
 {"id":90475,"date":"2009-10-10T00:00:00","date_gmt":"2009-10-09T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/depressie-moet-je-keihard-aanpakken\/"},"modified":"2009-10-10T00:00:00","modified_gmt":"2009-10-09T22:00:00","slug":"depressie-moet-je-keihard-aanpakken","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/depressie-moet-je-keihard-aanpakken\/","title":{"rendered":"\u2018Depressie moet je keihard aanpakken\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Interview \/ Straatpsychiater Jules Tielens<\/p>\n<p>&#8216;Weet je waarom ik graag met dak- en thuislozen werk en mensen met een psychotische stoornis? Omdat ik in mijn opleiding ook de gemiddelde burger moest behandelen met zijn pijntjes en zijn burn-outs. Ik kon op den duur het geleuter niet meer aan. Ik dacht steeds vaker, man, ga een verre reis maken, zoek uit wie je bent. Hou in elk geval op met praten. Praten kan een geweldige manier zijn om het probleem in stand te houden. Niet dat ik tegen praten ben. Maar de inzet moet niet zijn: jij bent een slachtoffer, jij bent zielig. Daar lijden we erg aan in ons vak. Het moet zijn: ik respecteer je in je leed, ik ga je vertellen wat ik van dit soort dingen weet. En daarna ga je jezelf herpakken, dwars door de pijn heen.&#8217; Hij is als psychiater wars van conventies. Dat is de reden dat Jules Tielens graag met zijn huidige klantenkring werkt. Als psychiater van het zogenoemde ReHabteam van Mentrum in Amsterdam wordt hij dagelijks ingeschakeld voor hulp aan mensen die op straat leven. Vrijwel zonder uitzondering pati\u00ebnten met zeer ernstige psychische klachten; de meesten kampen met een ernstige vorm van schizofrenie, dikwijls in combinatie met zware psychosen. Bovendien gebruiken ze vaak drugs, wat de behandeling ernstig bemoeilijkt.<\/p>\n<p>Een belangrijk verschil met veel collega-psychiaters is dat de client\u00e8le van Jules Tielens (1962) zich bijna nooit uit eigen vrije wil meldt. Meestal wordt hij ingeschakeld door de politie of de sociale dienst. En sinds de ReHabteams zich ook bezighouden met ernstig gestoorde mensen die wel een woning hebben, kan dat ook de woningbouwvereniging zijn. Tielens weet dat het bij het eerste contact cruciaal is om zo normaal mogelijk te doen. &#8216;Ik moet niet zeggen: ik ben de dokter en ik kom u even helpen. Dan sta ik direct weer buiten. Je moet een andere toon kiezen: &#8220;Ik heb begrepen dat het helemaal niet goed met u gaat. Ik kom kijken of ik iets voor u kan doen.&#8221; De basisregel is dat je altijd zo normaal mogelijk doet. Vooral niet meteen met diagnoses gaan gooien. Natuurlijk, na vijf minuten heb ik meestal een aardig beeld van wat er aan de hand is. Maar ik houd mijn diagnose zorgvuldig voor me. Ik begin die persoon aan te bieden wat ik denk dat hij nodig heeft. Ik weet: hij is niet oordeelsbekwaam, het gaat erom dat ik hem niet kwijtraak. Dus ga ik met hem in gesprek.&#8217;<\/p>\n<p>Maar hoe kun je op \u00e9\u00e9n niveau met hem praten? Hij ziet de wereld anders dan jij. Hij denkt, die klootzakken hebben een complot tegen mij gesmeed.<\/p>\n<p>&#8216;Precies. Die man zegt: ik word hier afgeluisterd. Dan zeg ik: vertel er eens wat over. Laten we die microfoons eens bekijken. &#8220;Ja,&#8221; zegt die man dan, &#8220;je kunt ze nu niet zien, want ze zijn net weggehaald. Maar daar zie je het gat in de muur nog dat ik heb gegraven.&#8221; Ik ga er helemaal in mee. Ik had er een die zei: &#8220;Ik heb een chip in mijn hoofd.&#8221; Ik zei: &#8220;Dan kunnen het twee dingen zijn: of je wordt door een psychose om de tuin geleid, of er is echt een chip in je hoofd gezet. Weet je wat we doen? We gaan een foto van je hoofd maken.&#8221; Ben ik met die man naar het ziekenhuis gegaan. Leg ik het vooraf de radioloog wel even uit. Nat\u00fa\u00farlijk heeft die man geen chip in zijn hoofd. Maar ik wil hem laten zien dat ik het serieus onderzoek. Hoe kun je als dokter vertrouwen winnen bij de klant? Door hem serieus te nemen.&#8217;<\/p>\n<p>Tielens redt het niet altijd met begrip en tact. Soms moeten pati\u00ebnten tegen hun zin worden opgenomen. Dat is, zegt hij, het rare aan zijn positie. &#8216;Als psychiater ben je altijd iemands adviseur. Je bent per definitie een bondgenoot van je pati\u00ebnt. Op \u00e9\u00e9n uitzondering na: als de klant in gevaar komt door zijn eigen oordeelsonbekwaamheid. In zo&#8217;n geval m\u00f3\u00e9t ik optreden. Als iemand echt grote overlast veroorzaakt door zijn eigen verwardheid, moet ik niet alleen voor mijn klant zorgen, maar ook voor de omgeving. Ik heb ook rekening te houden met de maatschappij. Ook in het belang van mijn pati\u00ebnt. Stel dat iemand naakt op straat loopt te gillen. Als ik hem opneem en hem oplap, zal hij op een dag toch terug moeten naar zijn eigen omgeving. Hoe denk je dat deze man verwelkomd wordt? Mensen h\u00e1ten hem, ze zijn b\u00e1ng voor hem. &#8220;Die gek is terug.&#8221; Dus moet je als dokter zorgen dat die sociale teloorgang zo snel mogelijk doorbroken wordt.&#8217;<\/p>\n<p>Hoe ver gaat de betrokkenheid bij die man. Ga je mee om eten te kopen? Of shag?<\/p>\n<p>&#8216;Ja hoor.&#8217;<\/p>\n<p>En ook drugs?<\/p>\n<p>&#8216;Nou, dat gaat me wel wat ver. Al zijn de grenzen moeilijk aan te geven. We hebben klanten weleens geld gegeven, zodat ze in elk geval de volgende keer weer terug zouden komen.&#8217;<\/p>\n<p>Je koopt zo iemand dus.<\/p>\n<p>&#8216;Ja. Maar ik vind in dit soort gevallen alles geoorloofd. Psychotische mensen moet je verleiden tot zorg. Als het mij lukt om die mensen met een kleine som geld &#8211; we hebben het over vijf euro &#8211; weer terug te laten komen, is er enorm veel gewonnen. Tuurlijk, ik weet dat sommigen daar een joint van kopen. So be it. Vind ik geen enkel bezwaar. Het is risicotaxatie. Je hebt het over mensen die vreselijk ziek zijn. Dan ga ik me niet druk maken om een paar joints. Al ga ik geen coke voor hem kopen. Dat gaat mij te ver.&#8217;<\/p>\n<p>Waar houdt het op? Alcohol?<\/p>\n<p>&#8216;Nee, ik ga geen drugs of alcohol voor ze kopen. Ik blijf een dokter. Ik zou wel een heel rare arts zijn als ik dat deed.<\/p>\n<p>Ik geloof niet in kort medicijncontact. Ik neem altijd lang tijd voor mensen. Minstens drie kwartier. Als ik hun medicijnen voorschrijf, zal ik toch moeten uitleggen waarom dat zinvol is. Dat zijn lange, moeilijke gesprekken. In hun ogen is het namelijk de omgekeerde wereld. &#8220;Ik weet dat de buurman mij begluurt. En dan moet ik medicijnen slikken?!&#8221; Dat moet je dus zorgvuldig uitleggen. D\u00e1\u00e1r wordt het kunst. Ik probeer ze heel rustig uit te leggen dat alles wat je ziet en beleeft door een computer in je hoofd gaat. Stel dat ik lijk op jouw vader die jou vroeger mishandelde, dan deins je misschien terug als ik je een hand geef. Dat mechanisme leg ik aan pati\u00ebnten uit. Ook dat het waarnemen van geluiden en stemmen via een computer in je kop gaat. Waarom herken je de stem van je moeder? Omdat die in een bibliotheekje in je hoofd opgeslagen zit.&#8217;<\/p>\n<p>Tielens groeide op in een doktersgezin: zijn vader was huisarts. Hij was de oudste van zes kinderen. Hij kan, zegt hij, terugkijken op &#8216;een redelijk goede jeugd&#8217;. &#8216;Al heb ik wel een aantal dingen later moeten bijleren. Hoe je in het leven moet staan. Mijn ouders waren nogal beschermend. &#8220;Doe maar voorzichtig, jongen. Denk nou aan de tien geboden.&#8221; Juist daardoor ging ik w\u00e9l de grenzen opzoeken, met alle drank en drugs van dien.<\/p>\n<p>Ik geloof erg in je eigen weg zoeken. In de oude sagen, met dat grote donkere bos waar de ridder altijd in moest voordat hij koning werd.&#8217;<\/p>\n<p>Jij hebt zelf in dat bos rondgedoold.<\/p>\n<p>&#8216;Ik denk dat ik dat wel mag zeggen, ja.&#8217;<\/p>\n<p>En kwam je er als ridder uit?<\/p>\n<p>&#8216;Vind ik zelf wel.&#8217;<\/p>\n<p>Hij was eind twintig en net bezig met zijn opleiding tot psychiater, toen zijn bestaan hem plotseling uit handen leek te glippen. &#8216;Ik zat met pati\u00ebnten te praten en merkte dat ik veel paniekeriger was dan zij. Ik dacht, ik kan het helemaal niet, ik heb totaal boven mijn macht gegrepen. Eerst dacht ik nog, het is stress. Ik had gelukkig een geweldige supervisor. Die zei: &#8220;Jules, we moeten even praten, want dit gaat zo niet goed. Volgens mij weet jij zelf ook wel wat er aan de hand is.&#8221; Toen wist ik het zeker: ik heb een depressie aan de pantalon.&#8217;<\/p>\n<p>Hoe ziet een depressie er van binnen uit?<\/p>\n<p>&#8216;Ik vond het hel. Echt een ramp. Je voelt je vierentwintig uur per dag klote, moe, uitgeblust, schuldig aan alles. Je bent een sukkel. En ook het gevoel van: het gaat niet meer goed komen. The future is bleak. Dat is erg. Ik was uiteindelijk mijn gevoel zelfs helemaal kwijt. Leeg. Dan slaat de paniek wel toe, hoor. Ik ben een gepassioneerd gitarist. Zelfs daar taalde ik niet meer naar. Echt beangstigend.&#8217;<\/p>\n<p>Tielens kwam bij een therapeut terecht, en ging Prozac slikken. En toen gold er nog maar \u00e9\u00e9n adagium: doorbuffelen. &#8216;Dat is doffe ellende. De halve nacht lig je zwetend in bed. Je bent doodmoe, maar je kunt niet slapen. Na twee, drie weken merkte ik wel dat die pillen gingen werken. Die dringende paniek en die somberheid werden wat minder. Maar het duurde wel driekwart jaar. Het gevoel kwam pas later terug. In een depressie lijkt het alsof je dement aan het worden bent. Je kunt je niet concentreren, je geheugen is waardeloos. Je zit met mensen te praten en denkt aan het eind van het gesprek: wat heb ik in godsnaam gezegd? Volstrekt ondermijnend.&#8217;<\/p>\n<p>Heb je ooit gedacht: ik maak er een einde aan?<\/p>\n<p>&#8216;Zeker. Hoort erbij. Ik reed in mijn autootje naar mijn opleiding en dacht: ik kan hem ook zo een zwengel geven. Met honderdtwintig de vangrail in. Dan ben ik overal van af.&#8217;<\/p>\n<p>Maar je deed het toch niet.<\/p>\n<p>&#8216;Nee, want je denkt ergens toch: dat wil ik niet. Je brein is in zo&#8217;n periode ernstig van slag. Je krijgt steeds gedachten waarbij je denkt, dit wil ik niet. Maar ze komen wel de hele tijd.&#8217;<\/p>\n<p>Wanneer was je weer de oude Jules Tielens? Of ben je dat nooit meer geworden?<\/p>\n<p>&#8216;Nee. Ik ben beter geworden. Qua mind. Ik dacht: we gaan nu een paar dingen toch wel anders doen. Ik voel mij goed omdat ik heb gevonden waar mijn eigen kracht ligt. Daar prijs ik mezelf ontzettend gelukkig mee. Vroeger dacht ik voortdurend: kan ik wel een goede vader zijn, een goede echtgenoot, een goede dokter? Wie ben ik, wat wil ik? Dat haalde mij volkomen onderuit. Uiteindelijk ben ik vijf maanden gaan reizen door India en Nepal. Zonder enige twijfel een van de beste dingen die ik ooit heb gedaan. Daar ben je helemaal op jezelf terug geworpen, je moet jezelf redden. Tanden op elkaar, af en toe verschrikkelijk afzien. Je komt jezelf daar onvoorstelbaar tegen. Echt, dat is loutering in het kwadraat. En opeens voel je de leeuw in jezelf weer: &#8220;Kom \u00f3p, man. Nu is het afgelopen met dat slappe gelul.&#8221;&#8216;<\/p>\n<p>Ben je door die depressie een andere psychiater geworden?<\/p>\n<p>&#8216;O ja. Je krijgt toch meer compassie met de medemens. Tegelijkertijd weet ik dat je er met pappen en nathouden niet komt.&#8217;<\/p>\n<p>Jij hebt weleens gezegd: depressie is een welvaartsziekte.<\/p>\n<p>&#8216;Precies. Net als kanker. We weten dat het gros van de kankers te maken heeft met hoe wij leven. Wat hebben we daar nou van geleerd? Hoe kunnen we kanker bestrijden? Niet met anti-kankerpillen, maar door te stoppen met roken en door verstandiger te eten. Zo ligt dat ook met depressie. Als je een depressie krijgt, betekent het dat je iets verkeerd doet.&#8217;<\/p>\n<p>Je roept een depressie over jezelf af?<\/p>\n<p>&#8216;Nee, dat is te makkelijk. Dat zou betekenen dat je een bewuste keus maakt. Toen ik zelf een depressie had, was ik me van geen kwaad bewust. Maar achteraf ben ik dingen echt anders gaan doen. Hoe ik reageerde op tegenslag, hoe ik omging met relaties. Altijd maar iedereen te vriend willen houden. Mijn levensgeluk hing af van wat anderen van mij vonden. Dat heb ik wel afgezworen. Daarom is mijn stelling: als jij na je depressie niet een analyse hebt van wat er misging, vind ik je een sukkel. Juist omdat ik weet hoe heftig het is om zoiets te krijgen. Pati\u00ebnten hebben daar zelf een duidelijke verantwoordelijkheid in.<\/p>\n<p>Dat ik depressie een welvaartsziekte noem, heeft te maken met wat ik bij mijn klanten meemaak. In de tien jaar dat ik dit werk doe, ben ik op vijftienhonderd daklozen welgeteld twee keer iemand tegengekomen met een depressie. Terwijl mijn mensen een extreem moeilijk bestaan leiden. Ze moeten elke dag een slaapplek regelen en hun kostje bij elkaar zien te scharrelen. In de ogen van buitenstaanders redenen te over voor een fikse depressie. En toch zijn ze niet depressief. Ze kunnen het zich eenvoudig niet veroorloven om stil te zitten en eens rustig bij zichzelf naar binnen te kijken. Ben je g\u00e9k; ze moeten knokken voor hun bestaan. Kennelijk is piekeren ook een luxe. Ik heb het bij mezelf gezien. Ik kreeg pas een depressie toen ik eigenlijk alles leek te hebben. Ik had een vriendin, ik had een band om in te spelen, ik had vrienden. What&#8217;s the problem?  Juist toen sloeg het toe.&#8217;<\/p>\n<p>Psychiater Ren\u00e9 Kahn zegt: &#8216;Tielens redeneert verkeerd. Het feit dat hij nauwelijks depressies bij zijn client\u00e8le ziet, betekent niet dat die depressies er niet zijn.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Kahn weet blijkbaar niet hoe de daklozenzorg tegenwoordig is georganiseerd. Ik heb mijn doelgroep heel precies in beeld. Alle daklozen in Amsterdam worden goed in de gaten gehouden door verschillende instanties. Als daar iemand met een vette depressie tussen zou zitten, reken maar dat ze ons dan weten te vinden. We komen in alle pensions, we weten exact wat er speelt. En geloof me, een echte depressie herken je onmiddellijk. Als ik die over het hoofd zou zien, zou het bij de GGD toch klachten over mij moeten regenen.&#8217;<\/p>\n<p>Er zijn in Nederland een miljoen mensen die antidepressiva slikken.<\/p>\n<p>&#8216;Ja. A bloody shame. Depressie is een nieuwe hype aan het worden. Wij lullen onszelf het graf in. Even een paar feiten: tachtig procent van de antidepressiva wordt door huisartsen voorgeschreven. Elke huisarts heeft gemiddeld zeven minuten de tijd voor zijn klant. Mijn stelling is: huisartsen moeten stoppen met antidepressiva voorschrijven. Want ook mensen die niet echt depressief zijn, maar gewoon niet prettig in hun vel zitten of een burn-out hebben, krijgen die pillen. Ik kan aan iemands gezicht bijna zien of hij depressief is. De huisarts is daar niet genoeg voor geschoold.&#8217;<\/p>\n<p>Hoeveel van die miljoen mensen hebben die antidepressiva werkelijk nodig?<\/p>\n<p>&#8216;Ik denk dat we met hooguit een kwart toe kunnen.&#8217;<\/p>\n<p>Dus zevenhonderdvijftigduizend mensen slikken ten onrechte antidepressiva?<\/p>\n<p>&#8216;Dat is mijn stellige overtuiging. Het idee is: baat het niet, dan schaadt het niet. Nou, baat het niet, dan schaadt het w\u00e9l. Professor Kahn zei destijds op televisie bij Paul Witteman: &#8216;Als iemand depressief blijft, heeft hij niet de goede pil gekregen.&#8221; W\u00e1t een nonsens. Een kleine uitspraak voor een man en een grote stap terug voor het vak psychiatrie. Want wat z\u00e9gt het? Je eigen verantwoordelijkheid voor je gezondheid doet er niet toe. Je hebt pech, het is het lot, je biologie is toevallig niet goed. Dokter, maak mij beter! We cre\u00ebren een ontzettende slachtoffercultuur. De houding van onze beroepsgroep vind ik uitermate zwak. Wij laten ons willoos meevoeren in de waan van de dag, van de huidige maatschappij.<\/p>\n<p>Want wat is nou ons echte antwoord op die zogenaamde depressie-epidemie? We komen niet verder dan vooral heel veel pillen voorschrijven. Af en toe doen we een beetje aan gesprekken. Maar goed, tachtig procent van de antidepressiva komt voor rekening van de huisarts, en die gaat dat soort gesprekken natuurlijk niet voeren. Op die manier is het \u00e9\u00e9n grote patstelling geworden. Wij accepteren dat pati\u00ebnten nodeloos gepsychiatriseerd worden. Wij cultiveren als maatschappij steeds meer slappe, angstige mensen. En daar keutelen wij als dokters suffig in mee. Ieder mens ontmoet in zijn leven een paar keer zijn grenzen. Je loopt op een zeker moment keihard met je kop tegen de muur, lazert snoeihard in de put. Dan zouden artsen moeten zeggen: &#8220;Meneer, dat is norm\u00e1\u00e1l. Mensen die in de put zitten, moeten daar vooral een les uit trekken. En daar wil ik u bij helpen. Weet dat dat geen pijnloze ingreep in uw leven zal worden. Maar uiteindelijk komt u er beter uit.&#8221; D\u00e1t zeggen we niet. Nee, wij plakken pleisters, pleisters en nog eens pleisters.<\/p>\n<p>Als knutselaar gebruikte ik vroeger porion: als je een rot kozijn hebt, doe je er porion in. Kwastje eroverheen\u2026 weer als nieuw. Antidepressiva zijn als porion in de houtrot. De rot blijft zitten. Wat je moet doen, is zeggen: deze balk moet er helemaal uit. Dat is wel een iets pijnlijker ingreep, ja. Het gaat heel wat meer geld en moeite kosten. Maar alleen dan kun je verder komen.&#8217;<\/p>\n<p>Maar als je het met dat opvulmiddel nou redt?<\/p>\n<p>&#8216;Ik heb ook antidepressiva gehad. Thank God for it. Maar van een pil leer je niks. Als je depressief bent dan m\u00f3\u00e9t jij wat leren.&#8217;<\/p>\n<p>Die pil wordt nooit jouw nieuwe ruggengraat?<\/p>\n<p>&#8216;Nee. Als je eruit komt met pillen, ben je daarna verschrikkelijk onzeker. Verdomme, als het nou maar niet terugkomt. Je leeft alsof je elk moment weer overvallen kunt worden.&#8217;<\/p>\n<p>Psychiater Louis Tas zegt: &#8216;Mijn vak is gegijzeld door de farmaceutische industrie.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Dat ben ik voor een groot deel met hem eens. Voor sommige psychiatrische stoornissen heeft de farmaceutische industrie zonder enige twijfel grote verdiensten gehad. Met name op het vlak van de psychosen. Maar op het gebied van angststoornissen en depressies ligt dat bepaald anders. Pillen veranderen je niet, ze zorgen hooguit dat je je tijdelijk wat beter voelt. Daardoor helpen ze je bij het ontwijken van je echte problemen. Bovendien is het maar de vraag hoe goed ze werken. In juli 2008 stond in het Tijdschrift voor Geneeskunde een schokkend verhaal: eenderde van de studies naar de werkzaamheid van antidepressiva wordt volgens de FDA (de instantie die in Amerika de veiligheid van voedsel en medicijnen waarborgt) nooit gepubliceerd. Nu lijkt ruim negentig procent van de onderzoeken positief over de werking van antidepressiva. Als je die niet gepubliceerde studies zou meerekenen, is nog maar de helft positief. Bedenk daarbij dat negentig procent van dat onderzoek wordt georganiseerd door de farmaceutische industrie. Als de uitkomst hun niet welgevallig is, dan hoor je dat dus vaak niet. Let wel: dat is niet mijn eigen bedenksel, ik citeer hier een gezaghebbend medisch tijdschrift. Toen ik dat las, dacht ik, nu gaan we het beleven, nu gaat er een bom af in psychiatrieland. Wat denk je? He-le-maal niks. D\u00e1t vind ik schokkend.&#8217;<\/p>\n<p>Hoe verklaar je dat?<\/p>\n<p>&#8216;Ik kan er alleen naar gissen. Feit is wel dat de richtlijnen voor ons vak worden vastgesteld op basis van die onderzoeken. Ook die richtlijnencommissie heeft die niet-gepubliceerde studies waarschijnlijk niet gezien.&#8217;<\/p>\n<p>Of w\u00edllen ze die studies niet kennen?<\/p>\n<p>&#8216;Wie zal het zeggen? Het staat in elk geval wel vast dat de helft van de mensen die in die commissies zitten ook op de paylist van de industrie staan. Dat vind ik zacht gezegd niet correct. Ik wil niet beweren dat ze rechtstreeks in het belang van hun medeopdrachtgever denken. Maar hun visie is op zijn minst verkokerd in de richting van medicatie. Op dit vlak moeten psychiaters de hand in eigen boezem steken. Het is hoog tijd om schoon schip te maken. Je mag best eens een congres door een fabrikant van medicijnen laten sponsoren. Maar advies over geneesmiddelen hoort niet te komen van mensen die werkzaamheden verrichten voor diezelfde industrie.<\/p>\n<p>Mensen moeten weer veel meer de regie over hun eigen leven proberen te nemen. Je moet je leven zo inrichten dat het past bij het aangelegde brein. Als je theatraal bent, moet je bij de revue gaan en geen baantje bij de bank nemen. Ken jezelf! Dat geldt voor alles; voor je relatie, voor je werk. Dat is de kunst. Als iemand een depressie krijgt, heeft dat soms met biologische kwetsbaarheid te maken. Maar het heeft vooral te maken met hoe jij in het leven staat.&#8217;<\/p>\n<p>Er zit dus een groot deel eigen verantwoordelijkheid in<\/p>\n<p>&#8216;Absoluut. Dat klinkt erg politiek incorrect, maar ik meen het. Ik vind dat wij met zijn allen tegenspoed en crisis weer in de armen moeten sluiten, in plaats van dat we alle pech en tegenslag uit willen bannen. We hebben alle pijn en verdriet uit ons leven verdrongen. Dan zeg ik heel simpel: dames en heren, crises horen bij het leven. Omarm ze, want je wordt er wijzer van.&#8217;<\/p>\n<p>Je hebt weleens gezegd: eigenlijk zouden er kampen voor depressieven moeten komen.<\/p>\n<p>&#8216;Ik geloof dat je een enorm appel moet doen op de pati\u00ebnt. Het is niet vrijblijvend. Als je midden in een depressie zit, kom je niet vooruit. Je moet die mensen er echt uit sleuren. Activering is daarom heel erg belangrijk. Hardlopen! Hardlopen blijkt te helpen tegen depressie. Iedereen die hardloopt, w\u00e9\u00e9t dat ook. Niet bang zijn om die mensen politiek incorrect aan de gang te houden. Richt je focus meer op: &#8220;Hoe kan ik jou krachtiger maken?&#8221;&#8216;<\/p>\n<p>Dat zeg je omdat je zelf een depressie hebt gehad?<\/p>\n<p>&#8216;Ja. En omdat ik een broer heb verloren aan su\u00efcide wegens chronische depressie. Je hoeft mij niet uit te leggen wat de inzet is. Laten we geen zachte heelmeesters zijn. Ik vind dat wij qua depressiebehandeling op een dood spoor zitten.&#8217;<\/p>\n<p>Had jouw broer eenzelfde soort depressie als jij?<\/p>\n<p>&#8216;Eenzelfde soort, maar veel vaker en veel langduriger. Minstens vijftien jaar lang. Ik merkte het voor het eerst in zijn studententijd. Van een heel vrolijke jongen werd het opeens een aan zichzelf twijfelende sombere knaap. Ik heb er uitgebreid met hem over gesproken. Wat ik zo jammer vind, is dat ik hem nooit zo ver heb gekregen om dat donkere bos echt op te zoeken. Als hij de kracht in zichzelf had opgezocht, had het anders kunnen aflopen.&#8217;<\/p>\n<p>Hoe reageerde hij op jouw depressie?<\/p>\n<p>&#8216;Dat weet ik niet precies. Ik dacht in het begin wel, shit, daar ga ik ook. En ook, fuck, we hebben hier toch geen familietic aan de hand?&#8217;<\/p>\n<p>Wat kon jij doen voor je broer?<\/p>\n<p>&#8216;Er zoveel mogelijk voor hem zijn. Maar het is een frustrerend gevoel dat je zo weinig wezenlijks kunt doen. Het liefst zou je hem bij zijn lurven willen pakken. Ik probeerde wel te zeggen: accepteer dat je bent zoals je bent. Maar hij bleef heel erg hangen in wie hij v\u00f3nd dat hij moest zijn. Hij was internist. Enorm consci\u00ebntieus, heel verantwoordelijk. Bij alles wat misging, zocht hij de schuld bij zichzelf. Hij leed er ook enorm onder dat zijn gezin zo meeleed. Dat is het fnuikende van een depressie. Je bent een last voor anderen. Dat besef maakt het extra zwaar. Schaamte is een essentieel onderdeel van een depressie.&#8217;<\/p>\n<p>Had jij toen wat aan je vak om hem op te vangen?<\/p>\n<p>&#8216;Heel beperkt. Ik heb hem wel gezegd: stop met je baan. Ik had toen net gereisd door India. Ik zei: doe dat \u00f3\u00f3k. Hij zei: ja, maar dan moet ik mijn baan opzeggen. Dat kan ik mijn gezin niet aandoen.&#8217;<\/p>\n<p>Heb jij zien aankomen dat het verkeerd zou aflopen?<\/p>\n<p>&#8216;Nee. Op een dag word je gebeld: we hebben hem gevonden. Dat is een sch\u00f3k\u2026 dat kun je niet bevatten. Ergens dacht ik wel, misschien is zijn lijden nu tot een eind gekomen. Je snapt toch hoe iemand tot die stap komt. Ik heb hem z\u00f3 zien lijden. Tegelijkertijd wil je je broer niet kwijt. Dat is heel ingewikkeld.&#8217;<\/p>\n<p>Het moet afschuwelijk zijn voor iemand die psychiater is dat je niet de instrumenten hebt om je eigen broer te redden.<\/p>\n<p>&#8216;Misschien kom ik daarom wel tot dat soort uitspraken over kampen. Niemand hoeft mij uit te leggen wat een depressie is. En juist daarom zeg ik: depressie moet je keihard aanpakken. We zijn nu zachte heelmeesters die verschrikkelijk stinkende wonden maken.&#8217;<\/p>\n<p>Dit interview wordt opgenomen in het boek \u2018Kijken in de ziel. Psychiaters over hun vak en over zichzelf\u2019 van Coen Verbraak, dat begin november zal verschijnen bij uitgeverij De Bezige Bij<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Hij heeft het van heel nabij meegemaakt. En juist daarom zegt psychiater Jules Tielens: \u2018Als je depressief bent, dan m\u00f3\u00e9t je wat leren.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[1289],"acf":[],"author_name":"Coen Verbraak","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/90475"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=90475"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/90475\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Coen Verbraak","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=90475"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=90475"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=90475"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}