
 {"id":98421,"date":"2009-02-07T00:00:00","date_gmt":"2009-02-06T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/een-fijnzinnige-observator\/"},"modified":"2009-02-07T00:00:00","modified_gmt":"2009-02-06T22:00:00","slug":"een-fijnzinnige-observator","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/een-fijnzinnige-observator\/","title":{"rendered":"Een fijnzinnige observator"},"content":{"rendered":"<p>In memoriam \/ John Updike (1932-2009)<\/p>\n<p>De dood van John Updike, vorige week, ontneemt de literaire wereld, en zeker de Amerikaanse literatuur, een van haar grootste stilisten. Getraind in de beeldende kunst ontplooide hij zijn schrijvende vakmanschap vooral in plastische, fraai geformuleerde zinnen waarin hij zijn psychologische raffinement uitleefde.<\/p>\n<p>Toch zal hij bij veel lezers vooral bekend blijven als de schepper van dat ene oer-personage: Rabbit, het troetelnaampje voor Harry Angstrom, de Amerikaanse Everyman. De Rabbit-cyclus (Rabbit Run, over de jaren vijftig, Rabbit Redux over de jaren zestig, Rabbit is Rich over de jaren zeventig en Rabbit at Rest over de jaren tachtig) laat een man zien die groot wordt in het Eisenhower-tijdperk, het tijdperk van de Amerikaanse Droom en van de brede verspreiding van consumptiegoederen en welvaart in de Verenigde Staten. Maar naarmate de tijd vordert, wordt de aanvankelijk nog wel enigszins sympathiek overkomende Rabbit almaar zuurder, bekrompener en behoudender. Een soort Archie Bunker en Fred Flintstone ineen, ofschoon Updike zich in zeker opzicht wel met hem identificeerde: &#8216;Ik begrijp zowel zijn woede als zijn passiviteit, en zijn gevoel dat de hele betrokkenheid bij Vietnam een puzzel is, dat er iets is misgegaan.&#8217;<\/p>\n<p>Opvallend eigenlijk dat de verfijnde schrijver Updike zich zo uitgebreid inliet met een lullige Jan Modaal als Rabbit. Je kunt vermoeden dat hij deze conservatieve soap- en sitcomachtige figuur vooral gebruikt heeft om zijn schrijversvirtuositeit op uit te leven. Want Updike was een meester van het detail, het lichte accent, de inkleuring, en zeker niet van de karikaturale voorstelling. Zelden of nooit kun je hem op een luide mening of zelfs maar een duidelijke strekking in zijn boeken betrappen, daarvoor was hij te subtiel en genuanceerd. Bij alle uitgesproken trekjes die hij zijn personages in de Rabbit-romans meegeeft, voel je toch dat het hem uiteindelijk niet alleen om hen als protagonisten te doen is, maar ook om iets anders: de veranderingen die mensen gedurende hun leven ondergaan, hoe ze van mannen en vrouwen echtgenoten en echtgenotes worden en vaders en moeders. In zijn boeken ontwikkelen mensen zich altijd, ten goede of ten kwade. In 1990 legde Updike Rabbit literair te ruste, juist aan het eind van de koude oorlog, die de geborneerde geest van zijn geesteskind al die jaren had gestuurd. Alsof hij er in de nieuwe, globale wereld niet meer mee uit de voeten kon.<\/p>\n<p>Middle class-verhalen<\/p>\n<p>Maar John Updike schreef veel meer dan de Rabbit-romans, en er valt iets voor te zeggen dat hij juist in die andere romans zijn talent volledig ontplooide. Een mooi voorbeeld daarvan is De centaur uit 1964, over George Caldwell en zijn vijftienjarige zoon Peter (achter wie Updike zelf deels schuilgaat &#8211; Peter heeft bijvoorbeeld, net als de schrijver zelf, psoriasis). Op de achtergrond, zonder dat je het almaar ingepeperd krijgt, speelt de mythe van Cheiron mee, maar het is toch vooral een verhaal over de Amerikaanse middenklasse, John Updikes eigenlijke onderwerp en de leefwereld waaruit hij zelf voortkwam. Op een bepaalde manier exploiteerde Updike in zijn middle class-verhalen, net zoals zijn oudere collega John Cheever, de naoorlogse &#8216;ontdekking&#8217; van toneelschrijver Arthur Miller die in Dood van een handelsreiziger de tragedie uit zijn traditionele upper class-omgeving had gehaald en op de gemiddelde Amerikaan had getransplanteerd.<\/p>\n<p>Updikes kracht lag daarentegen zeker niet in een boek als De terrorist, geschreven in de stroom van bijna obligate 9\/11-romans. De mislukking van dat boek is even typerend voor zijn schrijverschap als het slagen van zijn realistische romans over gewone vriendenkringen en dorpswoners. Het grensoverschrijdende, multiculturele thema was hem als het ware te sensationeel en in zijn poging er iets van te bakken, fabriekte hij een volstrekt onwaarschijnlijk plot &#8211; overigens: zelfs in zijn slechtste romans valt er altijd nog wel te genieten van zijn stijl.<\/p>\n<p>Maar in late romans als Zoekt mijn aangezicht, over een bejaarde schilderes (waarvoor Jackson Pollocks vrouw Lee Krasner model staat), die terugkijkt op haar roerige en libertijnse leven met kunstenaars, en Dorpen, over een bescheiden softwarehandelaar die zijn leven en zijn twee huwelijken inventariseert, ontplooide Updike zijn grootste kracht. Ik denk dat je kunt zeggen dat hij, ouder wordend, eigenlijk almaar beter werd.<\/p>\n<p>Ook een atypisch boek als Gertrude en Claudius, een bewerking van Shakespeares Hamlet-verhaal, laat zien dat Updike in zijn late jaren nieuwe registers uitprobeerde, alhoewel hij ook in deze geschiedenis zijn voornaamste troeven aangaande het menselijk tekort uitspeelt: zwakheden zijn relatief en de wereld is gevuld met middelmatige egocentrici.<\/p>\n<p>Morele debatten<\/p>\n<p>Het bijzondere aan Updikes literaire werk is dat hij, ondanks zijn intellectuele voorkeuren en zijn stilistisch en psychologisch vernuft, toch ook als een soort provocateur van de Amerikaanse maatschappij bekend raakte. Vooral zijn seksuele vrijmoedigheid (met name in de roman Paren uit 1968) stootte de gemiddelde preutse Amerikaan hard tegen het hoofd. Wat dat betreft maakte hij volwaardig deel uit van het gilde dat in de jaren zestig de maatschappij ontbolsterde.<\/p>\n<p>In de ontwikkeling van zijn eigen werk betekende die toenemende seksualisering vooral een grotere nadruk op de animale en instinctieve maar ook de religieuze kanten van de mens, als een soort tegengewicht tegen het allesoverheersende intellect. Maar de lezers lazen vooral dat er flink in geneukt en gepijpt werd en zulks zonder dat de schrijver een blad voor de mond nam. Wie die boeken veertig jaar na dato en een hele seksuele revolutie verder herleest, merkt op hoezeer de schrijver zelf getroffen lijkt te zijn door zijn ontdekking van de seksuele vrijheid, in zijn beschrijving van bijvoorbeeld een oversekste grijsaard: &#8216;Al gaat hij nog zo naar de kerk, deze man krijgt nooit zijn hersens uit zijn broek.&#8217;<\/p>\n<p>In de jaren zeventig schreef John Updike &#8216;Een groot interview&#8217; met hemzelf, een soort compilatie van interviews die anderen hem in de loop der jaren hadden afgetapt. Daarin stelt hij zichzelf voor als een auteur die als het puntje bij het paaltje komt over morele dilemma&#8217;s schrijft: &#8216;Al mijn boeken zijn bedoeld als morele debatten met de lezer, en als dat zinloze debatten lijken &#8211; ik ben niet helemaal zonder hoop &#8211; komt dat doordat de lezer niet aan het debat heeft deelgenomen. Meestal is de vraag: &#8220;Wat is een goed mens&#8221; of: &#8220;Wat is dat, goed zijn?&#8221; en in al mijn boeken wordt een bepaald thema onderzocht.&#8217;<\/p>\n<p>Onhandige man<\/p>\n<p>De grote romancier van de morele dilemma&#8217;s excelleerde ook in het genre van het verhaal. Zijn bundels uit de jaren zestig en zeventig: Pigeon feathers, De muziekschool en Musea, vrouwen en meisjes, vormen even zovele hoogtepunten in het genre. Ze munten uit in in een soort scherpte die wel eens ontbreekt in zijn romans, waarin Updike soms als het ware zijn &#8216;middelmatige&#8217; personages platwalst met zijn sublieme stijl.<\/p>\n<p>Zelf ben ik dol op de kleine miniatuurtjes die hij in Bij wijze van zelfportret gaf, een samenstelling uit de bundels Assorted Prose en Picked-up Pieces. In deze haast achteloze, soms columnachtige stukken geeft Updike allerlei kleurige details uit zijn autobiografie bloot, die de verfijnde observator in hem verraden. Van jeugdherinneringen uit Pennsylvania tot de moord op Kennedy, van het lipje van een bierblikje tot een beschrijving van het moment dat hij welgesteld raakt, dat alles passeert de revue.<\/p>\n<p>Zomaar een fragment uit zo&#8217;n stukje, &#8216;Geen dodo&#8217; uit 1955, laat en passant zien hoe vroeg Updike reeds een voldragen stijl had ontwikkeld: &#8216;De laatste tijd hebben de duiven in Bryant Park onze gedachten nogal beziggehouden. We hadden de indruk, dat zij een duidelijke voorliefde vertoonden voor het plaveisel, en maar zelden en behoedzaam het gras betraden. We hebben er maar \u00e9\u00e9n keer \u00e9\u00e9n een slaapplaats zien zoeken in een boom. Hij deed dat ontroerend onhandig, zoals een man die de banden van een schort op zijn rug probeert te strikken.&#8217;<\/p>\n<p>Die onhandige man was John Updike zelf ook een beetje. Anders dan collega&#8217;s als Philip Roth, Tom Wolfe en andere prominente auteurs liet hij zich niet graag in het openbaar vieren. Zijn scrupuleuze, sobere inslag, maar ook zijn psoriasis, zal deze teruggetrokkenheid hebben begunstigd.<\/p>\n<p>Zijn laatste boek, The Widows of Eastwick, verschenen in 2008, was een vervolg op het boek dat hem zijn grootste publieke succes opleverde en waarnaar een film met Jack Nicholson, Susan Sarandon, Cher en Michelle Pfeiffer werd gemaakt: The Witches of Eastwick, over drie alleenstaande vrouwen in een klein pittoresk plaatsje, wier natte dromen onverwacht en fataal uitkomen. Het is een grappig, nogal hilarisch boek, waarin de scherpzinnige, satirische kant van de schrijver het volle pond krijgt.<\/p>\n<p>Voor de twee laatste Rabbit-romans, Rabbit is Rich en Rabbit at Rest, kreeg John Updike de Pulitzer Prize, in 1981 en 1991. Als zovele grote Amerikaanse schrijvers werd hij met enige regelmaat genoemd voor de Nobelprijs, maar hij kreeg die niet. Voor die onmiskenbaar terechte eer is het nu te laat: John Updike overleed dinsdag 27 januari op zesenzeventigjarige leeftijd in een hospice in Massachusetts aan longkanker.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Lezers zagen vooral dat er in zijn romans flink geneukt en gepijpt werd. Maar Updike was meer dan een provocateur: romancier van morele dilemma\u2019s, meester van het detail. Zelfs in zijn slechtste romans valt er altijd wel te genieten van zijn stijl.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Rob Schouten","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/98421"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=98421"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/98421\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Rob Schouten","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=98421"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=98421"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=98421"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}