
 {"id":93127,"date":"2009-07-04T00:00:00","date_gmt":"2009-07-03T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/mama-wil-zich-rijker-voordoen-dan-ze-is\/"},"modified":"2009-07-04T00:00:00","modified_gmt":"2009-07-03T22:00:00","slug":"mama-wil-zich-rijker-voordoen-dan-ze-is","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/mama-wil-zich-rijker-voordoen-dan-ze-is\/","title":{"rendered":"\u2018Mama wil zich rijker voordoen dan ze is\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Lezersoproep \/ Hoe geld mij (on)gelukkig maakte \/ Geld, geluk &#038; schaamte<\/p>\n<p>Onderbroek<\/p>\n<p>Mijn moeder gooide nooit iets weg. Voorwerpen werden gebruikt tot ze in splinters, snippers, draden of stukken roest uit je handen vielen. Dat komt ervan als je de oorlog hebt meegemaakt in een gezin met twaalf kinderen. Zeep werd bij ons thuis gebruikt tot er nog een flintertje over was. Dat stukje werd bewaard en als er genoeg flinters waren, kneedde mijn moeder er een nieuw stuk zeep van. Pannen en schalen werden pas afgewassen als het laatste kruimeltje voedsel er uit was geschraapt. De restjes gingen in de koelkast. Wat mijn moeder daar vervolgens van maakte was niet zelden verbijsterend, maar moest wel opgegeten worden. Versleten lakens werden gekeerd. Dat betekende dat ze in de lengte doormidden werden geknipt, en vervolgens met de zijnaden weer aan elkaar genaaid voor een tweede leven. Als kind wist ik instinctief dat het bij ons thuis soms anders ging dan bij anderen, zonder dat ik er nu precies de vinger op kon leggen. Want was spaarzaamheid geen deugd, ook al was je absoluut niet arm? Toen er eens een vriendinnetje mocht komen logeren, maakte ik me van tevoren al druk. Hoe moest ik haar duidelijk maken dat het bij ons anders ging dan bij haar thuis? Haar v\u00f3\u00f3r zijn, de dingen benoemen en verklaren leek mij het beste. Maar je kunt niet overal op voorbereid zijn. Na het eten moesten wij afwassen, en het kind was nog niet in de keuken of ze gilde: &#8216;Wat ligt daar op het aanrecht? Het is een onderbroek! Jullie hebben een onderbroek als vaatdoek!&#8217; Ze gierde het uit en ik wilde sterven van schaamte. Het was inderdaad een onderbroek, met het kruis eruit geknipt en het elastiek verwijderd voor hergebruik. Deze onderbroek was nog niet aan het eind van zijn leven, want zou hierna nog gronddoekje worden en tenslotte eindigen als poetsdoek in de garage. Met dat vriendinnetje is het nooit wat geworden en vanzelfsprekend puilt mijn keukenkastje uit van vaatdoekjes in alle kleuren van de regenboog die ik zonder mankeren na een tijdje wegzwiep en vervang door een heerlijke nieuwe stapel. Maar in de bijkeuken ligt naast mijn potjes schoensmeer een oud stuk textiel. Niets smeert zo lekker schoensmeer uit als een oude onderbroek.<\/p>\n<p>Martha Aalbers, Ede<\/p>\n<p>Positief genept<\/p>\n<p>Afdingen is nooit mijn sterkste punt geweest. Het zweet breekt me al uit als ik er alleen maar aan denk dat ik zou moeten vragen of er alstublieft heel misschien iets van de prijs af zou kunnen. Van die visioenen dat de verkoper dan keihard begint te lachen en zegt &#8216;maar mevrouwtje, zo zijn we niet getrouwd,&#8217; en dat ik dan afdruip om mijn gezicht te redden, zonder de felbegeerde auto of andere grote aankoop.<\/p>\n<p>Ik kijk dan ook altijd erg op tegen al die vrienden en kennissen die vertellen dat ze bij een grote aankoop er toch maar weer mooi tien procent vanaf hebben gepraat, en na lang onderhandelen er van alles gratis bij gekregen hebben. Nee, &#8216;deze jongen (het zijn toch voornamelijk mannen) laat zich niet neppen door de volledige prijs te betalen, ben je gek&#8217;. Toch gaat het bij mij om de een of andere reden &#8211; ik zal wel iets ongelofelijk knulligs uitstralen &#8211; altijd anders dan in mijn angstdromen.<\/p>\n<p>Dat begon al in 1986. Vers het rijbewijs in mijn bezit moest het maar gebeuren. Een Eend, i.z.g.s. Te Koop Aangeboden voor 600 gulden leek mij wel wat. Eerst naar het postkantoor waar ik met kascheques zes briefjes van honderd ophaalde, daarna naar de verkoper. Toen ik het geld aan de man wilde overhandigen zei hij: &#8216;Dat is toch veel te veel voor deze auto.&#8217; &#8216;Goed,&#8217; antwoordde ik, &#8216;dan geef ik vijfhonderd gulden.&#8217; Ook hier ging de verkoper niet mee akkoord, vierhonderd gulden, dat was het maximum. Uiteindelijk hebben we het op 450 gulden afgemaakt.<\/p>\n<p>Sindsdien is het altijd raak. Als ik weer eens het volle pond wil betalen, is er altijd wel een verkoper die er \u00f3f gratis accessoires bijgeeft \u00f3f zegt dat er tien procent van de prijs afgaat en soms zelfs allebei. Waarop ik dan zeg dat dat echt niet hoeft, dat ik daar helemaal niet op gerekend heb, et cetera. Maar de verkoper wint het uiteindelijk en ik voel me weer eens positief genept, zoals ik dit fenomeen maar ben gaan noemen. En dat voelt goed. Die vrienden en kennissen die altijd zo opscheppen over hun keiharde onderhandelingstechnieken vertel ik maar niet dat ik wel beter weet: niet afdingen geeft minstens hetzelfde resultaat en spaart bovendien een hoop tijd, ergernis en energie. Alleen die stoere verhalen, tja, daar kan ik niet aan meedoen.<\/p>\n<p>Annemarie Verhoef, Heemstede<\/p>\n<p>Geld maakt in de war<\/p>\n<p>&#8216;Meneer is erg in de war,&#8217; staat er op de monitor van de jonge bankmanager. Hij heeft hem discreet naar mij toegedraaid en de tekst is de laatste zin van het verslag van een telefoongesprek met mijn vader van een week geleden. Aanleiding voor dit gesprek was het kleine beetje spaargeld waarvoor de bank een betere bestemming meende te hebben. Zo gaat dat tegenwoordig in het bankwezen. Dementeren of niet, omzet moet er gedraaid worden.<\/p>\n<p>Mijn vader is altijd een spaarder geweest. Bijvoorbeeld voor de eerste auto in &#8216;onze straat&#8217;, een splinternieuwe beige Kever, kenteken VG-20-99, en de eerste televisie in de hele flat. Een glimmend bruin gelakte Philips die een eeuwigheid moest opwarmen voor er beeld kwam, maar dat maakte het kijken alleen maar spannender. Met de Kever gingen we naar Joegoslavi\u00eb.<\/p>\n<p>&#8216;Dus u wilt uw zoon machtigen om over uw rekening te beschikken?&#8217; Mijn vader knikt en vervolgt vol trots: &#8216;Ik heb dat ooit voor mijn moeder en schoonmoeder gedaan, nu is het zijn beurt.&#8217; Zelf zit ik niet te wachten op het vervolg van deze familietraditie.<\/p>\n<p>&#8216;Heel verstanding van u,&#8217; zegt de jongen van de bank, en tegen mij: &#8216;En wilt u dan ook een pasje?&#8217; Nee, ik wil geen pasje, ik wil alleen maar zo snel mogelijk weg. &#8216;Zal ik dan de bankafschriften voortaan maar naar uw zoon sturen, meneer?&#8217;<\/p>\n<p>Mijn vader vindt dat een goed idee. &#8216;Dan hoef ik er gelukkig nooit meer over na te denken,&#8217; zegt hij tevreden.<\/p>\n<p>Na die ochtend bij de bank begint het. Eerst de voorzichtige telefoontjes: &#8216;Ruud, ik heb al heel lang geen afschriften meer gehad van de bank, zou er iets mis zijn?&#8217; Ik leg hem uit dat we een paar dagen geleden samen naar de bank zijn geweest, maar dat mag niet baten. Twee minuten later gaat de telefoon opnieuw. Zelfde vraag, zelfde antwoord, zelfde reactie. Soms tot acht keer op een dag. Vervolgens kopieer ik de afschriften en stuur ze door naar mijn vader, maar daar staat zijn naam met &#8216;per adres&#8217; op en dan mijn adresgegevens.<\/p>\n<p>Het is het begin van een pijnlijke periode. De frequentie van de telefoontjes wordt steeds hoger, soms wel tot vier keer per uur. De inhoud neemt een macabere wending. Ik ben een dief die geld van zijn eigen vader steelt. Van ons bezoek aan de bank kan hij zich niets meer herinneren. Hij vloekt en tiert als een klein kind en ik vloek terug.<\/p>\n<p>Na een paar maanden houdt deze parano\u00efde periode abrupt op. Als ik op een ochtend op bezoek kom, blijkt de dementie zijn hele geest te hebben gewist. Op weg naar huis denk ik glimlachend aan zijn moeder: zij naaide op het eind van haar leven geld in de zoom van de gordijnen. Dat was pas in de war!<\/p>\n<p>Ruud van Gessel, Breukelen<\/p>\n<p>\u00c9\u00e9n euro geluk<\/p>\n<p>Het is een druilerige dag. Tussen de buien door besluit ik even een boodschap te doen. Met mijn zoontje van bijna vier aan de hand loop ik in de winkelstraat. H\u00edj vindt het wel fijn, even een uitje. Hij huppelt met \u00e9\u00e9n voet op de stoeprand, de andere op de straat, terwijl hij bijna zingend zijn stappen telt: zestien, zeventien, achttien. Vol aandacht kijkt hij naar zijn schoenen. Het is maar goed dat ik hem stevig vast heb, anders had hij beslist al een botsing met de lantaarnpaal gehad.<\/p>\n<p>Opeens wringt hij zijn hand los en pakt iets uit de modderige goot, dat hij daarna langs zijn jasje veegt. &#8216;Bah, laten liggen,&#8217; wil ik zeggen, maar hij kijkt me glunderend aan en houdt een euro omhoog. &#8216;Die ligt hier zo maar,&#8217; zegt hij blij verrast. &#8216;Mag ik hem houden?&#8217;<\/p>\n<p>Zijn gezicht straalt. &#8216;Kan ik daar een ijsje van kopen?&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Ja, dat denk ik wel.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Of zo&#8217;n grote zak chips!&#8217;<\/p>\n<p>Hij droomt verder.<\/p>\n<p>&#8216;Misschien wil Robbie hem wel ruilen voor een plaatje.&#8217;<\/p>\n<p>Als een rijk man loopt hij naast me. Het passentellen is vergeten.<\/p>\n<p>Na een paar minuten staat hij plotseling stil. Hij kijkt naar de munt in zijn hand en dan, met een zwaai, gooit hij de euro weg.<\/p>\n<p>&#8216;Wat doe je nu!&#8217; roep ik verschrikt.<\/p>\n<p>&#8216;Nu vindt een ander jongetje hem. Dan is die weer blij,&#8217; zegt hij.<\/p>\n<p>Zo maar midden op straat geef ik hem een dikke knuffel.<\/p>\n<p>Zoveel geluk voor maar \u00e9\u00e9n euro!<\/p>\n<p>R. Geritz-Koster, Haaksbergen<\/p>\n<p>Rentenieren<\/p>\n<p>Op jonge leeftijd besloot ik al om zo snel mogelijk te stoppen met werken. Stelen of bankier worden, daar was ik niet voor opgeleid. In de automatisering verdiende je ook veel, dus daar greep ik een goedbetaalde baan. Ik voelde dat geld me al een beetje gelukkig begon te maken.<\/p>\n<p>Na vijf jaar bood een ander meer geld in een poging me nog gelukkiger te maken en dat lukte. Ik had al een leuke vrouw, twee kinderen, een eigen huis en een Alfa Romeo. Nu kreeg ik naast een hoger salaris ook nog een onmatig hoge kilometervergoeding voor het rijden in mijn eigen auto. Ook dat belastingvrije geld maakte mij weer ietsje gelukkiger.<\/p>\n<p>Ik had alleen nog niet genoeg om mijn ideaal, stoppen met werken, te verwezenlijken. Ik was ook pas achtentwintig.<\/p>\n<p>Ergens achter in de veertig had ik het al meer dan acht jaar uitgehouden bij een Amerikaanse automatiseerder en verdiende ik een wereldsalaris. Gratis reisjes naar Hawa\u00ef, Florida, de Bermuda&#8217;s en andere exotische oorden waren mijn deel. Natuurlijk mocht mijn vrouw ook mee en kregen we zakgeld toe. Tot dit bedrijf het slachtoffer werd van de fusiekoorts: het werd wereldwijd overgenomen door de grootste concurrent en ik kreeg mijn ontslag.<\/p>\n<p>Gelukkig begrepen de nieuwe eigenaars de Nederlandse ontslagmores niet en ik wel: de rechter oordeelde dat men mij drie ton vergoeding moest betalen. Dat schoot op. Ik werd alweer wat gelukkiger. Zeker toen ik het bedrag belegde en mijn fondsen elk jaar twintig procent rendeerden, begon het geld mij steeds meer toe te lachen.<\/p>\n<p>In mijn volgende baan ging het nog beter, hier kreeg ik al na twee jaar ontslag en ditmaal kreeg ik vijf ton mee. Ook dit geld maakte weer nieuw geld, en ik zag dat ik niet langer tegen de beleggingsresultaten op kon werken. Op de dag dat ik vijfenvijftig werd, begon ik te rentenieren.<\/p>\n<p>Al elf jaar loop ik nu hard als ik dat wil of ga honderd kilometer fietsen. Ik onderhoud mijn tuin en kweek bonsais, ik reis met mijn vrouw naar Barcelona, Boedapest, Berlijn, Sint-Petersburg of Lissabon, ik stofzuig, doe de afwas en maak de badkamer schoon. Als het hard genoeg regent, maak ik de open haard aan en lees ik een mooi Russisch boek waarin het nog harder sneeuwt. Ik braad een mooi parelhoen, konijn of een stukje wild zwijn van de Veluwe, ik ga twee maal per jaar met onze zoon ski\u00ebn en in de zomer bergen beklimmen, in de herfst pluk ik druiven in de Ard\u00e8che bij mijn broer, met de kerst fotografeer ik olifanten, luipaarden en leeuwen in Kenia, waar onze dochter woont. Ik begrijp niet waar ik vroeger de tijd vandaan haalde om ook nog te werken.<\/p>\n<p>Eric J. Sjoerds, Rotterdam<\/p>\n<p>Schaamte<\/p>\n<p>Ik zal zeven jaar zijn geweest toen geld mij leerde wat schaamte betekende. Mijn ouders, die naar ik pas veel later begreep zelf bepaald niet met geld konden omgaan, moeten zich hebben voorgenomen hun drie zonen financieel deugdelijk op te voeden. Tegelijkertijd mocht dat niet ten koste gaan van de vrije opvoeding waarbij keuzevrijheid hoog in het vaandel stond. Daar hadden zij het volgende op gevonden.<\/p>\n<p>Het wekelijkse zakgeld mocht naar keuze worden besteed. Werd het aangewend voor het door de Raiffeisenbank ter beschikking gestelde spaarpotje, dan bedroeg het zakgeld twee kwartjes. Werd er snoep voor gekocht, dan bedroeg het zakgeld een dubbeltje. Mijn broers kozen voor de kwartjes, ik zelf ging vaak voor het dubbeltje.<\/p>\n<p>Met enige spijt stelde ik vast dat de spaarpotjes van mijn broers al snel veel zwaarder werden dan het mijne. Kijken hoeveel er in zat kon niet. Alleen de Raiffeisenbank beschikte over het sleuteltje en het gleufje waar het geld in ging was streng beveiligd met een soort krokodillenbekje dat zich genadeloos achter ieder ingeworpen geldstuk sloot. Ik besloot van tijd tot tijd wat kleingeld uit een van de portemonnees van mijn ouders te nemen om daarmee mijn spaarpotje aan te vullen.<\/p>\n<p>Eens in de zoveel maanden stortten wij ons geld bij de bank. Het spaarpotje werd dan plechtig geopend door een meneer van de bank, het geld werd geteld en het nieuwe saldo werd met de hand bijgeschreven in het meegenomen spaarbankboekje. Daar ontstond een probleem. Toen we terugliepen van de bank bracht ik mijn eerste rekenlessen in de praktijk. Mijn spaarsaldo was in korte tijd meer toegenomen dan ik tegenover mijn ouders zou kunnen verantwoorden.<\/p>\n<p>Ik zag nog maar een oplossing: ik zou het met de hand geschreven bedrag in mijn spaarbankboekje meer in overeenstemming brengen met mijn werkelijke inkomsten. Ik veranderde het eerste cijfer van mijn saldo. Dat dit gebeurde met een enigszins afwijkende blauwe pen en een kinderlijk handschrift viel mij niet op. Mijn ouders wel.<\/p>\n<p>Na enig tegensputteren: &#8216;De man van de bank had het gedaan, nee hij had mij gevraagd het aan te passen en ik begreep er ook echt niets van&#8217;, kwam de waarheid boven tafel. Nu was het wachten op de straf. Maar straf en vrije opvoeding gaan niet altijd even goed samen. Dat loste mijn moeder als volgt op.<\/p>\n<p>Samen gingen wij naar de bank. In mijn aanwezigheid vroeg mijn moeder de directeur te spreken. Toen die zich meldde bij de balie overhandigde mijn moeder hem het spaarbankboekje en was de beurt aan mij. &#8216;Vertel maar wat je hebt gedaan.&#8217; Met horten en stoten kwam het hele verhaal eruit. De directeur hield zijn gezicht in de plooi. Na deze bekentenis werd ik verzocht buiten gehoorsafstand af te wachten. Wat volgde was een duidelijk geanimeerd gesprek tussen mijn moeder en de bankdirecteur waarbij herhaaldelijk lachend mijn kant werd opgekeken. Toen ik daar stond, in het volle besef van de enorme stommiteit die ik had begaan, voelde ik een schaamte opkomen die ik nu, bijna veertig jaar later, nog probleemloos kan oproepen.<\/p>\n<p>Jasper van Hulst, Haarlem<\/p>\n<p>Kaarten om de centen<\/p>\n<p>In ons gezin werd altijd veel kaartgespeeld. Onze ouders hadden regelmatig kaartvrienden op bezoek en dan ging het er vaak fel aan toe. Er werd steeds om geld gespeeld. Vooral meneer pastoor was behoorlijk chagrijnig als hij weer eens verloren had.<\/p>\n<p>Wij kinderen volgden het voorbeeld van onze ouders. Bijna elke dag werd er gekaart. Complete wekelijkse zakgelden gingen op en neer. Onze keurige katholieke ouders vonden kaarten om geld eigenlijk niet zo geschikt voor kinderen. Maar omdat ze het zelf zo spannend vonden, wilden ze het niet helemaal verbieden: &#8216;Weet je wat, doordeweeks kaarten jullie om de eer en op zondag mag het om de centen.&#8217;<\/p>\n<p>Dat leek ons een redelijk voorstel.<\/p>\n<p>Als de school uit ging, renden we naar huis om zo snel mogelijk met jokeren te beginnen. Soms deden we ook andere spelletjes. Geen chique spellen zoals bridge of canasta, maar simpeler spellen zoals rikken, doppen, toepen, Amerikaans jokeren. Na verloop van tijd viel het op dat een van mijn zusjes aan het eind van elk potje driftig aantekeningen maakte. &#8216;Waarom doe je dat?&#8217;, vroeg ik haar. Ze was (en is) de meest ambitieuze van allemaal. Ze wilde van haar fouten leren, zei ze. Dat leek mij niet zo zinvol, want de spelletjes die we deden waren zo simpel dat winnen of verliezen meer met geluk dan met inzicht of vaardigheid te maken had. Toen het eindelijk zondag was, haalden we onze zakcenten tevoorschijn. Nu zouden we eindelijk serieus, dus om geld, kunnen gaan kaarten.<\/p>\n<p>Het slimme zusje van de aantekeningen wachtte tot onze ouders uit de buurt waren. Toen liet ze haar aantekeningen zien. Het was een complete afrekening van gewonnen en verloren bedragen van alle potjes die we de afgelopen week hadden gespeeld. Eerst moesten alle rekeningen vereffend worden. Dan konden we zichtbaar om geld gaan spelen. Zo hebben we jaren lang dag in dag uit om geld gekaart, zonder dat onze ouders het merkten.<\/p>\n<p>Koos van Unen, Oosterbeek<\/p>\n<p>Vastgoed en filosofie<\/p>\n<p>Oktober 1991. Ik ben onderweg naar S., die een deel van haar studie in Dresden afsluit. We hebben een lang weekend voor de boeg, de allereerste viering van de vereniging van Oost- en West-Duitsland. Ik ben vanochtend, niet voor het eerst, erg vroeg langs de weg gaan staan in Nijmegen, waar ik filosofie studeer. Ik heb me de kunst van het liften al aardig eigen gemaakt om de liefde betaalbaar te houden. Van het Traianusplein ben ik zo bij Arnhem, zo ook bij de grens en tegen negenen ben ik al bij de laatste Rastst\u00e4tte voor Oberhausen.<\/p>\n<p>Drie uur later ben ik nog geen meter opgeschoten. Ik had naar Keulen gekund, Aschaffenburg of all places, M\u00fcnchen, Z\u00fcrich, Itali\u00eb, maar niemand buigt af naar Dortmund en Kassel.<\/p>\n<p>Ik spreek maar rijders op de parkeerplaats aan. En ja, daar staat zowaar een donkergrijze BMW uit de 7-serie, met als het begin op het kenteken die hoopvolle letters: &#8216;DO&#8217; van Dortmund. De eigenaar, een atletische projectontwikkelaar, zit nog rustig zijn krantje te lezen. Hij heeft een afspraak in de buurt, en kan dus eigenlijk niets voor mij doen. Ik blijf nog even aandringen: alles is beter dan hier blijven hangen. De veertiger gaat overstag. Als ik er geen bezwaar tegen heb dat hij een opzichter die voor hem werkt in een Konditorei opzoekt, dan wil hij mij daarna wel op weg helpen en afzetten langs de juiste Autobahn. Ik ben blij dat ik bij 200 km\/u in mijn stoel gedrukt word, ik ben weer in beweging.<\/p>\n<p>Het gesprek ontwikkelt zich zoals elk liftgesprek: waar kom je vandaan, waar ga je heen, wat ga je doen. En ik zie, als wel vaker, die lichte verwondering bij hem, als ik vertel hoe ik aan een Oost-Duits meisje verslingerd ben geraakt. Ik vertel over de verbazing die mij overviel bij mijn eerste groepsbezoek over de Muur. Hoe anders dan het clich\u00e9: ook in het Oostblok hebben ze humor, maken ze een feestje van ons bezoek. Ik vertel over de vrijmoedige briefwisseling met S. die volgde, over alle thema&#8217;s die ons als pubers bezig hielden. Hoe daar, met de Wende, ook de liefde bij was gekomen.<\/p>\n<p>Hij luistert, hij vraagt. Ik vertel. De zon schijnt. Ik zeg mijn liftgever, dat ik nooit had verwacht dat het Ruhrgebied zo groen was. Hoe anders dan het clich\u00e9. Hij grijnst. Al snel staan we in de Konditorei, een kleinsteedse bakkerij met veel chroom en roomtinten. De aannemer trakteert op Kuchen. De opzichter komt niet opdagen. En zo stappen we weer in de BMW, en het gaat verder, over een brede straat door een anonieme buitenwijk. &#8216;Weet je waar je nu rijdt? De oude Reichsstrasse 1, eerste snelweg in Duitsland, van Aken naar K\u00f6nigsberg. Zou je niet zeggen met al die stoplichten.&#8217;<\/p>\n<p>Zo spreken we verder over het vroegere Duitsland en het Derde Rijk. Of er zoiets bestaat als collectieve schuld. Of wijzelf andere of dezelfde keuzen zouden hebben gemaakt. Nee, we achten ons geen betere mensen. Van Golo Mann komen we zomaar over de taalspelen van de late Wittgenstein te spreken. Een zeldzaam gevoel van enthousiasme en zielsverbondenheid ontwikkelt zich. Hij, de vastgoedman met een uurtje over en ik, de filosofiestudent. Hoe anders dan het clich\u00e9.<\/p>\n<p>Met Wittgenstein staan we bij de volgende Rastst\u00e4tte, nu langs de snelweg richting Kassel. Ik pak mijn weekendtas en wil mijn liftgever bedanken voor de rit. Maar voor ik een woord kan zeggen, trekt hij een briefje van DM 100,- van de rol bankbiljetten in zijn borstzak en duwt dat in mijn handen. &#8216;Hier, gehst du mal gut essen mit deiner Freundin.&#8217; Met stomheid geslagen blijf ik achter als de BMW wegspuit. S. en ik hebben er twee keer uitstekend van gegeten.<\/p>\n<p>Joost Peetoom, Voorhout<\/p>\n<p>De verzamelaarsvrouw<\/p>\n<p>Op kousenvoeten sluip ik naar mijn werkkamer, maar mijn vriendin hoort het. &#8216;Laat maar zien!&#8217; roept ze achter mijn rug. En beschaamd toon ik haar de facsimile-uitgave van De Zwarte Rotsen, die ik al in een onbevattelijk aantal varianten op de plank heb staan &#8211; waaronder een L&#8217;\u00eele Noire uit 1938, een album dat door Herg\u00e9 tweemaal werd gesigneerd en van een boodschap voorzien (in 1957 en in mei 1968).<\/p>\n<p>&#8216;Heb je nu nog niet genoeg?&#8217; klinkt het beschuldigend.<\/p>\n<p>Er was een tijd dat ik l\u00e1ng niet genoeg had en &#8211; onbemiddeld als ik was &#8211; nog kon dromen van het onbereikbare dat ik me mettertijd eigen zou maken. In 1981 sloeg ik mijn eerste slag: een zeldzame, afwijkende uitgave van Tintin et Milou en Amerique voor vijf tientjes. Het omslag verkeerde na een halve eeuw in deplorabele staat, maar toch: voor een beginnend verzamelaar van Kuifje-albums was het een onwaarschijnlijk mazzeltje. Op het nec plus ultra van mijn collectie, het Franstalige origineel van Kuifje in het land van de Sovjets, moest ik toen nog zeven lange jaren wachten. Het is een exemplaar uit de eerste drukgang, genummerd en bij verschijnen in 1930 gesigneerd door de tekenaar en zijn vrouw Germaine. In november 1988 kocht ik het van een Brusselse leraar en haalde het persoonlijk bij hem op. Ik herinner me dat zijn vrouw met een hoofdtelefoon op naar de televisie staarde en af en toe, verwijtend, naar ons.<\/p>\n<p>De volgende ochtend pookte ik mijn afgetakelde Citro\u00ebn Fourgonnette terug naar Nederland, met bezwaard gemoed, want 2500 gulden lichter. Ik was negenentwintig jaar oud, was net voor mezelf begonnen en wist dat ik het me beslist niet kon permitteren om zoveel geld neer te tellen voor een stripboek. &#8216;s Middags haalde ik het allereerste avontuur van de jonge reporter uit de envelop en aaide het beduimelde omslag. Was ik buitensporig geweest in mijn hebzucht? In tegendeel, stelde ik mezelf gerust. Ik had een bewonderenswaardig offer gebracht. Hoe onzelfzuchtig was ik toch in mijn odyssee naar de volmaakte verzameling! Voorzichtig opende ik het boekblok en inhaleerde in opperste gelukzaligheid het bouquet van zestig jaar oud papier.<\/p>\n<p>Tegenwoordig is deze verzamelaar een man in bonis die zijn zaakjes effici\u00ebnter aanpakt. Hij kent de juiste mensen die hem waarschuwen als er een puntgave Krab met gulden scharen of een rafelige oorlogsuitgave van Les Cigares du Pharaon op de markt is en die discreet voor hem bemiddelen bij de aankoop. Nadien parkeert dan de UPS-bode zijn poepbruine diesel voor de deur. Hier stapt de Vrouw van de Verzamelaar binnen de kaders. Zij zal het stevig verpakte album mopperend in ontvangst nemen en op een stapel leggen. Er zijn m\u00e9\u00e9r stapels in haar huis. Dagen, weken, maanden later zal de verzamelaar het pakje terugvinden en openen. Da&#8217;s waar ook, denkt hij. Erg opgewonden is hij niet meer.<\/p>\n<p>Ik heb dertig jaar de Franse en Nederlandse uitgaven van Kuifje verzameld en mijn vriendin heeft gelijk: ik heb genoeg. Sterker nog: ik heb alles. En toch kan ik er niet mee stoppen. Is het omdat ik stilletjes blijf hunkeren naar de euforie van mijn allereerste offer?<\/p>\n<p>Popo Kabaka, Amsterdam<\/p>\n<p>Derdewereldcomplex<\/p>\n<p>Mijn moeder heeft weinig opleiding genoten, maar ze is slim en sociaal heel vaardig, bijna tegen het manipulatieve aan. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ze kan liegen alsof het gedrukt staat. Ze woont in Ecuador en haar dochters wonen verspreid in de wereld: een in New York, een in Miami en een in Amsterdam. Mijn moeder heeft een gelukkig leven, mede dankzij het geld van haar dochters. Dat vinden wij. Zijzelf ziet dat iets anders.<\/p>\n<p>Op een dag krijg ik een telefoontje van Caesar, de partner van mijn moeder. &#8216;Je moeder mag niet weten dat ik je gebeld heb. Beloof me dat je niets tegen haar zegt.&#8217; Vervolgens vertelt Caesar dat mijn moeder gebukt gaat onder schulden. Aan het begin van het telefoongesprek heeft hij het nog over duizend dollar, daarna gaat het over drieduizend dollar en aan het eind van het gesprek over vierduizend. Ik schrik. &#8216;Caesar, zo veel geld heb ik niet,&#8217; is mijn eerste reactie. Maar mijn tweede reactie is ge\u00efrriteerd: &#8216;Hoe kan het dat ze zo veel schulden heeft? Ik heb de afgelopen maanden juist zo vaak geld gestuurd!&#8217; &#8216;Als ik geweten had dat je al zo veel geld had gestuurd, had ik je niet gebeld,&#8217; zegt Caesar. &#8216;Zeg alsjeblieft niets tegen je moeder,&#8217; voegt hij angstig toe.<\/p>\n<p>Een dag later: mijn moeder aan de telefoon. Caesar had mij nooit mogen bellen, stelt ze. En nee, ze heeft helemaal geen schulden, echt niet. Maar ik geloof Caesar: mijn moeder zit diep in de schulden. En hoe je het ook wendt of keert, die schulden moeten betaald worden.<\/p>\n<p>Ik bel mijn zus in Miami: &#8216;Schulden? Hoe kan dat? Ik heb duizend dollar achtergelaten voor de inrichting van het zomerhuisje aan het strand! Waar is dat geld?&#8217; vraagt ze zich ongerust af. De zus in New York: &#8216;Wat? Ik heb pas nog vijfhonderd dollar overgemaakt voor het inklaren van kleding!&#8217; En: &#8216;Maak jij ook geld over?&#8217; Daar ben ik nog het meest boos over. Hoe kan het dat niemand weet dat ik ook geld overmaak? Filiaal New York is vastbesloten: &#8216;Ik betaal niet meer mee aan haar schulden. Dit is de zoveelste keer.&#8217; Miami gaat uitzoeken waar die schulden vandaan komen. Later belt ze terug: &#8216;Mamma heeft vijf creditcards en op al die vijf heeft ze schulden.&#8217;<\/p>\n<p>Mijn moeder lijdt volgens mij aan het, zoals ik het noem, &#8216;derdewereldcomplex&#8217;: ze wil zich rijker en belangrijker voordoen dan ze werkelijk is. Vooral in ontwikkelingslanden is dat belangrijk, zeker als je kinderen in het rijke Westen wonen. Invoelbaar, maar haar dochters hebben geen riant betaalde banen. De een maakt schoon, de ander lakt nagels en de derde is broodschrijver.<\/p>\n<p>Mijn moeder vindt dat wij het altijd nog beter hebben dan zij. Misschien is dat ook wel zo en betalen wij mede vanwege dat schuldgevoel. De filialen Miami en Amsterdam hebben haar schulden dan ook afgelost. Het was gelukkig geen vier- maar tweeduizend dollar. We berekenden opnieuw hoeveel ze feitelijk per maand nodig heeft voor haar bestaan in Ecuador. En als oudste dochter kreeg ik de taak toegewezen om mijn moeder te zeggen dat het spel van tegen elkaar uitspelen uit is en dat het geld niet op onze rug groeit. We weten nu hoeveel ieder van ons aan haar overmaakt en daar moet ze het mee doen &#8211; behalve als het medische zaken betreft.<\/p>\n<p>De laatste tijd moet mijn moeder opvallend vaak naar het ziekenhuis. Er moeten zelfs foto&#8217;s gemaakt worden: wel honderdzestig dollar per foto, vertelt ze.<\/p>\n<p>M.M. Coronel, Amsterdam<\/p>\n<p>Roze gympies<\/p>\n<p>Today is the big day. Winkelen met mijn vader! Het klinkt een beetje raar dat een puber van zestien het leuk vindt om te gaan winkelen met haar vader van zesenvijftig. Maar ja, zo zie je dat er ook nog jongeren zijn die het leuk vinden om iets gezelligs te gaan doen met hun ouders.<\/p>\n<p>We lopen saampjes door Amsterdam, slaan een hoek om en ja hoor, daar hebben we de winkel. Ja mensen, &#8216;de winkel&#8217;. Ok\u00e9, nu rustig blijven Sophie, het is gewoon een schoenenwinkel met zo&#8217;n honderd gympies. Misschien wel meer. En ja, welke vrouw houdt nou niet van schoenen. Ik loop een beetje door de winkel en mijn oog valt op een paar hele mooie roze gympies van het merk DC. Ik loop naar mijn vader en laat ze zien. &#8216;Pappa? Mag ik deze hebben?&#8217; Mijn vader vraagt hoe duur ze zijn. &#8216;Maar vijfentachtig euro,&#8217; antwoord ik. Hij lacht me uit. &#8216;Dacht je nou echt dat ik vijfentachtig euro voor een paar schoenen ga betalen? Nee Sophie, kom we gaan verder.&#8217; &#8216;Maar pap,&#8217; stribbel ik nog even tegen. &#8216;Nee, we gaan.&#8217; Ok\u00e9, punt gemaakt. Ik doe die ontzettend mooie roze DC-gympies uit, kijk ze nog even na en loop daarna toch maar de winkel uit. We lopen weer verder door Amsterdam en ik kijk mijn vader aan met de &#8216;ik ben nu chagrijnig-blik en het is allemaal jouw schuld&#8217;. Hij trekt zich er niets van aan en loopt door.<\/p>\n<p>Ongeveer een week later. Eindelijk ben ik thuis na een lange schooldag. Ik pak een zak chips. Van die lekkere naturel ribbelchips. En ga met een zucht zitten op de bank en zet de tv aan. Vandaag ben ik echt in een bui om naar Dr. Phil of Oprah te kijken. Om het gezeik van anderen aan te horen en blij te zijn dat ik zelf nog fatsoenlijk kan nadenken.<\/p>\n<p>Ongeveer een half uur later komt mijn vader binnen. Hij zet zijn tas neer waar hij altijd zijn tas neerzet, achter de bank, en gaat naast mij zitten. Ergens vertrouw ik het niet, mijn vader komt nooit meteen naast me zitten. Hij heeft nog een tas in zijn handen. Een tas van een schoenenwinkel. Mijn ogen krijgen kleine glinstertjes van geluk en mijn hart gaat steeds iets harder kloppen. Hij heeft toch niet stiekem die mooie roze DC-gympies voor me gekocht? Dat zou wel heel erg lief van hem zijn. Ik geloof echt dat die mooie gympies in die rode schoenenwinkeltas zitten.<\/p>\n<p>Ik kijk mijn vader aan. Hij wil iets zeggen. &#8216;Kijk Sophie, Ik heb nieuwe schoenen gekocht.&#8217; Nu begin ik langzaam te twijfelen. Bedoelt hij nieuwe schoenen voor zichzelf? Of toch voor mij? Hij haalt heel langzaam de schoenendoos uit de tas, en tilt de deksel op. &#8216;Kijk Sophie, ik heb nieuwe dansschoenen voor mezelf gekocht.&#8217; Ja, dames en heren, mijn vader zit op dansen. En dat is heel leuk voor je, pap. &#8216;Maar, waren die schoenen niet heel duur?&#8217; Hij antwoordt heel leuk: &#8216;Maar tweehonderd euro.&#8217; Mijn mond valt open. Blijkbaar heeft pappa niet door dat hij schoenen van vijfentachtig euro te duur vond. Ik word boos. &#8216;Hoe kan je nou tweehonderd euro uitgeven aan schoenen die je misschien twee keer in de week draagt?&#8217; Ik kijk hem aan en voel de adrenaline door mijn lijf pompen. Hij glimlacht even en loopt dan zonder een woord te zeggen naar boven.<\/p>\n<p>Wat een ego\u00efst. Dit is toch niet normaal? Hij heeft zelf niet eens door waar hij mee bezig is. Voor die tweehonderd euro kan je wel twee keer mijn schoenen kopen. Even blijf ik stil, ik adem diep in, ik heb besloten mijn eigen schoenen te gaan kopen. Daar heb ik pappa helemaal niet voor nodig! Ik start de computer op en ga naar de site van het merk DC. Na een paar minuten zoeken heb ik ze gevonden. Die mooie roze gympies. Met \u00e9\u00e9n muisklik heb ik ze besteld.<\/p>\n<p>Zeven dagen later. Het is vakantie en pappa zit tv te kijken. De bel gaat. Ik loop naar de deur en doe open. Meneer van de post geeft mij &#8216;het pakje&#8217;. Snel zet ik mijn handtekening en ga naar binnen. &#8216;Kijk pappa,&#8217; en ik ga naast hem zitten. &#8216;Ik heb nieuwe schoenen gekocht.&#8217;<\/p>\n<p>Sophie Jansen (16), Huizen<\/p>\n<p>Virtuele rijkdom<\/p>\n<p>Onze familie is rijk. Door het zakelijk instinct van mijn overgrootvader is een groot aantal huizen en huizenblokken in familiebezit gekomen. Op die manier heeft hij een aardig kapitaal weten op te bouwen. Dat kapitaal is met elke generatie verder versnipperd geraakt, omdat het steeds moest worden verdeeld over meerdere erfgenamen. Om die erfenissen elke keer te kunnen uitbetalen, is een groot deel van het onroerend goed verkocht. Toch zitten wij, de nazaten van mijn overgrootvader, nog steeds tamelijk goed bij kas.<\/p>\n<p>Het gekke is dat je dat niet aan ons kunt afzien. Niet dat we in vodden rondlopen, maar om nou te zeggen dat de plaatselijke middenstand rijk van ons is geworden, nou nee. We wonen in relatief eenvoudige woningen en luxegoederen zijn niet aan ons besteed. Ik vermoed dat de caissi\u00e8res van de supermarkt ons vooral herkennen aan de grote hoeveelheid artikelen met een 35% korting sticker in onze boodschappenwagentjes. Het zal duidelijk zijn, wij zijn van het spaarzame soort. Niet iedereen uit onze omgeving begrijpt dat. In oude auto&#8217;s rijden en de zomervakantie in eigen land doorbrengen terwijl het ook anders kan, wordt eigenaardig gevonden.<\/p>\n<p>Wat we dan w\u00e9l met ons geld doen? Daar wordt eigenlijk nooit over gepraat in mijn familie, maar we weten allemaal precies hoe het zit. Net als mijn grootouders en mijn ouders, heeft ook mijn generatie het vastgezet. Op spaarrekeningen, deposito&#8217;s en in aandelen. Voor later. Voor onze kinderen. En daarna hun kinderen. En daarna&#8230;<\/p>\n<p>Kortom, het is slechts virtuele rijkdom, waar we niet veel plezier aan beleven. Het tegendeel is eerder waar. De verantwoordelijkheid over dat kapitaal veroorzaakt een boel stress. We houden onze rekeningen zorgvuldig in de gaten en zien de tegoeden langzaam groeien en slinken. We mopperen over lage spaarrentes en verbijten ons elk jaar als de belasting een forse hap uit onze vermeende vermogenstoename neemt. De kredietcrisis, die een aanslag was op onze reserves in aandelen, heeft ons heel wat nachtrust gekost.<\/p>\n<p>Maar dat is nog niet eens het ergste. Onze grootste angst is dat onze nazaten uit een ander hout zullen zijn gesneden dan wij. Dat ze villa&#8217;s gaan kopen, in Mercedessen gaan rijden en verre oorden gaan bezoeken. En dan zal er een dag komen waarop het geld van mijn overgrootvader definitief verdwenen is. Dat is pas iets om echt van wakker te liggen.<\/p>\n<p>Robin G. te U.<\/p>\n<p>De erfenis van mijn vader<\/p>\n<p>In 1960 kocht mijn vader een Saksisch en zeer bouwvallig boerderijtje in de Achterhoek, met een hectare weiland. Veel westerlingen deden dat, meer uit romantische dan uit financi\u00eble overwegingen. Het kostte hem slechts tienduizend gulden. Mijn vader was erg trots en kuierde graag met mij langs de sloten en bomen van zijn grondbezit: &#8216;Dat is later allemaal voor jou!&#8217; zei hij dan. Ik vertaalde dat niet in financi\u00eble termen, maar voelde wel hoeveel gewichtigs in zijn belofte schuilging. Ik verheugde mij op de blijheid die dit bezit blijkbaar met zich meebracht.<\/p>\n<p>Hij zag geen kans de Achterhoekse droom verder uit te werken: het bleef bij dat wat drassige land, met een afbrokkelend huis waarin bij elke regenbui minstens dertig emmers het bruine regenwater moesten opvangen. Op de zolder kon niet gelopen worden en die extra slaapkamers voor gasten uit het westen zijn er dus nooit gekomen.<\/p>\n<p>Toen hij jaren later het huis te koop zette, had hij nog steeds geen zwembad met terras in de tuin of een kookeiland in de keuken en een sauna in de verbouwde koeienstal. Hij was gescheiden en kreeg voor de bouwval en de illusie toch nog 250.000 gulden. Er school blijkbaar nog steeds een belofte in.<\/p>\n<p>Hij voelde zich de koning te rijk met dit vermogen en schafte zich tijdens de HISWA impulsief een immens jacht aan, met complete inventaris. Hoewel hij zich nog nooit met de watersport had beziggehouden, stond zijn leven maandenlang in het teken van feestelijke vaartochten. In afwachting van de oplevering bleek ons na een ori\u00ebnterend bezoek aan Friesland dat de vooruitbetaalde 80.000 gulden weggegooid waren; de werf was inmiddels failliet en het casco van zijn jacht lag te roesten op de wal.<\/p>\n<p>Maar als vermogend man was hij niet voor een gat te vangen en hij ging, na lezing van een kloeke bestseller over beleggen, de beurs op. Philips en Fokker. Vanaf de eerste dag dat hij aandelen bezat, gingen eerst die van Philips met een gestaag tempo omlaag. Met een rode lijn had hij het aankoopbedrag in een tabel gemarkeerd, maar de blauwe lijn zou er niet meer boven komen. Fokker was zijn troetelkind. Hij had zich, na het uitproberen van enkele huurwoningen, toch weer een koopwoning aangeschaft; hypotheekvrij vanwege een erfenis die hem ten deel was gevallen. &#8216;Allemaal voor jou!&#8217; zei hij weer trots.<\/p>\n<p>Fokker zakte ondertussen zachtjes de ellende in, maar mijn vader wilde van geen verkopen weten. &#8216;De president-directeur heeft het op tv gezegd!&#8217; riep hij, &#8216;het komt allemaal goed!&#8217;<\/p>\n<p>Maar het kwam niet goed en het overgrote deel van zijn vermogen ging in rook op.<\/p>\n<p>Inmiddels moest ik voor mijn vader een verpleeghuis regelen en zette ik zijn hypotheekvrije huis te koop. Meer dan 300.000 gulden kregen we ervoor en weer was hij de koning te rijk. Hij zag kans in de zes jaar die hij nog leefde, zijn vermogen te verkwanselen aan sigaretten en drank, uit eten gaan en rondjes geven aan vrienden en met geleend geld (dank u wel ABN AMRO) een immens aandelenpakket in stand te houden.<\/p>\n<p>&#8216;Allemaal voor jou!&#8217; riep hij steeds opgewekt en ik rekende hem voor dat hij ondertussen duizend gulden rente per maand aan de bank betaalde, omdat hij met geleend geld speculeerde. Hij voelde zich rijk met zijn aandelenpakket ter waarde van een miljoen en stond bij de bank voor dat zelfde miljoen rood. En ik legde hem uit dat ik, als hij zou komen te overlijden, misschien wel af moest zien van de erfenis, omdat deze alleen uit schulden zou bestaan. Hij keek maar een klein beetje op zijn neus en gaf nog eens op van de kennis van zijn adviseur.<\/p>\n<p>Stukje bij beetje heb ik, ook in overleg met zijn &#8216;adviseur&#8217; ervoor kunnen zorgen dat zijn schulden verminderd werden en de aandelen zoetjes aan verkocht werden, tegen fiks verlies uiteraard.<\/p>\n<p>Toen hij overleden was en de begrafeniskosten en de successierechten betaald waren, kreeg ik eindelijk zicht op de restanten van de erfenis. Mij restte een bedrag van 867 gulden.<\/p>\n<p>Ik maakte een afspraak bij de bank en haalde het geld van de rekening, handje contantje. Met het geld in mijn portemonnee ben ik naar een dure boetiek gereden, waar ik er met wat passen en meten een broek, een bloes en een sjaal voor kon kopen.  Toevallig hoorde ik laatst dat het oude boerderijtje in de Achterhoek gerestaureerd is en te koop stond voor anderhalf miljoen euro. Van die kleren heb ik overigens nog jarenlang plezier gehad.<\/p>\n<p>Jacquelien Noordhoek, Almere<\/p>\n<p>Crisis? Welke crisis? In de jaren dertig, veertig of tachtig: t\u00f3en waren we pas arm. De lezers van Vrij Nederland varieerden voor deze dertigste lezersoproep gelukkig niet alleen maar op dit thema. Goed, er waren herinneringen aan die vorige grote financi\u00eble crisis. Er wordt in veel inzendingen steun getrokken, gesmuld van vegetarisch &#8216;schijngehakt&#8217;, de zilveren rijksdaalders in een oude sok, veilig voor graaiende bankiers.<\/p>\n<p>De verhouding met geld blijft ingewikkeld voor VN-lezers. In hun jeugd fraudeerden ze met hun allereerste spaarbankboekje &#8211; door hun saldo te verl\u00e1gen. Ze voelen zich  schuldig als ze geld vinden &#8211; ook al zitten ze zelf aan de grond. Krijgen ze te veel geld terug, dan voelen ze zich jaren later verplicht dat mazzeltje met rente terug te betalen. In India trappen ze met open ogen in de simpelste oplichterstrucs. Laat hun hele dorp zich meeslepen in een fataal beleggingsavontuur &#8211; kiezen zijzelf veilig voor Icesave. Geld maakt uiteindelijk echt wel gelukkig, zo blijkt uit alle verhalen, waaruit we deze dertien kozen. Maar, zoals een kapitaalkrachtige lezer schrijft: &#8216;Als we rijk willen blijven, moeten we vooral doen alsof de last van die rijkdom zwaar op ons drukt.&#8217;<\/p>\n<p>De jury bestond uit Martje Breedt Bruyn, Mischa Cohen, Marijn van der Jagt en Marleen Slob.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Lezersoproep \/ Hoe geld mij (on)gelukkig maakte \/ Geld, geluk &#038; schaamte Onderbroek Mijn moeder gooide nooit iets weg. Voorwerpen werden gebruikt tot ze in splinters, snippers, draden of stukken roest uit je handen vielen. Dat komt ervan als je de oorlog hebt meegemaakt in een gezin met twaalf kinderen. Zeep werd bij ons thuis [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":3380,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/93127"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=93127"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/93127\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"AndorT","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/3380"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=93127"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=93127"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=93127"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}