig bleek want ze vond mij meteen leuk. Er was een duidelijke lichamelijke hunkering naar elkaar en dat we het al zo lang met elkaar uithouden, kan alleen omdat het lichamelijk ook matcht. En je moet met elkaar kunnen lachen, dat heeft ook met lust te maken. Het werkt natuurlijk ook allemaal veel beter als het warm is, hè: het leven is wellustiger als je op een zonovergoten plek woont. Je ruikt meer, je voelt meer en je levenslust is daardoor groter.’
Jaloezie&Afgunst
‘Laatst droomde ik dat ik terugkwam in Zuid-Afrika en ik mijn vrouw nog net een andere man zag zoenen voor ze mij ophaalde. Ik was ontzettend jaloers en kwaad – daarna werd ik wakker. In het dagelijks leven ben ik helemaal niet zo jaloers, mijn vrouw vindt dat altijd een beetje eng want in een relatie moet je toch wel een beetje jaloers zijn. Dus deze droom was wat haar betreft wel een geruststelling.’
Woede&Wraak
‘Het feit dat je in Nederland om iets voor elkaar te krijgen vaak eerst een grote bek moet hebben, staat me tegen: ik heb geen respect voor een grote bek. Ik ben woedend geweest bij de bevalling van mijn vrouw in een Nederlands ziekenhuis: ze werd betutteld omdat ze niet helemaal goed Nederlands sprak. En mijn vader kwam aanvankelijk in een heel slecht bejaardentehuis terecht, waar hij ’s middags versuft naar Teletubbies zat te kijken. Ik kreeg hem pas in een ander tehuis door te gaan schreeuwen. Onrecht, daar kan ik niet tegen. Dan spreek ik me uit: “Hé, waarom behandel jij die zwarte man die de karretjes ophaalt zo ongelooflijk neerbuigend? Bied even je excuses aan!” waarna ik door mijn accent weer een grote bek terugkrijg: ga lekker terug naar je eigen land. Dan wordt het ruzie en trek ik me liever terug. Daarna ben ik nog uren opgewonden omdat woedend worden eigenlijk niet in me zit: daar ben ik te zachtaardig voor.’
Gulzigheid&Onmatigheid
‘Vroeger snoepte ik veel en at ik ongezonde dingen: patat, kroketten, chips, chocola. Sinds ik veertig ben en mijn cholesterol wat aan de hoge kant is, probeer ik mijn leven te beteren. Dan ontdek je dat yoghurt met muesli als ontbijt ook best lekker is, eigenlijk. In Nederland is het lastiger: daar liggen de stroopwafels voor het grijpen en trek je een kroket zo uit de muur. Troost-eten doe ik niet, maar mezelf belonen met eten wel. Dan heb ik bijvoorbeeld een goed college gegeven en dan haal ik voor mijn vrouw en mij sushi. En ik probeer mezelf ook meer te belonen met schouderklopjes: ik ben lang heel hard geweest voor mezelf. Mijn zusje is jong overleden en ik heb lang onbewust het idee gehad dat ik mijn ouders niet mocht teleurstellen; ik heb daarom vaak op mijn tenen gelopen. Nu zeg ik bij iets moeilijks vaker tegen mezelf: “Schaffer, dat heb je goed gedaan. Het ging misschien niet vlekkeloos, maar je hebt het wel gedaan.”’
Luiheid&Gemakzucht
‘Ik weet nooit goed of ik nou ambitieus ben of niet. Ik heb best veel gedaan en bereikt, maar heb ook last van uitstelgedrag. Veel dingen zijn op mijn pad gekomen zonder dat ik er zelf achteraan zat: ik heb nooit gedacht dat ik later schrijver zou worden, of redacteur, of op de universiteit zou gaan werken of een proefschrift zou gaan schrijven. Gemakzuchtig ben ik nooit: als ik iets doe, eis ik alles van mezelf. Maar mijn ideale staat is toch in de hangmat liggen, een beetje zwemmen, een beetje wandelen, naar de zee kijken. Geniet van het leven, want voor je het weet is het voorbij: dat is door het overlijden van mijn zus en ouders mijn motto geworden. Dan voel ik me ontspannen, waardoor ik mezelf kan zijn.’
Nee
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.