
 {"id":94871,"date":"2009-05-16T15:57:00","date_gmt":"2009-05-16T13:57:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/luuk-van-middelaar-we-zitten-erin-en-we-kunnen-er-niet-uit\/"},"modified":"2009-05-16T15:57:00","modified_gmt":"2009-05-16T13:57:00","slug":"luuk-van-middelaar-we-zitten-erin-en-we-kunnen-er-niet-uit","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/luuk-van-middelaar-we-zitten-erin-en-we-kunnen-er-niet-uit\/","title":{"rendered":"Luuk van Middelaar: &#8216;We zitten erin en we kunnen er niet uit&#8217;"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>De grote partijen staan halfhartig tegenover Europa, vindt politiek filosoof Luuk van Middelaar, die er een boek over schreef. Aan de &#8216;dwang van de unie&#8217; is alleen te ontsnappen door eruit te stappen, laten politici dat maar eens eerlijk zeggen. &#8216;Leg het maar voor.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Bovenop de heuvel van de Brusselse deelgemeente Vorst, zevenhoog in een statig appartementengebouw uit de jaren dertig, woont politiek filosoof Luuk van Middelaar. Achter het panoramaraam ontvouwt het oerwoud Brussel zich weldadig overzichtelijk. Wie een hang naar symboliek heeft, kan denken dat Van Middelaars woonplek zijn ambitie uitdrukt als onafhankelijk intellectueel het Europese strijdgewoel vanuit de hoogte gade te slaan. Jarenlang zat hij dicht op het politieke toneel, eerst als medewerker van eurocommissaris Frits Bolkestein, later als assistent van VVD-fractievoorzitter Jozias van Aartsen. In maart 2006 verliet hij de politiek en keerde hij terug in de moederschoot van de filosofie. Hij stortte zich op de voltooiing van zijn proefschrift over de decennialange geboortestuipen van de Europese samenwerking.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>De passage naar Europa, het kloeke boek waarop de filosoof deze week in Amsterdam promoveert, biedt weinig hapklare argumenten voor wie zijn afkeer van of liefde voor Europa wil staven. Met zijn even doorwrochte als meeslepende studie grijpt Van Middelaar hoger. Zijn these is dat de beschouwers van Europa de blik steeds de verkeerde kant op richten. Op de binnensfeer van Brusselse instellingen, die hun macht tot woede van de eurosceptici almaar vergroten en waarvan de eurofielen juist dromen dat ze ons ooit het beloofde land van een federaal Europa in zullen voeren. Of op de buitensfeer van de natiestaten die tot vreugde van de Brusselhaters en verdriet van de Europese vriendenclub volharden in het najagen van nationale belangen. Maar beide kampen zien niet dat tussen instellingen en lidstaten een tussenruimte is ontstaan, waar het Europese spel zich volgens Van Middelaar werkelijk afspeelt.<\/p>\n<p><i>Nogal schimmig, die tussenruimte. Wat bedoelt u er precies mee?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Daar opereren nationale politici in hun Europese hoedanigheid. Het is zo ongrijpbaar omdat het een wereld is van dubbelrollen. Balkenende zit als Nederlandse premier aan tafel bij een vergadering met zijn zesentwintig collega&#8217;s in de Europese Raad, maar als hij thuiskomt en een besluit moet verdedigen, spreekt hij in de Tweede Kamer of op een persconferentie ook namens Europa.&#8217;<\/p>\n<p><i>De Europese tafel waar de nationale politici gezamenlijk aanschuiven, noemt u &#8216;een formidabel vehikel&#8217;. Wat is er zo fantastisch aan?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;De betekenis ervan was niet voorzien. De gedachte van de oprichters van de gemeenschap was: een gedeelte van onze onderlinge betrekkingen halen we uit ons eigen nationale systeem en brengen we onder in een verdrag &#8211; eerst de mijnbouw, later kwamen industrie en landbouw erbij. En dan zetten we een Commissie neer om daarover te besluiten. Tijdens de kolencrisis in de jaren vijftig ontdekte die commissie al dat ze niet met de regels van het verdrag uit de voeten kon. Ze moest terug naar de nationale ministers. De dwang van de tafel die zij ervoeren, zie je prachtig aan de crisis van de lege stoel. Frankrijk liep op 1 juli 1965 weg van de Brusselse tafel en bleef zeven maanden lang weg. Dat werd als een schok ervaren door mensen die zich helemaal met de Europese instellingen hadden ge\u00efdentificeerd. Commissaris Mansholt, de Nederlander die de Europese landbouwpolitiek vormgaf, zei dat het de grootste ramp was sinds Hitler. Hij had het idee dat het hele Europese vredesproject werd bedreigd. De Gaulle vond: onze stoel is leeg, dus alles wat ze daar besluiten, geldt niet. Maar de vijf landen die nog aan tafel zaten, bleven beslissingen nemen. En het werkte toch. Frankrijk zag zich gedwongen weer de stoel in te nemen.&#8217;<\/p>\n<p><i>Waarom?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;De concrete aanleiding was dat De Gaulle eind 1965 bij de verkiezingen de steun verloor van de Franse boeren, bijna een vijfde van het electoraat. Zij waren bang dat het landbouwbeleid in elkaar kukelde. Als groot nationaal figuur en oorlogsheld won hij niet meteen in de eerste ronde. Daarna liet hij aan de andere vijf landen weten dat hij wilde praten over hoe de crisis op te lossen. Op een meer abstracte manier kun je zeggen dat de economische belangen van de zes landen al sterker vervlochten waren dan ze hadden vermoed. Frankrijk kon zich niet permitteren daarbuiten te blijven. Dat noem ik de dwang van de tafel. Die gaat soms met hoogoplopende ruzies gepaard, maar je zit er wel in en je kunt er niet uit. En veel landen die er niet aan zitten, willen maar wat graag aanschuiven.&#8217;<\/p>\n<p><i>Dat Europa in 1992 een Unie in plaats van een Gemeenschap werd, ziet u als een cruciale stap in de uitbouw van de tussenruimte. Hoezo?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Na de val van de Muur zag de wereld er heel anders uit. De lidstaten moesten hun samenzijn op een nieuwe grondslag vesten. De Fransen stemden in met de Duitse vereniging. De Duitsers gingen in ruil akkoord met een munt-unie. Toen schreven Kohl en Mitterrand samen een brief met de boodschap dat het moment voor een Unie was gekomen. Anderhalf jaar later werd in Maastricht een akkoord gesloten. Naar mijn idee is het verschil tussen de Gemeenschap, in hoofdzaak een bureaucratie die zich moest richten naar de tekst van het verdrag, en de Unie, meer een politiek samenwerkingsverband, zeer onderschat. Jacques Delors, toen de baas van de Commissie, van de binnensfeer, was er niet voor niets ongelukkig mee. Hij dacht: ik heb geen zin overkoepeld te worden door een Unie. Ik heb liever dat de gemeenschap wat groter wordt en we alle dingen die we samen gaan doen, zoals buitenlandse politiek en justitie, in het modelletje proppen dat we al sinds 1951 hebben. Maar het lukte hem niet het tegen te houden. Een gezamenlijk optreden in de wereld &#8211; te beginnen in de eigen achtertuin van Oost-Europa &#8211; was onontkoombaar geworden en men moest manieren vinden om dat te doen buiten het strakke korset van de gemeenschap. In een verdrag staat niet wat je moet doen als er een oorlog uitbreekt in Joegoslavi\u00eb of als de Poolse economie instort.&#8217;<\/p>\n<p><i>Lubbers verijdelde op de top van Maastricht dat de Unie een rechtspersoon werd. Wat dreef hem?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Het Nederlandse denken was: het goede Europa is dat van de gemeenschap. Het verdrag beschermt ons tegen de grillen en luimen van de grote landen, met name Frankrijk. En we zijn goed in het behartigen van onze belangen in de Brusselse bureaucratie, we hebben goede ambtenaren. De Unie was een nederlaag. Die moest Lubbers slikken, want als voorzitter van de top wilde hij ook dat er resultaat kwam. Maar wat hij wel kon doen, was zorgen dat de Unie geen juridisch bestaan had, in de hoop dat het ding van voorbijgaande aard was en bij een volgende verdragswijziging weer zou verdwijnen.&#8217;<\/p>\n<p><i>U zegt dat het permanente gesprek tussen de ministers dat de Unie institutionaliseerde het clubgevoel enorm bevorderde. Kunt u bewijzen geven van die saamhorigheid?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Dat speelt heel sterk op het niveau van de ambassadeurs. Die vergaderen wekelijks. Ze staan onder dwang om tot besluiten te komen. De ene keer wil jij iets gedaan krijgen, de andere keer ben je toeschietelijk voor de ander omdat er een hele stapel dossiers ligt die afgehandeld moeten worden. Je kunt niet alles naar de ministers doorschuiven, want die komen maar een dag per maand vergaderen. Anders loopt de hele boel vast. Bij de ambassadeurs is dat clubgevoel begonnen. Later ontstond het ook bij de ministers en de regeringsleiders. Die zien elkaar in elk geval vier keer per jaar. Zeker hoger in de pikorde van de Europese Raad is er een clubgevoel waar ook een dwang van uitgaat. Balkenende wilde tot elke prijs vermijden dat er een tweede referendum zou worden gehouden over de opvolger van de Europese grondwet, ook omdat hij geen zin had voor de tweede keer af te gaan voor zijn collega&#8217;s. Die grondwet is plechtig ondertekend door vijfentwintig regeringsleiders en drie kandidaten in Rome, in een prachtige zaal. Twee van de regeringsleiders lukte het niet het te laten ratificeren: Chirac en Balkenende. Chirac was vanaf dat moment aangeschoten wild in Europa, want hij had dat nee aan zijn been hangen. Chirac is vervangen door Sarkozy, maar Balkenende zit er nog. Die dacht: dat moeten we niet nog een keer hebben, zeker als ik zelf later nog wat wil in Europa.&#8217;<\/p>\n<p><i>De luister van de presentatie van de grondwet in Rome contrasteert u met de heimelijkheid waarmee het verdrag van Lissabon in een klooster is ondertekend. Het verschil tussen de twee teksten is gering. Is dat geen bedrog van de kiezer die nee heeft gezegd?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Ik zeg niet dat er geen verschil is, omdat de publieke geste waarmee je iets doet wezenlijk deel uitmaakt van wat het betekent. Juristen die de grondwet en het verdrag van Lissabon naast elkaar leggen, komen tot de conclusie dat ze inhoudelijk bijna hetzelfde zijn. Dat is ook de kritiek: we hebben nee gezegd, maar via een achterdeur is het nu toch weer binnengebracht. Je kunt zeggen dat de wijzigingen &#8211; de andere naam, geen verwijzing naar de symbolen van de Unie als vlag en volkslied, niet langer een minister van Buitenlandse Zaken, maar een hoge vertegenwoordiger &#8211; alleen maar cosmetisch zijn. Maar de cosmetiek behoort tot de essentie van de politiek. De waarheid zit heel vaak aan de oppervlakte. In het verdrag zie je dat de politiek het hoofd heeft afgewend nadat het publiek een enorme klap heeft uitgedeeld.&#8217;<\/p>\n<p><i>Ons volk, ons voordeel<\/i><\/p>\n<p>Het vermakelijkste deel van De passage naar Europa is gewijd aan de verwoede pogingen een Europees publiek te vinden. Van Middelaar onderscheidt drie strategie\u00ebn: ons volk, ons voordeel en onze besluiten. De stichters van het vroege uur hoopten de Europeanen te kunnen doordringen van de gedachte dat ze een lotsgemeenschap vormden. Vandaag de dag is de droom dat Nederlanders en Roemenen zich als leden van eenzelfde Europese volk beschouwen bij de meeste politici vervlogen. Pleitbezorgers van Europa pogen nu eerst en vooral duidelijk te maken dat het in ons economische voordeel is deel uit te maken van een groter verband. Ook trachten ze de burger het gevoel te geven dat de besluiten die in Europa genomen zijn uitdrukking geven aan zijn wil, bijvoorbeeld door de macht van het parlement te versterken.&#8217;<\/p>\n<p><i>Is de poging een Europa-gevoel bij de burger te scheppen nu echt definitief gestrand?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Politici zullen ermee doorgaan, omdat ze de noodzaak voelen namens Europa te praten tegen Poetin en Obama. Dat kun je uiteindelijk alleen maar doen als je dat namens de bevolking doet. De zoektocht naar publiek die elke politieke orde eigen is &#8211; politici zonder publiek zijn ambtenaren &#8211; is verbonden met de wil als Europa in de wereld op te treden. Voor bureaucratische politiek, rechte of kromme bananen of visquota, heb je maar in heel beperkte mate publiek nodig. Als het gaat om onze veiligheid of onze identiteit in de wereld, kom je in het domein van de politiek zonder regels. Hoe rechtvaardig je dan wat je besluit? Je kunt niet terugvallen op een verdrag, een afspraak of een belofte. Dat kan je alleen door verantwoording af te leggen aan een publiek.&#8217;<\/p>\n<p><i>Maar het scheppen van een Europese volksgevoel is tot mislukken gedoemd, schrijft u zelf.<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Hier en daar zijn dingen wel gelukt. De vlag, die er is gekomen dankzij een weergaloos semantisch compromis, door hem in een logo om te dopen. Je kunt ook niet volstaan met te zeggen: de Europeaan bestaat niet, er is geen Europees volk, einde verhaal. Elke collectieve identiteit is een resultaat van gezamenlijk doorgemaakte gebeurtenissen en van actieve identiteitspolitiek. Er zit altijd een blufelement in. Maar tegelijkertijd moet die bluf wel geloofwaardig zijn. Er is serieus voorgesteld een Europese sportploeg op te zetten in plaats van als landen naar de Olympische Spelen te gaan. Dat is typisch iets waarvan je je kunt voorstellen dat de mensen daar helemaal geen zin in hebben. Tegelijkertijd hangt die collectieve identiteit niet alleen af van dat soort actieve vormgeving, ook de geschiedenis blaast een deuntje mee. In de jaren zeventig verzuchtte een Franse politicus: er zijn geen Europeanen meer. In zijn jeugd duidde &#8220;Europeanen&#8221; net als &#8220;Amerikanen&#8221; en &#8220;Aziaten&#8221; de bewoners van een continent aan. De enige Europeanen waren nu nog de ambtenaren in Brussel. Dertig jaar was men bezig met de Europese samenwording, en intussen waren de mensen om wie het ging verdwenen. Nu is het weer meer dan drie decennia later, en is de situatie opnieuw veranderd.&#8217;<\/p>\n<p><i>In uw boek suggereert u dat als Europa weer grofweg samenvalt met het continent er een nieuwe kans ligt voor een Europees gevoel.<\/i><\/p>\n<p>&#8216;De categorie\u00ebn waar de wereld in de jaren zeventig was ingedeeld en waarin Europa niet zinvol was &#8211; West, Oost en Derde Wereld &#8211; zijn weer helemaal veranderd met het einde van de koude oorlog. Europa ziet zich steeds meer samenvallen met het continent, waardoor het minder absurd is dan dertig jaar geleden dat je Europeaan bent. Daarmee is het ook weer onderdeel geworden van de identiteit die mensen zeggen te hebben. Dat is een verandering die voor een klein deel bewerkstelligd is door het wapperen van vlaggen en het organiseren van verkiezingen en voor een groot deel door de gang van de geschiedenis.&#8217;<\/p>\n<p><i>PvdA-lijsttrekker Thijs Berman zegt dat Europa ons allemaal een dertiende maand oplevert. Hij kiest duidelijk voor de strategie &#8216;ons voordeel&#8217;. Is dat wijs?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Op zich is het legitiem en belangrijk dat je uitlegt dat bepaalde dingen in het belang van mensen zijn. De Romeinse strategie van brood en spelen is nogal populair, omdat die beide andere op moeilijkheden zijn gestuit. Wij hebben de tarieven voor mobiel telefoonverkeer omlaag gekregen en u kunt gratis pinnen in het buitenland. Maar er zitten twee fopelementen in. Weinig maatregelen die goed zijn voor een bepaalde groep hebben geen prijs voor een andere. Voor iemand die succesvol heeft ge\u00efnvesteerd in een supermarkt in Polen is de vergroting van de markt een zegen. Aan de andere kant van de arbeidsmarkt denkt een vrachtwagenchauffeur: die Polen pikken onze banen in. Leuk die dertiende maand, maar ik heb nu twaalf maanden een uitkering. Ten tweede weegt het voordeel vaak niet op tegen de ervaring van verlies van identiteit waar Europa voor zorgt en het gebrek aan democratische legitimatie dat het heeft.&#8217;<\/p>\n<p><i>De derde strategie, onze besluiten, lijkt ook niet erg goed te werken. De voorspelling is dat de opkomst historisch laag wordt, vijfendertig procent.<\/i><\/p>\n<p>&#8216;In Nederland kan het best een interessante campagne worden. Een aantal partijen zoals de SP en de PVV is met groot zelfvertrouwen uit het referendum gekomen. Ze hebben nu zin om de kiezers te winnen. De drie partijen die vroeger de grote waren &#8211; CDA, PvdA, VVD &#8211; zijn alledrie intern verdeeld over Europa en opereren halfhartig. Dan heb je nog D66 en GroenLinks die het oude verhaal in ere houden. Op de flanken heb je toch een heel boeiende strijd. Het is democratische vooruitgang dat de partijen die tegen Europa zijn zich ermee gaan bemoeien. Dergelijke partijen vertegenwoordigen een stem in de Europese politiek die er eerst niet was. Ze kunnen doorbreken dat het Europees Parlement alleen maar een koor is van goede bedoelingen en veel te weinig de wezenlijke vragen over de Europese politiek uitspeelt in het debat. Als de PVV veel kiezers krijgt, verhoogt dat de vertegenwoordigende kracht van het parlement en kan het zich bewijzen als democratisch forum.&#8217;<\/p>\n<p><i>De belangstelling van het publiek voor het Europees Parlement wordt steeds kleiner, terwijl zijn macht steeds meer toeneemt. Hoe verklaart u die paradox?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Dat het Parlement steeds meer macht kreeg, was omdat het daar om vroeg, maar ook omdat men dacht: als we het krediet geven, komen de kiezers wel. Dat heeft niet gewerkt, omdat het parlement onvoldoende in staat was om de kiezers te vertegenwoordigen. Mensen voelden heel goed aan dat daar niet de macht zat in de Europese politiek en dat het parlement mocht meepraten over de minder belangrijke dingen. Over buitenlandse politiek heeft het nog steeds niets te vertellen. De besluiten neemt de Europese Raad, maar die kan het weer niet ter verantwoording roepen, in elk geval niet wegsturen, terwijl het vertrouwensvotum toch het wapen is dat je als parlement hebt.&#8217;<\/p>\n<p><i>Heeft de PVV dan niet gelijk dat het EP een onding is?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Dat wordt niet alleen daar gezegd. Daarom heeft het ook zo lang geduurd voor het er kwam. Ik denk dat een senaat van nationale parlementen noodzakelijk is, omdat het Europees Parlement niet de Europese politiek kan dragen. Het heeft onvoldoende contact met de bevolking, maar vertegenwoordigt wel allerlei belangengroepen. Lobbyisten en ngo&#8217;s weten de weg te vinden. Het Parlement heeft zeker een nuttige rol in het interne machtsevenwicht. Het kan de commissie op de vingers kijken en let iets meer op dingen die de burgers raken, zoals de privacy als het gaat om de veiligheidsdiscussie. Dat speelt zich hier intern af, maar is onvoldoende om de brug te slaan met de kiezers. Daar zou een senaat van samenwerkende nationale parlementen een belangrijke rol in kunnen vervullen. In de opvolger van de grondwet staat dat de nationale parlementen samen mogen zeggen of een bepaald besluit al dan niet op Europees niveau moet worden genomen. Als eenderde van de parlementen bezwaar maakt, moet het worden ingetrokken. Dat betekent dat het nationale publiek in Den Haag of Parijs of Berlijn terecht kan om te demonstreren tegen Europese wetten.&#8217;<\/p>\n<p><i>Europa is al zo gecompliceerd. Met nog een extra instelling, de senaat, wordt het er niet helderder op.<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Het argument van ondoorzichtigheid is altijd gebruikt door het Europees Parlement om tegen te houden dat er nog een instelling bij zou komen. Dat dient vooral de status quo die al ondoorzichtig is. Als je denkt dat je het toch anders moet doen, kun je een senaat proberen. Die ondoorzichtigheid zit minder in het organogram van al die instellingen, het zit meer in het gevoel dat de besluiten worden genomen door mensen die je niet kent. Als je nationale parlementari\u00ebrs hebt die een bepaalde stem weten te vertolken, schept dat een directere band tussen de Europese politiek en het nationale publiek.&#8217;<\/p>\n<p><i>Het gezonde volksgevoel is dat Europa de nationale soevereiniteit bedreigt. Is het inderdaad niet zo dat het Nederlandse parlement weinig meer te zeggen heeft als een minister met een beslissing thuiskomt van een Brusselse Raad?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Het parlement roept de minister naar de Kamer voordat er een Raad is. Dan kan er een debat zijn over de plannen. De Kamer kan zeggen: wij willen absoluut dat dit of dat geregeld wordt. Wat kan het parlement doen als de minister thuiskomt met de boodschap dat het niet gelukt is? Heel weinig. Het besluit is dan genomen. Je kunt weinig meer dan de minster naar huis sturen.&#8217;<\/p>\n<p><i>Dat betekent dus dat het parlement over veel Brusselse besluiten weinig zeggenschap heeft.<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Als minister Eurlings in de transportraad zit, brengt hij punten in die hij heeft meegekregen uit de Tweede Kamer. Die weet helemaal niet wat er aan het besluit is voorafgegaan, maar kijkt gewoon wat het is en ziet dan rare kronkels. Eurlings kan tegen zijn collega-transportministers zeggen: ik heb een groot probleem met mijn parlement, dit of dat moet gewoon geregeld worden. Men probeert er altijd uit te komen. Die andere ministers die aan tafel zitten, hebben thuis ook een parlement. Ze weten dat zij daar morgen gedonder mee kunnen krijgen, en daarom helpen ze elkaar altijd.&#8217;<\/p>\n<p><i>Toch zal de minister niet altijd zijn zin krijgen. Dan rolt er een besluit uit waar het nationale parlement niet achter staat. De minister naar huis sturen, verandert niets aan het besluit.<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Nee. Maar dan moeten we nog verder redeneren. Je kan de minister wegsturen. Die krijgt dan een opvolger. Maar ook die zegt: ik kan er niets aan doen. Als de Kamer in een pesthumeur is, dwingt ze het kabinet af te treden. Dat maakt indruk bij de collega&#8217;s in Brussel. Die gaan wellicht nadenken over uitzonderingen en overgangstermijnen. Tussen ja en nee zijn altijd heel veel variaties. Je vergadert nooit over een ding tegelijk. Je hebt al snel een heel spel van geven en nemen. Maar in het vrij onwaarschijnlijke scenario dat alle zesentwintig iets blijven willen dat Nederland niet wil en de Kamer het kabinet laat vallen, zal ook een nieuwe regering het niet voor elkaar krijgen. Dat is dan een harde manier om ook de kiezers de dwang van de tafel te laten voelen. Jongens, we zitten erin en we kunnen hier niet onderuit. De enige uitweg is eruit stappen. Als de bevolking die keuze krijgt, denk ik dat er toch een zekere schrik zal zijn om er buiten te staan. We zitten er al sinds 1951 bij. Een wereld buiten Europa kunnen we ons niet meer voorstellen. Ik zou zeggen: leg het maar voor.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<p>\u00a0<\/p>\n<p>\u00a0<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De grote partijen staan halfhartig tegenover Europa, vindt politiek filosoof Luuk van Middelaar, die er een boek over schreef. Aan de &#8216;dwang van de unie&#8217; is alleen te ontsnappen door eruit te stappen, laten politici dat maar eens eerlijk zeggen. \u2018Leg het maar voor.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[47,155,171,153],"tags":[2115,783],"acf":[],"author_name":"Tomas Vanheste","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/94871"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=94871"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/94871\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Tomas Vanheste","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=94871"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=94871"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=94871"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}