
 {"id":94709,"date":"2009-05-23T00:00:00","date_gmt":"2009-05-22T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/townes-saboteerde-zichzelf-voortdurend\/"},"modified":"2009-05-23T00:00:00","modified_gmt":"2009-05-22T22:00:00","slug":"townes-saboteerde-zichzelf-voortdurend","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/townes-saboteerde-zichzelf-voortdurend\/","title":{"rendered":"\u2018Townes saboteerde zichzelf voortdurend\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Singer-songwriter Steve Earle<\/p>\n<p>Het is waarschijnlijk de enige levenslange vriendschap die ooit uit &#8216;heckling&#8217; is voortgekomen. Steve Earle was zeventien jaar en trad in zijn eentje met een gitaar op in The Old Quarter, een koffiehuis in Houston. Er waren niet meer dan een man of zes, maar een van hen was Townes van Zandt. D\u00e9 Townes van Zandt. Steve kende zijn songs, en de verhalen die ze over hem vertelden. Dat zijn optredens gekenmerkt werden door een ongekende intensiteit, en dat hij leefde alsof er geen morgen bestond. Maar deze avond zat hij, eerlijk gezegd, tussen de liedjes maar een beetje hinderlijk te schreeuwen.<\/p>\n<p>De oudere, gedistingeerde songschrijver riep steeds luidkeels om de &#8216;Wabash Cannonball&#8217;. Een nummer dat Earle niet kende, wat hij na een aantal keer onderbroken te zijn beschroomd en ge\u00efrriteerd toegaf. Van Zandt snoefde: &#8216;Dat noemt zich een fucking folkzanger, en kent niet eens de Wabash Cannonball.&#8217; Waarop de jongen, nu roodaangelopen en boos, losbarstte in een foutloze versie van &#8216;Mr. Mudd and Mr. Gold&#8217;. Een van Van Zandts langste nummers, met heel veel tekst.<\/p>\n<p>&#8216;That shut him up,&#8217; zegt Earle droog. Van Van Zandt werd de rest van het optreden niks meer vernomen. Maar het beviel hem blijkbaar om afgetroefd te worden door zo&#8217;n broekie. En de levens van de twee songschrijvers, die door meerdere mensen als &#8216;tweelingzielen&#8217; zijn omschreven, zouden vervlochten blijven tot Van Zandts tragische dood in 1997.<\/p>\n<p>Ex-junkie-haast<\/p>\n<p>Nu heeft Steve Earle een cd gemaakt met alleen maar nummers van Van Zandt, en die heel toepasselijk Townes genoemd. De &#8216;hardcore troubadour&#8217;, aan de telefoon vanuit zijn woonplaats New York, vertelt erover alsof er voor h\u00e9m geen morgen bestaat. Met een klaterende spraakwaterval. Deels komt dat omdat Steve Earle nu eenmaal graag praat over zijn held en mentor. Niet voor niets vernoemde hij zijn zoon, Justin Townes, naar hem. Niet voor niets schreef hij kort na Van Zandts dood een van de allermooiste liedjes die er ooit over rouw geschreven zijn, &#8216;Fort Worth Blues&#8217;.<\/p>\n<p>Maar hij heeft ook gewoon haast. Haast zoals alleen een man kan hebben die door eigen toedoen een aantal van zijn meest vruchtbare jaren heeft verloren. Ex-junkie-haast. Al een jaar of zeven, vertelt Earle, werkt hij aan zijn tweede roman, die maar niet af wil komen omdat er ook nog liedjes, haiku&#8217;s en toneelstukken geschreven moeten worden, en activisme bedreven. Gisteravond begon hij eindelijk aan het laatste hoofdstuk. &#8216;Daarom zie ik deze plaat niet zozeer als een eerbetoon aan Townes,&#8217; zegt hij. &#8216;Maar eerder als een cadeau v\u00e1n hem. Want als ik mijn boek aan het eind van de maand af heb, is dat aan hem te danken.&#8217;<\/p>\n<p>D\u00e1t hij ooit een plaat aan Townes zou wijden, is niet echt een verrassing. &#8216;Ik stond al een paar keer eerder op het punt, maar dan vloog er een of andere kerel met een vliegtuig een gebouw binnen, of deed mijn regering weer eens iets doms. En dan zat ik voor ik het wist weer met een plaat vol zelfgeschreven liedjes.&#8217; Ditmaal kostte het bijzonder weinig moeite om een compleet album af te krijgen. Die songs zitten al een jaar of dertig diep van binnen. Een groot deel nam hij in zijn eentje op, met een bandrecorder in zijn New Yorkse appartement. &#8216;Het is waarschijnlijk de beste plaat die ik ooit gemaakt heb. En geloof me, dat is een behoorlijke knal voor het ego van een songschrijver.&#8217;<\/p>\n<p>Alleen het allereerste begin voelde als een horde die hij moest nemen. En dus zette hij zich al op de eerste dag aan &#8216;Pancho and Lefty&#8217; en &#8216;To Live is To Fly&#8217;, nummers die beschouwd worden als Van Zandts meesterwerken. &#8216;Het was een beetje zoals de eerste dag in de gevangenis,&#8217; zegt Earle, zelf ervaringsdeskundige. &#8216;Dat je meteen de grootste motherfucker uitkiest om op zijn bek te slaan, zodat je je radio kunt behouden.&#8217;<\/p>\n<p>Geen onbegrepen genie<\/p>\n<p>Hoe nonchalant Earle er ook over vertelt, deze plaat is ook een poging een en ander recht te zetten. Townes van Zandt mag in kleine kring een legende zijn, bij het grote publiek is hij altijd onbekend gebleven. De zo breekbare muziek werd vaak overschaduwd door de levensstijl van Van Zandt, die er naast een niet te lessen dorst ook nog een voorliefde voor gevaarlijk gokken op nahield, en ooit driemaal de trekker overhaalde bij een spelletje Russisch roulette. En die nooit een cent te makken had, maar wel voor Earle&#8217;s ogen zijn gage van vijftig dollar in zijn mond stopte, kauwde en doorslikte. Gewoon, omdat hij dat grappig vond.<\/p>\n<p>Maar met het romantiseren van zelfdestructie heeft Steve Earle het helemaal gehad. Het was niet voor niets dat hij in de geweldige tv-serie The Wire een rol speelde als hulpverlener van de narcotics anonymous. Met Townes wilde hij de aandacht vestigen op &#8216;s mans muziek, reden waarom er bij een special edition ook een cd zit met de originele versies van de songs. &#8216;Townes was niet bepaald goed in het promoten van zichzelf,&#8217; zegt Earle, met gevoel voor understatement. &#8216;Lang niet zo goed als ik.&#8217;<\/p>\n<p>Al jaren terug deed hij een uitspraak die oneindig vaak herhaald is, en die bedoeld was als een blurb voor een reclamesticker op een van Van Zandts platenhoezen: &#8216;Townes van Zandt is the best songwriter in the world and I&#8217;ll stand on Bob Dylan&#8217;s coffee table in my cowboy boots and say that.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Now, vind ik Townes echt beter dan Bob?&#8217; vraagt hij zich retorisch af. &#8216;Nee. Maar vind ik dat hij het verdient om in dezelfde ademteug genoemd te worden? Abso-fucking-lutely. En ik denk dat Bob Dylan dat ook vindt.&#8217; In elk geval doet het hardnekkige verhaal de ronde dat Dylan meermalen tevergeefs heeft aangedrongen op een samenwerking met Van Zandt.<\/p>\n<p>Maar Earle wenst zijn held niet alleen maar met zijden handschoenen aan te pakken: &#8216;Dat niemand weet wie Townes is, is niet omdat hij een onbegrepen genie was. Het was zijn eigen schuld, hij saboteerde zichzelf voortdurend. Sommige van zijn platen zijn gewoon niet zo goed. Ze klinken slecht, er zijn in de productie hele rare beslissingen genomen. En daar was Townes gewoon zelf bij. Hij leefde in een tijdperk waarin het, met dank aan Dylan, voor het eerst heel goed mogelijk was om met je eigen liedjes, je eigen kunst, succes te krijgen. Hij had in elk geval een b\u00e9\u00e9tje geld moeten kunnen verdienen, maar dat is nooit gelukt.&#8217;<\/p>\n<p>Paradoxaal genoeg was dat ook de reden waarom hij ooit zo tot hem aangetrokken was: &#8216;Hij had nooit een rooie cent, geen huis, niks. En toch bleef hij het doen: liedjes schrijven, liedjes zingen. Om geen enkele andere reden dan dat hij kunst moest cre\u00ebren, op een heel hoog niveau. Dat was zijn enige intentie. Dezelfde reden waarom Van Gogh schilderde, of Beethoven componeerde. They&#8217;re gonna do it, no matter what.&#8217;<\/p>\n<p>Een bezoek op het dieptepunt<\/p>\n<p>Voor een van huis weggelopen jongen leek er begin jaren zeventig niks hogers te bestaan. En aangezien Earle zelf duidelijk wat in zijn mars had, werd hij onder de hoede genomen door Van Zandt en Guy Clark, een andere singer\/songwriter die Earle als zijn mentor beschouwt. &#8216;Ik was nog een kind toen ik uit huis ging,&#8217; zegt hij in de biografie Hardcore Troubadour. &#8216;Dus mijn opvoeding werd voltooid door Townes en Guy. Nou ja, eerst door een heleboel strippers, en toen door Townes en Guy.&#8217;<\/p>\n<p>Ze trokken van stad naar stad en lieten de jongeman hun voorprogramma&#8217;s verzorgen. Als er geen optredens waren, kwamen ze vaak samen in het huis van Guy en Susanna Clark in Nashville, waar ook mensen als Neil Young weleens onverwachts binnenvielen. Een betere leerschool kon Earle zich niet wensen.<\/p>\n<p>Een ongezonde levensstijl was het ook. En daarin spande Townes van Zandt moeiteloos de kroon. Hij was volgens Earle &#8216;een geweldige leraar en een heel slecht rolmodel&#8217;. Maar laat niemand denken dat hij hem dat ook maar in het minst kwalijk neemt. &#8216;Absolutely fucking not! Ik rookte wiet op mijn elfde, en begon op mijn dertiende met hero\u00efne. Ik zat al volop in de problemen voordat ik Townes ooit ontmoet had. Ik geloof niet dat hij wilde dat zijn leven iemand tot voorbeeld zou zijn.&#8217;<\/p>\n<p>Als je goed keek, zegt Earle, had hij zelfs zijn vaderlijke trekjes. Soms van praktische aard &#8211; dat je altijd de dop op de whiskyfles moest draaien, want als-ie omviel zat je zonder &#8211; soms beschermend. Hij kon drinken zoveel hij wilde in Van Zandts nabijheid. &#8216;Maar hij stond niet toe dat er drugs in mijn buurt kwamen. Vooral alles wat met naalden te maken had. Hij wilde niet verantwoordelijk zijn voor die dingen.&#8217;<\/p>\n<p>Enigszins ironisch dat het jaren later nou juist de dope was die Steve Earle op het randje van de dood bracht. Op het dieptepunt van zijn crackverslaving, toen Earle iedereen van zich had vervreemd en velen hem al hadden opgegeven, kwam Van Zandt hem nog eens opzoeken. In Earle&#8217;s herinnering &#8211; voor de accuraatheid van die hersenfunctie wenst hij overigens niet garant te staan &#8211; ging die ontmoeting ongeveer zo:<\/p>\n<p>&#8216;You look like shit.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Yeah.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;En die armen\u2026 they REALLY look like shit.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Yeah.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Heb je schone naalden?&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Yeah.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Gebruik je ze altijd?&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Yeah.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Ok. Wil je mijn nieuwe nummer horen?&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Yeah!&#8217;<\/p>\n<p>Wat Steve Earle w\u00e9l honderd procent zeker weet: &#8216;En toen speelde hij &#8220;Marie&#8221;. Eerste keer dat ik het hoorde. Zo prachtig.&#8217; Het zijn dergelijke herinneringen die hem stuurden bij het maken van Townes, zegt hij. &#8216;Ik heb niet \u00e9\u00e9n keer een plaat van hem gedraaid ter referentie. Waar ik aan dacht was de ongelooflijke soloperformer die hij was. Iets wat niet veel mensen hebben gezien. In de jaren negentig gaf hij af en toe een goeie show. Maar het is niks vergeleken met wat ik heb gezien en gehoord, daar aan de keukentafels of in de clubs. Laatst zag ik een dvd met een opname uit 1975. Ik wist niet dat die bestond. Ik dacht: gelukkig. Ik had toch gelijk, ik heb het niet opgehemeld in al die jaren. He really was th\u00e1t good.&#8217;<\/p>\n<p>Toen het lichaam van Townes van Zandt het op 1 januari 1997 begaf, was Steve Earle net enige tijd uit de gevangenis, afgekickt en aan een nieuw leven begonnen. Hij stond op het punt om op tournee naar Europa te gaan. Maar eerst speelde hij tijdens een memorial een nummer voor Van Zandt, &#8216;Fort Worth Blues&#8217;, waarin hij, al rondreizend, tegen zijn leermeester praat. Daarna ging hij, nog altijd rouwend, voor het eerst clean op pad. En, zegt hij, het was precies zoals hij in &#8216;Fort Worth Blues&#8217; zingt: &#8216;Overal waar ik kwam, zag ik tekenen dat Townes er op zijn laatste tournee ook geweest was. In sommige gevallen hingen de posters er nog. En anders wisten de mensen van de zaal me wel verhalen over hem te vertellen. Want dat was een ding waar je op kon rekenen: Townes van Zandt kwam nooit onopgemerkt voorbij.&#8217;<\/p>\n<p>Steve Earle, \u2018Townes\u2019 (New West)<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Steve Earle is eindelijk toegekomen aan een eerbetoon aan zijn overleden vriend en mentor, de legendarische Townes Van Zandt. \u2018Het is waarschijnlijk de beste plaat die ik ooit heb gemaakt.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Sander Donkers, Donkers s.","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/94709"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=94709"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/94709\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Sander Donkers, Donkers s.","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=94709"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=94709"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=94709"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}