
 {"id":96643,"date":"2009-03-28T00:00:00","date_gmt":"2009-03-27T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/granatentijd\/"},"modified":"2009-03-28T00:00:00","modified_gmt":"2009-03-27T22:00:00","slug":"granatentijd","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/granatentijd\/","title":{"rendered":"Granatentijd"},"content":{"rendered":"<p>Non-fictie \/ Nijmegen 1944<\/p>\n<p>Nijmegen is nooit erg goed geweest in geschiedenis. En in rekenen ook al niet. In 1930 vierde de Waalstad haar 700-jarig bestaan. In 1955 werd met festiviteiten herdacht dat de stad 1850 jaar bestond, en 2005 stond geheel in het teken van de viering van &#8216;2000 jaar Nijmegen&#8217;. Dit lijkt misschien een onschuldig historiografisch balletje-balletje, bedacht door stadsbestuurders belust op cultuurtoeristische winst, maar de werkelijkheid achter deze geschiedkundige verwarring is ingewikkelder. Die verwarring heeft alles te maken met de trauma&#8217;s die Nijmegen aan de Tweede Wereldoorlog heeft overgehouden. Ze zijn geworteld in twee gebeurtenissen: in een blunder van de Amerikaanse luchtmacht, die de stad op 22 februari 1944 bombardeerde en het historische centrum grotendeels verwoestte. En in operatie Market Garden, de geallieerde luchtaanval die Nijmegen in september 1944 weliswaar als een van de eerste grote steden in Nederland bevrijdde, maar de stad ook zes maanden lang tot frontstad maakte, een periode die in Nijmegen met een gruwelijk mooie term &#8216;de granatentijd&#8217; wordt genoemd.<\/p>\n<p>Deze twee paradoxale tragedies (een desastreus geval van friendly fire en een vernietigende bevrijding) hebben de naoorlogse omgang met het eigen verleden behoorlijk gecompliceerd, zo blijkt uit de studie Nijmegen &#8217;44 van de historicus Joost Rosendaal. De auteur zou het eerste exemplaar van zijn boek tijdens de vijfenzestigste herdenking van het geallieerde bombardement op 22 februari jongstleden aan Premier Balkenende overhandigen, maar die zat helaas in Berlijn om met zijn Europese collega&#8217;s over de economie te praten.<\/p>\n<p>Hoe begrijpelijk ook, Balkenendes afwezigheid in de na de oorlog herbouwde Sint Stevenskerk was symbolisch voor de vergeefse pogingen van Nijmegen om offici\u00eble erkenning te krijgen voor het uitzonderlijke noodlot dat in 1944 toesloeg. Nog nooit heeft een Nederlandse minister-president een offici\u00eble herdenking van het 22 februari-bombardement bijgewoond. Merkwaardig, want op deze ene dag kwamen bijna achthonderd burgers om, raakten duizenden gewond en werden talloze gebouwen in het middeleeuwse stadshart weggevaagd. De Nijmeegse rampdag past moeiteloos in de top-drie van twintigste-eeuwse nationale catastrofes, samen met de Watersnoodramp en het Duitse bombardement op Rotterdam.<\/p>\n<p>&#8216;Vergissing&#8217;<\/p>\n<p>Rosendaal schreef in feite drie kleinere studies. In de eerste pakweg honderd pagina&#8217;s gaat het om de toedracht van het fatale bombardement, dat ten onrechte wel als &#8216;vergissingsbombardement&#8217; te boek staat. Rosendaal toont overtuigend aan, in afwijking van eerdere historische interpretaties van onder anderen Loe de Jong, dat het Amerikaanse eskadron bommenwerpers, na van een missie boven Duitsland te zijn teruggeroepen, in het Nijmeegse station een geschikte target of opportunity gevonden meende te hebben. Die kwestieuze inschatting, in combinatie met een onzorgvuldige uitvoering door onervaren piloten en bommenrichters, had fatale gevolgen. De verbijstering en het onbegrip over de gebeurtenissen van die dag hebben in de loop der tijd geleid tot allerlei complottheorie\u00ebn en zelfs tot speculaties over opzet.<\/p>\n<p>In een tweede stuk behandelt Rosendaal de gevolgen voor Nijmegen van Operatie Market Garden, die begon op 17 september 1944. Een halfjaar lang werd Nijmegen daarop tot frontstad, dat wil zeggen toneel van eindeloze gevechten en granaatbeschietingen, met op enig moment een geallieerde troepenconcentratie van niet minder dan 470.000 man. In die periode raakten nog eens zo&#8217;n duizend huizen zwaar- en meer dan vijftienduizend lichtbeschadigd. Het aantal burgerslachtoffers in die maanden overtrof zelfs dat van het 22 februari-bombardement.<\/p>\n<p>In het derde stuk (bijna de helft van zijn boek) gaat Rosendaal in op de moeizame en frustrerende geschiedenis van hoe Nijmegen na de oorlog heeft geprobeerd het rampjaar 1944 te herdenken en te verwerken. Toegegeven, het was ook danig ingewikkeld om te bepalen wie het beste wat op welke datum kon herdenken en bij wie daarna de rekening kon worden neergelegd. Er was het voormalige verzet, er was de nationale herdenking op 4 en 5 mei, er waren vijfhonderd vermoorde Nijmeegse Joden, er waren de Amerikaanse en Britse bevrijders van 17 september en er waren de duizenden nabestaanden van de burgerslachtoffers van het 22 februari-bombardement en de daaropvolgende &#8216;granatentijd&#8217;. Voeg daarbij de tegenstellingen tussen katholiek en protestant, tussen gemeente en het Rijk, tussen Vietnam-protest en huldiging van de Amerikaanse bevrijders, tussen beroepshistorici en lokale amateurs, en je hebt een onontwarbare kluwen van verdriet, dankbaarheid en woede.<\/p>\n<p>Impliciet aan de orde komt de vraag: van wie is eigenlijk de geschiedenis en wie draagt er de verantwoordelijkheid voor dat die geschiedenis recht wordt gedaan? Is dat de overheid, en zo ja welke overheid? Zijn dat maatschappelijke groeperingen zoals politieke partijen en kerkgenootschappen? En wat is de rol van de verbeelding, zoals die de geschiedenis in herdenkingsmonumenten, televisieprogramma&#8217;s en films laat herleven?<\/p>\n<p>Het antwoord dat in deze boeiende kroniek besloten ligt, is misschien dat geschiedschrijving en herdenking twee elkaar aanvullende vormen van erkenning zijn. Enerzijds is het aan historici om aan de hand van research en met steeds voortschrijdend inzicht de vermoedelijke waarheid te reconstrueren. Anderzijds is het aan ieder persoonlijk, al dan niet samen met anderen, om zich als mede-eigenaar van de geschiedenis daarover te ontfermen. Overheden hebben daarbij niet een bepalende, maar eerder een faciliterende verantwoordelijkheid.<\/p>\n<p>Joost Rosendaal, \u2018Nijmegen \u201944. Verwoesting, verdriet en verwerking\u2019, Vantilt, 336 p., \u20ac 19,50<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Historicus Joost Rosendaal werpt nieuw licht op het \u2018vergissingsbombardement\u2019 van Nijmegen en op de problematische herdenkingsgeschiedenis van de afgelopen 65 jaar.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Maarten Asscher","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/96643"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=96643"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/96643\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Maarten Asscher","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=96643"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=96643"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=96643"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}