
 {"id":92291,"date":"2009-08-08T00:00:00","date_gmt":"2009-08-07T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/mijn-juk-is-zacht-en-mijn-last-is-licht\/"},"modified":"2009-08-08T00:00:00","modified_gmt":"2009-08-07T22:00:00","slug":"mijn-juk-is-zacht-en-mijn-last-is-licht","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/mijn-juk-is-zacht-en-mijn-last-is-licht\/","title":{"rendered":"Mijn juk is zacht en mijn last is licht"},"content":{"rendered":"<p>Kort verhaal \/ Mijn ergste vakantie<\/p>\n<p>Terwijl iedereen de muziekfestivals afschuimt, de lokale terrassen vergast op sigarettenrook en bubbels, de uitverkoop en de zon klopt, doet een schrijver tijdens de zomer volstrekt niets. Behalve zich opsluiten en wat schrijven, af en toe, als de mood goed is en de vier muren geteld zijn. Volgens de buitenstaander uit een vreemde drang om het begrip loser een nieuwe dimensie te geven. Volgens zichzelf uit koppige gedrevenheid.<\/p>\n<p>Na mijn derde boek, Eeuwige Roem, had ik besloten mezelf toch eens op vakantie te sturen. Alleen een beetje jammer dat mijn even koppige vrienden enkel vakantie nemen wanneer ik schrijf en dat ik al schrijvend bijna al die vrienden kwijt speel. Eerlijk gezegd beschouw ik iedereen die ik niet ken als mijn vriend. Mensen die je wel kent, worden al snel te opdringerig en dat waardeer ik niet in vrienden.<\/p>\n<p>Het zag er dus naar uit dat ik, uitgeput na de bevalling van mijn derde boek, helemaal alleen mijn vakantie moest plannen en onvergetelijk maken. Aangezien het midden in de winter was, zou ik mijn tijd niet kunnen verprutsen met terrasjes doen of door festivalweides om te ploegen met de combats die ik niet had. Dus smeet ik een tentje, een slaapzak, een krat Pepsi-Max en een vuilniszak vol zakken Dorito&#8217;s in mijn geblutste wagen genaamd Gerda.<\/p>\n<p>(Het doet er eigenlijk niet toe dat er een bluts in mijn wagen zit. Ik zie haar daardoor even graag of zo mogelijk nog liever. Je moet wat botsen om karakter te kweken. Gerda&#8217;s met een bluts bewijzen dat. Trouwens, mijn Gerda botst wel, maar begeeft het niet, dankzij haar talisman: Eend.)<\/p>\n<p>Ik vertrok naar Troms\u00f8 in Noorwegen.<\/p>\n<p>Waarom Troms\u00f8? Dat heb ik me nadien ook vaak afgevraagd. Toen ik nog Germaanse Talen en Vuilnissorteren in zakken met verschillende kleuren studeerde in Leuven, fietste een zatte Noor me op een avond omver. Die Noor kon er zich best grappig uit lullen terwijl ik op handen en voeten, als een bronstig elandwijfje, tussen het mos van de Blijde Inkomstraat op zoek ging naar mijn lenzen. Van de harde klap waren die uit mijn ogen gefloept. Om een bijziend verhaal kort te maken: ik heb nog maanden last gehad van mijn rug, maar die Noor en ik werden vrienden. Hij had blauwe ogen en leek meer op een walrus dan op een mens, zag ik later, met nieuwe lenzen.<\/p>\n<p>Vriendschap is een vaardigheid die de Noren tot in de details beheersen. Wij wisselden amper een woord, dus er bleef een zekere, comfortabele afstand. Onze Lekker Afstandelijke Theekrans (LAT) vriendschap was gebaseerd op Noorse hardrock, zelfgekweekte weed en wijn in zilveren zakken in badkamers gebrouwen. Als pubers gaan de Noren in de middenberm tussen de rijbanen zitten, om wat snelheid mee te maken of tenminste een eland te zien voorbijsukkelen. Zoiets vond ik een verfrissend ideaalbeeld voor ontspanning en vriendschap. Het was eens iets anders dan zon en drank. De zon van de Noren scheen ofwel &#8216;s nachts ofwel helemaal niet en hun drank was ondrinkbaar.<\/p>\n<p>Die ene Noor bracht me zo ver dat ik jaren nadat ik mijn lenzen vertrappeld had in putje winter een reis plande naar Troms\u00f8. Hij heette Bjorn Bjornson. Hij is niet lang in Leuven gebleven maar heeft me wel zijn zilverzakken om zure wijn in te maken gegeven, en een adres: Heilovegen 9 in Troms\u00f8. Als ik ooit zin zou hebben om me op een middenberm van de autorijbaan te bezatten terwijl de zon niet onderging, moest ik zeker langskomen. Facebook bestond toen nog niet. Als vrienden niet in elkaars buurt woonden, bleven ze veel langer aan elkaar denken. We hadden echt het gevoel dat uit het oog, in het hart was.<\/p>\n<p>Mijn buurman en ik duwden Gerda in gang. Gewapend met een nieuw stel sneeuwbanden en van top tot teen gewassen door mijn neefjes, zou Gerda de noordpoolkreeftsteenbokskeerkringcirkel halen. Even had ik nog overwogen om te vliegen. Maar vliegen is niet cool, door weer en wind met wagen en boot 3500 kilometer overbruggen voor een vaag plan is veel koeler. Volgens mijn gedetailleerde voorbereidingen (driehonderd seconden op Mappy) was de tocht goed te doen in \u00e9\u00e9n dag en veertien uur. Een gezonde en gemotiveerde automobilist als ik zou er twee dagen over doen, vieruurtjes inbegrepen. Nog voordat ik de onzichtbare grens met Nederland over was, zette het autoalarm zijn irritante keeltje open. Al mijn lampen knipperden alsof ze oog in oog stonden met de knapste blonde wagen met spoilers van hier tot in Troms\u00f8, de toeter deed mee en toeterde in morsecode liefdesverklaringen en mijn ruitenwissers speelden nerveus tikkertje op speed. In shock slingerde ik Gerda op de pechstrook. Ik zag dat er water uit het alarm sijpelde. Voor vijf euro hadden de kinderen van mijn zus \u00e1lle onderdelen van Gerda ingezeept, Eend en alarm inbegrepen.<\/p>\n<p>&#8216;Een groot probleem,&#8217; zei de technicus van de pechdienst. Ik had er al lang spijt van dat ik hem een vraag had gesteld. Persoonlijk vind ik namelijk dat mensen meer moeten zwijgen, vooral als ze een slechte adem hebben. Maar als je zelf een vraag stelt, moeten ze wel antwoorden en vraag je dus om ellende. Hij zei nog, gratis en behulpzaam, dat het probleem alleen op te lossen was door alle draden los te knippen. Ik knikte met dichtgeknepen lippen en neusvleugels. En zo hervatte ik mijn reis van twee dagen met een half dagje vertraging en een wagen die van binnen een ontplofte bol wol leek.<\/p>\n<p>Aangezien ik nu toch in Nederland was, wilde ik even de tijd nemen om enkele geschenkjes mee te nemen. Eerst liet ik mij eens goed gaan in Albert Heijn &#8211; ma\u00efsbrood, kaas met groenafval erin, eetbaar stoepkrijt, ik vind het allemaal wonderlijke, nutteloze uitvindingen. Om te bekomen van zoveel gekte ging ik maar even naar de coffeeshop. In die dagen waren Belgen daar nog graag geziene gasten. Vooral in de coffeeshop waar ik binnenstapte. Voor de jongen achter de toog overliep ik mijn hele leven nog eens, in fast forward bij de saaie stukken, in slo-mo en ondertiteld bij de spannende sc\u00e8nes. De jongen kon met \u00e9\u00e9n hand in vijftien seconden een joint rollen, filter draaien, weed vermalen, tabak verdelen. Toen ik mijn aandachtige publiek eindelijk liet gaan, was het veel te laat om nog te vertrekken en bood hij me een slaapplaats aan boven de shop. Dag \u00e9\u00e9n: tot in Breda.<\/p>\n<p>De dag erna was ik vastbesloten niet te rusten voor ik voet aan de grond had gezet in het land der Vikingen. De Deense politie aan de grensovergang Duitsland-Denemarken vond dat een overijverig voornemen. De Europese richtlijnen, het Schengenakkoord, mijn mooiste glimlach, vrij verkeer van goederen, mijn lelijkste glimlach, het mocht allemaal niet baten. Ik moest mijn wagen parkeren aan het douaneloket en wachten tot een agent mij de volgende dag een boete van 250 euro kwam overhandigen voor drugsbezit. Toen ik vroeg of hij zijn opleiding bij Berlusconi genoten had, keek hij mij met zijn blauwe waterogen aan en mompelde in het Deens: vi kunnen det ogs\u00e5 anden organisere. Jaja, zal wel, snormans, dacht ik. Ik gaf hem mijn zelfgeschreven boek &#8211; opgekocht uit de Slegte om de prijs op te drijven -, hij gaf mij het boeteformulier. Ik vergat de 250 euro te betalen en reed snel door.<\/p>\n<p>Met amper twee dagen vertraging kon de boot naar Zweden vertrekken. In een mensenleven is twee dagen de tijd die je in totaal besteedt aan het flossen van je tanden, verwaarloosbaar dus.<\/p>\n<p>De laatste 1600 kilometer achter het stuur, dat voelde bijna als thuis: drie dagen tuurde ik voorovergebogen naar een vuil schermpje vol ruis. Schrijven is een goede voorbereiding op rijden in een sneeuwstorm. Ook al werden de dagen korter en korter en ikzelf meer en meer moe, ik zong: mijn juk is zacht en mijn last is licht, als ik mijn blik op de toekomst richt.<\/p>\n<p>Uitgeput, diepgevroren, zo blauw als Smurfin, depressief, zonder weed of een ander sprietje groen in het vooruitzicht reed ik eindelijk Troms\u00f8 binnen, het noordelijke, Noorse stadje waar de zon het in de winter vertikte om boven te komen. Bij nummer 9 van Heilovegen hield Gerda halt.<\/p>\n<p>Ik belde aan bij een piepklein huisje met grasdak. Een vrouw van drie trolletjes hoog opende de houten deur.<\/p>\n<p>&#8216;Heysan,&#8217; begroette ze mij. Haar blauwe oogjes keken me aan vanonder een bladerdak. Heysan had meer weg van een boom dan van een mensje. &#8216;I am looking voor Bjorn Bjornson,&#8217; zei ik zo traag en duidelijk mogelijk. Ik toonde haar een foto van Bjorn en mij, verkleed als Bonnie en Clyde. Bjorn, herhaalde ik en ik wees naar Clyde. &#8216;Bj\u00f8rn, Bj\u00f8rn,&#8217; zei de vrouw en ze legde haar hand op mijn onderarm en trok me zachtjes binnen in een kleine snikhete kamer, eerder een sauna. Ze wees me een krukje en gebaarde dat ik moest zitten.<\/p>\n<p>&#8216;Bj\u00f8rn, Bj\u00f8rn,&#8217; zei ze nog eens en ze schudde haar hoofd. Tussen haar vele plooien glinsterden tranen. Ze wees naar een foto aan de muur &#8211; Bjorn in een zwartomrand kader.<\/p>\n<p>Troms\u00f8, het Parijs van het Noorden maar dan zonder licht, zonder Eiffeltoren en zonder Fransmannen, ligt boven de poolcirkel, ongeveer ter hoogte van Siberi\u00eb en Alaska. Van eind november tot half januari komt de zon daar niet meer op. Zonder zon verlies je het geloof, je last wordt loodzwaar en je juk is een touw om je aan te verhangen. Zonder zon vergeet je dat het allemaal goed komt.<\/p>\n<p>Mijn ergste vakantie<\/p>\n<p>Hoe beleven schrijvers de zomervakantie? Saskia de Coster, Pia de Jong, Maria Barnas en Karin Amatmoekrim schreven op verzoek van Vrij Nederland een kort verhaal over hun allervreselijkste vakantie-ervaring. Deze week: deel 1.<\/p>\n<p>Saskia de Coster schreef vier romans waarvan \u2018Held\u2019 (Prometheus, 2007) werd genomineerd voor de BNG Literatuurprijs.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Facebook bestond nog niet, dus vriend Bjorn in Noorwegen, daar ging je gewoon naartoe. Maar zelfs talisman eend hielp Saskia de Coster niet aan een gegarandeerd fijne vakantietrip.<\/p>\n","protected":false},"author":3380,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,541,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/92291"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=92291"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/92291\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"AndorT","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/3380"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=92291"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=92291"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=92291"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}