
 {"id":96345,"date":"2009-04-04T00:00:00","date_gmt":"2009-04-03T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/groot-denken\/"},"modified":"2009-04-04T00:00:00","modified_gmt":"2009-04-03T22:00:00","slug":"groot-denken","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/groot-denken\/","title":{"rendered":"Groot Denken"},"content":{"rendered":"<p>Filosofiespecial<\/p>\n<p>Waarom brengt de vraag wie volgens MIJ de grootste, nu levende denker is, mij in verlegenheid? Het kost me geen moeite een dozijn namen te noemen van filosofen uit het tijdvak tussen pakweg Herakleitos en Heidegger die bepalend zijn geweest voor onze cultuurgeschiedenis. Ook is het niet zo moeilijk boeken van tijdgenoten te noemen die mij persoonlijk diep hebben geraakt of ge\u00efnspireerd, zoals &#8211; ik doe een tamelijk willekeurige greep &#8211; Richard Dawkins&#8217; The Selfish Gene, Bruno Latours Nous n&#8217;avons jamais \u00e9t\u00e9 modernes of Vom Subjekt zum Projekt. Menschwerdung van Vil\u00e9m Flusser. Maar kunnen we de auteurs grote denkers noemen? Dawkins&#8217; boek is toch vooral een knappe, maar nogal eenzijdige popularisering van een neodarwinistische traditie, terwijl Latours techniekfilosofische blik te smal is om als hem als &#8216;groot denker&#8217; in de klassieke betekenis te typeren. En Flusser diskwalificeert zich door alweer jaren dood te zijn.<\/p>\n<p>Nu sluit ik niet uit dat ik niet in staat ben de groten onder mijn tijdgenoten te herkennen. Waar afstand in de ruimte de dingen kleiner maakt, maakt afstand in tijd de dingen groter en gemakkelijker te ontwaren. Toch lijkt mij hier niet uitsluitend sprake van een subjectief onvermogen. We moeten de mogelijkheid onder ogen zien dat het tijdperk van de Grote Denkers op zijn eind loopt en misschien al voorbij is. Dit vermoeden wordt niet zozeer ingegeven door cultuurpessimistische sentimenten, maar veeleer door de explosieve groei van de collectieve intelligentie. Twee verschijningsvormen daarvan springen in het oog.<\/p>\n<p>Om te beginnen is wetenschap de afgelopen eeuw steeds minder een zaak geworden van geniale individuen, en getransformeerd tot bedrijfsmatig georganiseerde research. Waar Darwin zo ongeveer in zijn eentje het wereldbeeld kon transformeren, wordt moleculair-biologisch onderzoek tegenwoordig in teamverband verricht in grootschalige, internationaal georganiseerde onderzoeksprogramma&#8217;s zoals het Human Genome Project. Newton heeft ooit opgemerkt dat hij verder kon kijken dan anderen, omdat hij op de schouders stond van reuzen als Aristoteles, Plato en Archimedes. Inmiddels verschijnen er ruim 1,25 miljoen wetenschappelijke artikelen per jaar en is het dringen op die schouders. In verhouding tot de reusachtige hoeveelheid collectieve kennis lijken individuele denkers tot  dwergachtig formaat te verschrompelen. De vaak overdreven nadruk die tegenwoordig op de individualisering wordt gelegd, is de keerzijde van, en verhult, het fundamentele collectivisme dat aan onze hoogtechnologische cultuur eigen is.<\/p>\n<p>Eenzelfde tendens tekent zich af in de sociale wetenschappen en zelfs in de geesteswetenschappen, waarin idiosyncrasie zich langer dan elders heeft weten te verschansen. Ook filosofen organiseren zich nu in onderzoeksprogramma&#8217;s, -instituten en -scholen en beconcurreren elkaar in de strijd om onderzoeksgelden met een overmaat aan tijdschriften en conferenties die de daarvoor vereiste &#8216;output&#8217; garanderen. De denker van weleer is een netwerkende specialist geworden. En dit is nog slechts het begin.<\/p>\n<p>De explosieve groei van de collectieve intelligentie wordt nergens zo duidelijk zichtbaar als op het internet. Een nog tamelijk primitieve vorm daarvan zijn sites als Wikipedia, die nog min of meer fungeren als de klassieke encyclopedie: ze blijven een passief opslagmedium voor de producten van de menselijke geest. En dat geldt ook voor de biologische databases op het internet die al meer dan 170 miljard genen van duizenden organismen bevatten.<\/p>\n<p>Op dit moment staan we aan het begin van een volgend stadium in de ontwikkeling van de hive mind, waarin de door talloze individuen ingevoerde &#8216;data&#8217; worden onderworpen aan uiteenlopende vormen van data mining en kunstmatige intelligentie. Web 2.0-toepassingen zoals Amazon werken reeds op die manier: uit de waarderingen, recensies en het koopgedrag van de kopers wordt nieuwe kennis gegenereerd, waardoor we nieuwe dingen leren over onze eigen preferenties (&#8216;Kopers die boek x waardeerden, kochten ook boek y&#8217;). Zo kan men zich ook een Wittgenstein 2.0 website voorstellen, waarin zijn twintigduizend nagelaten aantekeningen en het veelvoud van commentaren daarop met behulp van &#8216;slimme algoritmen&#8217; de gebruikers tot nieuwe inzichten voert (zie  www.vn.nl voor het HyperWittgensteinproject). Hier worden niet alleen de producten van de menselijke geest in een extern medium opgeslagen, maar worden ook aspecten van het denken zelf &#8216;geoutsourced&#8217;.<\/p>\n<p>Moeten we blij zijn met deze ontwikkelingen? Waarschijnlijk is het een onvermijdelijk proces in een tijd waarin de kwantiteit en complexiteit van kennis de individuele geest steeds meer te boven gaat. Wie geneigd is de wisdom of the crowds hoog te schatten, zal dit toejuichen. Maar gezien de vele vormen die de stupidity of the crowd kan aannemen, behoort ook de georganiseerde middelmaat of gedachteloosheid tot de mogelijkheden. Groot Denken vereist eigenzinnigheid. Misschien is het wachten op het moment dat Wittgenstein 3.0 dankzij een vleugje kunstmatig leven  voor zichzelf gaat denken. Wie weet schopt die het dan tot de Grootste Denker van het jaar 2078.<\/p>\n<p>Jos de Mul (1956) is hoogleraar filosofie van mens en cultuur aan de Erasmus Universiteit<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>We moeten de mogelijkheid onder ogen zien dat het tijdperk van de Grote Denkers op zijn eind loopt en misschien al voorbij is. Wetenschap is steeds minder een zaak van geniale individuen.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27,405],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Jos de Mul","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/96345"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=96345"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/96345\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jos de Mul","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=96345"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=96345"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=96345"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}