
 {"id":94669,"date":"2009-05-23T10:06:00","date_gmt":"2009-05-23T08:06:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/p-c-hooftprijswinnaar-hans-verhagen-dichter-van-de-sixties-en-van-nu\/"},"modified":"2009-05-23T10:06:00","modified_gmt":"2009-05-23T08:06:00","slug":"p-c-hooftprijswinnaar-hans-verhagen-dichter-van-de-sixties-en-van-nu","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/p-c-hooftprijswinnaar-hans-verhagen-dichter-van-de-sixties-en-van-nu\/","title":{"rendered":"P.C. Hooftprijswinnaar Hans Verhagen, dichter van de sixties en van nu"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>Dichter-schilder Hans Verhagen neemt straks de P.C. Hooftprijs voor po\u00ebzie in ontvangst. Een gesprek over dichten, dood en drugs. \u2018Ik ben geworden wie ik ben door wat ik gebruikt heb.\u2019 <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Hans Verhagen voelt zich vanavond zichtbaar niet op zijn gemak, al zijn oude vrienden als Wim de Bie en Remco Campert naar zijn feestje gekomen. Campert leest in de Amsterdamse Balie als eerbetoon aan de P.C. Hooftprijswinnaar &#8216;De dichter&#8217; voor: &#8216;tenslotte verschijnt\/ de gehavende engel\/ maar vleugels nog intact\/ de dichter Hans Verhagen&#8217;. De aanwezigen zijn onder te verdelen in heel jong &#8211; de dichters die in een belendend zaaltje een eerbetoon brengen aan Verhagen &#8211; en nogal oud: het publiek dat in de grote zaal luistert naar Verhagen zelf. De gesprekken in de pauze gaan behalve over po\u00ebzie of over Wim de Bie&#8217;s bekentenis dat Hans Verhagen hem heeft leren vliegen, ook over beginnende Alzheimer, korsetten, longembolie en overleden kennissen. De eeuwig jonge hippiedichter zelf, in kleurig vest gestoken, leest aarzelend voor uit eigen werk: &#8216;Dit gedicht is lang en slaapverwekkend&#8217;. <\/p>\n<p>De gedichten haalt hij uit een plastic tasje met doodshoofd. Een openbaar interview, later op de avond, onderbreekt hij voor het goed en wel begonnen is. &#8216;Even met Remco een Gauloise roken.&#8217; Terugkijkend, een week later, in zijn Amsterdamse atelier: &#8216;Ik ben niet op mijn best als ik het feestvarken moet uithangen. En po\u00ebzie alleen is nooit genoeg. Er moet altijd van alles b\u00edj. Voor de uitreiking van de P.C. Hooftprijs, op 28 mei, suggereerde ik: nodig gewoon een paar hele goeie dichters uit&#8230; N\u00e9\u00e9, riepen ze angstig &#8211; alsof ik de Mexicaanse griep binnen wilde halen. Een multimediale presentatie moest het worden.&#8217;<\/p>\n<p><b>Zacht snoep<\/b><br \/>Dit is de tijd van de wonderbaarlijke wederopstanding van de dichter Hans Verhagen (70) eerder bekend als televisiemaker, popproducer, journalist, zelfverklaard messias en junkie. &#8216;Er is zelfs al voorgesteld om die tijdelijke brug op het Stationsplein om te dopen tot Hans Verhagenbrug,&#8217; zegt de dichter met een grijns, terwijl hij vanuit zijn hooggelegen atelier in de richting van het Amsterdamse Centraal Station kijkt. Verhagen verkeert naar eigen zeggen in topconditie &#8211; &#8216;die heb je ook nodig, voor schilderen en dichten&#8217;. <\/p>\n<p>Het is hem niet direct aan te zien. Een ongewassen vest: &#8216;Gekregen van een meisje, zoals dat gaat.&#8217; Een gehavend gebit &#8211; de grote zak zacht snoep waar de dichter af en toe in grijpt kan de oorzaak zijn, maar ook andere verslavingen uit het recente verleden. Schilder-schrijver Jean-Paul Franssens heeft hem ooit verzekerd: &#8216;Jij k\u00fant geen verdriet hebben, jij bent een dichter&#8217;, maar het lukt Verhagen niet om daar helemaal naar te leven. Daarvoor gaan er te veel mensen dood, verzucht hij. &#8216;Twee goede vriendinnen overleden vorig jaar. En nu weer Martin Bril.&#8217; Bril, die een paar jaar geleden Verhagens Verzamelde Gedichten ten doop hield, citeerde in zijn column de Kankercyclus van &#8216;de grote dichter Hans Verhagen&#8217;, vlak voordat hij te horen zou krijgen of hij was genezen. Dat bleek het geval. Maar niet voor niets citeerde hij ook het slot van het gedicht: &#8216;Uitsluitend hulp is niet genoeg\/ vertrouwen en geloof in beterschap alleen\/ hebben totaal geen invloed\/ Zelfs als 99% van alle kankercellen\/ weggenomen of vernietigd is &#8211; dan zal de overgebleven 1% de pati\u00ebnt doden&#8217;. &#8216;Ik vond het bijzonder dat Bril zolang doorschreef, ook over zijn ziekte,&#8217; zegt Verhagen. &#8216;Het is in zo&#8217;n situatie letterlijk van levensbelang om te laten zien dat je nog meedoet.&#8217;<\/p>\n<p>Het einde is nooit ver weg in de gedichten van Verhagen, zoals in de nieuwste reeks Gene zijde: &#8216;Ik denk dat het de dood is die aan gene zijde van de lijn\/ vrolijk tot ontplooiing komt\/ terwijl ik langzaam implodeer en terugkeer\/ naar het schemerrijk van duizend schimmen&#8217;.<br \/>Hij keert in zijn gedichten terug naar de verdwenen wereld van zijn jeugd, naar zijn moeder die stierf toen hij negentien was, naar zijn vrouw Conny die voortleeft in zijn gedichten. &#8216;De dood heeft altijd een grote rol gespeeld in mijn po\u00ebzie en dat wordt er niet minder op nu ik zelf ouder word. Ik heb wel heimwee, vooral naar sommige mensen, maar ik idealiseer het verleden niet. Dat is moeilijk, maar je moet je hoeden voor zelfbedrog.&#8217;<\/p>\n<p><b>Galg en rad<\/b><br \/>Onlangs was hij weer even in zijn geboortehuis aan de Vlissingse boulevard. Later verhuisden ze naar Middelburg, waar hij opgroeide in de oorlogsjaren. Zijn vader was vastgezet in gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel, de kleine Hans was tot zijn moeders ergernis de beste maatjes met de bezetter. &#8216;Als ze langs marcheerden was het steevast: &#8220;Heil H\u00e4nsi&#8221;.&#8217; Verhagen wilde het oude huis liever niet binnengaan. &#8216;Ze hebben het helemaal verziekt en ik heb daar herinneringen liggen.&#8217; Hij laat een fotoboek zien: &#8216;Kijk, naast de burgemeester van Vlissingen zie je Van Oorschot, de vader van uitgever Geert. En daar zit mijn vader, nog heel jong. Hij was wethouder. En notaris, al was hij liever saxofonist geweest.&#8217; <\/p>\n<p>Zijn moeder las, Claus en Van het Reve, maar ook de eerste gedichten van Hans zelf. Op de middelbare school bewonderde hij de vijftigers, toen hij op zijn zeventiende de stap waagde om gedichten ter publicatie aan te bieden was hun tijdschrift Podium een logische keuze. &#8216;Mijn moeder lag op sterven, gelukkig heeft de redactie per omgaande de drukproeven met mijn gedichten gestuurd. Zo heeft ze nog geweten dat ik in Podium ging publiceren. Ik groeide op &#8220;voor galg en rad&#8221; en hiermee maakte ik het weer een b\u00e9\u00e9tje goed. Kort daarop is ze in coma geraakt en overleden.&#8217;<\/p>\n<p>Lucebert, Kouwenaar en de andere experimentelen hadden hem de ogen geopend voor po\u00ebzie. Toch was hij geen kloon van de vijftigers, zegt Verhagen, die in 1961 in eigen beheer zijn eerste bundel uitgaf en twee jaar later &#8216;officieel&#8217; debuteerde met de bundel Rozen &#038; Motoren. &#8216;Ik hoorde thuis bij de nieuwe po\u00ebzie van Sleutelaar, Vaandrager en Armando. De mensen rond het tijdschrift Gard Sivik. We gebruikten niet-literaire taal, ge\u00efsoleerde teksten uit boeken en gesprekken, platitudes, clich\u00e9s.&#8217; <\/p>\n<p>Met Hans Sleutelaar, &#8216;ideoloog&#8217; van wat De Nieuwe Stijl ging heten, heeft Verhagen een haat-liefde verhouding. Bij hun eerste ontmoeting keurde Sleutelaar een gedicht van Verhagen over de dood van zijn moeder af: het was te sentimenteel. &#8216;In mijn rol als eerste lezer van zijn dichterlijke voortbrengselen is nadien nooit verandering gekomen,&#8217; schreef Sleutelaar een paar jaar geleden nog. Inmiddels wel, zegt Verhagen: &#8216;Tot voor kort gooide ik mijn gedichten altijd bij hem in de bus, al heb ik zijn adviezen al lang niet meer nodig. Maar zijn idee\u00ebn zijn heel erg veranderd. De laatste keer kraakte hij mijn gedichten nota bene af omdat ik niet-po\u00ebtische woorden gebruikte.&#8217;<\/p>\n<p>Als beginnend dichter bewonderde Verhagen naast Lucebert het werk van de tien jaar oudere Armando. &#8216;Ik trok naar Amsterdam en ging daar in caf\u00e9s zitten waarvan ik vermoedde dat hij ze frequenteerde.&#8217; Later werkten ze nauw samen bij Gard Sivik, de Haagse Post, de VPRO. Ze spreken elkaar nog steeds, zij het niet regelmatig. &#8216;Armando heeft een heel gevoelige, aardige kant, maar het is niet iemand met wie je echt bevriend raakt. We zijn heel verschillend: alles wat hij zegt, klinkt meteen als een geloofsbelijdenis. Ikzelf ben juist een aarzelaar &#8211; dat wil ik ook zijn. Wat we gemeen hebben is onze liefde voor voetbal. Vroeger gingen we naar elke thuiswedstrijd van Ajax. Het enige tijdschrift waarop Armando geabonneerd is, is Voetbal International. Ikzelf koop VI altijd los.&#8217;<\/p>\n<p><b>Ragfijne antenne<\/b><br \/>Tegen de muur in zijn atelier staat het bed waarop Verhagen, die steeds al pratende heeft rondgewandeld, zich nu uitstrekt. &#8216;Zitten ligt me niet zo, dat vind ik zo&#8217;n geknakte houding.&#8217; Langs de muren zijn nieuwe schilderijen. Aan het voeteneinde een huisorgel, met tegen de achterwand foto&#8217;s van vrienden en geliefden. Journalist Trino Flothuis, zoon van &#8216;foute&#8217; ouders, die op zijn dertigste zelfmoord pleegde. &#8216;Hij mocht van zichzelf niet happy zijn.&#8217; Zijn moeder. Johnny van Doorn &#8211; &#8216;Echt een vriend, ik droeg &#8220;Lied van noorderzon&#8221; aan hem op, niet wetende dat hij spoedig zou sterven. Nu las ik het voor bij zijn begrafenis. Een ongewenst voorbeeld van het profeterende element in mijn po\u00ebzie.&#8217;<\/p>\n<p>Aan de muur behalve nieuwe schilderijen ook een foto van Conny. De beelden stemmen hem weemoedig &#8211; en soms erger. Die depressies hebben een functie, zegt Verhagen, zeker voor iemand die, zoals hijzelf, snel de neiging heeft de hoogte in te gaan. &#8216;Depressiviteit drukt je met je hoofd op de waarheid.&#8217; Gedichten bieden dan geen uitkomst, althans niet aan de dichter zelf. &#8216;Lezers hebben er soms wel wat aan.&#8217; Hij rommelt door de papieren naast zijn bed en trekt een brief van een lezer te voorschijn: &#8216;Bij deze kan ik u mededelen dat uw antenne voor wat ik doormaakte ragfijn is. Want het gedicht &#8220;Afronding&#8221; beschrijft meedogenloos en liefdevol tegelijk de psychotische wanen die ik beleefde. Dat ze over mij en mijn ontreddering lijken te gaan, zegt iets over de universele geldigheid van uw po\u00ebzie.&#8217; Verhagen, enthousiast: &#8216;Deze man heeft mijn gedichten beter begrepen dan ikzelf. M\u00edj hebben ze nooit geholpen. Lees het nieuwe gedicht &#8220;Gene zijde&#8221; er maar op na: <\/p>\n<p>Met al mijn lyrische geneeskracht <br \/>heb ik nog geen enkel wezen <br \/>van het sterfbed teruggebracht <br \/>Mooi weer spelen was alles wat ik deed <br \/>en mijn lievelingen gaven evengoed de geest.<\/p>\n<p><b>Mespuntje witte<\/b><br \/>Wat wel altijd hielp, waren drugs. Verhagen somt op: Lsd. Opium. Palfium. Mescaline. Speed. &#8216;En toen de ellende met Conny begon ben ik hero\u00efne gaan gebruiken. Alle pijn verdwijnt als sneeuw voor de zon &#8211; met zo&#8217;n mespuntje hele witte ben je vierentwintig uur onder de pannen. Alleen: als je je optimaal voelt, als je je angst kwijt bent, waarom zou je dan nog gedichten schrijven?&#8217;<br \/>Hij vist een dvd&#8217;tje van de grond en laat een fragment zien van zijn documentaire De Princehof, een aanloophuis voor verslaafden. De hopeloze paranoia van jonge Amsterdamse junkies komt pijnlijk in beeld. We zijn even terug in de jaren zeventig, bij de zwarte keerzijde van de in de sixties veroverde vrijheden. Vijfendertig jaar later weten we hoe het met de meesten van hen is afgelopen. De filmer Verhagen en zijn toenmalige vriendin Dor\u00e9, die als hulpverleenster ook even in beeld komt, waren zelf ook gebruikers, al spoten ze niet. Verhagen, droog: &#8216;Iedereen die je in deze film ziet is nu dood. Behalve de interviewer en zijn vriendin.&#8217; Een paar jaar later keerde hij terug naar de Princehof om voor het tijdschrift Hollands Diep de junkie Henk S. te interviewen, gefascineerd door de levensloop van een lotgenoot die het n\u00edet redde.<\/p>\n<p>Drugs hebben hemzelf en zijn werk diepgaand be\u00efnvloed, zegt Verhagen. &#8216;After all heb ik er veel aan gehad. Ik ben geworden wie ik ben door wat ik gebruikt heb. Dankzij drugs heb ik dingen gezien die het mogelijk maken om mijn gedichten te schrijven en doordat ik gedisciplineerd ben en lichamelijk sterk, heb ik het nog overleefd ook. Ik ben nooit bang geweest dat ik er niet vanaf zou komen. Ook niet toen ik twaalf jaar lang niet tot dichten kwam. Dat is niet ongebruikelijk, Roland Holst heeft ook zo&#8217;n periode van &#8220;zwijgen&#8221; gehad. Niet dat dat een excuus is.&#8217; Tegenwoordig is hij niet afhankelijk meer van drugs, zegt Verhagen. &#8216;Hoogstens gebruikt ik iets speedachtigs als hulpmiddel. De drive om dingen te maken, is sterker dan hero\u00efne. Bovendien is het meeste spul tegenwoordig versneden rotzooi.&#8217;<\/p>\n<p>Zijn vriend en collega-schrijver Cornelis Bastiaan Vaandrager is wel aan de drugs ten onder gegaan, zegt Verhagen. &#8216;Cor was een onderzoekende figuur, daar is hij behoorlijk gek van geworden. Maar hij heeft op die drugs ook twee belangrijke boeken geschreven: De reus van Rotterdam en De Hef.&#8217; Verhagen interviewde Vaandrager voor de VPRO-televisie. Hij laat een fragment zien waarin de Rotterdamse schrijver duidelijk onder invloed is: &#8216;Junkie moet je \u00f3\u00f3k geweest zijn. Via het spuiten lig ik aan het gas.&#8217; Vaandrager vertelt voor de nuchtere kijker onnavolgbare verhalen over out of body travel, vampirisme en het &#8216;beslapen van vrouwen door onzichtbare geesten&#8217;. De interviewer lijkt onbewogen te luisteren. In werkelijkheid moest hij er ook erg om lachen, maar dat heeft hij eruit gemonteerd, vertelt Verhagen nu. Dat kwam sterker over. &#8216;Als taalkunstenaar kon Vaandrager ook zijn waandenkbeelden heel goed verwoorden. Aan het eind zit hij echt op zijn Rotterdams te mopperen, maar wel met flarden occultisme. Ik vind het nog steeds een goed interview.&#8217;<\/p>\n<p><b>Het mompelende genre<\/b><br \/>H.J.A. Hofland noemde Verhagen ooit &#8216;de beste interviewer van Nederland, zo niet van de hele wereld&#8217;. Verhagen, relativerend: &#8216;Toen Hofland me vroeg naar mijn techniek, antwoordde ik: die bestaat uit het ontbreken van techniek. En daar heeft hij van gemaakt dat ik als &#8220;beoefenaar van het mompelende genre&#8221; zelf z\u00f3 zit te hakkelen dat mensen van alles gaan vertellen om me een handje te helpen.&#8217; <\/p>\n<p>Interviewen had Hans Verhagen geleerd toen hij, na een jaar als leerling-journalist bij de PZC, de jeugdpagina van het Algemeen Dagblad, Pagina Q bedacht en volschreef. Hij voorzag de opkomst van de jeugdcultuur in de jaren zestig en liep daarop vooruit. &#8216;We snakten naar het einde van de jaren vijftig, naar licht aan het einde van die tunnel.&#8217; Leeftijdgenoot Wim de Bie herinnerde zich later dat hij altijd het Algemeen Dagblad kocht als hij wist dat Hans Verhagen erin geschreven had. &#8216;Hij vulde een pagina met interviews en commentaren &#8211; pagina Q, de eerste jeugdpagina in de Nederlandse pers. Hij was mij ver vooruit en ik vond het belangrijk om kennis van zijn werk te nemen. Helemaal toen ik voor het eerst zijn po\u00ebzie las. Die trof me als een mokerslag. Ik heb vanaf dat moment nooit meer een gedicht durven schrijven.&#8217; <\/p>\n<p>Ook anderen waren onder de indruk. Simon Vinkenoog haalde hem binnen bij het weekblad Haagse Post. Verhagen las dat blad al vanaf zijn achttiende. &#8216;Er stonden stukken in die goed geschreven waren en je kon er ook nog hardop om lachen. Journalisten als Jan Vrijman, Joop van Tijn en Trino Flothuis keken met een vrolijke, ironische blik naar Nederland.&#8217; Verhagen ziet in de huidige weekbladjournalistiek weinig terug van die oude Haagse Post. &#8216;Nee, we hebben niet bepaald school gemaakt. Weekbladen hebben de achttienjarigen van nu volgens mij weinig te bieden. Je wordt gek van al die meninkjes.&#8217;<\/p>\n<p><b>Lijn met God<\/b><br \/>Verhagen logeerde in zijn HP-tijd eerst bij vrienden in Amsterdam, later verhuisde hij met zijn vrouw Conny Tavenier en zijn zoon Norman naar een flat aan de Amsterdamse Sloterplas. Na een paar jaar keerde Conny terug naar Vlissingen &#8211; het huwelijk liep af. Verhagen vond het &#8216;verschrikkelijk maar onvermijdelijk&#8217;. &#8216;Het wilde leven van de jaren zestig heeft daar een rol in gespeeld. In Amsterdam en ook &#8216;s zomers op Ibiza, met Vinkenoog, Jan Cremer en de anderen. <\/p>\n<p>Veel po\u00ebzie, zeker, maar ook gewoon sex, drugs en rock &#8216;n roll. Conny was een heel gevoelig wezen en wat er precies is gebeurd, weet ik niet &#8211; het kan een hele zware trip zijn geweest. We waren pioniers, we kenden de gevolgen van onze experimenten niet.&#8217; De scheiding zorgde niet voor verbetering, zegt Verhagen. &#8216;Conny was haar spirit kwijt. Ze probeerde er herhaaldelijk een eind aan te maken, meestal als mijn zoon bij mij of bij zijn oma was. Ze overleefde een sprong van een dak, deed een poging in een duinpan maar werd voortijdig gevonden door een vrijend stelletje in een belendende duinpan. Na vele jaren slaagde ze uiteindelijk. Het is een ramp voor de naasten als iemand aan psychoses lijdt &#8211; veel erger nog dan een lichamelijke ziekte. Mij liet ze achter met een blijvend schuldgevoel.&#8217;<\/p>\n<p>In de bundel Autoriteit van emotie, naast het programmatische gedicht &#8216;Ik ben de maker&#8217;, staat een opdracht &#8216;aan Conny&#8217;: &#8216;Jij bent de waarheid\/ waar ik ben\/ de tijd staat stil\/ de klok verstrijkt\/ en wij zijn altijd samen&#8217;. Ze speelt nog altijd een rol in zijn werk, zegt Verhagen. &#8216;De po\u00ebtische kracht komt bij haar vandaan, ze is nog altijd mijn ijkpunt. Po\u00ebzie is een raar medium, je put uit reserves waartoe je normaal geen toegang hebt, het is een rechtstreekse lijn met God &#8211; ander woord graag. Ik verwonder me vaak over de kant die het opgaat, hoe het gedicht een vlucht neemt naar het onbekende. Later ga ik monteren, laat ik dingen weg. Want, zoals Sleutelaar zegt (met een zuinige, geknepen stem): &#8220;M\u00ednder is m\u00e9\u00e9r&#8221;.&#8217; Hans Sleutelaar imiteren, dat deden Vaandrager en Verhagen vroeger ook al graag. &#8216;Dat is omdat hij van die platitudes debiteert.&#8217; Pesterig: &#8216;En &#8220;Minder is meer&#8221; is in de loop der jaren vooral op Sleutelaar zelf van toepassing geworden &#8211; hij heeft z\u00f3 ontzettend weinig gepubliceerd.&#8217;<\/p>\n<p><b>Zappa en zen<\/b><br \/>Nadat Verhagen afscheid had genomen van de Haagse Post vroeg Wim de Bie hem voor een nieuw televisieprogramma &#8211; dat zou Hoepla worden. De Bie zelf wilde liever verder met Kees van Kooten, op de radio, en hij zocht een vervanger, vertelt Verhagen. &#8216;Ik heb toen Wim T. Schippers en Wim van der Linden erbij gehaald, Trino Flothuis als medewerker, verder ging het allemaal vanzelf. Je bedacht iets en je voerde het uit. Nu eens kwam Frank Zappa in de studio, dan weer een Japanse zenmeester. Netmanagers bestonden nog niet. Al mopperde de chef van de jeugdprogrammering wel &#8220;moet d\u00e1t nou duizend gulden kosten?&#8221; toen hij de Jimi Hendrix Experience hoorde spelen.&#8217; <\/p>\n<p>Hoepla leidde in zijn korte bestaan &#8211; er werden uiteindelijk maar drie afleveringen uitgezonden &#8211; tot Kamervragen, brieven en opzeggingen. Het programma sneuvelde niet vanwege een vraaggesprek met een jonge vrouw over haar kanker of door Phil Bloom (wereldwijd de eerste vrouw met blote borsten op de televisie), maar door de documentaire Vleesch. Schippers en Verhagen hadden de lijdensweg van een koe close in beeld gebracht. Dat de slachting tegen etenstijd zou worden uitgezonden, was voor de VPRO-dominees reden om de vierde aflevering te schrappen. &#8216;Nee,&#8217; zegt Verhagen, &#8216;BNN, Man bijt hond of GeenStijl, dat l\u00edjkt niet op wat wij toen deden. Wij waren ontregelend omdat we in een nieuwe tijd geloofden en voorop liepen.&#8217;<\/p>\n<p>Na het abrupte einde van Hoepla bleef Verhagen incidenteel programma&#8217;s maken bij de VPRO. &#8216;Het had de kickstart kunnen zijn van een televisiecarri\u00e8re, alleen was dat niet mijn ambitie.&#8217; Verhagen maakte nog wel interviews voor tv-magazine Het gat van Nederland. Later filmde hij samen met onder anderen Hans Keller, Henk Hofland en Armando lange documentaires over de oorlog als Kamp Amersfoort en Vastberaden maar soepel en met mate. De talkshow Verhagen-Cadabra was een poging de Haagse Post-interviewstijl live op tv te brengen. Het leverde een berucht interview op met nazi-weduwe Florrie Rost van Tonningen. De afstandelijke, deadpan werkwijze (&#8216;De verslaggever bewaart een stalen gezicht,&#8217; beschreef Hans Sleutelaar die methode) gaf de zwarte weduwe alle ruimte om de nazi&#8217;s te prijzen en in een moeite door de Holocaust te ontkennen. Sinds Phil Bloom had de VPRO niet meer zo veel boze brieven en opzeggingen ontvangen. Verhagen: &#8216;Het verwijt was dat ik haar niet kritisch had bevraagd. Had ik dan moeten zeggen: Hitler was g\u00e9\u00e9n groot ziener?&#8217;<\/p>\n<p><b>Buitenstaander<\/b><br \/>Na een afwezigheid van dertien jaar keerde Verhagen terug in de literatuur met de bundel Kouwe voeten. De toon was er een van desillusies en schuldgevoel: &#8216;Ik, die zoveel te verwachten had\/ en zo weinig heeft gegeven&#8217;. Vrij Nederland kraakte de bundel af, herinnert Verhagen zich. &#8216;Ze noemden het sisyfuspo\u00ebzie: wat ik met de ene zin gaf nam ik met de andere weer terug. En wat daar dan het doel van was. Alsof po\u00ebzie een doel heeft.&#8217; De jaren zestig waren in diskrediet geraakt, en daarmee ook Verhagen, die hier gold als de verpersoonlijking van de sixties. Niet toevallig bedacht juist hij in &#8217;67 de namen van de poptempels Paradiso (&#8216;naar de hit van Anneke Gr\u00f6nloh&#8217;) en Fantasio. Zijn eigen geloof in de idealen van die tijd is nog ongebroken, zegt Verhagen. &#8216;De jaren zestig waren een ongekende explosie van energie en idealisme, die nu helaas is uitgewerkt. Keer op keer is daarna gebleken dat het Nederlandse volk helemaal niet nuchter en redelijk is, zoals wel beweerd is. Het is een volk dat geen maat kan houden. De buitenlanderangst die Wilders vertegenwoordigt, is verbijsterend. Ik zou zeggen: wees blij dat er \u00fcberhaupt nog \u00edemand in dit land wil wonen.&#8217;<\/p>\n<p>Verhagen bleef een buitenstaander in het Nederland van de eenentwintigste eeuw, die als dichter-ziener ver voor de instorting van de financi\u00eble markten in gedichten waarschuwde voor de gevaren van hebzucht en oneindige groei: &#8216;Iedereen stapelt, zich trakterend op het recht tot accumulatie\/ torenhoog soms, stapelt zich een burcht van hebzucht\/ jongetjes die dromen van verhoging van de rentevoet&#8217;.<\/p>\n<p>Met de toekenning van de P.C. Hooftprijs is hij alsnog &#8211; zij het l\u00e1ng na de vijftigers -opgenomen in de po\u00ebtische canon. Jongere dichters en critici bewonderden zijn lyrische gedichten al langer. &#8216;Al vond Ilja Leonard Pfeijffer het helaas nodig om mijn gedichten uit te leggen. Terwijl hij kon weten dat de logica bij mijn werk echt tekortschiet.&#8217; Ook andere critici hebben daar last van, zegt Verhagen en hij schuift een stapel boeken opzij &#8211; bovenop: The fear and loathing letters, part 1 van Hunter Thompson. &#8216;Ik ontmoette Thompson in Ohio, toen ik daar writer in residence was. Ze hadden daar geen smack, dus we dronken v\u00e9\u00e9l bourbon, Wild Turkey.&#8217;<\/p>\n<p>Onder de stapels papier vindt hij, onder veel meer, het betreffende knipsel. &#8216;Lees maar, Piet Gerbrandy: &#8220;Er kan geen twijfel over bestaan, dat Verhagen een van de grootste Nederlandstalige dichters is.&#8221; Maar dan slaan die twijfels alsnog toe. Want zijn hart mag dan zeggen dat het goeie po\u00ebzie is, zijn hoofd heeft te maken met de conventies. Dus vraagt Gerbrandy zich af: hoe moet ik iemand die twijfelt in godsnaam u\u00edtleggen dat die rare po\u00ebzie van Verhagen goed is?&#8217;<\/p>\n<p><b>Van boven kaal<\/b><br \/>Verhagens atelier is tegelijk ook zijn woning, &#8216;sinds ik in mijn huis in Amsterdam-Oost door de vloer zakte&#8217;. Hij schildert gebogen boven het doek dat op de grond ligt &#8211; zijn ezel is achtergebleven in het oude huis. Tegen de achterwand van het atelier hangt een portret van twee bij twee meter van een kale Britney Spears: &#8216;Ik dacht, dat van boven kaalscheren zouden meer vrouwen moeten doen. Maar dit leidt dan weer n\u00edet tot navolging.&#8217;<\/p>\n<p>Hij slaat vaak nachten over, zegt Verhagen. &#8216;Als de motor eenmaal draait, werk ik door.&#8217; Voor het geld hoeft hij het even niet te doen, een bevriende koper van een schilderij probeert nu al enige tijd tevergeefs om af te rekenen. &#8216;Ik heb het nu niet nodig. Ik ben ontzaglijk rijk &#8211; voor mijn doen dan, h\u00e8. Zestigduizend euro levert die P.C. Hooftprijs op, en ik kreeg laatst ook nog een werkbeurs. Ik ben weer helemaal terug, zelfs bij de belastingen.&#8217;<\/p>\n<p>De nieuwe doeken gaan naar het festival dat in juli in Vlissingen zal worden gehouden over Verhagen als filmer, dichter en schilder. &#8216;Ik moet dus nog een tentoonstelling bij elkaar schilderen.&#8217; De afgelopen nachten heeft hij dan ook niet geslapen, maar stevig doorgewerkt. In het oog springt een groot portret van een man met een hoedje, de verf is nog nat. Verhagen is er tevreden over. &#8216;Oud en jong in \u00e9\u00e9n gezicht. De voorlopige titel is Forever old.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Tegen alle bloedvergieten en kanariepieten in&#8217;, Hans Verhagen, dichter, filmer, schilder, Nijgh &#038; Van Ditmar, 2003.<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Dichter-schilder Hans Verhagen neemt straks de P.C. Hooftprijs voor po\u00ebzie in ontvangst. Een gesprek over dichten, dood en drugs. \u2018Ik ben geworden wie ik ben door wat ik gebruikt heb.\u2019 Hans Verhagen voelt zich vanavond zichtbaar niet op zijn gemak, al zijn oude vrienden als Wim de Bie en Remco Campert naar zijn feestje gekomen. [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[95,9,97],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Mischa Cohen (archief)","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/94669"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=94669"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/94669\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Mischa Cohen (archief)","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=94669"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=94669"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=94669"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}