
 {"id":94741,"date":"2009-05-23T00:00:00","date_gmt":"2009-05-22T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/iedereen-heeft-hier-vijanden\/"},"modified":"2009-05-23T00:00:00","modified_gmt":"2009-05-22T22:00:00","slug":"iedereen-heeft-hier-vijanden","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/iedereen-heeft-hier-vijanden\/","title":{"rendered":"Iedereen heeft hier vijanden"},"content":{"rendered":"<p>Reportage \/ De dilemma\u2019s van Uruzgan<\/p>\n<p>In Uruzgan heeft de week een extra dag, een dag die elke week lukraak wisselt en nu eens op een dinsdag, dan weer op een vrijdag valt. Die dag is security day, veiligheidsdag, de enige dag waarop de weg veilig is voor de konvooien die de bevoorrading verzorgen van de Amerikaanse legerbases, de provinciale regering en de markten. Benzine, rijst, cement, staal, groenten, reserveonderdelen &#8211; alles komt via deze weg door de steppen en bergen van de gewelddadige provincies Kandahar en Helman. Een stofwolk boven de heuvels van de Zuid-Afghaanse provincie kondigt aan dat die dag is aangebroken: al van verre is de eindeloze colonne vrachtwagens, pickups en taxi&#8217;s te zien. Zo&#8217;n honderd voertuigen vertrekken op deze belangrijkste dag van de week in beide richtingen over de enige verbindingsweg tussen Kandahar in het oosten en de kleine provinciehoofdstad Tarin Kowt.<\/p>\n<p>De weg voert dwars door het land van de taliban, en alleen door een enorme inzet van bewapende begeleiders kan hij \u00e9\u00e9n dag per week begaanbaar worden gemaakt.<\/p>\n<p>Uruzgan, aan het einde van het traject, is zeven dagen per week veilig. In elk geval in de drie centrale districten &#8211; maar alleen dat is al een klein wonder, want in de rest van Zuid-Afghanistan, in Nimroz, Helmand, Kandahar, Zabul: overal wordt de situatie steeds beroerder en hebben Amerikaanse en andere buitenlandse militairen de zaak steeds minder onder controle. Uitgerekend Uruzgan, de bergachtige geboortestreek van de talibanaanvoerder Mullah Omar, is tegenwoordig het lichtpuntje. De zestienhonderd Nederlandse militairen die hier sinds 2006 zijn gelegerd, hebben in elk geval de drie centrale districten, waar tweederde van de bevolking woont, van een strijdtoneel veranderd in een gebied waar min of meer vrede heerst. Waar intussen dertig hulporganisaties werkzaam zijn en zelfs een Nederlandse ondernemer met overheidssubsidie saffraankwekerijen ontwikkelt. Amerikaanse soldaten drijven graag de spot met die &#8216;langharige eitjes&#8217; uit Nederland die Uruzgan tot een herstellingsoord voor de taliban zouden maken. Maar zelfs in het verslag van het Pentagon van januari 2009 wordt in een voetnoot erkend dat de Nederlanders &#8216;belangrijke successen&#8217; hebben geboekt. En ook het hoofd van de plaatselijke shariarechtbank, die toch niet te verdenken valt van liefde voor buitenlanders, oordeelt kortaf: &#8216;Minder doden. Dus minder wraak.&#8217;<\/p>\n<p>Khan moest weg<\/p>\n<p>Toen de Nederlandse militairen in 2006 arriveerden, waren de taliban hier in opmars, zoals overal in het zuiden. Politiemensen en ander overheidspersoneel durfden nauwelijks een voet buiten het stadscentrum te zetten en internationale hulporganisaties waagden zich niet meer in de provincie. Gouverneur was Jan Mohammed Khan, een charismatische, gewelddadige man die niet kon lezen en schrijven. Een verbitterde vijand van de taliban, die mensen tegelijkertijd massaal in de armen van diezelfde taliban dreef. Hij liet zowel voormalige taliban als weerspannige boeren vermoorden &#8211; de laatsten als ze weigerden zich hun land te laten afnemen of hun water te laten afvloeien. Maar hij was een goede vriend van president Hamid Karzai, van dezelfde stam der Popolzai als hij, en ook de Amerikanen maakte het weinig uit wat hij deed zolang ze dachten dat hij aan hun kant stond in de strijd tegen de taliban.<\/p>\n<p>Nadat de Nederlanders de situatie in Uruzgan in ogenschouw hadden genomen, stelden ze een voorwaarde voor hun deelname aan de ISAF-operatie van de NAVO in Afghanistan: ze zouden alleen met soldaten, materieel en geld naar Uruzgan komen wanneer Jan Mohammed Khan werd afgezet. Destijds hadden ze de mogelijkheid om te dreigen. President Karzai ging door de knie\u00ebn, te meer omdat Khan, wiens afgekorte naam JMK overal vrees inboezemde, onhoudbaar was geworden. Een analfabeet die over de provincie heerst alsof die zijn particuliere eigendom is &#8211; hij moest verdwijnen. Maar op de achtergrond is hij nog steeds actief.<\/p>\n<p>Tegelijk met de militairen arriveerde in 2006 in het provinciehoofdstadje Tarin Kowt een hele schare professionele opbouwwerkers, informatie-experts en stammendeskundigen. Een van hen, die zijn naam niet genoemd wil hebben, legt twee\u00ebnhalf uur lang de situatie uit. Hoe langer hij spreekt, des te meer het zwart-witbeeld van taliban-versus-regering uiteenvalt als een foto in pixels: in stammen en clans, veten en onbetaalde rekeningen van dertig jaar oorlog en anarchie. Een beeld waaruit de taliban niet als oorzaak van de oorlog naar voren komen, maar als parasieten van de overal aanwezige conflicten, die er slechts op wachten de ene kant te hulp te schieten zodra de buitenlandse troepen de andere kant kiezen.<\/p>\n<p>Zo is de stam van de Ghilzai in conflict met die van de Popolzai, zo zijn de Barakzai verdeeld in de strijd om macht en akkerland sinds een mudjahedin-commandant in de oase Shora twintig jaar geleden het water van honderden boeren liet afvloeien. In de zomer van 2007 dreigden de taliban de basis bij die oase onder de voet te lopen. De Nederlanders konden de basis weliswaar behouden, vertelt de commandant, brigadegeneraal Tom Middendorp, &#8216;maar toen hebben we een jaar lang moeten wachten en onderhandelen voordat we ook de weg erheen weer konden innemen. Eerst moesten we verzinnen hoe de streek gestabiliseerd kon worden. We hebben daarvoor zelfs een gevlucht stamhoofd ervan moeten overtuigen dat hij uit Kandahar terug moest keren.&#8217; Middendorp is hier ook in 2007 geweest, en kent het verschil dus uit eigen ervaring: &#8216;Destijds was de situatie echt beroerd.&#8217;<\/p>\n<p>Gul ruikt inkomsten<\/p>\n<p>Dat de situatie nog altijd niet goed is, ligt aan de Afghanen zelf. En dan niet aan de taliban, maar aan de bondgenoten van de Nederlanders: de Afghaanse regering. De Nederlanders en de eveneens in Kamp Holland gestationeerde negenhonderd Australi\u00ebrs bouwen steeds meer scholen. Maar zelfs de paar onderwijzers die in Uruzgan les durven te geven, blijven weg omdat de provinciale minister voor Onderwijs hun salaris achterover drukt. Hij kan niet worden afgezet, want hij is, net als JMK, van dezelfde stam als Karzai, en ook hij is een goede vriend van de president. De mogelijkheden voor de Nederlanders om druk uit te oefenen, lijken uitgeput.<\/p>\n<p>Met de installatie van de even onverschillige als corrupte regering-Karzai is de NAVO een gijzelaar geworden van haar eigen schepping. Van de politiecommandant van Uruzgan, Juma Gul, is zo algemeen bekend dat hij het salaris van zijn politiemensen incasseert dat zijn eigen vice-commandant hem het liefst in de gevangenis zou zien. Dagenlang zochten we naar Gul, maar we vonden alleen zijn plaatsvervanger, overste Mahammed Nabi &#8211; het toonbeeld van de integere ambtenaar, zoals die ook in de zwartste dictatuur nog altijd bestaat: melancholiek, gewaardeerd door zijn ondergeschikten, uit wanhoop zonder angst. Lusteloos beantwoordt hij een paar vragen, totdat hij opeens uitvalt: &#8216;Wat moeten we in vredesnaam doen? Deze politie is een reddeloze rotzooi zolang de eigen commandant iedere gevangene toestaat zich vrij te kopen. Zolang hij zelf aan de smokkel van drugs verdient en de salarissen van de politiemensen achterover drukt! Wij, officieren van de middenrangen, hebben een gesprek met de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken gehad, hij heeft toegezegd te helpen &#8211; maar er is niets gebeurd.&#8217;<\/p>\n<p>Of hij niet bang is zoiets openlijk te zeggen? Hij kijkt ons treurig en vermoeid aan: &#8216;Het kan me niet schelen wat er met mij gebeurt.&#8217; De politiemensen in de kamer luisteren en knikken zwijgend.<\/p>\n<p>Dagenlang zijn we op zoek naar Juma Gul &#8211; totdat hij ons vindt. En wij vervolgens voor hem op de vlucht slaan. Want Juma Gul schijnt inkomstenpotentieel te ruiken. Hij komt ons tegemoet als we juist het hoofdbureau van politie verlaten. De politiecommandant, kogelrond en met een stoppelbaard, laat onze chauffeur stoppen en brult hem direct door het portierraampje toe: &#8216;Jullie zijn zonder mijn bescherming op pad?! Jullie hebben het lef zonder escorte te rijden?! Geen protesten, een Ranger&#8217; &#8211; een van de olijfgroene pickups met vier agenten in de achterbak &#8211; &#8216;gaat met jullie mee!&#8217; Op mijn vraag vertelt hij dat hij korte metten heeft gemaakt met de corruptie: hij heeft al ruim twintig corrupte agenten in de gevangenis laten gooien. &#8216;Daar heb ik voor gezorgd!&#8217; In langere gesprekken heeft hij geen zin, het voornaamste is dat we het opgedrongen escorte meenemen.<\/p>\n<p>Onze chauffeur vloekt binnensmonds terwijl de grote Ranger achter ons aan schommelt, &#8216;die gaan ons nu bij elke afspraak problemen bezorgen totdat we elke keer betalen &#8211; en uiteindelijk moeten we dan nog eens voor hun bescherming dokken.&#8217; Ons volgende doel is de gevangenis en daar willen we Juma Guls opgedrongen begeleiding in geen geval mee naar toe hebben. Dus gebruiken we een leugentje om bestwil, blijven midden op de markt staan en vertellen de chauffeur van de Ranger dat zijn escorte weliswaar bijzonder op prijs wordt gesteld, maar dat we echt alleen maar terugrijden naar het militaire kamp van de Nederlanders. Daarvoor is geen begeleiding nodig.<\/p>\n<p>Met grimmige gezichten draaien de agenten om. We staan een uur lang op de parkeerplaats voor het kamp, maar de chauffeur blijft zenuwachtig. &#8216;Als de mensen van Juma Gul ons in de stad betrappen, laat hij mij in de gevangenis gooien!&#8217; Voortaan wordt elke rit door het provinciehoofdstadje een angstige tocht.<\/p>\n<p>Gefrustreerde Nederlander<\/p>\n<p>In de gevangenis zitten inderdaad eenentwintig voormalige politieagenten. Maar ze vertellen een wat andere versie van het verhaal, namelijk dat ze niet voldoende smeergeld afleverden, waarop Juma Gul hen onder valse voorwendselen in de gevangenis heeft laten zetten. Een proces hebben ze niet gekregen, maar dat geldt voor alle ruim zestig gevangenen, op \u00e9\u00e9n na. Gewoonlijk blijft iemand in de gevangenis tot de familie voldoende geld bij elkaar heeft geschraapt om hem vrij te kopen. Zeggen de gevangenen, en de directeur kijkt verlegen voor zich uit. Zijn eigen smoezelige, piepkleine kamertje in het vervallen gebouw zou voor iedere Europese gevangene aanleiding zijn tot klachten over de omstandigheden waaronder hij gevangen gehouden wordt.<\/p>\n<p>Ook Jumal Guls politiemacht strookt maar in beperkte mate met ons gangbare idee van politie. Op de afgesproken training met de Nederlanders verschijnt een mokkend groepje van acht mannen &#8211; sommigen in uniform, eentje in een smerig Siemens-T-shirt &#8211; die verklaren dat ze te moe zijn om te trainen. Ze hebben nog geen middageten gehad en bovendien al weken geen salaris ontvangen. De man in het Siemens-T-shirt maakt de indruk dat hij enigszins onder invloed van drugs verkeert en balanceert zijn kalasjnikov op zijn schouder. Twee anderen lijken eerder in een bejaardentehuis dan bij de politie thuis te horen. Ze worden niet weggestuurd. &#8216;Anders blijft immers niemand bij de politie,&#8217; zegt een gefrustreerde Nederlander. &#8216;De politiecommandant van Shora,&#8217; &#8211; de oase in het noorden &#8211; &#8216;is een paar weken geleden naar de taliban overgelopen omdat hij al maanden geen salaris had ontvangen.&#8217; Zijn collega oefent ondanks alle protesten schietposities met de mannen.<\/p>\n<p>Geen zaken met &#8216;M&#8217;<\/p>\n<p>Tijdens een ontmoeting dagen later op het hoofdbureau van politie vraagt generaal Middendorp aan Juma Gul of hij al weet hoe de politiesalarissen op tijd kunnen worden uitbetaald. Gul, op wiens bureau de ingelijste deelnemersoorkonde van de cursus &#8216;Waarden en uitgangspunten&#8217; voor hoge politieofficieren staat, belooft erover na te denken. Je zou evengoed een bankrover kunnen vragen of hij een idee heeft hoe al die bankovervallen te voorkomen zijn. Juma Gul weet dat Middendorp weet dat hij het geld opstrijkt &#8211; en allebei glimlachen ze vriendelijk.<\/p>\n<p>Ze zouden de man graag kwijt zijn, zeggen de Nederlanders later tandenknarsend. Maar dat gaat niet. En dat komt volgens hen door de man die de nieuwe wekelijkse dag van veiligheid heeft ingevoerd. En daarmee zijn we midden in de paradoxale situatie in Afghanistan beland. Matiullah Khan is de commandant van de Highway Police. Een politiemacht die volgens de Nederlanders helemaal niet bestaat. De man zou een krijgsheer zijn, niet tot de regering behoren. Ze doen geen zaken met hem &#8211; en in het Hollandse kamp wordt zijn naam niet eens genoemd. Er wordt alleen over &#8216;M&#8217; gesproken.<\/p>\n<p>Matiullah Khan ziet de dingen anders. Hij nodigt ons uit op de thee in zijn grote huis dat op een burcht lijkt en toevallig recht tegenover Kamp Holland ligt. De heer van de highways spreekt langzaam, zonder haast, en glimlacht zelden. Hij is broodmager, eind dertig, zijn baard is keurig bijgehouden, zijn gebaren zijn beheerst, net als zijn woorden: &#8216;De Nederlanders verspreiden leugens over mij. Vraag de mensen daarbuiten wat ze van mij vinden! Kom zelf kijken!&#8217; Hij moet wat harder spreken, want aan de overkant zijn de Nederlanders begonnen met schietoefeningen met de houwitser, en de porseleinen kopjes met goudkleurige bloesemtakken staan op tafel te rinkelen.<\/p>\n<p>In konvooi gaat het naar het hoofdkwartier: gedisciplineerde mannen in vrij onberispelijke uniformen salueren. Een van hen vindt het in verband met de fotograaf blijkbaar g\u00eanant dat er een knoop ontbreekt en legt steeds weer zijn hand over die plek. Precies 916 man telt zijn politiemacht, meldt hun commandant, en behalve het normale politiesalaris van honderdtachtig Amerikaanse dollar per maand krijgt iedereen nog tweehonderdtwintig dollar extra. Matiullah Khan kan het zich permitteren, want wie op security day een vrachtwagen mee wil laten rijden, moet daarvoor betalen &#8211; de tarieven liggen tussen de driehonderd en tweeduizend dollar. Hij steelt niet van de kleintjes zoals Juma Gul, maar neemt van de groten. En die geven vrijwillig &#8211; hulporganisaties, handelaren, zelfs de Amerikaanse troepen maken van Matiullahs diensten gebruik, en hij wordt door hen zeer gewaardeerd. Hij zorgt ervoor dat hun kleine bases in het oosten van Uruzgan veilig bevoorraad kunnen worden. Matiullahs zwaarbewapende manschappen bewaken het traject, beveiligen de checkpoints en de escortes schieten op aanvallers. In februari zijn twee van zijn mannen omgekomen, een derde raakte gewond. Maar de konvooien komen erdoorheen. Wie het in zijn eentje wil proberen en afziet van Matiullah Khans diensten, moet dat gewoonlijk bekopen met een geplunderde of uitgebrande vrachtwagen. Keert hij terug naar Matiulla, dan moet hij een hoger tarief betalen.<\/p>\n<p>Officieel is de Highway Police enige tijd geleden in heel Afghanistan ontbonden, omdat te veel officieren bij de smokkel van drugs betrokken waren. Maar de uniformen van Matiullah Khans mannen komen van de politie, en hun basissalaris komt van het ministerie van Binnenlandse Zaken, zo bezweert hun commandant. En iedereen in Tarin Kowt kent het verhaal van de gewonde voor wie Matiullah Khan de medische behandeling in India en de reis daarheen heeft bekostigd. Zoals ook iedereen het verhaal kent van de omgekomen politieagent uit het korps van Juma Gul. Van de schadeloosstelling voor diens dood bereikte zijn familie uiteindelijk slechts vijfentwintighonderd afghani &#8211; omgerekend nog geen vijftig dollar.<\/p>\n<p>De baas van de rotonde<\/p>\n<p>In het hoofdkwartier van Matiullah Khans troepen staan &#8216;s morgens mensen met verzoeken om hulp in de rij: een man met een gebroken been heeft geld nodig voor zijn behandeling. Twee schuldenaars kunnen hun schulden niet terugbetalen. Iedereen krijgt geld, het wordt ten overstaan van de hele goegemeente demonstratief van een grote stapel bankbiljetten gehaald. Een delegatie van stamoudsten uit het naburige district arriveert: Matiullah Khan moet als bemiddelaar een ruzie over grondbezit oplossen. De voorstellen zijn uitgewerkt, maar er is een autoriteit nodig die als integer en machtig wordt beschouwd om tot een beslissing te komen. En dus zit de commandant van de officieel niet-bestaande Highway Police als een middeleeuwse vorst op een kussentje in de grote ontvangsthal, spreekt recht en lost conflicten over grondbezit op. Een figuur die zijn macht uit anarchie heeft geschapen. Die geld verdient aan wetteloosheid en investeert om zijn macht verder te vergroten. Zelfs het kleine Tarin Kowt is intussen in machtsgebieden van de twee rivaliserende politiecommandanten verdeeld: Juma Gul beheerst de bazaar, die wij in het vervolg mijden, de straat in het westelijke district Deh Rawod en de smalle, ongeplaveide weg naar het noorden. Matiullah Khan is heerser over de enige rotonde in het stadscentrum, over het oosten van de stad en natuurlijk over de highway.<\/p>\n<p>De concurrentiestrijd tussen de twee politiecommandanten vormt een afspiegeling van de ellendige toestand waarin het land verkeert. Oppervlakkig bezien lijkt Matiullah Khan de aangewezen man om werkelijk voor veiligheid te kunnen zorgen. De Nederlanders weten dat ook, en hoe duidelijker het verschil aan het licht komt, des te meer lijkt hen dat te ergeren. Het duurt een paar dagen voordat ze over &#8216;M&#8217; willen spreken. Jumal Gul, ja, die man is een bron van ellende. Tot op het bot corrupt, gehaat, niet effectief. Zodra de gelegenheid zich voordoet zullen ze proberen hem te laten afzetten. Al is ook hij maar een radertje in een systeem dat als geheel verziekt is. Want van zijn smeergeld en achtergehouden salarissen moet ook hij weer een deel naar boven doorgeven om zijn positie te kunnen behouden.<\/p>\n<p>Maar &#8216;M&#8217; was een gevaar. Want alles in dit land heeft een geschiedenis, en de geschiedenis van Matiullah Khan druipt van het bloed. Hij was een van de &#8216;luitenanten&#8217;, de militieleiders onder commando van de ex-gouverneur Jan Mohammed Khan, die bovendien een ver familielid van hem is. &#8216;M&#8217; zou de moordcommando&#8217;s hebben aangevoerd die weerspannige boeren moesten intimideren of vermoorden. Zelfs nu verbreidt alleen zijn naam en het verschijnen van zijn mannen nog angst en ontzetting in het noorden van de provincie, in Shora en vooral in de Baluchivallei die daarheen voert, een bolwerk van de taliban. De clans van de Ghilzai-stam wonen er, de vijanden van de Popolzai, de stam waaruit Hamid Karzai, Jan Mohammed Khan en Matiullah Kahn komen. &#8216;Als we dus Matiullah politiecommandant zouden maken, zouden we veel mensen in de Baluchivallei geen andere keus laten dan zich tegen de regering te keren en de kant van de taliban te kiezen,&#8217; legt een van de officieren uit. &#8216;Ze zouden Matiullah nooit vertrouwen. Dat moeten we voorkomen.&#8217;<\/p>\n<p>Juma Gul is in vergelijking met hem een kleine gangster. &#8216;Maar hij brengt de machtsbalans hier niet uit evenwicht en heeft in elk geval tot nu toe niet zoveel mensen vermoord als Matiullah.&#8217; Aan de andere kant waarderen ze ten zeerste de veiligheid op de weg door het stammengebied waarvoor &#8216;M&#8217; heeft gezorgd en laten ze hem daar de vrije hand &#8216;zolang hij niet probeert zijn machtsgebied uit te breiden&#8217;. Overigens weten ze niet wat de mannen van Matiullah Khan eigenlijk doen op de dagen dat het geen security day is. &#8216;Wie geld incasseert om de veiligheid op de weg te garanderen, heeft er geen belang bij dat er helemaal niets gebeurt.&#8217;<\/p>\n<p>De Duitse ngo<\/p>\n<p>De vooruitgang in Uruzgan gaat langzaam en stroperig. Maar soms kan het vermijden van fouten of stagnatie al voorkomen dat de situatie verergert. Al loopt ook in Uruzgan veel anders dan zou moeten. Zo deelden de Nederlanders zaagbladen uit aan de boeren die ze later terugvonden als contactontstekingen voor zelfgemaakte bermbommen. En de FAO distribueert uitgerekend in het bolwerk van de taliban stikstofhoudende kunstmest die de soldaten haastig weer in beslag moeten nemen om te voorkomen dat hun vijanden de springstof die daarvan kan worden gemaakt gratis thuis bezorgd krijgen. En de Nederlanders bouwden jarenlang een goede relatie met de districtscommandant van Shora op &#8211; totdat Australische Special Forces hem afgelopen september per ongeluk doodschoten toen hij een buurman te hulp wilde komen. Die had &#8216;s nachts gewapende mannen voor zijn huis gezien. Die Australi\u00ebrs dus, op patrouille. &#8216;Dat kan toch niet,&#8217; zegt een van de Afghaanse vertalers in het kamp, &#8216;iedereen hier heeft immers vijanden! Wanneer er dan &#8216;s nachts iemand om het huis sluipt, moet de huiseigenaar aannemen dat zijn vijanden zijn gekomen &#8211; en dan schiet hij.&#8217; Vijanden horen erbij als het eeuwige stof bij de straat. Een gesel van het bestaan, maar geen gesel die ooit valt af te schaffen. En waarom is dat zo? Hij haalt zijn schouders op: &#8216;We zijn hier nu eenmaal in Afghanistan.&#8217; Vroeger heeft hij ook voor de Britten in Helmand en de Amerikanen in Kandahar gewerkt, vertelt de man, die niet met name genoemd wil worden. &#8216;De Nederlanders wisten in het begin net zo weinig van Afghanistan als de anderen &#8211; maar zij luisteren, willen weten hoe het hier functioneert en gaan behoedzaam te werk, meer dan de Amerikanen en de Britten.&#8217;<\/p>\n<p>Daardoor is dat gebied van de drie min of meer gestabiliseerde districten in het centrum van Uruzgan ontstaan. In plaats van de zes niet-gouvernementele organisatie &#8211; ngo&#8217;s &#8211; die in 2006 in de provincie werkzaam waren, zijn het er nu dertig. Als grootste organisatie voor de opbouw van het gebied zijn de Nederlanders met de Duitse &#8216;Gesellschaft f\u00fcr technische Zusammenarbeit&#8217; (GTZ) in zee gegaan. &#8216;Omdat het profi&#8217;s zijn &#8211; en omdat ze bereid waren te komen,&#8217; aldus de civiele leider Joep Wijnands. Met een budget van vijfenveertig miljoen euro zijn hun deskundigen nu bezig ruim honderd projecten te realiseren.<\/p>\n<p>In het dorp Sandabus zijn zestien lokale arbeiders al weken bezig een kleine dam aan te leggen. Niet van opgeworpen leem, zoals de jaren geleden weggespoelde eerdere dam, maar eentje met betonnen fundamenten. De GTZ geeft geen opdrachten aan bedrijven zoals andere organisaties, maar neemt zelf arbeiders in dienst en houdt zelf toezicht op de werkzaamheden. Een buitengewoon moeizaam proces, maar het vermindert de corruptie aanzienlijk. Zodat niet, zoals bijvoorbeeld bij een onvoltooide brug in Tarin Kowt, de helft van het budget al is weggesijpeld voordat de eerste spade de grond in gaat. Of de eigenaar van het bedrijf eenvoudig met het geld verdwijnt. Haji Abdel Mohammed, sinds vijfendertig jaar malik &#8211; dorpshoofd &#8211; van Sandabus, spreekt lovend over de buitenlanders. &#8216;Hier kwam vroeger nooit iemand naar toe!&#8217; Wat niet wegneemt dat zijn mannen beslist loon willen hebben om iets voor hun eigen dorp te doen. Toen in een naburig dorp jonge fruitbomen werden uitgedeeld, liet de lokale malik honderden ervan weer uitgraven en verkopen &#8211; en wendde zich vervolgens tot de GTZ met de mededeling dat hij zojuist op eigen kosten fruitbomen had gedistribueerd en nu graag schadeloos gesteld wilde worden voor de kosten.<\/p>\n<p>Het water beslist<\/p>\n<p>De taliban hebben de GTZ tot nu toe niet aangevallen en ook niet bedreigd. De reden daarvoor is wellicht dat de GTZ heel pragmatisch omgaat met het vriend-vijandschema: &#8216;We onderzoeken eerst heel zorgvuldig wat mogelijk is, waar we voor het dorp stroomopwaarts een dam kunnen bouwen zonder het water van de mensen stroomafwaarts weg te laten vloeien,&#8217; vertelt architect Thierry David tijdens de rit naar zijn bouwplaatsen. Hij wordt beschermd door een lijfwacht van strijders met zwarte tulbanden en lange baarden, die onlangs tijdens een toevallige ontmoeting met Amerikaanse troepen bijna was beschoten, omdat die hen voor taliban aanzagen.<\/p>\n<p>Die louche uitziende gestalten worden geleverd door het &#8216;beveiligingsbedrijf&#8217; Asia, dat pikant genoeg eigendom is van ex-gouverneur Jan Mohammed Khan en een neef van Hamid Karzai. &#8216;Maar ze beschermen ons hier,&#8217; vervolgt Thierry David de uitleg van de GTZ-strategie. &#8216;We praten met iedereen. Wanneer de mensen willen dat we een project in hun dorp financieren, moeten ze bij ons komen. En ons garanderen dat we veilig naar hun dorp kunnen komen &#8211; en er ook weer uit.&#8217; Bij veel dorpen was dat vaak pas gegaan nadat de mensen hadden gezien dat het dorp ernaast een school, een waterreservoir of een dam had gekregen. &#8216;Wie koste wat het kost guerrilla wil spelen, die doet maar. Maar zonder ons. Uiteindelijk zullen de Nederlanders noch de taliban beslissen wie hier woont &#8211; alleen het water. De droogte wordt erger. De dorpen sterven als we geen dammen bouwen. De taliban hebben geen idee\u00ebn, ze zijn niet ge\u00efnteresseerd in bevloeiingslandbouw. Dat merken de mensen.&#8217;<\/p>\n<p>Inderdaad schudt een lokale talibanleider verder naar het noorden niet-begrijpend het hoofd bij de vraag wat ze voor de bevolking, voor de landbouw doen. &#8216;Als er eerst maar een werkelijk islamitische regering in Afghanistan aan de macht komt, zullen de mensen tevreden zijn. Meer hebben ze toch niet nodig.&#8217; En hij meent het serieus.<\/p>\n<p>De vooruitgang gaat met heel kleine stapjes, zegt generaal Middendorp. En zelfs voor hun kleine successen hier is de geografische situatie medeverantwoordelijk. De Pakistaanse grens, de invalspoort voor de gewelddadigste taliban, is ver weg, en &#8216;bovendien is Uruzgan voor hen niet zo belangrijk als Kandahar&#8217;. Maar in de schaduw van de relatieve rust is het gelukt om meer dan honderd ziekenhuisjes te bouwen, het kindersterftecijfer van zesendertig naar vijfentwintig procent terug te brengen en in plaats van twaalfduizend kinderen vijftigduizend kinderen naar school te laten gaan &#8211; als de onderwijzers tenminste komen.<\/p>\n<p>Maar wat zal er van deze moeizame, zelfs door het Pentagon geprezen vooruitgang worden als de Nederlandse troepen eind 2010 vertrekken, zoals besloten is? Het is nog niet duidelijk hoeveel er blijven en welk land de leiding in Uruzgan zal overnemen. Maar nu al installeren de Amerikaanse strijdkrachten zeshonderd tot achthonderd soldaten in Tarin Kowt.<\/p>\n<p>Eind maart zitten op een avond drie ingenieurs van de Amerikaanse Air Force in Kamp Holland aan het alcoholvrije bier. Ze hebben dagenlang kerosinetanks ge\u00efnstalleerd voor een groep Apache-legerhelikopters die binnenkort zullen arriveren. &#8216;Zodra die er zijn, wordt hier schoon schip gemaakt,&#8217; zegt een van hen. &#8216;Ja, we gaan de buurt hier zuiveren, kick some ass,&#8217; herhaalt een ander even later. &#8216;We gaan hier opruiming houden,&#8217; vult de derde aan. Het klinkt als een programma.<\/p>\n<p>Vertaling Nelleke van Maaren<\/p>\n<p>Christoph Reuter (Duitsland, 1968) woont sinds 2002 afwisselend in Afghanistan en Hamburg en heeft zich sinds november 2008 als enige Duitse correspondent (voor &#8216;Stern&#8217;) in Kabul gevestigd. Publiceerde &#8216;My Life is a Weapon&#8217;, in het Nederlands verschenen als &#8216;Menselijke bommen. Wat bezielt de zelfmoordterrorist &#8211; psychogram va een fenomeen&#8217; (Fontaine, 256 p., 2003).<\/p>\n<p>Thorne Anderson (VS, 1966) fotografeert regelmatig voor bladen als &#8216;Time&#8217; en &#8216;Newsweek&#8217;. Hij heeft veel in Irak gewerkt en publiceerde in 2005 met drie collega&#8217;s een fotoboek over dat land, &#8216;Unembedded&#8217; (Chelsea Green, 192 p.).<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De een is baas van de politie, maar is zwak en corrupt. De ander heeft de echte macht, maar is een moordenaar. Met wie moet Nederland zaken doen om de greep op Uruzgan te versterken? De Duitse journalist Christoph Reuter bericht.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[193,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Christoph Reuter","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/94741"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=94741"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/94741\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Christoph Reuter","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=94741"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=94741"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=94741"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}