
 {"id":92549,"date":"2009-08-01T00:00:00","date_gmt":"2009-07-31T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/een-godsgruwelijk-verhaal\/"},"modified":"2009-08-01T00:00:00","modified_gmt":"2009-07-31T22:00:00","slug":"een-godsgruwelijk-verhaal","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/een-godsgruwelijk-verhaal\/","title":{"rendered":"Een godsgruwelijk verhaal"},"content":{"rendered":"<p>Reconstructie \/ Katholieke Joden \/ De moord op vijf neven en nichten van Judith Herzberg<\/p>\n<p>Het verdriet en de woede, waar ik v\u00f3\u00f3r ik naar de presentatie van het boek ging, bang voor was, kwamen pas aan het eind van de middag even op, toen ons bij het afscheid veel &#8216;leesplezier&#8217; werd gewenst. Het boek dat dit plezier zou moeten verschaffen, vertelt, voor de eerste keer, de Werdegang van de joodse, katholieke familie L\u00f6b, vader, moeder en acht kinderen.<\/p>\n<p>Een van de hoofdpersonen van deze gloednieuwe gezinsbiografie is Lutz L\u00f6b. Dit was een broer van mijn moeder. Zijn geboorte in 1881 vormt het beginpunt van het verhaal. (Mijn moeder, Thea Loeb, was van 1897). Terwijl het vermoorden van joden langzamerhand bijna een vanzelfsprekend historisch gegeven is geworden, merkte ik dat het doden van katholieke joden vaak nog een kersverse afschuw wekte. De controverse met Yad Vashem kwam daar nog bij. Maar daarover later. Het verschil in de spelling van de namen L\u00f6b\/Loeb is ontstaan in de burgerlijke stand van de plaats Euskirchen (Duitsland), waar de oudste kinderen van mijn grootouders verschillend geregistreerd staan. Toen mijn moeder geboren werd, woonde het gezin al in Den Haag, en behalve Lutz heette verder iedereen Loeb. Deze spellingsvariant is een detail waar ik door de uitvoerige research van de schrijvers Steffen en Evers achter ben gekomen. Zij hadden aanvankelijk de opdracht gekregen een brochure te schrijven over de tragedie van de familie L\u00f6b, waarover in verschillende kloosters uiteenlopende, soms vage, vaak ge\u00efdealiseerde verhalen de ronde deden. En niet alleen in kloosters; acht joodse katholieken, mijn neven en nichten die ik nooit gekend heb, werden na de oorlog als martelaren verheerlijkt, onder meer met een pontificale requiemmis die gebaseerd was op geruchten en vermoedens. Van de zes die kloosterling waren, en van wie een in 1944 in de abdij aan ziekte is overleden, zijn er vijf in 1942 in Auschwitz vergast. Een van mijn acht katholieke neven en nichten, de jongste, heeft de oorlog overleefd door onder te duiken, en een is in een werkkamp, kort voor de bevrijding, in februari 1945 gecrepeerd.<\/p>\n<p>Lutz en zijn vrouw Jenny waren al in 1907 katholiek geworden. Ze hielden dit voor hun joodse families geheim. Zich laten dopen werd in die tijd door de meeste joden nog als een vorm van verraad gevoeld waar rouw bij paste. Toch lijkt bijvoorbeeld mijn grootvader Nathan Loeb de geheimhouding meer te hebben gegriefd dan de afvalligheid zelf.<\/p>\n<p>Uit het boek maak ik op dat mijn oom Lutz L\u00f6b een tamelijk na\u00efeve, onpraktische idealist was. Een voorbeeld: na tien jaar als ingenieur in Indi\u00eb te hebben gewerkt in de mijnbouw zou het gezin &#8211; hij, zijn vrouw en hun acht kinderen &#8211; voor verlof naar Nederland reizen. Ze waren in 1910 met drie kinderen vertrokken en ze hadden er intussen vijf bij gekregen. Op de terugreis wilde Lutz een oude vriend een bezoek brengen, met wie hij samen gestudeerd had en die nu in Bolivia woonde. Een gigantische omweg wordt nauwkeurig beschreven: trein, boot, oponthoud op weg naar Chili, meer trein, meer oponthoud. Pas in Valparaiso bleek het onmogelijk Bolivia te bereiken, ook door de problemen van het reizen met acht kleine kinderen. De vriend kon om verschillende redenen geen &#8216;ruim dertig uur sporen&#8217; om de Loebs tegemoet te komen. Vanuit Chili reisde het gezin terug naar Nederland, via het Panamakanaal naar Engeland. Weer vertraging, stakingen, ten slotte via Duitsland per trein naar Den Haag. Zo had de reis van Indi\u00eb naar Nederland in plaats van de normale zes weken meer dan een half jaar geduurd.<\/p>\n<p>Je leest niet vaak een levensverhaal zo vol pech en onspectaculaire tegenslagen. Lutz had grote verwachtingen van een carri\u00e8re als ingenieur in de mijnbouw. Na jaren in Nederlands-Indi\u00eb is het hem nooit meer gelukt voor een ruim inkomen te zorgen. Hij heeft ten slotte genoegen genomen met een leraarsbaan en -salaris, iets dat vooral door zijn vrouw als grievende teleurstelling is beleefd. Gelukkig voor hem is hij v\u00f3\u00f3r de nazi&#8217;s Nederland bereikt hadden, overleden. Van de nazimoord op Wilhelm Spiegel, de sociaal-democratische onderburgemeester van Kiel, heeft hij wel geweten. Het onheil kwam naderbij. Van Lutz was Wilhelm Spiegel een zwager. Van mij, als ik op 15 maart 1933 al geleefd had, zou hij een oom geweest zijn.<\/p>\n<p>Lutz vond een vorm van geborgenheid bij de moeder Gods. Hij raakte steeds meer verzonken in zijn religieuze beleving, die al dan niet, dat wordt niet duidelijk, zijn gebrek aan succes in het wereldse werk moest compenseren? Hoe dan ook, hij was zeker een door en door gelovig katholiek. Hij heeft zelfs geprobeerd mijn vader tot het katholicisme te bekeren.<\/p>\n<p>Zijn vrouw Jenny, zo lijkt uit het boek van Steffen en Evers, trok zich de maatschappelijke mislukkingen van haar man met de bijkomende geldproblemen erg aan. Zonder dat de schrijvers haar be- of veroordelen, wordt het duidelijk dat zij obsessief en dwingend haar kinderen richting kloosterleven heeft geduwd. Voor &#8216;de beperkte studiecapaciteiten&#8217; van de oudste, en het steeds nijpender geldgebrek van het gezin en ook, lijkt het, voor haar gekrenkte standsgevoel, verschafte het klooster een uitweg, want daar waren haar kinderen, maatschappelijk gezien, hors concours. Ontstellend is een foto van Jenny op bezoek bij haar dochters in de abdij die, beide in habijt, nauwelijks te zien zijn achter een dubbele rij tralies, voor Jenny dus onaanraakbaar. Hoe de dochters tot hun roeping voor het monastieke leven zijn gekomen, wordt niet uitvoerig verteld. Wel hoe het met de jongens, vooral de oudste, is gegaan.<\/p>\n<p>De schrijvers hebben Jenny niet verheerlijkt, hoewel zij zelf juist een rol speelde die daar aanleiding toe gegeven zou hebben.<\/p>\n<p>&#8221;t Gebed om zalig te willen worden, om al je dierbaren zalig te willen maken, je geheel daarvoor te willen opofferen, dit wordt altijd verhoord.&#8217;<\/p>\n<p>De twee oudste zonen, George en Rob, waren van plan om missionaris te worden. Maar Georges cijfers voor Latijn en Grieks waren onder de maat. Jenny stond er op dat hij toch het klooster in zou gaan, hoewel Lutz haar nog over de jongens geschreven heeft: &#8216;Ik geloof niet dat ze geroepen zijn tot het beschouwend leven.&#8217; De abt van het klooster wordt geciteerd: &#8216;Wij, mijn jongen, zijn de helpers van de missionarissen. Wij steunen hen door ons gebed.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Over de mogelijkheden voor George (\u2026)&#8217; (de eersteling, JH) &#8216;\u2026werd niet lang overlegd. Op vrijdag 27 augustus 1926 trad hij als zestienjarige jongen in het klooster &#8211; vermoedelijk enigszins tegen zijn zin (cursief van mij, JH).&#8217;<\/p>\n<p>Het rigoureuze regime in het klooster wordt uitvoerig beschreven: de dag begon om twee uur &#8216;s nachts met koorgebed in de kerk. Het eten was sober; geen vis, vlees of eieren, weinig brood, kaas en melk en dan waren er bovendien nog lange vastenperioden. Op overtreding van de regels die anderen, of die iemand zelf begaan had, volgde een boetedoening voor de gehele communiteit. De kloosterbewoners praatten niet met elkaar, &#8216;tenzij hiertoe verlof was gegeven&#8217;, of als het werk het vereiste. In het dagelijks verkeer werd gebarentaal gebruikt. Op brieven werd toegezien. Wie aan een abdij verbonden was, bleef daar zijn verdere leven, &#8216;de wereld&#8217; drong in het klooster niet door. Een onwetendheid, die, toen later de nazi&#8217;s toesloegen, verschrikkelijke gevolgen zou hebben.<\/p>\n<p>Op last van de Duitse bezetter zijn op 2 augustus 1942, zondagochtend in de vroegte, vijf van de zes trappisten door de Nederlandse politie uit hun abdijen gehaald om doorgestuurd te worden, via Westerbork, naar de gaskamers in Auschwitz. Dit wist ik, maar als ik het wel eens probeerde te vertellen, was de verbazing groot: &#8216;Wat? Uit kloosters?&#8217; &#8216;Ja.&#8217;<\/p>\n<p>Het waren geen joden die zich uit veiligheidsoverwegingen bij het naderende gevaar in mimicry hadden verborgen, maar kinderen van gelovige katholieken, die zich nauwelijks bewust waren van hun joodse afkomst. Joodse wortels? Joods bloed? Zo verval je in de meest weerzinwekkende termen, want joodse religie was het in elk geval niet.<\/p>\n<p>Bij de verschillende herdenkingen na de oorlog werd niet verzwegen dat de ouders van de kloosterlingen oorspronkelijk joods waren, en dat ze daarom vermoord werden.<\/p>\n<p>Postuum werden ze ingeschakeld en gebruikt in het kader van de bekering van de joden, getuige woorden als: &#8216;Opdat daardoor Jezus&#8217; leven in de andere slachtoffers, hun broeders naar het vlees, geopenbaard zou worden.&#8217;<\/p>\n<p>Gevangenschap en dood, zo werd in 1946 gedacht, waren tekenen van martelaarschap.<\/p>\n<p>Er werden verschillende vrome verzinsels gepubliceerd. Zo beschreef Anton van Duinkerken in 1947 in Elseviers Weekblad zijn &#8216;hartsinnige overtuiging, dat de kinderen L\u00f6b gestorven zijn, opdat er iets veranderen zou in de wereld. Toen zuster Hedwigs afscheid nam van haar abdis, sprak zij glimlachend: &#8216;Misschien heeft Onze Lieve Heer ons hier gewild om goed te doen. Ik ben klaar om mijn leven te geven.&#8217;<\/p>\n<p>Opgelucht lees ik daarna het commentaar in het boek: &#8216;Van Duinkerken veronderstelde een persoonlijke keuze en ging voorbij aan het feit dat de kloosterlingen helemaal geen persoonlijke keuze hebben kunnen maken om dit oorlogsleed te dragen, maar dat hun dit werd aangedaan.&#8217;<\/p>\n<p>In katholieke kringen werden gedeporteerde joden na de oorlog wel &#8216;geloofsmartelaren&#8217; of &#8216;bloedgetuigen&#8217; van de kerk genoemd, die hun leven gaven &#8216;als offer voor kerk en Christus&#8217;.<\/p>\n<p>Ik kan geen recht doen aan het gecompliceerde en uiteindelijk kosjere verslag van Steffen en Evers. Hun bijna vijfhonderd bladzijden besluiten zij met morele overwegingen. &#8216;Blijkbaar was het niet in de hoofden van de abt en de abdis opgekomen om zichzelf als gijzelaar aan te bieden voor de monniken en de monialen die aan hun zorgen waren toevertrouwd (\u2026),&#8217; en &#8216;(\u2026) opgeofferd voor het behoud van de abdijen. Geen moment werd de vraag gesteld naar de solidariteit van alle communiteitsleden met elkaar. Verzet plegen kwam niet in hen op (\u2026),&#8217; en &#8216;(\u2026) door momenten van persoonlijke keuze in te voegen, kon de omkering plaatsvinden van geslachtofferd worden naar zich opofferen, naar martelaar zijn. Daar pasten bewondering en pi\u00ebteitvolle herinnering bij. Door deze draai die de meeste auteurs aan het verhaal over de arrestatie, de deportatie en de dood van de zusters en broeders L\u00f6b hebben gegeven, werd de morele last van de schouders van de toenmalige abt en abdis en toenmalige communiteiten weggenomen. Door net te doen alsof het de eigen keuze van de kinderen L\u00f6b was om deze weg naar de dood te gaan, leken de toenmalige verantwoordelijken vrijgepleit.&#8217;<\/p>\n<p>Als je bedenkt dat de opdracht voor het schrijven van dit relaas is gegeven door de trappisten en trappistinnen van de abdijen Koningshoeven en Koningsoord en ze de conclusies ervan kennelijk hebben geaccepteerd, besef je hoeveel opener dan vroeger deze geloofsgemeenschappen zijn geworden.<\/p>\n<p>Nog \u00e9\u00e9n citaat: &#8216;Hun dood mag niet als katholieke propaganda worden gebruikt, laat staan als schakel in een (eventueel verhuld) bekeringsstreven ten opzichte van het jodendom.&#8217;<\/p>\n<p>Op een tegenstrijdige manier raakt dit godsgruwelijke verhaal aan het felle, verontwaardigde debat dat hier in Nederland een paar maanden geleden woedde toen bleek dat Yad Vashem niet van zins was de families Hollebrand en Eggink postuum de onderscheiding van &#8216;rechtvaardigen onder de volken&#8217; te verlenen. Dit was omdat de kinderen die zij geprobeerd hadden te redden door Yad Vashem als niet-joods beschouwd werden. Hun vader had het hele gezin laten inschrijven bij de Vereeniging van Vrijzinnig Hervormden. Misschien was dat uit veiligheidsoverwegingen, misschien ook net als bij Lutz en Jenny uit religieuze overtuiging, de conclusie van een levensbeschouwelijke zoektocht.<\/p>\n<p>Een protestbrief, ondertekend door tweehonderddertig verontruste mensen, onder wie bekende namen als Hedy d&#8217;Ancona en Ronny Naftani\u00ebl, ging naar Yad Vashem. Omdat ik de knoop in mijn hoofd niet alleen kon ontwarren, ben ik te rade gegaan bij verstandige vrienden, die zeiden: &#8216;Mensen die kinderen lieten onderduiken, deden dat omdat ze wisten dat ze als joden gevaar liepen.&#8217; Of: &#8216;Ze zijn vermoord omdat ze joods waren, dat is achteraf het belangrijkste, en dat wat hen verbindt.&#8217;<\/p>\n<p>Iets in mij verzet zich tegen deze manier van denken. Het is duidelijk dat de verschrikkingen die de nazi&#8217;s hebben aangericht en het antisemitisme daarvoor en daarna, een band tussen joden in stand houdt. Maar gelukkig is er meer dat in alle veelkleurigheid onderling verbindt. Wie of wat een jood is, daar zijn de geleerden het nog steeds niet over eens. Maar racisten mogen dat niet bepalen. Want soms lijkt het of de vermaledijde neiging wint om vooral diegenen jood te noemen die het slachtoffer geworden zijn van de nazi&#8217;s, of degenen die juist aan dat slachtofferschap ontkomen zijn. Daarmee zouden de nazi&#8217;s toch nog het laatste woord krijgen. Dat Yad Vashem weigert de taal noch de denkbeelden van de vijand over te nemen, is op die manier te begrijpen. Een dilemma dat lang door het hoofd blijft spoken.<\/p>\n<p>Peter Steffen en Hans Evers, \u2018Scheuren in het kleed.<\/p>\n<p>Het Joods-katholieke gezin L\u00f6b 1881-1945\u2019, Valkhof Pers, ca. 640 pagina\u2019s, \u20ac 39,50<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Al waren ze monniken en nonnen, de broers en zussen L\u00f6b, ze waren ook joods. En dus ontkwamen ze niet aan de Holocaust. Onlangs verscheen een biografie over dit tragische gezin. Die kwam hard aan bij schrijfster, en nichtje, Judith Herzberg.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[1349],"acf":[],"author_name":"Judith Herzberg","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/92549"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=92549"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/92549\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Judith Herzberg","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=92549"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=92549"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=92549"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}