
 {"id":94009,"date":"2009-06-06T16:21:00","date_gmt":"2009-06-06T14:21:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/uitgeprocedeerd-en-dan\/"},"modified":"2009-06-06T16:21:00","modified_gmt":"2009-06-06T14:21:00","slug":"uitgeprocedeerd-en-dan","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/uitgeprocedeerd-en-dan\/","title":{"rendered":"Uitgeprocedeerd \u2013 en dan?"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>Alle uitgeprocedeerde asielzoekers die niet onder het Generaal Pardon vallen, moeten terug naar hun land van herkomst. Maar wat staat ze daar te wachten? \u2018Meneer Robert\u2019 neemt poolshoogte in Sierra Leone.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Op een middag in maart loopt Samuel, een achtentwintigjarige asielzoeker uit Sierra Leone, de redactieruimte van Vrij Nederland binnen. Uit zijn rugzak haalt hij een stapeltje papieren. Of &#8216;meneer Robert&#8217; er misschien even naar wil kijken. &#8216;Ik snap het niet,&#8217; zegt Samuel. &#8216;Ze zeggen dat ik terug moet.&#8217;<\/p>\n<p>Inderdaad, daar staat het. De rechter heeft het hoger beroep in zijn asielzaak verworpen. Het vluchtrelaas van Samuel zou tegenstrijdigheden bevatten, en dat mag niet. Hoewel het vonnis formeel nog kan worden aangevochten bij de Raad van State, is de kans op een verblijfsvergunning nu vrijwel zeker verkeken. &#8216;Nou,&#8217; zegt Samuel. &#8216;Daar ben ik dus helemaal niet blij mee.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Vrij Nederland had eerder contact met Samuel, in het najaar van 2005, voor een artikel over het achtste elftal van voetbalvereniging Fortuna Wormerveer. Dat team was ooit na een rampzalig seizoen uitgeroepen tot het op een na slechtste elftal van Nederland, maar had zich van zijn schlemielige imago weten te ontdoen door een vijftal fanatieke Sierraleonezen uit het nabijgelegen asielzoekerscentrum op te stellen en vervolgens de ene na de andere wedstrijd te winnen.<\/p>\n<p>Samuel was een van die Sierraleonezen. Voor hem stond het achtste van Fortuna Wormerveer voor meer dan een wekelijks potje voetbal; het team vormde ook de brug met de Nederlandse samenleving. Zijn medespelers leerden hem de taal, regelden een huurwoning, haalden hun oude meubels voor hem van zolder en hielpen met het schrijven van sollicitatiebrieven. Dat motiveerde Samuel om serieus werk te maken van zijn integratie. Hij doorliep een inburgeringscursus, ging &#8216;s nachts aan de slag als schoonmaker om overdag een opleiding elektrotechniek te kunnen volgen, en vond uiteindelijk een baan in de bouw.<\/p>\n<p>Maar nu lijkt dat dus allemaal voor niets geweest. Samuel is niet de enige die dat maar moeilijk kan bevatten. Uit zijn rugzak haalt hij een kopie van de brief die het uitzendbureau waarvoor hij tot voor kort werkte onlangs stuurde aan staatssecretaris Albayrak van Justitie. &#8216;Wij begrijpen absoluut niet,&#8217; stelt het bedrijf, &#8216;waarom de verblijfsvergunning aan een jongen als Samuel telkens weer geweigerd wordt in het kader van &#8220;regels zijn regels&#8221; terwijl diverse nutteloze en werkloze lapzwansen die na jarenlang verblijf hier te lande slechts binnensmonds wat krom Engels kunnen murmelen hier mogen blijven.&#8217;<\/p>\n<p><b>Mensen als kippen<\/b><br \/>Samuel is een vrolijke, goedlachse jongen. Als hij tegenover je zit, is het nauwelijks voor te stellen dat hij ooit midden in de helse gebeurtenissen zat die zich niet zo lang geleden afspeelden in Sierra Leone. Maar sinds hij weet dat hij terug moet, staan de beelden waarvan hij hoopte dat hij ze was vergeten weer haarscherp op zijn netvlies. Hele nachten ligt hij wakker.<\/p>\n<p>Zesenhalf jaar geleden vluchtte Samuel naar Nederland, nadat hij kort ervoor gedeserteerd was uit het rebellenleger dat Sierra Leone sinds 1991 in een ijzeren greep hield. Hij had zich bij het leger aangesloten omdat hij &#8216;niet anders kon&#8217;. De rebellen hadden zijn ouderlijk huis platgebrand met zijn vader er nog in. Samuel hadden ze in elkaar geslagen en op straffe van executie gedwongen mee te vechten. Zoals gebruikelijk was, werd hij om zijn gevoel uit te schakelen voortdurend volgestopt met drugs. Zo veranderde hij langzaam in een niets ontziende soldaat die onschuldige burgers de armen en benen afhakte. &#8216;Ik zag mensen als kippen,&#8217; zegt hij zacht. &#8216;Hun pijn deed me niets. Door al die drugs was ik mezelf niet meer.&#8217;<\/p>\n<p>Samuel maakte mee dat twee rebellen een zwangere vrouw zagen staan en een weddenschap aangingen over het geslacht van de baby. Terwijl de vrouw nog leefde, sneden ze haar baarmoeder open en trokken de foetus eruit. De rebel die de weddenschap had gewonnen, schoot de ander vervolgens dood. &#8216;Ik stond erbij en deed niks, omdat ik bang was dat ik anders z\u00e9lf doodgeschoten zou worden.&#8217; En dat is maar een van de gruwelijke verhalen die hij vertelt.<\/p>\n<p>Achtervolgd door zijn verleden raakt Samuel nu met de dag meer vertwijfeld over zijn toekomst. Hij beseft dat de twee opties die hij heeft allebei weinig aanlokkelijk zijn: terugkeren naar het land dat hij ooit zo graag wilde verlaten, of in Nederland een bestaan opbouwen in de illegaliteit. &#8216;Als ik hier blijf, raak ik alles kwijt,&#8217; zegt hij. &#8216;Dan moet ik misschien wel in het Vondelpark gaan slapen en gaan stelen om in leven te blijven. Misschien beland ik wel in de gevangenis.&#8217; Maar ook de gedachte aan een enkeltje Sierra Leone boezemt hem vrees in. &#8216;Ik weet niet wat me daar te wachten staat. Wat nou als ik daar geen werk kan vinden?&#8217; Dat hij nooit meer iets heeft vernomen van de Sierra Leoonse jongens met wie hij voetbalde en die w\u00e9l zijn teruggekeerd, maakt het er niet eenvoudiger op. &#8216;Ik weet echt niet wat ik moet doen,&#8217; zegt Samuel tegen het einde van het gesprek. &#8216;Wat vind jij?&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Meneer Robert&#8217; weet het eerlijk gezegd niet zo goed. Hij is geneigd te zeggen: blijf hier. Volgens de Human Development Index van de Verenigde Naties is Sierra Leone het minst ontwikkelde land ter wereld. De gemiddelde levensverwachting ligt er zo&#8217;n veertig jaar lager dan bij ons. Zeventig procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Daar kun je zo&#8217;n keurige, perfect ingeburgerde jongen met zo&#8217;n vreselijke geschiedenis toch niet zomaar naar laten terugkeren?<\/p>\n<p>Maar ja. Het mag dan in Sierra Leone geen pretje zijn, de oorlog is al weer zes jaar voorbij. En een leven in de illegaliteit in Nederland is natuurlijk ook verschrikkelijk. Weinig tot geen recht op onderdak, werk en medische zorg, voortdurend de angst om opgepakt te worden door de politie, met het risico dat je voor maanden in vreemdelingendetentie belandt: zoiets gunt een mens zijn ergste vijand niet. Kan Samuel dan misschien toch maar beter terugkeren? Eigenlijk is de afweging vanuit Nederland niet te maken en zou je zelf in Sierra Leone moeten gaan kijken om je een oordeel te vormen. En in tegenstelling tot Samuel kan een Nederlandse journalist zich dat permitteren.<\/p>\n<p><b>De koning te rijk<\/b><br \/>Tien dagen later, in Makeni, een provinciestadje in het noorden van Sierra Leone. De zon is al uren onder en de palmwijnverkopers, apenvleesbakkers en prepaidtelefoonkaartaanbieders op de markt hebben een slaapplaats opgezocht. Maar in de Flamingo, een kleine discotheek aan de rand van het stadje, wordt het einde van de dag nog even uitgesteld. Lokale hiphop dreunt uit de speakers. Pezige lijven schuren op de dansvloer tegen elkaar aan.<\/p>\n<p>Vanachter de bar kijkt eigenaar Mahmud (29) tevreden om zich heen. &#8216;Op momenten als deze,&#8217; zegt hij, &#8216;weet ik dat terugkeren naar Sierra Leone de juiste beslissing is geweest.&#8217; Tot acht maanden geleden woonde Mahmud in Nederland. Daar belandde hij juni 2001, nadat hij gevlucht was voor de burgeroorlog. Verschillende van zijn vrienden waren door rebellen vermoord. Zelf was hij met de dood bedreigd door een militieleider, die inmiddels door het oorlogstribunaal in Sierra Leone is veroordeeld tot veertig jaar cel wegens moord, verkrachting, verminking en het ronselen van kindsoldaten. Als verstekeling op een vrachtschip slaagde Mahmud erin de oorlog achter zich te laten. Een &#8216;aardigemeneer&#8217; had hem daarbij &#8216;geholpen&#8217;. Wat in Sierra Leone meestal betekent: een mensensmokkelaar had hem voor veel geld ergens aan boord gezet.<\/p>\n<p>Eenmaal in Nederland kreeg Mahmud een tijdelijke verblijfsvergunning. Hij bouwde een leven op in Utrecht, waar hij aan de slag ging als postsorteerder. Tot hij in 2005 te horen kreeg dat hij terug moest. Sierra Leone was volgens de Nederlandse overheid weer veilig. Met procederen en nog eens procederen wist Mahmud zijn verblijf nog een paar jaar te rekken. Maar afgelopen zomer was de rek eruit.<\/p>\n<p>De twijfel sloeg toe. Ging hij werkelijk terug? Of bleef hij liever als illegaal in Nederland? Hij koos uiteindelijk voor het eerste. &#8216;Ik had gezien hoe andere uitgeprocedeerde asielzoekers op straat zwierven,&#8217; zegt Mahmud. &#8216;Ze hadden geen cent op zak en waren totaal gefrustreerd geraakt. Dat zag ik niet zitten.&#8217;<\/p>\n<p>De eerste maanden na zijn terugkomst in Makeni waren niet makkelijk. Hij kon nergens werk vinden en begon zich af te vragen of hij Nederland ooit had moeten verlaten. Maar toen keerde zijn lot. Op een avond raakte hij aan de praat met de weduwe van de kort daarvoor overleden eigenaar van de Flamingo. Die vertelde hem hoe zwaar ze het vond de discotheek nu in haar eentje te moeten runnen. Mahmud raakte op slag smoorverliefd. Nog dezelfde week trok hij bij de vrouw in.<\/p>\n<p>Nu woont hij in een riant huis met azuurblauwe muren en een bankstel met pantermotief en voelt hij zich zeven avonden per week de koning te rijk in de Flamingo. De zaken gaan goed, zegt Mahmud. Het loopt elke avond storm. Als hij genoeg geld bij elkaar heeft voor een breedbeeldtelevisie waarop hij de Engelse Premier League kan vertonen (Manchester United, Arsenal en Chelsea mogen samen zes miljoen Sierra Leonezen tot hun fanschare rekenen), zal de discotheek nog meer publiek trekken, verwacht hij.<\/p>\n<p>&#8216;Als ik met mijn Sierra Leoonse vrienden in Nederland bel, zeg ik altijd: &#8220;Jullie zijn gek dat jullie daar blijven.&#8221; Maar ze willen nooit luisteren.&#8217; Goed, Mahmud geeft toe dat hij er zelf ook nog aan moet wennen dat schoon drinkwater niet meer gewoon uit de kraan komt, en dat hij honderden kilometers moet rijden voor een fatsoenlijke dokter. Zeker nu zijnvriendin onlangs besmet is geraakt met tyfus, is dat lastig. Maar Mahmud wil niet klagen. Hij is trots op zijn land. Bovendien: &#8216;Het had een stuk slechter met me kunnen aflopen.&#8217;<\/p>\n<p><b>Karig asielzoekersbestaan<\/b><br \/>Een teruggekeerde vluchteling k\u00e1n dus een heel eind komen in Sierra Leone. Het verhaal van Mahmud sterkt de gedachte van veel Nederlanders dat vreemdelingen die geen aanspraak kunnen maken op een verblijfsvergunning, gewoon moeten terugkeren en hun oude leven weer moeten oppakken. Het ondersteunt ook de visie van Rhodia Maas, directrice van de Dienst Terugkeer &#038; Vertrek &#8211; het overheidsorgaan dat belast is met de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen. Maas zei eind januari in De Telegraaf dat de weigerachtige houding van veel vreemdelingen gebaseerd is op irrationale angst: &#8216;Wij zien een ongevaarlijke muis, zij een brullende leeuw.&#8217; Maar vanzelfsprekend heeft niet iedereen zoveel mazzel als Mahmud.<\/p>\n<p>Twee dagen later, op een bloedhete ochtend, baant de zesentwintigjarige Sherriff zich een weg door het centrum van Freetown. De ontelbare straatverkopers, motortaxi&#8217;s, poda poda&#8217;s (taxibusjes) en uit Nederland verscheepte bestelwagens (&#8216;Van den Hurk &#8211; Voor al uw badkamermaterialen&#8217;) maken de hoofdstad van Sierra Leone tot \u00e9\u00e9n grote chaos. Sherriff keerde acht maanden geleden terug, na een verblijf van zes jaar in Nederland, waar hij een kamer bewoonde aan het Rotterdamse Marconiplein. Vraag hem hoe het in Nederland was, en hij antwoordt: &#8216;Fantastisch.&#8217; Hij had daar een mooi huis, vond er een goede baan en volgde er een opleiding. Hij ontmoette zelfs Marco van Basten en Pim Fortuyn, vertelt Sherriff opgetogen. Vraag hem waarom hij dan is teruggekeerd, en zijn antwoordt luidt: &#8216;Ik begon Sierra Leone te missen.&#8217;<\/p>\n<p>Stuk voor stuk verzinsels, volgens een vertrouwenspersoon in Rotterdam, die Vrij Nederland later zal raadplegen. In werkelijkheid leidde Sherriff in Nederland een karig asielzoekersbestaan en m\u00f3\u00e9st hij terug omdat zijn verblijfsvergunning niet werd verlengd. Maar met zo&#8217;n verhaal loop je in Sierra Leone niet te koop. Dan kijkt iedereen op je neer, ontdekte Sherriff toen hij bij terugkomst onderdak zocht bij zijn familie. &#8216;De eerste dagen deed iedereen nog alsof ze blij waren me weer te zien,&#8217; zegt hij. &#8216;Maar toen begonnen ze om geld te vragen. En nog eens, en n\u00f3g eens, tot ik er helemaal gek van werd.&#8217; Hij bekende dat zijn avontuur in Nederland een beetje anders was gelopen dan gehoopt, en legde uit dat je daar zonder de juiste papieren nauwelijks iets voor elkaar kon krijgen. &#8216;Toen werden ze boos en stuurden ze me weg.&#8217;<\/p>\n<p><b>Losers<\/b><br \/>Sherriff is niet de enige die iets dergelijks is overkomen, zo blijkt die ochtend tijdens een wekelijkse bijeenkomst voor teruggekeerde vluchtelingen. In een haveloos kantoortje in Freetown zitten negen jongemannen rond een vergadertafel. Beurtelings staan ze op van hun stoel. &#8216;Mijn naam is Ibrahim,&#8217; zegt nummer een. &#8216;Ik woonde tussen 2001 en 2005 in Den Bosch.&#8217; Nummer twee: &#8216;Mijn naam is Jalloh. Ik woonde tussen 2002 en 2008 in Wageningen.&#8217; Zo gaat het door, tot iedereen is geweest.<\/p>\n<p>De jonge mannen zitten hier niet zomaar voor de gezelligheid. Welbeschouwd zijn het lotgenoten. Allemaal zijn ze vanwege de oorlog rond hun twintigste weggevlucht uit Sierra Leone, allemaal raakten ze min of meer bij toeval verzeild in een land waarvan ze niets wisten, behalve dan dat Patrick Kluivert en Ruud van Nistelrooy er voetbalden, en allemaal waren ze diep teleurgesteld toen ze op een zeker moment te horen kregen dat ze weer terug moesten. Maar de meest opvallende overeenkomst is nog wel dat de jongens sinds hun terugkeer eigenlijk niemand meer hebben, behalve elkaar. Hun familie en vrienden, voor zover die niet in de oorlog zijn omgekomen, willen niks meer met hen te maken hebben. De jongens zijn mislukt, het zijn losers. Ze hebben jaren in Europa doorgebracht en zijn niet eens met zakken vol geld of dure cadeaus teruggekomen. En dat terwijl vaak de hele gemeenschap destijds aan hun overtocht had meebetaald. &#8216;Hier denkt iedereen dat je in Europa slapend rijk wordt,&#8217; zegt Ibrahim. &#8216;Dat je daar geen cent kunt verdienen zonder de juiste papieren, is aan niemand uit te leggen. Dat in Nederland ook arme mensen wonen, wil al helemaal niemand geloven. Hier denken ze zelfs dat blanken eerder naar de hemel gaan dan wij.&#8217;<\/p>\n<p>Alexander valt hem bij: &#8216;Mijn familie dacht gewoon dat ik loog. Dat ik mijn geld ergens verstopt had en alles voor mezelf wilde houden. Toen ik duidelijk maakte dat ze het mis hadden, kreeg ik te horen dat ik dan maar ergens anders moest gaan wonen.&#8217;<\/p>\n<p>Met zo&#8217;n ontvangst had niemand van hen rekening gehouden. Het was al moeilijk genoeg om Nederland te verlaten &#8211; dat ze vervolgens ook in hun vaderland de deur in het gezicht geslagen kregen, maakte velen ten einde raad. Het is maar de vraag wat er van hen zou zijn geworden als ze niet in aanraking waren gekomen met de Christian Brothers, een katholieke hulporganisatie in Freetown. Met financi\u00eble ondersteuning van de Utrechtse ngo Maatwerk bij Terugkeer organiseert zij de bijeenkomsten voor terugkeerders uit Nederland.<\/p>\n<p>&#8216;We proberen deze groep zo hecht mogelijk te maken,&#8217; zegt James Sandee, co\u00f6rdinator bij de Christian Brothers. &#8216;Het is van groot belang voor deze jongens een netwerk te hebben. Zonder netwerk ben je niets in Sierra Leone.&#8217; Daarnaast, zegt Sandee, is het goed voor terugkeerders om regelmatig lotgenoten te ontmoeten. &#8216;Dan kunnen ze elkaar helpen en motiveren. Anders raken ze misschien zo gefrustreerd over hun situatie dat ze binnen de kortste keren weer terug willen naar Nederland.&#8217;<\/p>\n<p>Hoog op de agenda vandaag: het plan om met de hele groep lagere scholen langs te gaan om te vertellen over hun ervaringen in Nederland. Iedereen is v\u00f3\u00f3r. &#8216;Het is de enige manier om kinderen ervan te weerhouden op een dag zomaar naar Europa te vertrekken,&#8217; zegt Jalloh. &#8216;En als we geluk hebben,&#8217; vult Alexander aan, &#8216;worden we dan voortaan zelf ook niet meer zo vaak belachelijk gemaakt.&#8217;<\/p>\n<p>Door je familie verstoten worden, is hartverscheurend, maar het schept ook een enorm praktisch probleem. Want hoe kom je aan geld en onderdak in een land waar de werkloosheid tachtig procent is en de huren relatief hoog zijn? Daarom proberen de Christian Brothers de terugkeerders zo goed mogelijk te helpen. Naast een paar dagen noodopvang verstrekt de organisatie ook microkredieten van vijftienhonderd euro waarmee ze een bedrijfje kunnen beginnen en geeft ze workshops over hoe ze dat zo goed mogelijk kunnen doen. Binnen een jaar moeten ze de eenmalige aflossing van vijfentwintig procent hebben afbetaald.<\/p>\n<p>Het systeem is niet helemaal waterdicht. Sommige jongens namen het microkrediet in ontvangst, veranderden hun adres en telefoonnummer en lieten nooit meer iets van zich horen. Een vrouwelijke terugkeerder belandde in de prostitutie. Co\u00f6rdinator James Sandee wil er niet te zwaar over oordelen: &#8216;Als zij zich weer bij de Christian Brothers willen aansluiten, staat de deur altijd open.&#8217;<\/p>\n<p>Aanvankelijk had Sandee er wat moeite mee om zijn energie te steken in voormalige asielzoekers. In zijn land lagen kinderen te creperen in de goot, moest hij dan gezonde jongemannen op dure sportschoenen gaan helpen? Maar nu hij een tijd bij het project betrokken is, en intussen ook in Europa is geweest om met organisaties als Maatwerk bij Terugkeer te praten, kijkt hij er anders tegenaan. &#8216;Het is belangrijk dat iemand naar deze jongens omkijkt,&#8217; zegt Sandee. &#8216;Als wij het niet doen, doet niemand het.&#8217;<\/p>\n<p><b>Plunderen<\/b><br \/>De volgende dag om vijf uur &#8216;s ochtends loopt Sherriff door Kabala Town, een buitenwijk van Freetown waar veel huizen van golfplaat zijn en de straten van zand. Het is nog donker, maar Sherriff kent de weg blindelings en stapt zonder te kijken over open riolen. Hij heeft vers brood gehaald bij de bakker, een paar kilometer de heuvel op. Thuis veegt hij zijn vuilnis bij elkaar en steekt het langs de kant van de straat in brand. Dan is het tijd om de houten luiken te openen van zijn winkeltje, dat direct vastzit aan zijn huis. Behalve brood verkoopt Sherriff van alles en nog wat: blikken tonijn, sigaretten, batterijen, scheerzeep, Coca-Cola. De eerste klanten staan al te wachten. Rond het middaguur zal hij naar de markt in het centrum van de stad gaan om nieuwe voorraad in te slaan. Daarna zal hij weer plaatsnemen achter zijn toonbank, tot elf uur &#8216;s avonds. Zo gaat het zeven dagen per week.<\/p>\n<p>Sherriff kon het winkeltje openen van het microkrediet dat hij ontving van de Christian Brothers. Hij kocht er ook een vrieskist van, en een generator, voor als de stroom weer eens uitvalt. Tegen zijn familieleden, die niets meer van hem wilden weten, vertelt hij niet waar hij nu woont. Als ze zijn winkel zien, denkt Sherriff, komen ze meteen de boel plunderen.<\/p>\n<p>Voor iemand die net acht maanden terug is uit Nederland, lijkt Sherriff het goed voor elkaar te hebben. Toch valt dat tegen volgens hem. Als hij aan het eind van de maand weer een deel van zijn krediet heeft ingelost en zijn landeigenaar heeft betaald, houdt hij nauwelijks iets over. Daardoor is hij niet in staat grote voorraden in te slaan en moet hij zijn klanten nogal eens teleurstellen. Zo prijst hij zichzelf langzaam uit de markt. Echt, zegt Sherriff, hij is blij met alle hulp die hij krijgt. &#8216;Het is een hele opluchting dat ik me hier niet meer voortdurend zorgen hoef te maken over mijn papieren. Maar ik moet wel werken, werken, werken. En ik schiet er uiteindelijk weinig mee op.&#8217;<\/p>\n<p>Zijn Sherriffs verwachtingen, met het rijke Nederland nog vers in het geheugen, niet te hooggespannen? Is het wellicht een teken dat zijn slaapkamer vol posters hangt van Amerikaanse rappers met gouden sieraden om hun nek en wulpse blondines aan hun zij? Ja en nee, meent James Sandee van de Christian Brothers. Ook van andere terugkeerders krijgt hij te horen dat het microkrediet niet voldoende is. &#8216;Jongens als Sherriff zijn ongeduldig,&#8217; zegt hij. &#8216;Ze hebben in Nederland de rijkdom om zich heen gezien. Ze willen n\u00fa resultaat. Meteen. Maar ze hebben \u00f3\u00f3k een punt. Want met het geld kunnen ze wel iets beginnen, maar ze kunnen het niet uitbouwen.&#8217; Met de Stichting Maatwerk bij Terugkeer is Sandee in gesprek over een mogelijke verhoging van het krediet. Of het gaat lukken, is onzeker. &#8216;En dan is het maar de vraag hoe die jongens er over twee jaar voor staan.&#8217;<\/p>\n<p><b>Verjaagd door de familie<\/b><br \/>Een terugkeer naar Sierra Leone zit altijd vol valkuilen. Als je bij je familie weer je gezicht laat zien zonder geld en dure cadeaus, dan heb je gefaald. Als je gedwongen het beloofde land bent uitgezet, dan zal je aldaar wel iets verkeerds hebben uitgespookt. Maar het allermoeilijkst is het voor jongens als Samuel, die hebben meegevochten in de oorlog. Die slachtoffer zijn, maar door veel mensen ook nog altijd als daders worden beschouwd.<\/p>\n<p>Op drie uur rijden van Freetown ligt het gehucht Makassa, waar tijdens de oorlog rebellenmilities waren gestationeerd. In een oude barak woont de achtentwintigjarige Jalloh. Na een verblijf van negen jaar in Nederland keerde hij een half jaar geleden vrijwillig terug, ook al had hij een bul van de Landbouwuniversiteit Wageningen op zak en hoefde hij officieel nog niet weg. &#8216;Ik vond dat het tijd was,&#8217; zegt Jalloh. &#8216;De oorlog was voorbij, en ik wilde mijn land helpen opbouwen.&#8217; Maar toen hij aankwam in het dorp waar hij was opgegroeid, werd hij door zijn familie verjaagd. Jalloh had tijdens de oorlog voor de rebellen gewerkt als tolk (in Sierra Leone worden vijftien talen gesproken), en hoewel hij daartoe met geweld was gedwongen, werd hem dat nu ernstig kwalijk genomen.<\/p>\n<p>Wanhopig op zoek naar een plek om te slapen, kon Jalloh niks anders bedenken dan het dorp waar hij tijdens de oorlog tegen zijn zin verbleef. In Makassa zouden nog wel wat lege barakken staan, vermoedde hij.<\/p>\n<p>Hij bleek niet de enige die dat had bedacht. Zeker dertig voormalige kindsoldaten hadden zich permanent in de barakken gevestigd. Allemaal waren ze na afloop van de oorlog uit angst voor represailles op de vlucht geslagen en hadden ze een heenkomen gezocht in de buurlanden Guinee en Liberia. Toen ze het eenmaal weer hadden aangedurfd terug te keren, werden ze door hun families buiten de deur gehouden. In Makassa vonden ze onderdak. Ze namen het omliggende land in gebruik om hun eigen groenten te verbouwen.<\/p>\n<p>Toen Jalloh in het dorp arriveerde, werd hij door de ex-kindsoldaten ontvangen als een van hen. Hij besloot er te blijven, en de kennis die hij had opgedaan in Wageningen met de jongens te delen. Hij leerde hun hoe ze hun land meer konden laten opbrengen, en hoe ze hun spullen op de markt moesten verkopen. Met behulp van een oude syllabus ging hij hun zelfs examens in marketing en accountancy afnemen. Inmiddels staan de tomaten en aubergines er redelijk fris bij. Een opsteker voor de jongens, zegt Jalloh, terwijl hij de gewassen inspecteert. &#8216;Hun verleden heeft hun allemaal een minderwaardigheidscomplex bezorgd. Door hen te helpen met verbouwen van hun groenten, hoop ik de jongens wat zelfrespect bij te brengen.&#8217;<\/p>\n<p>Tegen de middag verzamelt de groep zich in de schaduw van een grote boom. De palmwijn en vers geoogste komkommers worden rondgedeeld. Jalloh vraagt de jongens wie van hen een toekomst voor zichzelf ziet in Sierra Leone. Niemand steekt zijn vinger op. Allemaal zeggen ze naar Amerika te willen om geld te verdienen, zeker nu Obama daar president is.<\/p>\n<p>&#8216;Doe dat nou n\u00ed\u00e9t,&#8217; roept Jalloh. &#8216;Zonder verblijfsvergunning krijg je het daar nog moeilijker dan hier!&#8217;<\/p>\n<p>Maar hij zegt het met de moed der wanhoop. Jalloh doet waarvoor hij is teruggekomen. Hij helpt zijn land opbouwen. Maar zijn eigen toekomst ziet er niet rooskleurig uit. Het werk in Makassa levert hem geen cent op en een fatsoenlijk onderkomen zit er voorlopig ook niet in. &#8216;Ik bid tot God dat het goed komt,&#8217; zegt hij. &#8216;Meer kan ik niet doen.&#8217;<\/p>\n<p><b>Re\u00efntegratieprogramma<\/b><br \/>De ervaringen van Jalloh en de andere voormalige kindsoldaten stroken bepaald niet met het laatste ambtsbericht over Sierra Leone van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarin staat namelijk: &#8216;De oorlog is nu zes jaar afgelopen en sinds een aantal jaar zijn alle ex-kindsoldaten (&#8230;) gere\u00efntegreerd in de samenleving.&#8217;<\/p>\n<p>Daarop valt nogal wat af te dingen, meent ook de Stichting War Child, die opkomt voor kinderen uit oorlogsgebieden.<\/p>\n<p>&#8216;Na de oorlog was er wel een re\u00efntegratieprogramma voor ex-kindsoldaten,&#8217; zegt een woordvoerder. &#8216;Maar dat gold alleen voor jongeren die zich officieel als zodanig hadden laten registreren bij de Verenigde Naties. Een deel deed dat om uiteenlopende redenen niet. Daar komt nog bij dat iedereen die tijdens of na de oorlog naar het buitenland is gevlucht, sowieso niet aan het re\u00efntegratieprogramma kon deelnemen. Dat zij het moeilijk hebben nu ze zijn teruggekeerd, is dus heel begrijpelijk.&#8217;<\/p>\n<p>Wat is nu wijsheid voor Samuel? Spreekt hij met de IND, dan zal hij waarschijnlijk te horen krijgen dat het voor jongens als hij goed mogelijk is een nieuw bestaan op te bouwen in Sierra Leone. Maar als hij \u00e9\u00e9n blik op Makassa zou kunnen werpen, wist hij dat de werkelijkheid waarschijnlijk anders ligt.<\/p>\n<p><b>Marteling<\/b><br \/>De verschrikkingen van de oorlog in Sierra Leone hebben veel mensen enorme trauma&#8217;s bezorgd &#8211; ook Samuel klaagt over nachtmerries. Wat opvalt in de gesprekken met terugkeerders is dat veel van hen last hebben van hoofdpijnen. &#8216;Witchgun&#8217; noemen ze dat. Ofwel: ze geloven dat ze zijn getroffen door kogels uit een wapen van een heks. Er is een vloek over hen uitgesproken, en het enige wat ze eraan kunnen doen, is naar een medicijnman gaan om ze te laten &#8216;verwijderen&#8217;.<\/p>\n<p>&#8216;Dat komt vaak voor,&#8217; zegt de Nederlandse orthopedagoge Heleen van den Brink. &#8216;Veel mensen hebben het hier over hekserij, terwijl ze eigenlijk last hebben van psychische klachten.&#8217; Psychische hulpverlening bestaat nagenoeg niet in Sierra Leone. Voor zes miljoen inwoners is er \u00e9\u00e9n psychiater, die er ook nog om bekend staat dat hij zijn pati\u00ebnten het liefst gewoon platspuit. Daarnaast is er alleen The City of Rest, een opvanghuis voor drugsverslaafden en psychiatrische pati\u00ebnten in Freetown, waar Van den Brink sinds zes jaar werkt. Voor zij aan haar rondleiding begint, zegt de hulpverleenster heel nadrukkelijk: &#8216;Ik wil bij voorbaat mijn excuses maken voor alles wat je hier zult zien.&#8217;<\/p>\n<p>Het is er inderdaad uiterst beklemmend. Mannen en vrouwen liggen in donkere, benauwde kamers met ijzeren kettingen vast aan hun stapelbed. De stront zit op verschillende plaatsen tegen de muur. Op het binnenplein loopt te midden van verwilderde pati\u00ebnten een tweejarig jongetje rond. Zijn moeder heeft hem in The City of Rest achtergelaten omdat ze het te druk had met haar verslaving. &#8216;Amnesty International is hier een keer langs geweest,&#8217; vertelt Van den Brink. &#8216;We kregen te horen dat het in feite marteling is wat we hier doen. &#8220;Tja,&#8221; zei ik, &#8220;Dat kan zijn. Maar meer middelen hebben we nu eenmaal niet.&#8221;&#8216;<\/p>\n<p>In The City of Rest verbleven de afgelopen jaren ook twee terugkeerders uit Nederland. Een van hen wordt nog steeds zo nu en dan opgenomen. &#8216;Die jongen is volledig de weg kwijt,&#8217; zegt Van den Brink. &#8216;In zijn hoofd is hij nog steeds d\u00e1\u00e1r. Hij heeft het de hele dag over de sociale dienst.&#8217; Volgens de orthopedagoge kunnen terugkeerders flinke mentale klappen oplopen van de teleurstellende en vernederende ervaringen in het buitenland. &#8216;Vooral als ze onder zware omstandigheden in vreemdelingendetentie hebben gezeten.&#8217;<\/p>\n<p>Die klachten komen nog eens bovenop de trauma&#8217;s waarmee zo&#8217;n beetje ieder\u00e9\u00e9n kampt in Sierra Leone, zegt Van den Brink. &#8216;De oorlog en de dagelijkse strijd om te overleven, heeft vele mensen hier overgevoelig gemaakt. Er hoeft maar een autoband te knallen, of ze staan op hun achterste benen. Om de kleinste dingen breken vechtpartijen uit.&#8217;<\/p>\n<p>De situatie in The City of Rest lijkt uitzichtloos. Van den Brink beschouwt haar werk als een &#8216;roeping&#8217;. &#8216;Ik m\u00f3\u00e9t hier zijn,&#8217; zegt ze. &#8216;Maar echt helpen kan ik mijn pati\u00ebnten niet. Ik kan alleen maar met ze praten, en hopen dat ik ze zo een tijdje van de drugs kan houden.&#8217;<\/p>\n<p><b>Boos<\/b><br \/>Op een snikhete middag loopt Ibrahim (27) in een van de armste delen van Freetown met een chagrijnig gezicht naast zijn motor. Het &#8216;rotding&#8217;, zegt hij in vloeiend Nederlands, wil niet meer starten, en moet naar de monteur. Een paar dagen geleden heeft Ibrahim een ongeluk gehad. Ging hij zomaar, b\u00e1f, onderuit. Niemand in de buurt. Maar ja, wat wil je met die wegen? Elke twintig meter een gat of scheur.<\/p>\n<p>Nu zit hij wel met een probleem. De motor is zijn brood. Hij gebruikt hem als taxi. Op een goede dag verdient hij daar tweeduizend leone mee &#8211; zo&#8217;n vijf euro. Naar Sierra Leoonse maatstaven is dat een behoorlijk inkomen, maar nu staat het op de tocht. Het werken wordt hem hier sowieso onmogelijk gemaakt, foetert Ibrahim door. De politie? Zo corrupt als maar kan. Valt je voortdurend lastig, en als je niet betaalt, &#8216;ben je de lul&#8217;. Soms houdt hij aan het eind van de dag zo weinig over dat hij niet eens eten kan kopen. Dus droomt hij van een goede opleiding die hem &#8216;uit de shit&#8217; kan helpen. &#8216;Maar die heb je hier helemaal niet.&#8217;<\/p>\n<p>Ibrahim verbleef maar drie jaar als asielzoeker in Nederland. En hij is al weer drie\u00ebnhalf jaar terug. Maar accepteren dat zijn toekomst niet d\u00e1\u00e1r, maar in Sierra Leone ligt, kan hij nog altijd niet. &#8216;Ik mis Nederland vreselijk,&#8217; zegt hij. &#8216;Ik moet er bijna elke dag aan denken. Aan Ajax. Aan Albert Heijn. En aan Koninginnedag, natuurlijk.&#8217;<\/p>\n<p>Dat het hem n\u00f3g meer moeite kost om weer in Sierra Leone te aarden dan andere terugkeerders, heeft zonder twijfel te maken met de manier waarop hij uit Nederland vertrok. Met spijt in zijn hart denkt hij terug aan &#8216;het domste wat ik ooit heb gedaan&#8217;. Ibrahim was een half jaar uitgeprocedeerd en hing al een tijdje wat doelloos rond op straat, toen &#8216;een kennis&#8217; hem een vals paspoort in de aanbieding deed. Op dat moment d\u00e9 oplossing voor de uitzichtloze situatie waarin hij zich bevond, zo leek het. Maar toen hij een week later het gemeentehuis van Zwolle binnenliep om het document op te halen, stond de politie hem vier man sterk op te wachten.<\/p>\n<p>Elf dagen zat hij vast op het politiebureau, om daarna vier maanden in vreemdelingenbewaring te worden geplaatst. Eerst in de Willem II-gevangenis in Tilburg, daarna op de inmiddels gesloten bajesboot in Rotterdam. Ibrahim vond het er vreselijk. Hij zat met zes man op een cel, mocht nauwelijks naar buiten, en werd door de bewakers &#8216;als stront&#8217; behandeld. Op een dag kwamen drie bewakers zijn cel in, die hem meedeelden dat hij naar huis moest. Ibrahim raakte in paniek en begon hevig te protesteren, waarop de bewakers hem tegen de grond werkten, in de boeien sloegen, en hem zo naar vliegveld Zestienhoven vervoerden.<\/p>\n<p>Eenmaal in het vliegtuig maakte Ibrahim z\u00f3&#8217;n stampij dat de piloot hem weigerde mee te nemen. Ze brachten hem terug naar de bajesboot, waar hij voor straf vijf dagen in de isoleercel werd gezet. &#8216;Zo hebben ze me gebroken,&#8217; zegt Ibrahim. &#8216;Ik dacht: laat ik dan toch maar teruggaan.&#8217;<\/p>\n<p>Nu hij terug \u00eds, brengt hij de dagen veelal in boosheid door. Hij is boos op &#8216;die Verdonk&#8217;, die besloot dat hij geen vaste verblijfsvergunning kreeg. Hij is boos op zichzelf, omdat hij er vervolgens zo&#8217;n puinhoop van heeft gemaakt. Maar hij is vooral boos op alles en iedereen in Sierra Leone. Dat rotland, waar de kogelgaten in de gebouwen hem nog elke dag herinneren aan die ochtend dat de rebellen zijn ouders doodschoten. En waar hij nu &#8216;geen donder&#8217; kan beginnen. &#8216;Ik weet nog niet hoe ik het ga regelen,&#8217; zegt Ibrahim. &#8216;Maar er komt een dag dat ik terugga.&#8217;<\/p>\n<p><b>Duivels dilemma<\/b><br \/>Anderhalve week in Sierra Leone hebben het er niet eenvoudiger op gemaakt om Samuels vraag bevredigend te beantwoorden. Als hij hoort hoe het sommige andere terugkeerders verging, vraagt hij zich hardop af: &#8216;Wat nou als ik daar ook nergens meer welkom ben?&#8217; Tja, geld heeft hij niet, en dus zal zijn familie, of wat daar nog van rest, hem waarschijnlijk niet met open armen ontvangen. Als voormalige rebel zou hij weleens in een dorp als Makassa kunnen belanden. &#8216;En wat nou als ik daar een psychiater nodig heb?&#8217; Tja, dat zou best eens kunnen, en dan is de naargeestige City of Rest Samuels voorland.<\/p>\n<p>Je zou onderhand gaan denken dat het voor hem beter is zijn toevlucht te zoeken tot de illegaliteit. Maar er is ook het verhaal van Ibrahim. Diens verzet tegen zijn uitzetting zorgde voor n\u00f3g grotere problemen en torenhoge frustraties. Samuel moet er niet aan denken om in vreemdelingenbewaring terecht te komen. Het is kortom een duivels dilemma, waar ook meneer Robert geen oplossing voor heeft.<\/p>\n<p>Voor Samuel gloort er nog een heel klein sprankje hoop. Zijn advocaat heeft inmiddels een afspraak voor hem gemaakt bij Centrum &#8217;45, een instituut voor de behandeling van oorlogstrauma&#8217;s. Er bestaat een kleine kans dat zijn mentale gesteldheid zo zorgwekkend wordt bevonden, dat hij alsnog in Nederland mag blijven. Hij moet, kortom, hopen dat hij er beroerd genoeg aan toe is. &#8216;Maar ja,&#8217; zegt hij lachend. &#8216;Dan heb ik natuurlijk wel weer andere zorgen aan mijn hoofd.&#8217;<\/p>\n<p><b>Perspectief voor terugkeerders<\/b><br \/>Samuel is niet de enige uitgeprocedeerde asielzoeker in Nederland die worstelt met het dilemma: terugkeren of de illegaliteit in. Zoals hij zijn er duizenden. Voornaamste oorzaak is het generaal pardon van 2007. Die regeling bepaalde niet alleen dat ruim 27.000 langdurig uitgeprocedeerden alsnog een verblijfsvergunning zouden krijgen, maar had ook als randvoorwaarde dat alle vreemdelingen die niet voor het pardon in aanmerking kwamen, nu \u00e9cht weg moesten.<\/p>\n<p>Veel van die afvallers zijn nog altijd hier omdat ze bang zijn dat terugkeren hennog verder van huis zal brengen. Dan nog liever de illegaliteit, hoe uitzichtloos ook.<\/p>\n<p>Wie jongens als Samuel ervan wil overtuigen dat ze toch beter terug kunnen gaan, zal hun een &#8216;duurzaam&#8217; perspectief moeten bieden, aldus tien vluchtelingen- en ontwikkelingsorganisaties die zich hebben verenigd in het Platform Duurzame Terugkeer. Dit nieuwe samenwerkingsverband, opgezet door onder meer VluchtelingenWerk Nederland, stichting Maatwerk bij Terugkeer, en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), wil terugkeerders uiteenlopende vormen van ondersteuning verlenen, zoals een goede mentale voorbereiding, eerste opvang bij aankomst in het herkomstland, hulp bij het opstarten van een bedrijf, en indien nodig psychische zorg.<\/p>\n<p>Daarmee hopen de samenwerkende organisaties voor elkaar te krijgen dat m\u00e9\u00e9r mensen &#8216;zelfstandig&#8217; Nederland verlaten en zo de vernederende route van oppakken, vastzetten en uitzetten ontlopen.<\/p>\n<p><b>Realiteit<\/b><br \/>Uit activistische hoek klinkt kritiek op het initiatief. Vooral organisaties als VluchtelingenWerk zouden helemaal niet aan terugkeer naar dit soort landen moeten meewerken, vinden sommige hardliners. Onzin, zegt Edwin Huizing, directeur van VluchtelingenWerk Nederland. &#8216;Dat veel mensen terug moeten, is nu eenmaal de realiteit. Dan kun je er maar beter op proberen toe te zien dat die terugkeer zo goed mogelijk verloopt.&#8217;<\/p>\n<p>Geheel nieuw is de aanpak dan ook niet. Elementen ervan worden nu al op kleinere schaal door een aantal van de deelnemende organisaties in de praktijk gebracht. Zo voert Vluchtelingwerk Nederland nu ook al voorbereidingsgesprekken en houdt stichting Maatwerk bij Terugkeer zich al enkele jaren bezig met re\u00efntegratie in het land van herkomst.<\/p>\n<p>In Den Haag zijn de voornemens van het Platform Duurzame Terugkeer positief onthaald. De regeringspartijen CDA, PvdA en ChristenUnie hebben openlijk hun steun betuigd, en het moet raar lopen, wil de aangevraagde tien miljoen euro subsidie bij de ministeries van Ontwikkelingssamenwerking en Justitie niet worden verstrekt.<\/p>\n<p><b>Kritische rapporten<\/b><br \/>De voor de hand liggende is vraag waarom de Nederlandse overheid een dergelijk initiatief eigenlijk zou financieren. Het lijkt even goed verdedigbaar datmensen die wettelijk verplicht zijn ons land te verlaten z\u00e9lf verantwoordelijk zijn voor hun re\u00efntegratieproces. Maar los van het morele motief dat een sociaal-christelijk kabinet zou kunnen hebben om deze vorm van ontwikkelingshulp te bekostigen, heeft de overheid zelf ook baat bij zelfstandige en duurzame terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers. Nederland steekt namelijk al jaren miljoenen euro&#8217;s in gedwongen en semi-gedwongen terugkeer. Alleen al de vele vreemdelingengevangenissen die daartoe zijn neergezet, kosten sloten met geld. Sinds de afkondiging van het generaal pardon in 2007 zijn de uitgaven voor het uitzetbeleid nog verder opgelopen om de terugkeer van alle vreemdelingen die buiten het pardon vielen te bespoedigen.<\/p>\n<p>Maar ondanks alle aanscherpingen van het beleid en de investeringen die daarbij horen, heeft de overheid nog altijd de grootste moeite om mensen zonder verblijfsvergunning het land uit te krijgen. Deels omdat veel vreemdelingen zelf niet aan hun terugkeer willen meewerken, deels omdat veel ambassades van de herkomstlanden moeilijk doen. De cijfers uit de laatste rapportage van het ministerie van Justitie spreken voor zich: van alle vreemdelingen die in de tweede helft van 2008 via de Dienst Terugkeer &#038; Vertrek het land hadden moeten verlaten, is slechts vijfenveertig procent aantoonbaar de grens over gegaan. En: van de 5800 ex-asielzoekers die buiten het generaal pardon zijn gevallen, kon afgelopen februari, bijna anderhalf jaar nadat het pardon in werking trad, van nog geen tien procent worden vastgesteld dat ze daadwerkelijk waren vertrokken.<\/p>\n<p>Er speelt n\u00f3g iets mee voor de overheid: het huidige uitzetbeleid, waarbij mensen zonder papieren relatief snel, lang, en onder karige omstandigheden in vreemdelingendetentie worden geplaatst en soms met harde hand op het vliegtuig worden gezet, heeft Nederland een twijfelachtige reputatie bezorgd. De Raad van Europa, de Europese commissie tegen foltering en Amnesty International hebben nog niet zo lang geleden kritische rapporten over de Nederlandse aanpak uitgebracht. Investeren in zelfstandige, duurzame terugkeer kan dan een goede manier zijn om het blazoen schoon te poetsen.<\/p>\n<p><b>Aanzuigende werking<\/b><br \/>Blijft de vraag hoe ver Nederland moet gaan in het financieren van duurzame terugkeer. Waar eindigt de Nederlandse verantwoordelijkheid en begint de verantwoordelijkheid van een vluchteling die terug moet? Hoe lang is iemand een terugkeerder? &#8216;Dat is maatwerk, het verschilt per persoon,&#8217; zegt Janko van der Werf van Maatwerk bij Terugkeer. &#8216;We streven ernaar iedereen zo snel mogelijk zelfredzaam te maken. Op een gegeven moment moet je iemand toch kunnen loslaten.&#8217;<\/p>\n<p>Voor de overheid schuilt er ook een risico in het financieren van duurzame terugkeer: het zou een aanzuigende werking kunnen hebben op andere vluchtelingen. Kom naar Nederland, bijt even op je tanden, en je gaat als een gelukkiger mens weer naar huis. &#8216;Het ligt eraan wat voor mythen in de wereld zullen komen over het initiatief,&#8217; zegt Van der Werf. &#8216;Als straks in Afrika de ene taxichauffeur tegen de andere zegt: &#8220;Ik heb mijn zoon naar Nederland gestuurd, want daar kan hij een grote zak met geld krijgen,&#8221; kan er iets ontstaan waarvan de consequenties niet te overzien zijn. Maar dat lijkt me een theoretische situatie.&#8217; Van der Werf erkent wel dat ook duurzame terugkeer niet kan garanderen dat uitgeprocedeerde asielzoekers voorgoed uit Nederland zullen wegblijven. &#8216;Het kan altijd gebeuren dat iemand er ondanks al onze begeleiding niet in slaagt een nieuw bestaan op te bouwen. Dan sluit ik niet uit dat hij weer terugkomt naar Nederland.&#8217;<\/p>\n<p>\u00a0<br \/><i>De namen van sommige hoofdpersonen zijn om redenen van privacy gefingeerd<\/i><\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Alle uitgeprocedeerde asielzoekers die niet onder het Generaal Pardon vallen, moeten terug naar hun land van herkomst. Maar wat staat ze daar te wachten? \u2018Meneer Robert\u2019 neemt poolshoogte in Sierra Leone.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":281114,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[1971,1637,1969,121,151],"tags":[783],"acf":[],"author_name":"Robert van de Griend","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/94009"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=94009"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/94009\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Robert van de Griend","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media\/281114"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=94009"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=94009"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=94009"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}