
 {"id":99997,"date":"2008-12-15T14:25:00","date_gmt":"2008-12-15T12:25:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/leven-van-schrijven\/"},"modified":"2008-12-15T14:25:00","modified_gmt":"2008-12-15T12:25:00","slug":"leven-van-schrijven","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/leven-van-schrijven\/","title":{"rendered":"Leven van schrijven"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>27-12-2008<br \/>Door Piet Grijs<\/p>\n<p>Tien cent per regel betaalde De Telegraaf in 1955. Een dubbeltje! Dat was ongelooflijk veel voor zo\u2019n smal regeltje. Ik schreef onophoudelijk artikelen, natuurlijk zonder ze te ondertekenen want De Telegraaf was in die tijd een verachtelijke krant. Eigenlijk was de afspraak dat ik over het Amsterdamse studentenleven zou berichten, maar omdat ik elke maand duizend dubbeltjes wilde verdienen, bracht ik ze ook stukken over sport, beroemdheden, dieren, wetenschap, nozems, politie, waaronder ook nieuwsberichten die ik zelf verzon. Daar leerde ik om veel korte alinea\u2019s te schrijven want ze betaalden niet per woord, zoals bijvoorbeeld de San Francisco Chronicle en de Minneapolis Tribune dat later deden, maar per regel, ook als die regel halfvol was.<\/p>\n<p>Ik had De Telegraaf leren kennen door de Wiardi Beckman Stichting die mij had opgedragen om die rotkrant elke dag te lezen en elke week een rapportje over hun inhoud en hun commentaren te schrijven. Of ik daarbij ook kritiek leverde op mijn eigen stukken kan ik mij niet herinneren. Ik gaf mijn rapporten altijd aan Jan Eijkelboom, die steeds zei: \u2018maak het korter!\u2019<\/p>\n<p>Ik was in die tijd Asperge \u2013 erger bestond toen nog niet. Ik stotterde en kreeg met iedereen ruzie. De meisjes waar ik verliefd op werd, vonden mijn brieven lekker, maar zagen mij liever niet. Ik had mijn ouders wijsgemaakt dat je in Utrecht geen wiskunde kon studeren en verhuisde daarom naar Amsterdam-Oost, dat toen nog een echt arme buurt was. Om de elf cent voor een tramkaartje uit te sparen, liep ik van de Pythagorasstraat naar het Mathematisch Instituut bij Artis. In 1956 deed ik kandidaatsexamen en werd ik kandidaat-assistent, hetgeen het vorstelijke salaris van 199 gulden per maand opleverde. Toen ik voor mijn AOW dat salaris, waar ik vier jaar luxueus van had geleefd, opgaf, wilden ze het niet geloven en zeiden ze dat de Amsterdamse Universiteit er niets van wist. Ik had die papieren tot het jaar 2000 moeten bewaren.<\/p>\n<p>Toen ik voor Vrij Nederland ging schrijven \u2013 natuurlijk niet onder mijn eigen naam \u2013 leverde ik mijn handgeschreven artikeltjes om twaalf uur \u2019s nachts in bij de achteringang van Het Vrije Volk. Er was daar een zetter die mij, voor hij aan het werk ging, vroeg om mijn stuk voor te lezen. Ik voelde dat hij, als hij het niet met mij eens was, mijn tekst zou veranderen. Later werd het inleverpunt Het Parool, en een tijdje moest ik zelfs naar Hoofddorp fietsen met mijn column. Daarnet hoorde ik op de televisie een professor (niet in de psychiatrie maar in het Frans) zeggen dat fietsen een uitstekend middel tegen depressie is en dat hij daarom elke dag tachtig kilometer om zijn woonplaats Utrecht fietst. Utrecht! Die stad maakte mij nu juist depressief. Dus zestig jaar fietsen heeft mij behoed voor de pressie van het ongeluk.<\/p>\n<p>De leukste inleverplek was de zetterij van Vrij Nederland aan de Kloveniersburgwal, op kruipafstand van de Koninklijke Akademie, zodat ik voor het eerst van mijn leven met mijn vader in een kroeg in de hoerenbuurt kon gaan zitten. Mathieu Smedts, de toenmalige hoofdredacteur van het weekblad dat u nu in handen heeft, zat altijd in een kroeg in de Staalstraat. Daar bood hij Rinus Ferdinandusse en mij aan om redacteur bij Vrij Nederland  te worden. Ik zei nee. Rinus zei ja en werd kort daarna mijn hoofdredacteur. Heel goed herinner ik mij hoe Joop van Tijn mijn stuk las waarin ik Ed van Thijn beval om ontslag te nemen als minister van Binnenlandse Zaken, en naar de zetterij rende om zijn eigen artikel waarin hij precies hetzelfde beweerde aan mij voor te lezen.<\/p>\n<p>Nee, ik zal nooit een boek of zelfs maar een verhaal schrijven over mijn tijd bij Vrij Nederland. Van alle kanten worden deze maand aanvallen gedaan op mijn collega-columnist Renate Rubinstein. Nooit zal ik opschrijven hoe wij op een zondag in Arnhem een toneelstuk van Von Kleist gezien hadden en in mijn eend naar huis reden. Zij klaagde: \u2018Ik moet nog mijn stuk schrijven, maar waarover?\u2019 Ik gaf haar mijn bloknoot en pen en dicteerde een column over onze ervaring. Ik waarschuw hierbij iedereen die wel eens mijn column heeft geschreven: hou je mond daarover!<\/p>\n<p>Dit is de laatste column van Piet Grijs. <\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Tien cent per regel betaalde De Telegraaf in 1955. Een dubbeltje! Dat was ongelooflijk veel voor zo\u2019n smal regeltje.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[269],"tags":[2243],"acf":[],"author_name":"Piet Grijs","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/99997"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=99997"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/99997\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Piet Grijs","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=99997"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=99997"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=99997"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}