
 {"id":96773,"date":"2009-03-21T12:50:00","date_gmt":"2009-03-21T10:50:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/s-nachts-komen-de-vossen-cees-nooteboom\/"},"modified":"2009-03-21T12:50:00","modified_gmt":"2009-03-21T10:50:00","slug":"s-nachts-komen-de-vossen-cees-nooteboom","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/s-nachts-komen-de-vossen-cees-nooteboom\/","title":{"rendered":"&#8221;s Nachts komen de vossen&#8217; &#8211; Cees Nooteboom"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>In \u2019s Nachts komen de vossen, de nieuwe verhalenbundel van Cees Nooteboom, probeert de schrijver het verraad aan de doden goed te maken. Dat gebeurt in indringend en geestig proza dat in je hoofd blijft spoken. <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>De mens de mens een raadsel<\/h3>\n<p>Cees Nootebooms nieuwe verhalenbundel &#8216;s Nachts komen de vossen verscheen vlak voor de Boekenweek, ik begon erin te lezen en besloot mezelf een \u00e9cht geschenk te geven: deze acht verhalen wilde ik savoureren, ten koste van de actualiteit. Dat lukte goed: Cees Nooteboom (1933) schrijft proza dat direct in je bloedsomloop komt, door het rijke spectrum aan authentieke emoties dat hij weet op te roepen. Tegelijkertijd blijft zijn proza door je hoofd spoken: door het intelligente hardop denken van die persoonlijke, auctoriale vertelstem, die dwars door z&#8217;n andere vertellers of personages heen klinkt, en die je aanspreekt als intimus.<\/p>\n<p>Als gezegd, mijn motief was zelfzuchtig, maar soms is het ook zinnig om nadat een boek al een paar weken verschenen is, pas met een bespreking te komen. Iedere recensent weet dat als je niet de eerste kunt zijn, je beter pas nadat je je eigen beschouwing gepubliceerd hebt, kunt lezen wat de collega&#8217;s ervan gebakken hebben &#8211; om enigerlei be\u00efnvloeding te voorkomen. Tegelijkertijd kon ik mij ook niet helemaal afsluiten van de wereld, dus ik zag Nooteboom te midden van ijzingwekkend humorloze moslima&#8217;s op de televisie proberen uit te leggen dat het niet een en al vanitas, vergankelijkheid en afscheid is wat de klok slaat in het ook vaak geestige &#8216;s Nachts komen de vossen. Ook las ik een recensie in NRC Handelsblad, waarin de bespreker van dienst naarstig probeerde te ontrafelen wat feit en fictie is in dit zo transcendente proza. Wat hem triggerde in het verhaal &#8216;Heinz&#8217; was dat dit alcoholische, onstuimige personage vroeger een vrouw had die te pletter was gevallen op de rotsen. Te pletter gevallen op de rotsen, dat riekt &#8211; aldus NRC &#8211; naar Marina Schapers, Peter Schats echtgenote die aldus tragisch omkwam en die onlangs in zekere zin als inspiratiebron diende voor Connie Palmens roman Lucifer. Nooteboom schreef daarmee niet minder dan een antwoord op Palmen &#8211; grote stappen, snel thuis.<\/p>\n<p>Dat klopt niet helemaal. Als je fictie al wilt benaderen met levensfeiten in de hand, dan is het toch het overdenken waard dat het meisje dat te pletter valt in &#8216;Heinz&#8217; slechts twee\u00ebntwintig lentes oud geworden is. Op de grafsteen staat: 1940-1962. Dat gegeven komt noch overeen met de niet-fictionele werkelijkheid rond Marina Schapers, noch met de provocatieve fictionele verwerking daarvan in Lucifer.<\/p>\n<p><b>Gevoel van verraad<\/b><br \/>Op zich is de intu\u00eftie dat Marina Schapers rondspookt in Nootebooms oeuvre niet verkeerd. Zijn reisboek Een nacht in Tunesi\u00eb (1965) heeft hij opgedragen aan &#8216;Marina S.&#8217;. Bovendien bevat het titelverhaal in de autobiografische verhalenbundel Rode regen (2007) een herinnering aan haar: &#8216;De vrouw is vele jaren later in een ander leven op een Grieks eiland van een rots gevallen, ik ging in Amsterdam naar haar begrafenis en herinnerde me haar lach, haar diepe stem en haar voortreffelijke manier van dronken worden, waar een schittering in haar ogen bij hoorde die onvergetelijk gebleven is. Het boek over de Tunesische reis heb ik aan haar opgedragen (&#8230;).&#8217;<\/p>\n<p>Geef je het in die vaak armoedig reductionistische jacht op de feiten achter fictie nog steeds niet op, dan kun je beter terecht in het tweeluik &#8216;Paula&#8217; in &#8216;s Nachts komen de vossen, over de relatie van de schrijvende ik-persoon met een inspirerende vrouw, die w\u00e9l lijkt op de heldin in Lucifer.<\/p>\n<p>Diezelfde vrouw, een fictioneel &#8216;antwoord&#8217; op Marina Schapers, is nog v\u00f3\u00f3r Palmen door respectievelijk Hugo Claus en Harry Mulisch onverwisselbaar vereeuwigd. Mij kwam ter ore dat Nootebooms redactrice bij De Bezige Bij, Suzanne Holtzer, bij de presentatie van Nootebooms verhalenbundel de fragmenten van de vier schrijvers aaneengelast heeft en de vrouwennaam vervangen door die van Nootebooms personage &#8216;Paula&#8217;. Die montage heb ik opgevraagd en binnen dat estafetteverhaal leest Nootebooms versie van deze muze als een aemulatio. Helemaal als je daarna zijn tweeluik &#8216;Paula&#8217; en &#8216;Paula II&#8217; leest, het eerste deel vanuit de ik-persoon, het tweede vanuit Paula, die als geest door hem opgeroepen is.<\/p>\n<p>Welzeker is dit Paula-tweeluik een &#8216;antwoord&#8217;, alleen niet op Palmens Lucifer. In Rode regen rept hij van &#8216;het gevoel van verraad&#8217; toen hij het kerkhof verliet waar zij begraven was. &#8216;De levenden laten de doden achter in hun voortdurende nacht,&#8217; schrijft hij wat bitter. Het Paula-tweeluik is zijn poging die cesuur, gesteld door de overgang van leven naar dood, op te heffen, &#8216;Paula&#8217; weer levend te maken (binnen het verhaal) en haar zo nabij mogelijk te komen, nabijer dan mogelijk was tijdens haar raadselachtige leven. Zijn uitgangspunt bij dit &#8216;onderzoek&#8217; is concreet &#8211; hij bekijkt een oude foto &#8211; waarna de reis kan gaan beginnen, een reis door de geest, om &#8211; als ik me ook eens een metafoor mag permitteren &#8211; uiteindelijk in dat verinnerlijkte, drukke treinstation te belanden waar de dienstregeling in een verzonken dode taal gesteld is en waar al die werelden ooit door hem bezocht, samenkomen. Zo&#8217;n plaats waar alle lees- en levenservaringen, alle observaties, indrukken, verdrongen herinneringen, tekens van gene zijde op hun plaats k\u00fannen vallen in het magische ritueel dat schrijven op z&#8217;n Nootebooms heet: zowel een verscherpte manier van denken, waarbij de gedachten elkaar achtervolgen; een vorm van bidden zonder God, als het opensnijden van de dichtader.<\/p>\n<p><b>Ze blijven rondwaren<\/b><br \/>Waargebeurd of psychologisch realisme, dat interesseert Nooteboom natuurlijk geen zier. Schrijven geschiedt op de ranke vleugels der verbeelding, teneinde iets onzegbaars te vangen dat tot het rijk van de ongekende mogelijkheden behoort. In Margot Dijkgraafs hulpvaardige inleiding Nooteboom en de anderen zegt hij: &#8216;Als het net zo goed echt waar had kunnen zijn, als er niet raffinement, dubbele bodems, spelonken, uitwijkmogelijkheden, toespelingen, onmogelijkheden in voorkomen, dan boeit het mij niet. Het moet fabelachtig zijn, in de letterlijke zin van het woord.&#8217;<\/p>\n<p>Anything goes. Geen wonder dus dat in &#8216;s Nachts komen de vossen een oude bekende als Inni Wintrop (uit Rituelen en Een lied van schijn en wezen) opduikt. Levenden, doden, vroegere personages, de prille schrijversgestalte van de ik in wie hij zich niet meer herkent; ze blijven rondwaren. Nooteboom sp\u00e9\u00e9lt daarmee, als met spinrag. Zoals hij in &#8216;Heinz&#8217; dat twee\u00ebntwintigjarige meisje het levenseinde van Marina Schapers geeft, om die in haar Paula-gestalte meer in stijl samen met haar geliefde bij een hotelbrand te laten omkomen.<\/p>\n<p>Vaak dient het spel een hoger doel: om een angst of een andere diepgelegen emotie bij de ik-persoon te onthullen. Zo herinnert Paula zich hem, toen hij &#8216;s nachts in doodsangst opstond. Iedere nacht weer, op het ogenblik dat hij niet meer wilde leven. Paula: &#8216;En toen zei je iets wat ik nooit ben vergeten. &#8216;s Nachts komen de vossen. Ooit, toen je nog een kind was, had jouw grootmoeder dat tegen je gezegd, en je had het altijd onthouden.&#8217;<\/p>\n<p>Die omgang is geen eenrichtingsverkeer. Het harde, manisch aandoende lachen (&#8216;Hauw! Hauw!&#8217;) van die altijd vrolijke en levenslustige Paula ziet de ik-persoon nu na al die jaren zo: &#8216;Hauw. Maar het betekende altijd au.&#8217;<\/p>\n<p><b>Eerst een ronde bedrog<\/b><br \/>Die pijn weerklinkt ook op een andere manier in Nootebooms proza: in de grote geladenheid. Scheppen gaat, vermoed ik daarom, na al die jaren nog steeds van au bij hem. Altijd weer zegt hij in interviews dat het leven dat hij leidt &#8211; deels opgeslokt door reizen &#8211; voorkomen heeft dat hij een tweemaal zo groot oeuvre heeft. Dat kan. Maar een andere verklaring kan zijn dat iemand die zo op het scherp van de snede schrijft, almaar guerrilla-aanvallen van zijn extreme zelfkritiek afwerend, dat uit zelfbehoud niet constant kan doen. Ook Connie Palmen signaleert die worsteling in zijn werk. In haar voorwoord bij de heruitgave van Nootebooms meest gekwelde roman, De ridder is gestorven, schrijft ze: &#8216;Soms zit het verborgen in een passage, soms in een hele roman, maar iedere schrijver die ertoe doet biedt ergens in zijn werk een inkijk in zijn worsteling met de literatuur.&#8217;<\/p>\n<p>Nooteboom heeft de literatuur te lief om niet het beste te willen geven. Dat leidt in &#8216;s Nachts komen de vossen tot zulke zelfcorrectie bij een zo\u00ebven door hem gegeven psychologische duiding van een personage: &#8216;Is dit te makkelijk? Vast en zeker, maar wat voor methodes hebben we eigenlijk om in het leven van een ander door te dringen, om geheimen te decoderen, gedachten te ontrafelen, achter maskers te kijken? De armoe die we ge\u00ebrfd hebben van slechte films of al dan niet betere romans, de psychoclich\u00e9s van tijdschriften, denkbeeldige divans waar we zelf nooit op zouden willen liggen, spiegels waarin geen enkele waarheid zichtbaar wordt omdat het liegen altijd sterker is.&#8217;<\/p>\n<p>Nootebooms verhalen hebben ook iets demonstratiefs. Zoals Proust zijn madeleine had, heeft Nootebooms &#8216;ik&#8217; een foto die van alles bij hem opwekt. &#8216;Heinz&#8217; opent zo: &#8216;Eerst een ronde bedrog. Ik kijk naar een foto van een groep mensen, waar ik zelf tussen sta. Nu moet ik doen of ik mijzelf en die anderen niet ken. Wat zie ik dan?&#8217; Aan het einde van het eerste hoofdstukje zegt hij: &#8216;Ik heb die fictie van het bedrog dus niet lang volgehouden, ik ken ze wel degelijk. Waarom dan toch geprobeerd? Mag ik dat straks vertellen, aan het einde?&#8217;<\/p>\n<p>Die vraag raakt uit zicht tijdens de evocatie van Heinz&#8217; tragische leven, omgeven als die is door &#8216;een nimbus van rampspoed&#8217;. Maar uiteindelijk stelt de verteller vast dat de foto die hij voor ons geestesoog &#8216;gelezen&#8217; heeft, van een geschiedenis voorzien, voor een ander van generlei betekenis zou zijn geweest. Laat staan dat een ander zo&#8217;n foto had kunnen ontraadselen. Waarom? Omdat de verteller bij Heinz&#8217; leven betrokken was, omdat hij de geschiedenis kende. De mens de mens een raadsel, is de navrante strekking. &#8216;Wij zijn onze geheimen en als het goed is nemen we ze mee naar waar niemand erbij kan.&#8217;<\/p>\n<p><i>Cees Nooteboom, \u2018\u2019s Nachts komen de vossen\u2019, De Bezige Bij, 158 pagina\u2019s, \u20ac 18,90<br \/>Cees Nooteboom, \u2018De ridder is gestorven\u2019, voorwoord Connie Palmen, De Bezige Bij, ?168 pagina\u2019s, \u20ac 15,\u2013<br \/>Margot Dijkgraaf, \u2018Nooteboom en de anderen\u2019, De Bezige Bij, 71 pagina\u2019s, \u20ac 15,\u2013<\/i><\/p>\n<\/p><\/div>\n<p>\u00a0<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In \u2019s Nachts komen de vossen, de nieuwe verhalenbundel van Cees Nooteboom, probeert de schrijver het verraad aan de doden goed te maken. Dat gebeurt in indringend en geestig proza dat in je hoofd blijft spoken.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[95,97,177],"tags":[783,2175],"acf":[],"author_name":"Jeroen Vullings","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/96773"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=96773"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/96773\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jeroen Vullings","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=96773"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=96773"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=96773"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}