
 {"id":90659,"date":"2009-10-03T00:00:00","date_gmt":"2009-10-02T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/muiderkring-aan-de-gracht\/"},"modified":"2009-10-03T00:00:00","modified_gmt":"2009-10-02T22:00:00","slug":"muiderkring-aan-de-gracht","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/muiderkring-aan-de-gracht\/","title":{"rendered":"Muiderkring aan de gracht"},"content":{"rendered":"<p>Portret \/ Mies Bouhuys \/ Het huis van Mies Bouhuys<\/p>\n<p>Aan de Amster-damse Prinsen-gracht, vlakbij de Leidsegracht en naast een melkboer, staat een huis te koop, zoals zoveel huizen in deze tijd. Het is een wonderlijk schuinstaand huis, met een tegeltuintje ervoor, en grote kamerplanten achter de luxaflex voor de ramen. In dit huis woonde de schrijfster Mies Bouhuys, samen met haar man, de dichter en essayist Ed. Hoornik, die in 1970 stierf. Mies Bouhuys overleed op 30 juni 2008.<\/p>\n<p>De executeur testamentair is nu al maanden bezig het huis leeg te halen. Er was al die jaren weinig aan veranderd. Vroeger was het een koffie- en theewinkeltje en in de oorlog deed het dienst als clubhuis voor de WA, de knokploeg van de NSB. &#8216;Wij vonden het wel mooi dat wij er na hen in kwamen,&#8217; vertelde Mies Bouhuys. &#8216;Het was smerig en uitgewoond, maar er was wat van te maken.&#8217;<\/p>\n<p>Je komt de deur binnen, een klein halletje in en dan sta je in de kamer. Boven de bank hing vroeger een enorm, indrukwekkend en luguber schilderij van Hendrik Valk getiteld &#8216;Deportatie&#8217;. Het stelde een Duitse officier voor met op de achtergrond een lange stoet gedeporteerden. Het hangt nu bij de Anne Frankstichting.<\/p>\n<p>Achterin, een paar treden lager, staat een eettafel en is de keuken met uitzicht op een binnenplaats. Vanuit de grote kamer gaat een wenteltrapje naar een ruimte van waaruit je vroeger de winkel in kon kijken. Daar is een zitje om televisie te kijken, en er staat een antiek bureau dat van Mies&#8217; grootvader was. Er zitten tientallen laatjes in vol herinneringen aan haar jeugd: een foto van haar moeder, bonkaarten uit de oorlog, de bril van haar vader, haar tol en haar bikkels. Er hangt een pastelportret van een heel jonge Hoornik, getekend door Carel Willink. Er is een klein kamertje, dat vroeger slaapkamer was en nu een soort archief is: rijen tijdschriften, stapels toneelscripts, mappen met brieven en kindertekeningen, rollen affiches, krantenknipsels en dozen vol onbestemde papieren.<\/p>\n<p>Eind jaren zestig kochten ze het huis met een verdieping erbij. Er gaat een enge laddertrap naartoe. Aan de voorkant staat het bureau waaraan Mies zat te schrijven, met uitzicht op de Prinsengracht. Rondom boekenkasten. Aan de achterkant is een slaapkamertje en een badkamer. En ook hier planken vol boeken. De slaapkamer is zo ingebouwd in boekenkasten dat er geen streep daglicht binnenkomt. Op een klein kastje ligt het zeskantige trekharmonicaatje van haar oma. Die ging ermee naar de haven van Amsterdam om op zaterdagavond voor de turfschippers psalmen te zingen. Opa preekte dan, hij was godsdienstonderwijzer. Boven haar keiharde bed hangt een tekening van Fiep Westendorp van Eddie en Mies aan tafel met de twee poezen Pim en Pom aan hun voeten.<\/p>\n<p>Grote stoel<\/p>\n<p>Mies Bouhuys heeft hier tot het laatst toe gewoond. Nu het huis wordt leeggeruimd, wordt een tijdperk afgesloten. Cees Nooteboom herinnerde eraan bij haar begrafenis: &#8216;Nooit zal ik er voorbij kunnen lopen zonder aan de dagen van vroeger te denken &#8211; de onvergetelijke avonden die eind jaren vijftig begonnen waren en tot de dood van Eddie Hoornik in 1970 zouden duren. Als het neonlicht boven de neergelaten luxaflex brandde, kon je aanbellen, een ouderwetse bel die nog klingelde. Dan werd er opgedaan, en dan zat er op sommige avonden een groot gezelschap, dat nu vrijwel uitsluitend uit doden bestaat, in een kring rond Eddy&#8217;s grote stoel.&#8217; De doden: Boebie Brugsma, Han Lammers, Hein Donner, Peter Schat, Marina Schapers, Adriaan Morri\u00ebn, Bert Voeten. Samen met Harry Mulisch, Liesbeth List, Marga Minco, Edo Spier, Henk Bernlef en K. Schippers (die met twee dochters Hoornik, Eva en Erika getrouwd zijn) en Flip van Vliet met zijn vrouw Cieltje Lichtveld (dochter van Albert Helman) vormden ze &#8216;de ziel van die avonden&#8217;. Daar hoorden ook Tabe Bas bij, nu ook overleden, en uiteraard Cees Nooteboom zelf. Uit een doos komen enveloppen met foto&#8217;s van die avonden: schimmige portretten van vrolijke mensen. Een vage Hein Donner naast een pluizige Han Lammers. Het achterhoofd van Eddie Hoornik en een onduidelijke Harry Mulisch.<\/p>\n<p>Op vrijdagavond werden de vrienden ontvangen. Nachtenlang dronken ze met elkaar en praatten over politiek en literatuur. Een Muiderkring aan de Prinsengracht is het wel genoemd. Maar er werden ook spelletjes gespeeld, vooral Barricade, en er werden toneelstukken opgevoerd. Cees Nooteboom: &#8216;Hilarische avonden waren het, met ge\u00efmproviseerd toneel, charades, waarheidsspelen, dronken nachten waarbij Mies en Max Woiski en ik tweemaal in de gracht zijn gesprongen, feesten van jeugdige waanzin en exuberantie met als culminatie elk jaar de oudejaarsnacht met precies om twaalf uur Miriam Makeba, vuurwerk en champagne.&#8217; Mies beschreef ooit het spel om in drie woorden op een stukje papier te schrijven wat je van je buurman vond. &#8216;Na afloop moesten we dan raden wie wat van wie had gezegd. Harry Mulisch schreef over mij: Aanwezig niet aanwezig. Over mezelf gaf ik op: displaced person.&#8217;<\/p>\n<p>Uit de stapels papieren komt een envelop tevoorschijn met voorspellingen die de vrienden voor 1969 deden: &#8216;Iemand zal eindelijk het antwoord formuleren op de taktiek van de repressieve tolerantie,&#8217; voorspelde Peter Schat.<\/p>\n<p>Zwemwedstrijden<\/p>\n<p>Edo Spier, architect, salonbezoeker van het eerste uur die het koffiewinkeltje verbouwde tot een woonhuis: &#8216;We kenden elkaar allemaal uit soci\u00ebteit De Kring, daar vandaan gingen we naar Eddie en Mies. Daar was altijd drank en op de tafels in de kamer stonden hapjes. Mies was een ontzettende koker.&#8217; Ook Spier vertelt over de vrolijkheid: &#8216;Een hoogtepunt was toen Hein Donner een stevige preek hield als gereformeerde dominee, Cees Nooteboom ging vervolgens een mis opdragen en ik kon niet achterblijven en leidde als rabbi een Joodse eredienst. Als het mooi weer was, hielden we zwemwedstrijden, dan ging Hein de gracht in en daarna Cees. Je kwam er stinkend smerig uit en moest meteen douchen.&#8217;<\/p>\n<p>De kamer ziet er, zelfs onttakeld, nog zo uit als in die jaren: een lange bank en een paar fauteuils, een zware grote van Eddie en een elegantere van Mies. Een grote kachel die het hele huis verwarmde, een lage tafel in het midden. Het portret dat Paul Citroen in 1966 van Eddie tekende, is inmiddels naar Eva Hoornik verhuisd, etsen van stierengevechten hangen er nog wel. &#8216;Alles is nog hetzelfde,&#8217; zegt Edo Spier, &#8216;maar het is zo leeg.&#8217;<\/p>\n<p>Bouhuys en Hoornik huurden het huis in 1957. Daarvoor woonden ze jarenlang samen op de Willemsparkweg. Toen ze dit huis vonden, wilden Mies&#8217; ouders wel erg graag dat ze zouden trouwen. De eerste festiviteit in hun huis was de huwelijksborrel waarvoor ze vrienden &#8216;s avonds op de Prinsengracht hadden uitgenodigd. In een mapje in Mies&#8217; antieke bureau zitten de uitnodiging voor dat &#8216;glas wijn&#8217; en een gekalligrafeerde kaart met de tekst: &#8216;Voor Mies en Ed. met de beste wensen voor een Gelukkig Huwelijk&#8217;, ondertekend met &#8216;Vader en Moeder&#8217;.<\/p>\n<p>Rennie de Ruiter, jongste zuster van Mies: &#8216;Ze ging op haar twintigste samenwonen met Eddie. Hij was achttien jaar ouder, had drie dochters en was gescheiden. Dat was wel een schrik voor onze ouders, maar ze vonden hem aardig, beminnelijk.&#8217; Dat Mies toen met hem samenwoonde, hebben haar ouders nooit geweten. &#8216;Ze heeft ons eens met zijn allen uitgenodigd op de Willemsparkweg. Ze liet het huis zien en er was nergens een spoor van Ed te bekennen. Toen ik haar vroeg waar zijn spullen waren, trok ze een grote klerenkast open. Leeg. Ze had al zijn kleren zolang in haar auto gelegd. Typisch Mies.&#8217;<\/p>\n<p>Typisch Mies, dat betekent voor Rennie de Ruiter: ondernemend, brutaal, &#8216;een buitenbeentje, een dolle meid&#8217;. Ze trok zich niets aan van geboden en verboden waar ze niets in zag en kon enorm goed liegen. &#8216;Ze vervalste rapportcijfers, loog over vriendjes, onze vader noemde haar &#8220;Fantasia&#8221;.&#8217; In een interview vertelde Mies zelf ook over haar liegneigingen: &#8216;Als iemand mij een verhaal vertelt, luister ik maar de eerste helft, ik dik het zelf aan zonder het eind te horen en als ik het later navertel is het een volkomen ander verhaal. Een vorm van liegen zou je het kunnen noemen.&#8217; Hun vader, die door Mies&#8217; vrienden &#8216;va Bouhuys&#8217;, en door de familie &#8216;Fabou&#8217;, werd genoemd, was onderwijzer in Weesp. In de oorlog liet hij een Jodenster aan de klas zien en zei dat we ons moesten schamen voor wat de joodse medeburgers werd aangedaan. Een schoolkind uit een NSB-gezin heeft meester Bouhuys toen verraden. Het kostte hem een verhoor in de Euterpestraat en zijn baan als onderwijzer. Toen de Weesper Joden weg moesten, ging hij naar het station. Mies vertelde er dit over: &#8216;Toen de Joden werden opgeroepen om zich te melden op het station van Weesp, toog Fabou &#8216;s ochtends in alle vroegte met mijn broer Daan naar het station. Daar hield hij een spandoek op met de tekst &#8220;Weesp groet zijn Joden&#8221;. Daan dook onder om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen, mijn andere broer Dries moest toen naar Duitsland om te werken.&#8217;<\/p>\n<p>Gehuldigd door J.C. Bloem<\/p>\n<p>Bouhuys doorliep de mulo en de hervormde kweekschool in Amsterdam, maar het onderwijs trok haar helemaal niet. Ze vond werk in een kantoorboekhandel en in het boeken- en prentenantiquariaat Sothmann. Haar kweekschoolopleiding kwam van pas toen de Indonesische ambassadeur Mohamed Roem haar in 1951 vroeg om als gouvernante voor zijn drie kinderen mee te reizen naar Indonesi\u00eb. Er is een fotoalbum bewaard van die reis die bij elkaar ruim vier maanden duurde: kiekjes van het schip de Indrapoera, uitstapjes aan land, en een reis naar Bali.<\/p>\n<p>Ze woonde toen al samen met Ed. Hoornik. Die kende ze sinds 1947, toen ze hem op de redactie van Vrij Nederland opzocht. Hoornik was kunstredacteur en Bouhuys bracht hem een afkeurend gedicht van een vriend over de politionele acties in Indonesi\u00eb. Dat gedicht moest in de krant. Zelf schreef ze ook gedichten en die liet ze hem lezen. Hoornik gaf commentaar, de gedichten werden gebundeld in Ariadne op Naxos. Het was een cyclus over de Griekse prinses Ariadne die haar eiland zou willen verlaten om haar geliefde Theseus te volgen, met verzen als: &#8216;Had ik vermoed,\/ wat uit het teerst ontmoeten groeit,\/ mijn bloed\/ had in de nacht gezwegen,\/ mijn knop, naar slijk genegen,\/ had niet gebloeid.&#8217; Mies Bouhuys, &#8216;de jongste dichteres van Nederland&#8217;, won er de Reina Prinsen Geerligsprijs voor jonge auteurs mee. Die prijs was het jaar daarvoor ingesteld, en toen gewonnen door Simon van het Reve (Gerard Reve dus) met De Avonden. Uit mappen en ordners komen stapels recensies tevoorschijn, in enveloppen en ingeplakt in schoolschriften. Veel lovende woorden over Mies&#8217; debuut: &#8216;heldere weemoed&#8217;, &#8216;een lyrisch verlangen&#8217;, &#8216;ontroerend-zuiver&#8217;. Mies had een &#8216;klankrijpe, zuivere stem, nog niet helemaal gerijpt, maar met alle elementen, die reden tot verwachtingen geven&#8217;. Maar ook een negatieve beoordeling van Jan Greshoff, die onder het kopje &#8216;Gevaarlijke drukte bij een debuut&#8217;, een paar harde woorden wilde spreken, nu &#8216;een zwak, maar niet onbegaafd dichteresje, dat niets te zeggen heeft en haar handwerk niet verstaat, als wereldwonder wordt belauwerd&#8217;.<\/p>\n<p>De prijs werd 15 november 1948 in Amsterdam uitgereikt en &#8216;s avonds werd Bouhuys in Den Haag in het schrijverscaf\u00e9 De Posthoorn gehuldigd door J.C. Bloem, die haar een lauwerkrans omhing en enkele vriendelijke woorden sprak. Hij had ook een gedicht gemaakt en dat hing na al die jaren nog altijd boven haar bureau, ingelijst en volkomen verbleekt. Op de achterkant is de oorspronkelijke tekst getypt: &#8216;Ik dichtte al toen jij werd geboren,\/ nu dicht je en ik heb &#8216;t zwijgen uitverkoren.\/ Zo gaat de fakkelloop der po\u00ebzie,\/ Mies, pronkjuweel van Weesp en de Posthoorn.&#8217;<\/p>\n<p>De poezen Pim en Pom<\/p>\n<p>Behalve een tweede bundel in 1971 en een aantal losse gedichten, heeft Mies Bouhuys niet veel po\u00ebzie voor volwassenen meer geschreven. De vele loftuitingen, de term &#8216;pronkjuweel&#8217;, haar foto in alle etalages, Bloems loflied op een grote affiche overal opgehangen, het werd haar teveel. Ze was, negentien jaar oud, een troetelkind geworden, kreeg honderden brieven van mensen die ook liefdesverdriet hadden en raakte in paniek. Jaren later zei Mies zelf ook dat haar eerste bundel niet goed was, &#8216;sentimenteel, typisch liefdesverdriet van een achttienjarige&#8217;.<\/p>\n<p>Ze kwam via Het Parool, Wim Hora Adema, Annie M.G. Schmidt en Fiep Westendorp in een andere wereld terecht, die van verhalen, toneel en gedichten voor kinderen. Ze voelde zich bij het ouder worden meer verwant met de kinderversjes dan met de lyrische po\u00ebzie uit Ariadne op Naxos. &#8216;Uit de gedichten uit dat indertijd bekroonde bundeltje herken ik alleen een verliefd jong mens zoals ze er altijd zullen zijn, maar in die kindergedichten herken ik mezelf, ook zoals ik vandaag, vijftig jaar later ben.&#8217; Vanaf 1957 verschenen, als opvolgers van de beroemde Jip en Janneke van Annie Schmidt en Fiep Westendorp, de poezen Pim en Pom van Mies in Het Parool: gedichtjes en verhaaltjes, ook door Fiep Westendorp ge\u00efllustreerd. Pim gestreept, Pom zwart met een wit befje. De beroemdste katten van Amsterdam, noemde Cees Nooteboom ze in zijn begrafenistoespraak. Tussen de papieren uit het rommelarchief zitten tientallen uitgeknipte afleveringen van Pim en Pom, met soms een originele tekening van Westendorp erbij. Een stencil om een weggelopen Pom terug te brengen. Brieven van kinderen over Pim en Pom, foto&#8217;s van Pim en Pom die niet eeuwig leefden, maar steeds werden opgevolgd door nieuwe Pims en Poms. Aan het eind van Mies&#8217; leven maakten de poezen tot haar grote vreugde een renaissance mee en begonnen via animatiefilmpjes een nieuwe carri\u00e8re. Stapels scripts en scenario&#8217;s voor televisieseries, musicals, toneelvoorstellingen getuigen ervan.<\/p>\n<p>Fel anti-Duits<\/p>\n<p>Beneden was de werkplek van Ed. Hoornik. Zijn bureau staat er nog steeds, zijn boekenverzameling stond er. Na zijn dood in 1970 heeft Bouhuys die verzameling intact gelaten, een grote kast met oorlogsboeken, kasten met romans en po\u00ebzie uit de jaren dertig tot zeventig en lange rijen tijdschriften waaraan Hoornik verbonden was, zoals De Gids, Maatstaf, Groot Nederland, Helikon, Criterium. Een prachtverzameling, maar onherroepelijk gedateerd en bij het opruimen nauwelijks aan de straatstenen te slijten. Afgezien dan van de gesigneerde eerste drukken van po\u00ebziebundels van Gerrit Achterberg, Adriaan Roland Holst en Martinus Nijhoff, met wie Eddie en Mies zeer bevriend waren, en mooie eerste drukken van schrijvers als Willem Frederik Hermans en Jan Wolkers. Maar het grootste deel van de boeken werd door een aardige antiquair welwillend in een busje gestapeld en zal uiteindelijk via markten en internet verkocht worden. De grammofoonplaten met jazzmuziek, jarenzestigmuziek, internationale verzetsliederen en opnamen van dichtersavonden verdwenen in de vuilcontainer. De tijd van de salon is voorgoed voorbij.<\/p>\n<p>Hoornik en Brugsma hadden in Dachau gezeten, anderen waren ondergedoken geweest, en een groot aantal had familie en vrienden verloren. De Tweede Wereldoorlog was nooit ver weg, en dat lag voor de hand bij deze groep. De sfeer van verzet hing in het huis en is er blijven hangen. De acties tegen Vietnam, tegen Franco, tegen apartheid, tegen kernbewapening pasten in die sfeer. Politieke foto&#8217;s en schilderijen aan de muur, een beeldje van Truus Menger, affiches met &#8216;Johnson Moordenaar, volgens de rechtsnormen van Neurenberg en Tokio&#8217; en vlaggetjes met het kernwapenvrouwtje van Opland. Mannen die naar de wc gingen, zagen boven de stortbak een plakkaat &#8216;Heim ins Reich&#8217; hangen. G\u00fcnter Grass kwam ooit op bezoek, zag het en vertrok diep geschokt.<\/p>\n<p>Er zijn stapels van dit soort aanplakbiljetten in het archief. &#8216;Mies en Eddie waren fanatiek op dat punt, ze waren fel anti-Duits, Mies nog meer dan Eddie,&#8217; zegt Edo Spier. Vlak na de oorlog, toen de Duitsers al weer in groten getale naar Nederland kwamen in hun Volkswagens, besloten Eddie en Mies met een paar vrienden om op de route van Elten naar de Randstad affiches &#8216;Deutsche nicht erw\u00fcnscht&#8217; te plakken. Later voerden ze actie tegen het huwelijk van Claus en Beatrix, vooral tegen het feit dat het huwelijk in Amsterdam zou worden voltrokken.<\/p>\n<p>Ze deden mee aan schrijversprotesten, dichtten voor Vietnam. Ze nodigden Spaanse vluchtelingen uit, Mies ging zelfs Spaans studeren. Samen met Eddie schreef ze een toneelstuk R.I.P., dat na zijn dood door Mies werd omgewerkt tot de tweedelige televisiedocumentaire Roerig Amsterdam, over de Amsterdamse arbeidersbeweging van 1870 tot 1920. Ze waren actief en ge\u00ebngageerd, en tegelijkertijd ook een buitengewoon vrolijk paar. Veel uitgaan, veel Mies-in-avondjurk met boeketten, veel boekenbals, premi\u00e8res in de Schouwburg, avonden op De Kring.<\/p>\n<p>Op de preekstoel<\/p>\n<p>Toen stierf Eddie in maart 1970, vlak voor zijn zestigste verjaardag. Onverwachts, tot diep verdriet van Mies. Later heeft ze verteld dat ze wel eens heimwee had naar dat intense, diep doorleefde gevoel van verdriet dat ze voelde toen ze net weduwe was: &#8216;Dat was zo puur, zo authentiek. Vreemd, dat je daarnaar kunt verlangen. Mijn man schreef daar een paar prachtige regels over: &#8220;Wat zou ik dat graag nog eens voelen, de pijn van het eerste verdriet.&#8221; Dat herken ik helemaal. Nog \u00e9\u00e9n keer zo&#8217;n absoluut verdriet te voelen.&#8217;<\/p>\n<p>In 1971 verscheen haar tweede bundel gedichten: Blijven kijken, ge\u00efnspireerd door Eddies dood. Ze roepen doodsangst op, nevel, herfst: &#8216;Onder mijn ogen\/ dooft de zomer:\/ een hoofd\/ dat achterovervalt.\/ Een geur van mist.\/ Het is opeens voorgoed oktober.&#8217; Het zijn mooie gedichten, minstens zo weemoedig als de gedichten uit Ariadne, maar niet na\u00efef en absoluut niet kinderlijk.<\/p>\n<p>In 1985 publiceerde ze Het is maar tien uur sporen naar Berlijn, een levensgeschiedenis van Hoornik en een selectie uit Hoorniks ge\u00ebngageerde gedichten en artikelen. Mies Bouhuys beschrijft Hoorniks leven, het leven in Dachau en het leven daarna. Bij zijn dood zei Boebie (W.L.) Brugsma dat &#8216;de laatste man met wie over concentratiekampen te lachen viel &#8211; mensen die niet in kampen hebben gezeten, m\u00f3gen er niet over lachen &#8211; nu is afgereisd en hoe veel eenzamer dat de wereld maakt&#8217;.<\/p>\n<p>Na Eddies dood was de vrolijkheid niet verdwenen, maar de salon verwaterde. Wat Mies, naast de vrolijkheid, met Eddie had gedeeld &#8211; politiek activisme &#8211; zette ze onverminderd voort. Als ze iets was, dan was het actievoerster. In haar nalatenschap, uit bureaulaatjes, uit boeken, tussen recensies en krantenknipsels komen tientallen, honderden lezingen tevoorschijn, over antiracisme, politieke gevangenen, de Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo in Buenos Aires, apartheid in Zuid-Afrika, vluchtelingen uit Zuid-Amerika, racisme en discriminatie, Anne Frank. En over po\u00ebzie: ze reisde tot op hoge leeftijd het land door om met kinderen over gedichten te praten. Ze sprak bij oorlogsherdenkingen in het hele land, voor kinderen, voor volwassenen, met als hoogtepunt de toespraak die ze op 4 mei 1995 in de Nieuwe Kerk op de Dam hield: &#8216;De doden herdenken is een teken van leven. Het is levend houden wat nooit geschiedenis of dood kan zijn. Het is ons eigen overleven als mens.&#8217; Ze stond er op de preekstoel vanwaar de dominee haar ouders in het huwelijk verbond. Dat vond ze heel bijzonder.<\/p>\n<p>Geen Nederlandse kroonprinses<\/p>\n<p>Ze hielp politieke vluchtelingen uit Zuid-Amerika. Met een van hen, de Boliviaanse advocaat Jaime Mendizabal, die met twee zonen naar Nederland was gevlucht, kreeg ze een verhouding die tot haar dood duurde. In 1979 vroeg Amnesty International haar om kennis te maken met twee Dwaze Moeders uit Argentini\u00eb die Nederland bezochten. Dat was het begin van haar laatste intensieve actie, haar lidmaatschap van SAAM (Steun Aan Argentijnse Moeders). Trudy van Pinxsteren van SAAM: &#8216;Ze was de drijvende kracht. Eerst als gewoon bestuurslid, na de dood van Liesbeth den Uyl als voorzitter.&#8217;<\/p>\n<p>In 2000 keerde Mies zich fel tegen het voornemen van Willem-Alexander om met M\u00e1xima Zorreguieta te trouwen. De dochter van een man die minister was geweest in de regering van Videla, de generaal die de moeders van het Plaza de Mayo tot zoveel wanhoop en verdriet had gebracht, kon geen Nederlandse kroonprinses worden. Ze sprak voor de radio, kwam op de televisie en bleef erop hameren dat het parlement toestemming voor het huwelijk moest weigeren. Trudy van Pinxsteren: &#8216;Er is toen enorme druk op SAAM en op Mies uitgeoefend door leden van de Eerste en Tweede Kamer, door politici, door het Koninklijk Huis. Ze wilden dat SAAM-vrouwen contact zouden hebben met M\u00e1xima en haar zouden helpen met inburgeren. Mies heeft steeds gezegd dat ze M\u00e1xima niets te zeggen had. Als ze iets wilde weten, moest ze het maar aan haar vader vragen. De pressie was enorm en kwam steeds van nieuwe kanten. Maar we lieten ons niet gebruiken. Stel je voor dat er een foto van M\u00e1xima met SAAM zou worden afgedrukt, dan waren we toch monddood geworden?&#8217;<\/p>\n<p>Toen de goedkeuringswet voor het huwelijk werd aangenomen, hield Mies een inzameling voor de Dwaze Moeders. In 2003 kreeg ze met name voor haar verzet tegen die wet de Clara Wichmannpenning 2003, op de dag van de Rechten van de Mens.<\/p>\n<p>Alle mensen die Mies hebben gekend, verwijzen naar &#8216;va Bouhuys&#8217; als het om haar onvermoeibaarheid en taaie actiebereidheid gaat. Ondernemend en inventief was hij, maar vooral zijn dapperheid inspireerde Mies. Zelf verwees ze ook altijd naar haar vader en naar de oorlog als de ijkpunten in haar leven. &#8216;De Tweede Wereldoorlog heeft mijn leven bepaald. Ook omdat ik na de oorlog trouwde met een man die in een concentratiekamp had gezeten. Ik ben er z\u00f3 bij betrokken geweest. Het klinkt raar, maar ik ben blij dat ik niet tot de generatie van daarna behoor. In de Tweede Wereldoorlog hoefde je maar om je heen te kijken en dan zag je wie er durfde te kiezen. Mijn vader deed dat.&#8217;<\/p>\n<p>Over mensen die zich niet druk maakten over onrecht, schreef ze in 1970 een 5 mei-gedicht: &#8216;Waar zijn ze gebleven, de mensen van toen?\/ Zijn ze dood? Zijn ze oud? Zijn ze moe?\/ Ze zouden toch alles anders gaan doen? en ze wisten toch allemaal hoe. (&#8230;)Ik zeg je:\/ Ze zijn er, maar horen je niet,\/ ze zitten aan tafel,\/ dus stoor ze maar niet.\/ Hun maag is zo vol,\/ hun hart is zo leeg\/ en hun hoofd is zo hol.\/(&#8230;) Alles is over. Alles is dood.\/ Woorden als honger, als angst en als bloed\/ zijn ze vergeten.\/ Hun wereld is goed.&#8217;<\/p>\n<p>Zo&#8217;n houding was voor haar onvoorstelbaar.<\/p>\n<p>Eind 2007 werd ze ziek. Op 30 juni 2008 is ze gestorven. Een paar dagen later werd ze op de Oosterbegraafplaats begraven. Vlak bij het graf van Ed. Hoornik, naast het monument voor Theo Thijssen en tegenover de Anne Frank-bomen.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Uit het huis van Mies Bouhuys, die vorig jaar overleed, verdwijnen langzaam alle herinneringen aan de schrijfster en haar man Ed. Hoornik. Aukje Holtrop liep er rond en zag wat er overbleef van een leven tussen schrijvers, activisten en kinderen.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[1267],"acf":[],"author_name":"Aukje Holtrop","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/90659"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=90659"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/90659\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Aukje Holtrop","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=90659"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=90659"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=90659"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}