
 {"id":91677,"date":"2009-08-29T00:00:00","date_gmt":"2009-08-28T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/praat-ik-te-hard-kan-ik-me-voorstellen\/"},"modified":"2009-08-29T00:00:00","modified_gmt":"2009-08-28T22:00:00","slug":"praat-ik-te-hard-kan-ik-me-voorstellen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/praat-ik-te-hard-kan-ik-me-voorstellen\/","title":{"rendered":"&#8216;Praat ik te hard? Kan ik me voorstellen\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Interview Adelheid Roosen<\/p>\n<p>De keuken ligt op de eerste verdieping van een oud schoolgebouw aan de Lindengracht, een dependance van de Amsterdamse Theaterschool. In de lokalen beneden werken internationale theaterstudenten zich in het zweet, boven zijn werkruimten voor studenten die theatermaker willen worden. Ook Adelheid Roosen geeft daar les. Drie keer spreken we elkaar. In die vele uren passeren leven, liefde en werken al associ\u00ebrend en meanderend de revue. Als Roosen praat, is ze niet gauw uitgepraat.<\/p>\n<p>De lippen rood als altijd, in soepele zwartleren jas, laag uitgesneden zomertruitje en pepita fladderbroek stapt ze op haar puntlaarzen met slangenprint naar het espressoapparaat. Begin deze zomer hoorde ze dat ze genomineerd is voor de Amsterdamprijs voor de Kunst 2009. De theatermaakster: &#8216;Ik werd er even stil van. Meteen daarna heb ik op internet naar de andere zes genomineerden gekeken. Hun werk zag er heel goed uit. Het voelt eervol.&#8217;<\/p>\n<p>Op 27 augustus, als de belangrijkste kunstprijs van de hoofdstad wordt uitgereikt aan drie kunstenaars of instellingen met grote verdienste voor de kunsten in Amsterdam, weten we wie er een bedrag van vijfendertigduizend euro krijgen. Waarom ze is genomineerd, weet ze niet precies. &#8216;Het zal vast met mijn werk te maken hebben,&#8217; zegt ze, en ze schatert het uit.<\/p>\n<p>Liefdesleger<\/p>\n<p>Het werk van Roosen heeft alles met de stad te maken, meer in het bijzonder met de wijken ver van het rijke, witte, centrum. Het duikt op in verschillende vormen, in theaters, gevangenissen, buurthuizen, maar ook op chique festivals en congressen. Met documentaires, theatervoorstellingen of installaties met de &#8216;zachtmoedige&#8217; ontregelaars van het roze bepruikte Zina-liefdesleger. Ook ver buiten de hoofdstad en over de landsgrenzen te zien.<\/p>\n<p>&#8216;Sinds 1 januari krijg ik een structurele subsidie voor mijn stichting Female Economy. De zakelijke leiding en de publiciteit worden gedaan door Toneelgroep Amsterdam (TA). Ik heb een specialiteit &#8211; migranten, vrouwen en moslims &#8211; en die past wel bij TA. Het grappige is: op papier waren we nog lang niet klaar met de alliantie toen TA al vroeg of ik dit jaar iets in hun Tamtam-festival wilde doen. Rond de TA-voorstelling Rocco heb ik met Zina een aantal installaties gemaakt in het kader van Rocco leeft! Hij woont bij u om de hoek! Rocco bezorgt uw pizza&#8217;s, zit bij Dirk achter de kassa als u afrekent. Met een door ons flink ingekorte Visconti-film zijn we naar jongeren in ROC&#8217;s, vrouwen in buurthuizen, theedrinkmiddagen van de mannen, gegaan en hebben hun die laten zien.<\/p>\n<p>Ik wilde graag Living Objects maken: de mannen uit de buurthuizen wilde ik op een paar mooie plekken in de schouwburg aan tafeltjes hebben, als zaten ze in hun eigen theesalon. Zoals ik eerder deed met De Gesluierde Monologen (portretten van moslimvrouwen, ge\u00efnspireerd op  De Vagina Monologen, 2003) en met Is.Man (2006, over voor eerwraak veroordeelde moslimmannen) wilde ik nu dat beeld maken m\u00e9t die mannen. Vaak mensen die slecht Nederlands spreken, geen werk hebben, invalide zijn&#8230; Je moet hun natuurlijk uitleggen waarom en van waaruit je dat doet. Ik vond dat heel mooi: zo kom je in het fundament van je eigen werk terecht. Het tijdperk-Wilders hoef je niet uit te leggen, dat weten ze wel, maar door hun eigen leven daar neer te zetten, vraag ik hun een onderdeel te worden van mijn confrontatie.<\/p>\n<p>De installatie werkte fantastisch. Ze waren zenuwachtig. Hadden sap, soep, thee en koffie, schaak- en damborden bij zich. Een van hen had een transistorradiootje mee, met de islamzender. Ze konden \u00e9\u00e9n keer niet bidden. Dat hadden ze wel over voor dit experiment. Haha! Maar toch de radio bij zich! Allah Akbar! Dan waren er op die dag nog twintig migranten als publiek bij de voorstelling aanwezig in de schouwburg. Dat was Living Objects 2. De gemiddelde VN\/Volkskrant-lezer zag je kijken: Oeh, een baard. Dat is toch een buitenlander? Oh, dat is vast die groep van Adelheid. Oh, maar ik geef gewoon een hand, hoor. En de migrant keek: mag ik hier zijn? Dan zie je ineens waar het samenkomt en het zich scheidt.<\/p>\n<p>De vaste kern die naar TA gaat, heeft het na afloop over hoe ze van Chris Nietvelt houden, van Leon, van Hans, ze kennen de acteurs van naam. Dan is er witte wijn, heb je het nog even over het decor, maar niemand heeft het over de wraak van Medea. Die migranten wisten niet wie Adelheid Roosen was, Ivo van Hove, wat TA is, ze kenden die acteurs niet. Geen id\u00e9\u00e9. Ze waren voor het eerst in de Stadsschouwburg. En ineens ging het over de voorstelling. Voor de acteurs was het ook een speciale ervaring. Ik zat na afloop met een paar van hen een sigaretje te roken. Ze wisten precies waarom ze de voorstelling maakten, over migratie, ontworteling, identiteit, en de integriteit van het hele project. Tijdens het spelen hadden zij een paar van onze mensen in het gezicht gekeken en zich gerealiseerd: maar zij zijn het! Ik sta hier te spelen, maar zij zijn het!&#8217;<\/p>\n<p>Geheimen<\/p>\n<p>De Gesluierde Monologen en Is.Man waren  theaterhits in binnen- en buitenland. De door Roosen bedachte, geschreven en geregisseerde voorstellingen worden nog steeds gespeeld. De komende jaren gaat ze voort op dezelfde weg, &#8216;in dialoog met de moslim-Nederlander&#8217;, &#8216;reagerend op mijn instinct in het moment&#8217;, &#8216;achtervolgend wat er gebeurt in de wijken&#8217;.<\/p>\n<p>In 1998 vond ze, bijna door toeval, voor het eerst haar eigen vorm voor een voorstelling over migratie en loyaliteitsscheuringen: Vijf op je ogen, met vier jonge Marokkaanse vrouwen. Roosen kwam in een wereld terecht waar ze nog nooit was geweest: &#8216;Een tussenwereld. Lang v\u00f3\u00f3r de Twin Towers zat ik in zalen met zestig gesluierde vrouwen, moeders, oudere vrouwen. Achterin de zaal stonden Marokkaanse mannen te roepen. Ik dacht: geweldig! Die zijn enthousiast! Maar ze schreeuwden &#8220;hoeren!&#8221; Hahaha! Dat moest ik toen nog ontdekken. Het was enerverend. Met nagesprekken, mee naar huis met die vrouwen, met hun geheimen: die mocht dit niet weten, die dat niet. Die mocht niet komen, want\u2026 Ik vond dat fascinerend. Ik kwam helemaal terug bij de basis van mijn opleiding: wat kan theater betekenen? Het is ineens het buurthuis in Oost waar ik het meemaak en niet de Stadsschouwburg. Door die ervaringen ben ik De Gesluierde Monologen gaan maken, ben ik door de stad gaan dwalen, op de fiets, de wijken in. Ik kon mijn geluk niet op. Ik voelde me toerist in eigen land. Eindeloos op stap, met een schriftje en een pen in mijn tas, naar de wassalon, de bruidswinkel, de moskee of het theehuis. Ik ontmoette mensen. Wat een rijkdom, dacht ik. Raar dat je in zo&#8217;n klein land kunt leven en deze hele wereld niet kent. De Gesluierde Monologen is naar buurtcentra, Blijf-van-mijn-lijfhuizen, de Tweede Kamer, de moskee gegaan. Terug naar de gemeenschap. Met een groepje vrouwen heb ik vervolgens het Zina-platform opgericht: verhalenrapers zijn we, en daarvan maken we audio\/video-installaties, exposities, zelfportretten.<\/p>\n<p>Door zo diep in die vrouwenwereld te duiken, ben ik ook de moslimmannen gaan zien. Iedereen weet uit de kranten: vrouwen doen het beter op school, leren talen, gaan op een andere manier met hun familie en de buren om. Dat er veel meer uitwisseling is tussen westerse en allochtone vrouwen door keuken, kinderen en school alleen al. En dat de mannen zich eigenlijk allemaal verzamelen, als een soort roedels, in de theehuizen. Waar triktrak wordt gespeeld, thee gedronken, waar ze kaarten, hun eigen rituelen uitwisselen, hun verhalen van mannen onder elkaar hebben. Gaandeweg ontstond zicht op die kloof. Het is hetzelfde verhaal als bij onze emancipatie. Die mannen vereenzamen en moeten meegenomen worden!&#8217;<\/p>\n<p>Waar haalt ze die tomeloze energie vandaan? &#8216;Ik denk dat ik heel lang een combinatie geweest ben van passie met overlevingsdrift en overlevingsangst. Dat begon zich op een gegeven moment in mij te keren. Ik kwam tot het besef: de dingen die me tegenhouden, hebben te maken met angst. En ik dacht: waarom ga ik daar dan niet naar kijken? Als je je realiseert wat het ergste is wat je kan overkomen &#8211; je staat bijvoorbeeld voor iemand en valt stil, of valt in barrels uiteen. Wat is daar eigenlijk erg aan? Wat zou het fijn zijn als ik, voor ik doodga, zoveel mogelijk van wat het leven zelf is, verkend heb. Dat ik mij door de angst niet heb laten wegjagen. Ik wilde ontdekken waar de angst mij drijft en waar de liefde, de passie. Die hebben zich vermengd. Als ik naar het leven kijk, wil ik het zien als een vriend met twee gespreide armen. En al laat hij je misschien op je bek vallen, dan denk ik: al zal ik vallen, dan val ik. Dan val ik wel weer ergens doorheen of ik val dood. Maar als ik dat landschap niet betreed, dan ken ik ook niet de waarde. Zo is mijn dialoog met de moslimwereld begonnen.&#8217;<\/p>\n<p>Vaak alleen<\/p>\n<p>Cultuur en religie, anders zijn: het zijn fenomenen waar Adelheid Roosen altijd al gevoelig voor was. &#8216;Toen ik begon met Vijf op je ogen dacht ik wel: andere cultuur, maar geen verschil. Koran is bij mij Bijbel, djellaba&#8217;s heetten bij mij nonnen met een kappie op. Wij, het gezinnetje Roosen, kwamen uit Breda en verhuisden naar een heel klein dorpje in de Achterhoek, omdat mijn vader daar directeur werd van een metaalbedrijf. Katholiek. Met alles erop en eraan. Mijn moeder heeft ontzettend last gehad van het importgevoel. Ik was een heftig, gepanikeerd kind, veel open knie\u00ebn, zweren, dan weer een gat in mijn kop. Op de lagere school had ik al dat loeiwilde karakter, ik sprak geen dialect, kreeg veel straf en klappen. Ik hoorde eigenlijk nergens bij, was vaak alleen. Veel buiten. Niet graag binnen, bij mijn moeder. Ik kwam altijd op het allerlaatste moment binnengehold. Ik ben nog steeds een beetje een zwerver.<\/p>\n<p>Als je mijn moeder in haar invalidenwagen over de grens van Zimbabwe duwt, heb je het probleem Zimbabwe opgelost. Ik bedoel: als zij aan het praten is en Mugabe staat tegenover haar met twintig mannen met geweren op haar gericht, zal ze zeggen: ik geloof dat ik aan het praten was, mag ik even mijn zin afmaken! Mijn moeder is niet onder de indruk. Alleen van het feit dat ze onderbroken wordt. Nu vind ik dat zeer geestig. Ze was rigide. Had gewoon een regime. Als kind weet je niet hoe je onder dat regime uit moet zien te komen, maar nu zie ik de kracht ervan.<\/p>\n<p>Ik vind mijn moeder inmiddels echt een heel mooie vrouw. Ze is nu aan het dementeren en ik maak een korte film over haar, Jij hoeft mij niet te onthouden, ik onthou jou. Ineens dacht ik: dit is mijn kans. Mensen zeggen: mijn vader of moeder herkent mij niet meer. Maar mijn zus en ik hebben eigenlijk nooit een moeder gehad zoals je je een moeder voorstelt. Dat is het leuke van de frictie van je leven, dat zie je als je uit dat trauma breekt en zonder oordeel kijkt. De pijnlijke kant is: het is geen moeder. Maar waarom zou ze mijn moeder moeten zijn? Als je dat keert en vraagt: wie is dit d\u00e1n, dan ontmoet ik een mens en die bekijk ik, voor zover dat kan, niet als moeder. Ik heb het idee dat ik, door die alzheimer, pas een relatie ben begonnen met mijn moeder, in plaats van dat ik er een ben kwijtgeraakt. Met handen, met blikken, met voelen, stap ik mee in haar verhaal.<\/p>\n<p>Twee jaar geleden vroeg de hoogleraar bij wie mijn moeder toen onder behandeling was of ik iets wilde doen op de alzheimerconferentie. Ik heb toen een monoloog geschreven, een telefoongesprek tussen haar en mij. Daarin heb ik het beeld gebruikt dat je als Alice in Wonderland in een kuil stapt, erdoorheen valt en ja, je hebt een pratend theeservies. Als een van je ouders dementeert, probeer je die persoon te relateren aan de werkelijkheid zoals die is: &#8220;Nee mam, dat heb je al zestien keer verteld. Nee, dit is geen asbak, dit is de koffie.&#8221; Maar je moet juist mee vallen, de andere kant op. &#8220;Ok\u00e9, we zitten nu in een pratend theeservies en we komen twee konijnen tegen die een dansje doen.&#8221; Wat je tegenkomt als je daarin stapt, is zo mooi. Ik heb ineens contact met mijn moeder.<\/p>\n<p>Mijn moeder was een solist en zei altijd: ik heb met niemand iets te maken! Dat was haar overlevingsstrategie. Ik ging de straat op. Dat was mijn overleving. Mijn zus ging ondergronds, in de boeken en ik in guerrilla, boven de grond. Eerst schieten, dan pas kijken. Grappig, als je nu kijkt: mijn zus is asieladvocaat. Zij en ik hebben met de hele wereld iets te maken. Waar zou dat van komen?&#8217;<\/p>\n<p>Ha, een rode bal<\/p>\n<p>Een collega-docent van Roosen aan de Amsterdamse Toneelschool zag eens de auditie van een meisje dat een liedje kwam zingen, door haar vader begeleid op de piano. De vader zeurde eerst eindeloos over de kwaliteit van het instrument, vervolgens raakte zijn dochter helemaal van slag doordat hij haar steeds weer onderbrak en corrigeerde. Bij het weggaan stond Adelheid Roosen op en gaf die man een schop onder zijn kont met de mededeling: &#8216;Schandalig, hoe u uw dochter behandelt!&#8217; &#8216;Iedereen denkt het,&#8217; aldus de collega, &#8216;Adelheid doet het.&#8217;<\/p>\n<p>Ze moet even peinzen als ze deze anekdote hoort. &#8216;Schop? Kan ik me niks van herinneren. Ik ben niet zo schopperig. Het gebeuren staat me nog wel bij. Dat ik dacht: zo&#8217;n kind kan geen kant op, kan niet in haar kracht komen. Die vader verknoeide het. En ik zal daarop reageren. Ik ben heel gevoelig voor het sprookje van de kleren van de keizer. Ik zeg het.&#8217;<\/p>\n<p>Mensen schrikken van haar, of zeggen: ik ben allergisch voor die Roosen.<\/p>\n<p>&#8216;Er is een periode geweest dat ik dat helemaal niet begreep. Dat ik ook mijn eigen volume niet hoorde. Mensen moesten mij erop attent maken dat er een knop aan zat, dat het lager kon. Ik had daar wel last van, je kunt je bedoeling niet uiten. Ik had totaal niet in de gaten dat mijn vorm er volkomen anders uitzag dan hoe mijn betekenis van binnen was. Ik zag mijn vechtgedrag ook niet. Dan liep ik naar huis en voelde me op een vreemde manier somber. Last van mijn ademhaling, pijn in mijn maag, misselijk. Ik had totaal niet in de gaten dat ik te veel accelereerde, dat ik v\u00f3\u00f3r iemand uitgesproken was al had ingehaakt en de volgende stelling erin gooide. Gelukkig zijn er mensen die op je vallen, met wie je werkt, met wie je bevriend raakt, die net iets ouder zijn en je corrigeren. George Groot was zo iemand. We hebben samen drie voorstellingen gemaakt, dat was een intens gelukkige periode in mijn leven. Het is fantastisch als iemand je in het openbaar corrigeert en je wel de schaamte laat voelen, die ontstaat vanzelf, maar niet in die schaamte laat wegzakken. Zo leerde ik me beter uiten. Voor een deel.<\/p>\n<p>Ik ben er ook onzeker van geworden. Maar op een gegeven moment kun je niet dieper neerstorten. Op een dag val je door een bodem, je rolt jezelf in een dekbed en denkt: laat mij maar verdwijnen. Het vreugdevolle is dat er dan ook weer een kind in je opstaat dat denkt: ha, een rode bal! Dan heb je je schoentjes al weer aan en loopt kaatsenballend over straat. Natuurlijk gooi je die per ongeluk door een raam heen en heb je weer boze mensen. Ja, dat is wel de story of my life, een beetje.<\/p>\n<p>Er is een moment gekomen, op die bodem, dat ik vriendschap ben gaan sluiten met de aversie tegen mij. Ik zag geen andere oplossing, maar ik moest er wel moed voor verzamelen. Mensen die ik vaag kende, bij wie ik dat voelde, als ik die tegenkwam bij voorstellingen of premi\u00e8res, trok ik de stoute schoenen aan en ging erop af. Op het moment dat je zegt: &#8220;Sorry, mag ik jou iets vragen? Je hoeft er helemaal niet op in te gaan, maar ik heb het idee dat\u2026&#8221; Of: &#8220;Ik hoor dat\u2026 heb ik wel eens iets gedaan jegens jou, of gezegd, dat verkeerd is aangekomen?&#8221; Dan zie je: het smelt. In elk geval: in mij loste het zich op. Hen laten uitspreken waarin ze me te wild, te hard, te overwhelming vonden. Ja, dat kon ik ook wel begrijpen. De kunst van het toegeven ben ik leuk gaan vinden: &#8220;Praat ik te hard? O, ok\u00e9. Kan me voorstellen. Het spijt me. Ik voel als een lentebries, maar kom over als een orkaan. Sorry. Dat heb ik me niet gerealiseerd.&#8221; Dat heb ik even moeten ontdekken. Ik kon me toentertijd niet goed genoeg uitdrukken. Ik was niet alleen dat jongetje dat riep: de keizer heeft geen kleren aan, maar ik sprong boven op die koets. Meteen. En dan verstoor je het feestje voor vijfhonderd mensen. Ik zei: &#8220;De vorm neem ik terug, daar bied ik mijn excuus voor aan. Achter mijn inhoud blijf ik staan. Ik wou met scherp schieten, maar schoot los uit de heup. Maar met mijn punt had ik geen ongelijk. Daar zat mijn instinct goed.&#8221; Vormgeving is daarin voor mij heel goed geweest. En het gaan schrijven. Dat is ook het fijne aan dat vak. Vormkracht vinden is huiveringwekkend fijn.&#8217;<\/p>\n<p>De Muiz<\/p>\n<p>Haar mobieltje roept. &#8216;De Muiz! Die moet ik even nemen!&#8217; Even later, blij: &#8216;De Muiz. Die lieverd. Muizeman. Geweldige man. Hij is aan het filmen, in Rotterdam. Is het nu negen jaar, of tien? Ergens in de zomer, rond deze tijd, ging het aan.&#8217; Ze praat over Titus Muizelaar, acteur, regisseur, theatermaker, haar geliefde.<\/p>\n<p>&#8216;Eigenlijk is het mooi: dat ik een man tegenkwam die ook van die dingen riep, tegen de wereld. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Ik vond het een beleving dat ik van de buitenkant kon zien wat er gebeurt in de ander. Muiz en ik zijn allebei harde werkers, we zien elkaar relatief weinig. We hebben, vind ik, een heel leuk patroon van allemaal gaatjes tussendoor. Bellend of sms&#8217;end: &#8220;Waar ben jij nu? Ben je in de buurt van\u2026 onze favoriete koffieshop, of hoekcaf\u00e9&#8221;, en dan zo de dag delen. &#8220;Wat heb jij gedaan, wat jij&#8221; en terwijl je dat zit te vertellen, reflecteer je en kom je bij de ander met een check: ik twijfel toch een beetje aan dit. Dubben. Even aftasten bij elkaar. Het is heel fijn om een soort waarnemer van je leven te hebben.<\/p>\n<p>Toen ik de eerste keer bij Muiz ben gaan slapen, heb ik een gedicht van Rilke meegenomen en op de binnenkant van zijn voordeur geplakt. Dat gaat over dat je als geliefden de ander tegen zijn eigen horizon moet blijven zien en je beiden een andere horizon hebt. Dat als je samen loopt je weliswaar dezelfde richting uit gaat, maar altijd de plicht hebt om naar de ander te blijven kijken zonder het belang van je eigen leven. Dat je die ander eigenlijk altijd ruimtelijk blijft zien, tegen zijn horizon. De bestemming van die ander is niet jouw bestemming. De grootste liefde voor de ander is hem het gruwelijke, eigen diepe isolement te gunnen.<\/p>\n<p>Ik denk dat wij dat allebei heel goed van elkaar hebben begrepen. Ik vind dat Muiz enorm goed kan waarnemen wanneer ik op de achterkant van een potlood moet gaan zitten kauwen, voor een groot wit vel. Hij komt dan met zekere regelmaat langs en zegt: A, niks zeggen hoor, ik ben er niet. Ik ben even een gebakken eitje voor je aan het maken. En over mijn schouder kijkend zegt hij: Ooooh, wat een mooi wit vel! Ik denk dat dat voor mij echt liefde is. Muiz en ik kunnen ook goed reizen. Weken achtereen met zijn tweetjes, dat hele fokking Oostblok, duizenden kilometers gedaan. Wat is dat eigenlijk voor wereld? Grote steden, platteland, kris kras. We hebben altijd \u00e9\u00e9n interessant conflict, waar we echt over kunnen vechten. Waarover je elkaar van tafel wilt meppen, maar dan in de goede zin. Voor Muiz is dit vak, kunst, het enige mogelijke level van het leven, de enige plek waar hij wil zijn, kan zijn en dat is het. Dat is wat het leven zou moeten zijn. Voor mij komt het leven zelf op \u00e9\u00e9n. We gaan samenwonen als hij zeventig is en ik zestig. Over negen jaar dus.<\/p>\n<p>Dat is niet meteen een droom, wel een heel\u2026 zachtmoedig beeld. Ik heb een droom met de verschillende culturen in een samenleving. Met de Muiz heb ik een beeld van doorlopend met zijn twee\u00ebn in een trampoline vallen. Met zeventig en zestig val je vast kapot of zo, maar er is ergens een land waar wij, stuiterend, dat gevoel van Yow! Yow! gaan beleven. Yow!&#8217;<\/p>\n<p>Adelheid Roosen (Teteringen, 1958)<\/p>\n<p>1962-1967 Nonnenklooster Ulft<\/p>\n<p>1978 Academie door Woord en Gebaar<\/p>\n<p>1982-1987 Lid van (toen nog) close harmony groep Purper<\/p>\n<p>1986 &#8211; heden Docente Amsterdamse Toneelschool &#038; Kleinkunst Academie, inmiddels Hoofd Theatermaken en adviseur artistieke Raad<\/p>\n<p>1986-1987 VARA&#8217;s Nachtshow in samenwerking met Titus Tiel Groenestege, Jack Spijkerman, Bavo Galema<\/p>\n<p>1988 Van top tot teen te trillen, eerste soloprogramma<\/p>\n<p>1990-1991 Tergend langzaam wakker worden, met George Groot<\/p>\n<p>1998 Vijf op je ogen<\/p>\n<p>2001 Rol in Vagina Monologen<\/p>\n<p>2002\/2004\/2005 Scenografie Toneelhuis Antwerpen<\/p>\n<p>2003 De Gesluierde Monologen<\/p>\n<p>2005 Oprichting Zina Platform, eindredacteur<\/p>\n<p>2006 Is.Man<\/p>\n<p>2006 Oprichting Stichting Female Economy<\/p>\n<p>Zie verder www.adelheidroosen.nl<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Bij Adelheid Roosen, genomineerd voor de Amsterdamprijs voor de Kunst 2009, is het loeiwilde er een beetje af. Maar de inhoud is gebleven. Ze heeft een eigen theatervorm gevonden, en de grote liefde. \u2018Ik heb vriendschap gesloten met de aversie tegen mij.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[1267],"acf":[],"author_name":"Ingrid Harms","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/91677"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=91677"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/91677\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Ingrid Harms","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=91677"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=91677"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=91677"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}