
 {"id":97421,"date":"2009-03-07T00:00:00","date_gmt":"2009-03-06T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/het-is-een-roddelend-volk\/"},"modified":"2009-03-07T00:00:00","modified_gmt":"2009-03-06T22:00:00","slug":"het-is-een-roddelend-volk","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/het-is-een-roddelend-volk\/","title":{"rendered":"\u2018Het is een roddelend volk\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Bezoek aan het dorp van komrij<\/p>\n<p>De noordenwind snijdt over de bergen van het Portugese Vila Pouca da Beira. IJsregen tikt op de paraplu&#8217;s van de rouwende bewoners. Een zwarte priester orakelt in het witte kerkje afscheidswoorden aan Ant\u00f3nio Jos\u00e9 de Figueiredo. Gisteren is hij op twee\u00ebnvijftigjarige leeftijd in de hoofdstraat doodgevallen. Schrijver Gerrit Komrij drukt de handen van de landbouwknechten. Met een Doctore wordt hij respectvol begroet. Een van de twee rolstoelgebruikers van het dorp is uit eerbied voor zijn overleden vriend opgestaan en leunt nu kermend op zijn krukken. Komrijs levensgezel Charles maakt praatjes met altijd in het zwart geklede vrouwtjes. Fluisterend licht hij Gerrit in over het laatste nieuws.<\/p>\n<p>Hekserij<\/p>\n<p>Ant\u00f3nio wordt in het laatste boek van Komrij opgevoerd als een jager die onder de olijfbomen merels schiet en de kadavers in een vieze koelkast bewaart. &#8216;Hij mocht heel graag een glas en had te vaak uitgeroepen dat hij dood wou. Dat is de goden verzoeken, poneren de alwetende dames,&#8217; vertaalt Charles. Gerrit grijnst niet. Hij kende Ant\u00f3nio maar al te goed. &#8216;Toen we hier kwamen wonen, hoorden we dat hij kinderen had en erg arm was. We besloten hem wat in de tuin te laten klussen. Opzij van het huis wilden we een klein waterpartijtje en we vroegen hem om een kuil te graven. Omdat elke dag extra werk geld opbracht, werkte hij maar door. Na drie maanden zaten we met een enorme kuil. Je zag Ant\u00f3nio zelfs niet meer. Twee weken gingen we naar Amsterdam en hij was maar blijven graven. Bij onze thuiskomst zaten we met een immense vijver opgescheept. Het heeft ons nog heel wat geld gekost om er iets fatsoenlijks van te maken. Toen is onze klusjesman naar Duitsland getrokken, valse plafonnetjes stuken, maar Duitsers vond hij maar niks en hij keerde terug naar zijn heimat. Iedereen vond het een goeie jongen, nergens te beroerd voor, maar hij had altijd pech. Als hij in een zwembad sprong, viel hij meteen met zijn kop op de bodem. Drie jaar geleden is zijn twintigjarige zoon gestorven bij een tractorongeval. Daar is hij niet meer overheen gekomen. Gistermorgen is hij dan gewoon doodgevallen.&#8217;<\/p>\n<p>Het vrouwenkoor van de vijfentachtig zielen tellende parochie Vila Pouca da Beira zingt pijnlijk vals Latijnse litanie\u00ebn. De pastoor is erg lang van stof. De lijkwagen verplaatst zich. (Komrij: &#8216;Ik wil toch een chiquere.&#8217;) We maken ons op voor de begrafenisstoet die ons via de hoofdstraat van het dorp, de Avenida Principal, naar het kerkhof leidt. De schrijver ziet vanuit zijn werkkamer bij elke begrafenis zo&#8217;n stoet langskomen. &#8216;Er is toch een verschil in stoeten. Je hebt er met tweehonderd mensen, met vijftig mensen, soms is alleen het dorp er. Je ziet aan de lengte van de stoet hoe groot de familie van iemand is, hoe geliefd hij is, hoeveel uitstraling hij heeft op andere dorpen, hoeveel mensen het de moeite waard vinden om naar je begrafenis te komen. Het treurigste zijn die heel kleine stoeten, want daarmee willen ze zeggen: we zijn eigenlijk blij dat hij of zij weg is. Op dat moment krijg je de puntenbalans.&#8217;<\/p>\n<p>Op het kerkhof hebben Ant\u00f3nio&#8217;s bijna ex-vrouw en zijn dochter zich terzijde gehouden. Ze treuren niet. De echtscheiding was aangevraagd. Terwijl een familielid het graf van de zoon open graaft, gilt hij het uit: de kist van de zoon is nog intact. &#8216;Hekserij,&#8217; wordt er op het kerkhof gefluisterd. Komrij: &#8216;Zelfs in de aarde is men niet meer zeker.&#8217;<\/p>\n<p>De schrijver luistert grinnikend naar het geroddel: &#8216;In 1984, toen ik naar Portugal verkaste, ben ik nooit zo na\u00efef geweest om te denken dat ik zulke idyllische, schattige mensen en zo&#8217;n fantastische armoede en zo&#8217;n gezellige eenvoud ging ontdekken. Ik dacht wel dat de Portugezen het niet zo veel kon schelen wat anderen deden. Het was een kleine verrassing toen ik merkte dat roddelen, het schrijven van anonieme brieven, elkaar zwart maken en achterklap hun lievelingsbezigheden zijn. Het is wel zo dat men hier elkaar veel toestaat. Iedereen moet zijn eigen leven maar leiden, maar dat betekent niet dat men niet alles van mekaar weet. Men weet ook wat er komen gaat en ook wat ze niet weten. Het is een roddelend volk.&#8217;<\/p>\n<p>Dronken Japanners<\/p>\n<p>Na de begrafenis wandelen we via de Avenida Principal van het kerkhof naar Het Grote Hotel. Oftewel: het immense vijfsterrenhotel dat de aanleiding was om het boek te schrijven. &#8216;Ik was bang om het boek te streekgebonden, te regionaal, te dorps te maken. Er hangt een vloek over dat soort boeken. Het is een heel moeilijke aanpak. Ik ben hier niet naartoe gekomen omdat ik dacht dat hier allemaal Romeinen en Grieken hokten, ik wilde gewoon van die Nederlandse schrijverswereld af zijn. Maar hoe schrijf je dat op? De oplossing kwam eigenlijk pas toen het klooster in ons dorp, dat ik twintig jaar van binnen en van buiten kende en op eenzame zondagnamiddagen binnendrong, verbouwd werd tot luxehotel. In 2000 is het opengegaan. Nu is de grote wereld midden in dit dorp, dacht ik. Er staat een vijfsterrenhotel waar de president komt slapen, nu heb ik een contrast waar ik iets mee kan doen. De buitenwereld en de binnenwereld. En kijken wat er van komt. Op deze manier werd het w\u00e9l mogelijk om boven het streekidylleniveau uit te komen. Ik verwachtte een botsing: eindelijk was er die spanning dat het geen achterlijk dorp meer was. Alle moderniteit was in potentie aanwezig en nu had het zin om daar wat over te schrijven. Het was niet mijn bedoeling deze wereld aan noorderlingen uit te leggen, maar de vraag te stellen: hoe sta je zelf in die wereld.&#8217;<\/p>\n<p>De conclusie? &#8216;Dat er van de osmose weinig terechtkwam. Het is een aparte wereld gebleven.&#8217; Komrij had verwacht dat het hotel impact op het dorp zou hebben gehad. &#8216;Dat men gebruik zou maken van werkkrachten hier, dat men de eieren in het dorp zou kopen, dat er &#8216;s morgens iemand vanuit het hotel een wandeling zou maken naar het dorp. Of dat de gasten eens naar een cafeetje van het dorpje zouden afdalen. Kortom: dat de twee werelden met elkaar zouden botsen. Maar mensen gaan in zo&#8217;n hotel zitten en komen daar niet uit omdat ze bang zijn voor de buitenwereld. Ik had gemijmerd over een groep dronken Japanners die het dorp op stelten zouden zetten of een arme landknecht die met een spandoek over werkgelegenheid voor het hotel zou posten.&#8217;<\/p>\n<p>Rijk niemandsland<\/p>\n<p>Buiten adem bereiken we het hotel. De nijdige klim zit ons in de benen. Groots, gigantisch, een hilarisch hoogtepunt van luxe kan je de plek noemen. Komrij leidt ons door het aangenaam verwarmde gebouw. Nergens een ziel. Alleen een receptioniste, een ober en een trotse eigenaar. De oude kerk van het klooster werd in \u00e9\u00e9n handomdraai meegerestaureerd, maar het wereldse en het goddelijke zijn door hekken met zware pinnen van elkaar gescheiden. De kloosterkamers zijn nog intact gebleven, maar aangepast aan de wensen van de Visa-reizigers. Zo kunnen ze ook gebruik maken van een sauna, en wat verderop van een zwembad en tennisvelden. &#8216;Het is een rijk niemandsland,&#8217; zegt Komrij. &#8216;Heren van stand lezen hier graag bij het haardvuur The Financial Times bij een glas whisky, maar ik lust geen whisky.&#8217;<\/p>\n<p>We drinken een koffie, de ober is wat blij dat hij wat om handen heeft.<\/p>\n<p>Tijdens een verdere wandeling geeft Komrij commentaar bij de plekken en huizen die in zijn boek voorkomen. Zoals de wasplaats &#8211; &#8216;Als je al die jaren samen het dorpsleven op maandagmorgen hebt besproken, ga je toch niet eenzaam naast je wasmachine zitten&#8217; &#8211; ; het straatnaambord van de familie van de ambassadeur, dat met veel luister werd ingewijd; het kasteel van de man die voor duizend euro iedereen een rijbewijs bezorgde, schatrijk werd, in de boeien werd geslagen en nu in het weekend met een enkelband zijn eigen glorie kan bewonderen; het gesloten eethuisje &#8211; &#8216;de echtgenoot vond dat zijn vrouw, die kookte, te veel mogelijkheden had om naar andere mannen te loeren.&#8217; Verder wijst hij op de plek die je mooi zicht geeft op de vrachtwagens die, geladen met bomen, met gierende banden Vila Pouca da Beira onveilig maken. En op het mysterieuze roze huis van de familie van de koekjesfabriek.<\/p>\n<p>We komen de vrouwelijke burgemeester van het dorpje tegen. De presidente begroet ons hartelijk en vraagt &#8216;de Hollandse schrijver&#8217; plechtig of hij morgen met zijn gezellen naar het koor komt. Komrij zegt het te overwegen en fluistert ons toe dat hij &#8216;een geweldige verrassing&#8217; van haar heeft gekregen. &#8216;Even geduld.&#8217; We slenteren over de hoofdweg, Komrij knikt naar de dorpsbewoners en Charles blijft vaak staan om een praatje met hen te maken. Hij spreekt vlot Portugees. Hij is de lieveling van het dorp en hengelt naar alle nieuwtjes die hij prompt aan Gerrit overbrengt.<\/p>\n<p>Langs een steil, kronkelend straatje lopen we tegen een gigantische azulejos, een tegeltableau waarop alle bezienswaardigheden van Vila Pouca staan ge\u00efllustreerd en verduidelijkt. Kitsch is een te lelijk woord. &#8216;Zoek naar de verrassing,&#8217; monkelt de schrijver. Warempel, op het bord vinden we Casa do Escritor Holand\u00eas: het huis van de Hollandse schrijver.<\/p>\n<p>Huiverend stappen we het enige caf\u00e9 binnen. Het caf\u00e9 van Concei\u00e7ao is het zenuwcentrum van het dorp. Hier komen de boeken van Komrij aan die hij via internet van Nieuw-Zeeland tot Japan bestelt. Elke morgen haast Charles zich om de correspondentie uit het vaderland op te halen. Soms krijgt hij hulp van een van de zonen van het caf\u00e9 die dan met een kruiwagen het leesvoer van de schrijver naar hun casa voeren. De bazin veegt haar handen schoon aan een theedoek en komt de Doctore een stevige hand drukken. De tranen springen haar bijna in de ogen als ze het over de overledene heeft. Komrij merkt fijntjes op: &#8216;Toch bleef tijdens de begrafenis haar caf\u00e9 open.&#8217; Charles zoent, slaat tandenloze mannetjes amicaal op de schouder en ratelt erop los. De schrijver haalt &#8216;het sufferdje&#8217; van het schap. &#8216;Het plaatselijke krantje waar alle moorden in staan, alle onrecht dat geschiedt, het gesprongen sanitair. Allemaal wil ik het weten.&#8217;<\/p>\n<p>Broekplasser<\/p>\n<p>Het boek Vila Pouca is geen verzameling van Komrijs columns die verschenen op de achterpagina van NRC Handelsblad. &#8216;Die columns kun je ervaren als een soort eerste versie, maar ik heb die tot een heus boek gecomponeerd. In elke zin komt wel een verandering en je zet het anders in mekaar. Je laat ook wel eens wat dingen weg. In een krant weet iemand niet wat je een half jaar daarvoor geschreven hebt. Je componeert het boek ook anders, je hebt oog voor het totale beeld, de lopende lijn. Het is geen bundeling van episodes. Hoe heet dat beroemde citaat van William Blake? &#8220;To see the world in a grain of sand is to hold infinity in your hand&#8221;. In elke idyllische omgeving word je toch bezeten door dezelfde onhebbelijkheden, met neiging tot moord, doodslag en overspel. Kortom: de mens is overal even groots.&#8217;<\/p>\n<p>Het boek wordt vertaald in het Portugees. Verwacht Komrij stenen door de ruiten?<\/p>\n<p>&#8216;Eerst is er een neef in Lissabon die een fotokopie van een pagina stuurt naar iemand uit het dorp en dan probeert die in Coimbra aan dat boek te komen. Sommige oudjes zeggen dan: lees mij dat stukje eens voor. Ja, het sijpelt wel door. Natuurlijk zie ik daar altijd tegenop. Ik schrijf zo&#8217;n boek zonder rekening te houden met de reacties van de dorpelingen. Je doet altijd mensen tekort, alleen al door ze niet te noemen of geen rol te laten spelen of hun heldendaden aan een ander toe te schrijven of een leuk verhaal dat zij je verteld hebben als zelf verzonnen te presenteren. Je cre\u00ebert geen lachspiegel, maar wel een vergrootglas. Voor sommige mensen kan dat heel vervelend zijn. In Verwoest Arcadi\u00eb schreef ik over mijn jeugdjaren en vermeldde dat een roodharig jongetje een broekplasser was. Dat deed hij helemaal niet, maar een zwartharige van een straat verderop w\u00e9l. Ik bezocht eens mijn ouders en er liep een roodharige man naar me toe die directeur van een fabriek was geworden, die mij wou vertellen dat hij het een mooi boek vond maar dat hij nooit in zijn broek had geplast en dat hij daar twintig jaar lang mee was gepest. Altijd had hij moeten uitleggen dat ik dat verzonnen had, want dichters zijn toch een beetje gek. Ik heb die jongen veel last en verdriet bezorgd door een stom trucje dat ik gewoon achterwege had kunnen laten. Het is gebeurd in een beweging tussen pen en papier.&#8217;<\/p>\n<p>Speenvarken<\/p>\n<p>Naar het huis van de schrijver wandelend, zegt hij nog: &#8216;De meeste tijd breng ik door in mijn werkkamer. Ik refereer het liefst aan die spotprent van Kamagurka: &#8216;De natuur is prachtig! Maar die komt er bij mij niet in.&#8217;<\/p>\n<p>In Vila Pouca lees je dat Komrij, als hij in een vliegtuig een dutje doet, bij het wakker worden niet meer weet of hij nu richting Nederland of Portugal vliegt. &#8216;Het klinkt natuurlijk heel koket, maar afstand is afstand. In de jaren zeventig stonden Portugezen op het Gare du Nord in Parijs te huilen toen ze afscheid moesten nemen. Nu is vliegen net alsof je een trein of een bus neemt. Met de versnelling van allerlei internetverbindingen is afstandsgevoel tegenwoordig meer illusoir geworden. Dat kon ik me niet voorstellen toen ik hiernaartoe verhuisde. Je had vroeger een heel dun draadje met je land en dat moest je water geven. Nu maakt het geen donder uit waar je bent.&#8217;<\/p>\n<p>In de salon zapt Komrij van CNN naar Al Jazeera om de oorlog in Gaza op de voet te volgen. Charles pookt het haardvuur op en de huishoudster nipt aan een portje, de tuinjongen trekt een pilsje open en met zijn drie\u00ebn becommentari\u00ebren ze de toestand in Vila Pouca da Beira na het heengaan van Ant\u00f3nio. De dorpelingen nodigen Komrij en Charles uit voor een diner met als hoofdgerecht een speenvarken.<\/p>\n<p>Komrij, loerend naar zijn flatscreen: &#8216;Ik eet mijn keppeltje op.&#8217;<\/p>\n<p>Gerrit Komrij, \u2018Villa Pouca\u2019, De Bezige Bij, 214 pagina\u2019s, \u20ac 15,90<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In zijn nieuwe boek Vila Pouca beschrijft Gerrit Komrij wat ?er gebeurt als in zijn Portugese woonplaatsje een vijf-?sterrenhotel wordt gebouwd. op bezoek bij de Escritor Holand\u00eas, die het leven in zijn dorp ter plekke voor leken verklaart.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"jan haerynck","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/97421"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=97421"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/97421\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"jan haerynck","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=97421"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=97421"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=97421"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}