
 {"id":99603,"date":"2009-01-10T00:00:00","date_gmt":"2009-01-09T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-terugkeer%c2%adchinees\/"},"modified":"2009-01-10T00:00:00","modified_gmt":"2009-01-09T22:00:00","slug":"de-terugkeer%c2%adchinees","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-terugkeer%c2%adchinees\/","title":{"rendered":"De terugkeer\u00adChinees"},"content":{"rendered":"<p>Reportage \/ Terug naar China \/ Chinese Nederlanders in Shanghai<\/p>\n<p>Op de negende etage van het Hanzhong Plaza in hartje Shanghai leunt Di Pau Li tevreden achterover in zijn directeursstoel. Zojuist heeft hij de laatste verkoopcijfers onder ogen gekregen. En warempel, ondanks de wereldwijde crisis groeit zijn jonge bedrijf nog altijd gestaag. Op zijn bureau liggen de rekwisieten van het Chinese ondernemerschap: productsamples, folders, naamkaartjes en natuurlijk een chop, de offici\u00eble bedrijfsstempel. Een glazen wand geeft uitzicht over de werkvloer, waar een tiental werknemers in stilte achter de computer bezig is.<\/p>\n<p>Di Pau Li werd geboren in het Jaar van de Draak 1976 in het dorp Qingtian aan de Chinese oostkust, maar hij groeide op in Groningen, Venlo en Geleen. Zijn overgrootvader (&#8216;een echte avonturier,&#8217; zegt hij) vertrok al v\u00f3\u00f3r de Tweede Wereldoorlog als eerste van de familie naar Nederland, en zijn ervaringen vormden de aanzet voor achtereenvolgende generaties Li om \u00e9\u00e9n voor \u00e9\u00e9n naar de polder te verhuizen. Di Pau maakte de overtocht toen hij vier jaar oud was. &#8216;In Qingtian woont tegenwoordig alleen maar heel verre familie,&#8217; zegt hij. &#8216;De rest zit allemaal in Nederland.&#8217;<\/p>\n<p>Drie jaar geleden ondernam Di Pau Li opnieuw de stap van zijn overgrootopa, opa, ouders, ooms en tantes, maar nu in omgekeerde richting. Hij verruilde zijn baan bij accountantskantoor PricewaterhouseCoopers in Eindhoven voor een avontuurlijker bestaan als ondernemer te Shanghai. Inmiddels bestuurt hij samen met zijn zakenpartner Rudy Kuo, eveneens een Nederlander van Chinese komaf, twee bedrijven: de Chinese vestiging van Cartec, een onderneming die professionele auto-onderhoudsproducten verkoopt, en consultancybedrijf MKB 2 China, dat Nederlandse ondernemers assisteert bij het zakendoen in China.<\/p>\n<p>&#8216;Mijn Chinese achtergrond heeft natuurlijk voordelen,&#8217; zegt Di Pau. &#8216;Ten eerste val ik minder op door mijn uiterlijk. Daardoor wordt me waarschijnlijk n\u00e9t iets minder snel een poot uitgedraaid dan andere buitenlandse ondernemers. Ook ben ik beter bekend met de gebruiken en gewoontes in dit land, zoals de indirecte manier van reageren of de andere manier waarop Chinezen tegen zakelijke afspraken aankijken. Maar het belangrijkste is dat ik de taal spreek. Al heb ik daar ook tijd en moeite voor moeten doen. Voordat ik naar Shanghai verhuisde, sprak ik alleen Qintianhua, het lokale dialect van mijn ouders.&#8217;<\/p>\n<p>Arm land<\/p>\n<p>Steeds meer jonge Nederlanders van Chinese komaf besluiten hun kansen te beproeven in het land van hun ouders of voorouders. Net zoals andere westerlingen worden ze aangetrokken door de economische opmars en de toegenomen openheid van het Rijk van het Midden. Maar ze hebben n\u00f3g een reden om naar China te vertrekken: het geeft ze een kans hun eigen achtergrond beter te leren kennen.<\/p>\n<p>Het fenomeen van de &#8216;ABC&#8217;, de American Born Chinese, is in China inmiddels genoegzaam bekend: Amerikanen van Chinese afkomst die goede zaken doen in Shanghai en Hong Kong. Maar ook Nederlanders met een Chinese achtergrond hebben een goede uitgangspositie: ze zijn vaak hoog opgeleid en hebben van huis uit een aardig mondje Chinees en kennis van de cultuur meegekregen &#8211; een pr\u00e9 voor wie het in China ver wil schoppen. Een gezonde dosis ondernemingslust en doorzettingsvermogen erfden ze ook van hun ouders, vrijwel allemaal horecaondernemers met een eigen restaurant.<\/p>\n<p>Di Pau Li, Ching Foe Au, Elaine Koo en Kin-Man Wong zijn vier jonge Nederlanders die voor langere tijd in de Chinese miljoenenstad Shanghai wonen en werken. De eerste twee zijn zelfstandig ondernemer, de derde werkt voor een Chinees-Amerikaans bedrijf en de vierde heeft een baan bij het Nederlandse consulaat in Shanghai. Hun ouders komen uit China, Hong Kong, Singapore en Vietnam, want de Chinese gemeenschap in Nederland is gevarieerd (zie kader: Wie is een Chinees?). Alle vier groeiden ze op in de nabijheid van het Chinees-Indische specialiteitenrestaurant van hun ouders, waar ze met enige regelmaat zelf bijsprongen in de bediening: restaurant Wong-Koen in Amsterdam, Wan Sun in Venlo, De Pauw in Weert en Azi\u00eb in Schijndel.<\/p>\n<p>Toen ze jong waren, stonden ze geen van allen te trappelen om naar China te verhuizen. Integendeel, het kwam zelfs niet ter sprake. Goed, ze spraken thuis het Chinese dialect van hun ouders. En vooruit, ze bezochten in het weekend de Chinese school om hun moedertaal bij te spijkeren. Maar China stond tot niet zo heel lang geleden bekend als arm land zonder al te veel kansen. Misschien leuk voor een vakantietripje, maar om te wonen? Nou nee, dank je.<\/p>\n<p>Di Pau Li had tot zijn twee\u00ebntwintigste nooit verwacht weer voor langere tijd terug te keren naar zijn geboorteland. Dat veranderde toen de Li&#8217;s in 1998 voor het eerst in zestien jaar met het hele gezin een bezoek brachten aan China. &#8216;Dat was voor mij een echte openbaring,&#8217; zegt Di Pau. &#8216;Voor het eerst in mijn leven merkte ik dat ik niet opviel op straat, een heel gek gevoel. Bovendien was Shanghai veel moderner dan ik me had voorgesteld. Ik dacht meteen: hier gaat het gebeuren, dit wordt het helemaal. Ik denk dat mijn belangstelling voor China toen pas echt begon.&#8217;<\/p>\n<p>Familievrienden<\/p>\n<p>Ching Foe Au (28) is samen met haar zus in Nederland eigenaar van Your-Op, een bedrijf dat zich profileert als &#8216;zakelijke gids&#8217; voor buitenlandse ondernemers in China. In Wagas, een van de vele westerse eetgelegenheden die de afgelopen jaren in Shanghai de deuren hebben geopend, steekt ze van wal met een directheid die haar Amsterdamse achtergrond verraadt. Your-Op vertegenwoordigt westerse ondernemers die in China zaken doen, vertelt ze. &#8216;We onderhandelen voor ze en onderhouden contacten met hun Chinese leveranciers. Wij zijn voor hen het gezicht in China.&#8217;<\/p>\n<p>Ching Foe&#8217;s vader groeide op in de Chinese gemeenschap van Vietnam. Om te ontsnappen aan militaire dienst tijdens de Vietnamoorlog, vluchtte hij via Cambodja naar de toenmalige Britse stadskolonie Hong Kong, waar hij werk vond in een pruikenfabriek. Daar ontmoette hij haar moeder, een Chinese uit Shenzhen. Via een familielid dat al in Nederland woonde, kwamen de Au&#8217;s op het idee te emigreren.<\/p>\n<p>&#8216;Ik heb veel met mijn vader over die begintijd in Nederland gesproken,&#8217; vertelt Ching Foe. &#8216;Het moet ontzettend zwaar zijn geweest. Ze werkten keihard, van &#8216;s ochtends vroeg tot &#8216;s avonds laat.&#8217; Na een paar jaar kreeg haar vader de mogelijkheid een restaurant over te nemen op de Amsterdamse Middenweg. Hij had daar eigenlijk niet genoeg geld voor. Maar de oude eigenaar, meneer Wong, sloot met hem een regeling af waardoor hij in termijnen kon betalen. Dat soort onderlinge financi\u00eble regelingen kwam in de Chinese gemeenschap overigens vaker voor. &#8216;Mijn vader is altijd heel dankbaar geweest voor de kans die hij daardoor kreeg. Meneer Wong en zijn Nederlandse vrouw, tante Joke, werden echte familievrienden. Ze zijn altijd als een soort opa en oma voor me geweest.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Als ik terugkijk,&#8217; zegt Ching Foe, &#8216;verzette ik me vroeger een beetje tegen het Chinees-zijn. Ik had niet zoveel op met het Chinese groepsgevoel. Ik ging liever om met Nederlanders. Op mijn middelbare school zaten de Chinezen in de pauze allemaal bij elkaar. Daar ging ik dan expres niet bij zitten.&#8217;<\/p>\n<p>Het opgroeien tussen twee culturen leidde tot haar interesse in cultuurverschillen en haar studiekeuze voor culturele antropologie aan de universiteit van Nijmegen. Voor haar afstudeerscriptie koos ze een onderwerp dat nauw aansloot bij haar eigen familieachtergrond: ze vertrok voor een halfjaar naar Vietnam, het geboorteland van haar vader.<\/p>\n<p>&#8216;Ik wilde veldonderzoek doen onder Chinese ondernemers in Ho Chi Minhstad. Ik wilde zien waar mijn vader was opgegroeid. Zo hoopte ik hem beter te leren kennen.&#8217; De Chinese ondernemers die ze interviewde voor haar scriptie brachten haar uiteindelijk op een idee. &#8216;Ze zeiden tegen me: meisje, ga naar China, dat is goed voor je. D\u00e1\u00e1r gebeurt het.&#8217; Toen ze na haar afstuderen in Nederland niet meteen een baan vond die op haar studie aansloot, besloot ze het advies op te volgen en Chinees te gaan studeren in Shanghai. &#8216;Bij deze stad heb ik altijd al een bijzonder gevoel gehad. Het is een mix van Oost en West. Iets dat ik zelf ook heb.<\/p>\n<p>In het begin schaamde ik me. Ik dacht: ik ben Chinees, maar ik kan de taal niet spreken. Ik studeerde elke dag en leerde snel. Tegenwoordig pikken Chinezen me er niet meer meteen uit. Natuurlijk heb ik een accent, maar in China zelf worden veel verschillende dialecten gesproken. Als ik nu zeg dat ik uit H\u00e9 L\u00e1n kom, uit Nederland, krijg ik steeds vaker het antwoord: Oh, je komt uit H\u00e9 N\u00e1n! Dat is een Chinese provincie.&#8217;<\/p>\n<p>Hard werken<\/p>\n<p>De opvoeding in een Chinees gezin heeft in Nederland de naam streng te zijn. &#8216;Goed studeren, hard werken, zuinig zijn en niet liegen,&#8217; zo vat Di Pau Li het samen. &#8216;Wij mochten thuis van ons zakgeld geen snoep of speelgoed kopen, maar wel boeken. Boeken waren goed. Ik weet nog wel dat ik bij een Nederlands vriendje thuiskwam die een hele kast vol speelgoed had staan. Ik wist niet wat ik zag. Mijn ouders stimuleerden me vooral om veel te leren.&#8217;<\/p>\n<p>De anderen herkennen dat. Al benadrukken ze dat er ook verschillen zijn. &#8216;Ik had veel vrijheid, zeker in vergelijking met andere Chinese kinderen,&#8217; zegt Kin-Man Wong. &#8216;Wij gingen bijvoorbeeld op vakantie naar Spanje. Dat was heel wat, want dan moest het restaurant een paar weken dicht.&#8217; Maar haar vrijheid had ook grenzen. &#8216;Toen ik vijftien was en mijn vrienden begonnen met uitgaan, hadden mijn ouders liever niet dat ik meeging. Toen merkte ik wel dat het bij ons anders ging.&#8217;<\/p>\n<p>Ching Foe groeide op in Amsterdam. &#8216;Dat maakt denk ik wel verschil,&#8217; zegt ze. &#8216;Ik mocht net als mijn klasgenoten op ballet, pianoles of tennis. Mijn oudere broer heeft misschien iets meer meegekregen van die strenge opvoeding.&#8217;<\/p>\n<p>Wat ze ook herkennen, is de nadruk die hun ouders legden op hard werken. In de eerste plaats gaven ze het goede voorbeeld, door dag in dag uit paraat te staan in hun eigen zaak. Maar die toewijding zagen ze ook graag terug bij hun kinderen. Di Pau zegt dat die opvoedingsles hem heeft gevormd. &#8216;Als je niet hard werkt, bereik je niets. Zo denk ik er nog steeds over.&#8217;<\/p>\n<p>Banaan<\/p>\n<p>In eetcaf\u00e9 The Blue Frog in de Maoming Straat is Elaine Koo zojuist gaan zitten als er een koerier komt binnengesneld van het populaire bezorgbedrijf Sherpa&#8217;s. &#8216;H\u00e9 een collega!,&#8217; roept ze enthousiast. &#8216;Mijn werk komt ook overal binnenvallen.&#8217; Sinds dit najaar werkt Elaine als quality control manager voor Sherpa&#8217;s in Shanghai. Ze moet de kwaliteit verbeteren van het interne bedrijfsproces bij de koeriersdienst die met meer dan honderd bezorgers restaurantmaaltijden verspreidt in Shanghai, Suzhou en Hangzhou.<\/p>\n<p>Voordat ze haar huidige baan vond, liep ze in Shanghai stage bij een ander bijzonder bedrijf: Emma Ticketmaster, dat grote buitenlandse artiesten naar China haalt. Ze was betrokken bij concerten van onder meer C\u00e9line Dion, Kenny G, Maroon 5, Ti\u00ebsto en Harry Connick Jr. En ze maakte het beruchte concert van Bj\u00f6rk mee. De IJslandse zangeres sloot haar optreden af met een politiek statement: &#8216;Free Tibet!&#8217; Voldoende reden voor de Chinese overheid om een hele reeks aan geplande optredens te cancelen.<\/p>\n<p>&#8216;Kort daarna ben ik daar gestopt,&#8217; zegt Elaine. &#8216;Hoewel ik heel graag zou werken in de evenementensector, had ik inmiddels gezien dat het lastig is om in China in die hoek een baan te vinden waarin je voldoende verdient.&#8217; Salarissen van driehonderd euro per maand zijn normaal. &#8216;Voor een westerling is dat gewoon te weinig.&#8217;<\/p>\n<p>Elaine Koo heeft van de vier Chinese Nederlanders in dit verhaal de meest internationale achtergrond. Tegelijkertijd heeft ze wellicht ook de meest Chinese opvoeding genoten. Haar familiegeschiedenis strekt zich uit over verschillende landen en is typerend voor de Chinese gemeenschap in Singapore. Haar opa verliet op jonge leeftijd de Chinese stad Wenzhou om te gaan werken op een rubberplantage in Maleisi\u00eb. Vanuit daar was het een kleine stap naar het rijkere Singapore, waar hij zijn echtgenote ontmoette. Die was op haar beurt afkomstig uit een Chinees-Indisch-Maleisische familie. Ze stichtten samen een gezin.<\/p>\n<p>Toen Chinese restaurants in de jaren zestig steeds populairder werden, besloten steeds meer Chinezen uit Hong Kong en Singapore hun geluk te beproeven in ons land: de tweehonderd Chinese restaurants die Nederland in 1960 telde, groeiden uit tot zeshonderd in 1970 en bijna tweeduizend in 1980. Deze vorm van &#8216;kettingmigratie&#8217; is karakteristiek voor de Chinese bevolkingsgroep in Nederland.<\/p>\n<p>Ook de opa van Elaine vertrok vanuit Singapore naar Nederland. Hij ging werken  in het restaurant van een kennis in Nijmegen. Elaines vader volgde toen hij negen jaar oud was, samen met zijn oudere broer. Ook zij gingen werken in het Nijmeegse restaurant, totdat ze genoeg geld hadden verdiend om in het Brabantse dorp Schijndel een eigen zaak te beginnen. Daarna volgde langzamerhand de rest van de familie: Elaines oma, ooms en tantes. Haar vader ontmoette zijn toekomstige echtgenote tijdens een verblijf in Singapore. Ze werden verliefd, trouwden en zij verhuisde met hem mee naar Nederland.  Daar werd Elaine in 1980 geboren.<\/p>\n<p>Toen ze vier jaar oud was, werd ze op het vliegtuig richting Singapore gezet. &#8216;Mijn ouders hadden het zo druk met het restaurant dat ze mijn opvoeding overlieten aan de familie,&#8217; vertelt ze. &#8216;Dat is onder Aziaten best gebruikelijk. Ik weet nog dat ik door de stewardess werd meegenomen in het vliegtuig. Ik vond het wel leuk, geloof ik. In Singapore waren mijn tante van achttien en mijn oom verantwoordelijk voor me.&#8217;<\/p>\n<p>Op de basisschool in Singapore was de voertaal Engels en de onderwijsmethode ouderwets autoritair. Een paar keer per week had ze Chinese les. &#8216;We kregen vaak dictee,&#8217; herinnert ze zich. &#8216;Dan moest je een hele paragraaf Chinese karakters uit het hoofd leren. Ik haalde altijd een onvoldoende. Dan werd ik geslagen met een stok. Dat hoorde erbij, ik was niet de enige die dat overkwam.&#8217;<\/p>\n<p>De leraar Chinees noemde haar &#8216;een banaan&#8217;. Uiterlijk Chinees, maar van binnen blank. &#8216;Dat was een scheldwoord,&#8217; zegt Elaine. &#8216;Zo van: jij bent anders, je hoort er niet bij.&#8217;<\/p>\n<p>Gezicht naar de deur<\/p>\n<p>Tijdens een van de zomervakanties bij haar ouders in Nederland bleek Elaine niet meer terug te hoeven naar Singapore. &#8216;Ineens moest ik een keuze maken voor een middelbare school. Maar niemand had me dat verteld! Mijn vader zal het wel besloten hebben. In veel Chinese gezinnen worden zulke beslissingen genomen zonder overleg.&#8217;<\/p>\n<p>Hoewel ze het Nederlands op het vwo snel oppikte en vrienden maakte, verliep de terugkeer naar Nederland niet helemaal zonder problemen. &#8216;Mijn vader is heel traditioneel. Hij hield vast aan de waarden en normen die hij kende uit zijn jeugd in Singapore, terwijl die stad al enorm was veranderd. Hij was veel strenger dan de ouders van Nederlandse klasgenoten.&#8217;<\/p>\n<p>Ook aan de Nederlandse cultuur moest ze wennen, zegt ze. Ze herinnert zich dat ze een keer bij een Nederlandse vriendin bleef eten. &#8216;We gingen aan tafel en iedereen had een stuk vlees op zijn bord liggen. Mijn bord was leeg. Toen pakten ze hun mes en sneden allemaal een klein stukje vlees af dat ze aan mij gaven. Ik voelde me zo opgelaten! Ik dacht: ik ben teveel hier. In de Chinese cultuur zou zoiets nooit gebeuren: de gast krijgt het beste eten.&#8217;<\/p>\n<p>De tegenstellingen tussen de moderne Singaporese metropool, het traditionele Chinese gezin en een middelbareschooltijd in Brabant hebben haar interesse in andere talen en culturen aangewakkerd, zegt Elaine.<\/p>\n<p>Bovendien lag daar al snel haar expertise. Doordat ze Engels, Nederlands en Chinees sprak, kreeg ze al snel opdrachten als freelance vertaler. Bijvoorbeeld voor een delegatie van de Chinese politie die in Boekel het hondentrainingscentrum bezocht. Op een avond stond de eigenaar van het centrum op de stoep bij het Chinese restaurant van haar vader om te vragen om een tolk. Prompt tipte die zijn dochter.<\/p>\n<p>Nu ze in China woont, merkt ze dat niet alleen de talenkennis goed van pas komt, maar ook haar vermogen zich snel aan te passen in verschillende culturen. &#8216;Ik herken snel van die typische gebruiken,&#8217; zegt Elaine. &#8216;De belangrijkste gast bij een diner zit altijd in het midden van de tafel met zijn gezicht naar de deur. En als je met zo iemand proost, moet jouw glas zijn glas onder de rand raken, niet erboven. Een nuchtere Hollander heeft dat misschien ook wel eens gehoord, maar denkt: ach, zo nauw luistert dat niet. Ik weet hoe belangrijk Chinezen het vinden om respect te tonen.&#8217;<\/p>\n<p>Aan de andere kant, zegt ze, brengt een Chinese achtergrond niet alleen maar voordelen met zich mee. &#8216;Door mijn uiterlijk moet ik in eerste instantie juist meer moeite doen. Als ik samen met de marketingdirecteur van Sherpa&#8217;s, die er westers uitziet, aanschuif bij een bespreking, gaan Chinezen er vanuit dat ik de assistente ben. Buitenlanders worden hier nog altijd op een voetstuk geplaatst. Als ze horen dat ik in Nederland ben opgegroeid, verandert hun houding meteen.&#8217;<\/p>\n<p>Aardappelen<\/p>\n<p>Iets soortgelijks zegt Kin-Man Wong (25): &#8216;Chinezen gaan nog altijd op hun knie\u00ebn voor buitenlanders. Voor mij hebben ze minder respect. Als ik gebrekkig Chinees spreek, is dat slecht, terwijl ze het bij een andere Nederlander fantastisch vinden dat hij het probeert.&#8217;<\/p>\n<p>Kin-Man vertelt dit in een etablissement in de chique Shanghainese buitenwijk Hongqiao, op een steenworp afstand van het Nederlandse consulaat, waar ze sinds anderhalf jaar op de visumafdeling werkt. Ze behandelt visumaanvragen, maar neemt bijvoorbeeld ook de inburgeringsexamens af bij Chinezen die naar Nederland willen emigreren.<\/p>\n<p>Kin-Man studeerde eveneens Chinees in Maastricht, vertelt ze met een zachte Limburgse tongval. &#8216;Ik wilde een taal leren en dacht: ik ben Chinees, dus waarom zou ik geen Chinees gaan studeren?&#8217; Ze was niet de enige. In het eerste studiejaar bleek ongeveer de helft van de studenten Chinese ouders te hebben. Haar ouders komen allebei uit Hong Kong. In de huiskamer in Weert stak haar moeder wel eens wat wierook op voor het Boeddhabeeld dat op de kast stond. En haar vader draaide in de auto Chinese muziek. Zelf voelde ze zich door en door Nederlands. &#8216;Mijn ouders wilden altijd Chinees eten, terwijl ik liever aardappelen at. Of brood.&#8217;<\/p>\n<p>Door een paar jaar in China te wonen, zegt Kin-Man, merkt ze dat ze haar ouders beter begrijpt. &#8216;Ik word zelf ook steeds Chinezer.&#8217; Maar er zijn ook dingen waaraan ze net als de meeste westerlingen moest wennen. &#8216;Chinezen kunnen ontzettend asociaal zijn. Niet wachten in de rij, voor je voeten op de grond spugen, heel hard schreeuwen. In het begin dacht ik wel eens: straks ontplof ik.&#8217; Ze glimlacht: &#8216;Inmiddels dring ik zelf ook voor. En ik roep ook hard als iets me niet bevalt.&#8217;<\/p>\n<p>Vaak voelt ze zich in Shanghai enorm Nederlands, zegt Kin-Man. Zo heeft ze in de stad meer vrienden uit Nederland dan uit China. &#8216;Je begrijpt elkaar beter. Ik kan goed opschieten met mijn Chinese collega&#8217;s op het consulaat, maar zij hebben een heel ander leven. Als we met de Nederlanders wat gaan drinken na het werk, gaan ze eigenlijk nooit mee. Ze willen meteen naar huis, waar hun ouders zitten te wachten met het eten.&#8217;<\/p>\n<p>Nostalgie<\/p>\n<p>In Nederland een Chinees, in China een Nederlander. Ook de anderen herkennen die dubbelheid.<\/p>\n<p>Di Pau Li: &#8216;Als ik in Nederland ben, zien mensen meteen dat ik Chinees ben. Hier voel ik me juist vaak een Nederlander, bijvoorbeeld in de manier van zaken doen. Ik hecht veel waarde aan de Hollandse businessethiek van afspraak is afspraak.&#8217; Hij lacht: &#8216;Chinezen denken daar vaak heel anders over.&#8217;<\/p>\n<p>Elaine Koo: &#8216;Het zijn van die gekke dingen die ik mis uit Nederland. De supermarkten bijvoorbeeld. Of het eten. Vorige week heb ik zelfs nog hutspot staan maken! Terwijl ik in Nederland juist vaak sta te wokken. Het heeft met een gevoel van nostalgie te maken, denk ik. Je mist de plek waar je niet bent.&#8217;<\/p>\n<p>Ching Foe Au slaakt een zucht. Dan neemt de antropologe in haar het woord. &#8216;Voel ik me Chinees of Nederlands? Ben ik trots op China? Of op Nederland? Natuurlijk heb ik daar wel eens over nagedacht. Maar het antwoord is niet zo eenvoudig. Het hangt af van de context. Als ik hier zit te praten, kan ik me ontzettend Chinees voelen, maar als ik over een uur met Chinese ondernemers om tafel zit, voel ik me een enorme Hollander.&#8217; Ze laat een kleine stilte vallen. &#8216;Ik,&#8217; zegt ze dan, &#8216;zie mezelf eigenlijk liever als wereldburger, zoals steeds meer mensen.&#8217;<\/p>\n<p>Wie is een Chinees?<\/p>\n<p>Hoeveel Chinezen er in Nederland wonen, is niet precies bekend. Dat komt omdat maar een klein deel van hen ook daadwerkelijk uit China komt, naar schatting zo&#8217;n 35 procent. De andere Chinezen in Nederland komen uit Hong Kong, Indonesi\u00eb of andere landen zoals bijvoorbeeld Singapore of Suriname. In statistieken wordt zoiets al snel een rommeltje. Het aantal &#8216;echte&#8217; Chinezen uit zowel de eerste als de tweede generatie bedraagt volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 47.000. Daarbij komen nog eens 18.000 Hongkongnezen. De overige Chinezen zitten in de statistieken &#8216;verstopt&#8217; tussen de Indonesi\u00ebrs, Singaporezen of Surinamers. Volgens schattingen ligt het totaal aantal etnische Chinezen in Nederland boven de 100.000.<\/p>\n<p>Naar China<\/p>\n<p>Hoeveel jongeren van Chinese afkomst de laatste jaren naar China zijn verhuisd, is lastig te zeggen. De economische aantrekkingskracht van China leidt er in elk geval toe dat steeds meer Nederlanders naar China emigreren. Ook keren elk jaar meer Chinese migranten vanuit Nederland terug naar hun geboorteland: van 171 in 1997 tot bijna 800 vorig jaar. Van de tweede generatie Chinezen en Hongkongnezen is bekend dat ze zich steeds vaker uitschrijven uit het bevolkingsregister wegens &#8216;langdurig verblijf in het buitenland&#8217;: vorig jaar zo&#8217;n 200 jongeren van Chinese afkomst. Of zij allemaal naar China vertrokken, is de vraag. Zij die wel naar China gingen, maar zich niet hebben uitschreven, komen niet in de statistieken voor, net als zij die ouders hebben uit Singapore of een ander Aziatisch land.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Steeds meer jonge Nederlanders van Chinese komaf beproeven hun kansen in het land van hun ouders of voorouders. Vier \u2018remigranten\u2019 in Shanghai. \u2018Inmiddels dring ik zelf ook voor.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[193,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Michiel Hulshof","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/99603"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=99603"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/99603\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Michiel Hulshof","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=99603"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=99603"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=99603"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}