
 {"id":88571,"date":"2009-11-28T00:00:00","date_gmt":"2009-11-27T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-eerste-druppel\/"},"modified":"2009-11-28T00:00:00","modified_gmt":"2009-11-27T22:00:00","slug":"de-eerste-druppel","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-eerste-druppel\/","title":{"rendered":"De eerste druppel"},"content":{"rendered":"<p>Schilderkunst \/ Jackson Pollock<\/p>\n<p>In 2004 toonde Tijs Goldschmidt in Zomergasten een fragment van de beroemd geworden film die de Duitser Hans Namuth maakte van Jackson Pollock, bezig aan enkele van zijn dripping-schilderijen. Dripping is het etiket dat op de techniek is geplakt die Pollock voor het eerst in 1947 toepaste. Pollock legde een doek op de vloer van zijn atelier, liep er met verfpot en kwast half dansend omheen en wierp er met een kwast of spatel slierten verf op, net zo lang tot er een vlechtwerk van verf ontstond. Ik weet: het is ook nu nog heel eenvoudig om die werkwijze van Pollock af te doen als onzin en aanstelleritis, maar je kunt er gelukkig ook de magie van inzien. Ik was in 2004 presentator van dienst van Zomergasten en herinner me: Tijs Goldschmidt zag magie, ook bij het in de studio terugzien van de film van Namuth.<\/p>\n<p>In zijn commentaar in Zomergasten verwoordde Goldschmidt in \u00e9\u00e9n zin de essentie van Pollocks bedoelingen: &#8216;Je ziet in de film van Namuth wat de ervaring geweest moet zijn tijdens het schilderen.&#8217; Ook wees Goldschmidt op de verhouding tussen wat Pollock zich ten doel moest hebben gesteld en wat hij tijdens zo&#8217;n drip-sessie ook werkelijk kon. Soms schuurde die verhouding; dan staakte Pollock, ontgoocheld, het werk. Ook d\u00e1t zagen we terug in het fragment uit Namuths film uit 1950.<\/p>\n<p>Een paar jaar na de uitzending van Zomergasten vertelde Tijs Goldschmidt mij iets over Pollock wat tijdens de avond in 2004 niet ter sprake was gekomen. Er bestaan sterke overeenkomsten tussen zogeheten fractals en de motieven in het woeste vlechtwerk van verf op Pollocks meest geslaagde drippings. Een fractal is een meetkundige figuur die is opgebouwd uit delen die min of meer overeenkomen met de vorm van de figuur zelf. Bij sommige fractals komen motieven voor die zich op steeds kleinere schaal herhalen. Goldschmidt legde uit dat deze groeipatronen in de natuur overeenkomen met de verhoudingen tussen de open en dichte plekken in de drippings van Pollock.<\/p>\n<p>Dat vond ik een mededeling in de categorie: wonderen bestaan. Met schijnbaar wilde bewegingen maar in een staat van concentratie die naar trance neigt, brengt een kunstenaar een vlechtwerk van verf aan op het doek. Dat vlechtwerk blijkt te beantwoorden aan mathematische patronen. Jackson Pollock als een god in het diepst van zijn gebaar, zijn gesticulatie &#8211; zoiets. Je zou er pardoes mysticus van worden.<\/p>\n<p>Neo-kubistische kop<\/p>\n<p>Wie druppelde als eerste? In de Pollock-Forschung worden steevast drie namen van drip-pioniers genoemd: de Mexicaanse kunstenaar David Siqueirios, de schilder Hans Hofmann en als laatste Max Ernst.<\/p>\n<p>Van de vooral als &#8216;muurschilder&#8217; bekend staande Siqueirios is bekend dat hij al in de jaren dertig het canvas op de grond plaatste om zo om het doek heen te kunnen lopen. Dat zullen er vast wel meer hebben gedaan. Maar in diezelfde periode meldde Pollock zich bij Sequirios aan als assistent van diens workshops die hij toen in New York gaf. Gedurende enkele maanden bezocht Pollock deze workshops dagelijks.<\/p>\n<p>Het lijkt me wat magertjes om Siqueirios uit te roepen tot de persoon bij wie Pollock de dripping-methode heeft afgekeken. Hoogstens intensiveerde en radicaliseerde Pollock Siqueirios&#8217; techniek. Veelzeggend is dat diezelfde Siqueirios zich in latere jaren afkeurend zou uitlaten over Pollocks drippings.<\/p>\n<p>Van de tweede kennelijke drip-pionier, Hans Hofmann, bezit het New Yorkse Museum of Modern Art het doek &#8216;Spring&#8217;. Het doek is gedateerd 1944-1945, maar is mogelijk al in 1940 vervaardigd. Bij een eerste, snelle blik op &#8216;Spring&#8217; denk je inderdaad: h\u00e9, een vroege Pollock. Kende Pollock dit werk van Hofmann? Is hem erover verteld? Kunstenares Lee Krasner, met wie Pollock in 1945 trouwde, had begin jaren veertig les gehad van Hofmann. Na Pollocks dood ontkende Lee Krasner dat haar echtgenoot ooit &#8216;Spring&#8217; of enig ander dripping-werk van Hofmann onder ogen heeft gehad. Maar aan de betrouwbaarheid van die ontkenning wordt door Pollock-biografen getwijfeld. Krasner had niet altijd even veel op met Hofmann. Ook Krasner schilderde. Hij had ooit over een van haar schilderijen gezegd: &#8216;Dit is z\u00f3 goed dat je bijna niet kan geloven dat het door een vrouw is gemaakt.&#8217; Dat was onhandig uitgedrukt, maar bedoeld als compliment. Krasner was er echter, ook na jaren nog, door gegriefd.<\/p>\n<p>De derde man bij wie Pollock het drippen zou hebben afgekeken, is de surrealist Max Ernst. E\u00e9n schilderij van Ernst wordt vaak als &#8216;bewijsmateriaal&#8217; aangevoerd: &#8216;Junger Mann, beunruhigt durch den Flug einer nicht-euklidischen Fliege&#8217; (1942-1947). Rondom een soort neo-kubistische kop van een fabeldier zijn in elkaar overvloeiende lijnen aangebracht die allerlei ellipsen vormen &#8211; en toch ook weer niet. Wat een ovaal lijkt, blijkt bij nadere inspectie een vreemde slingering, een onafgemaakte ellipsvorm die onderdeel blijkt van weer andere schijnbare cirkels en kegels. Max Ernsts zogenaamde pre-dripping maakt vooral een beheerste, doordachte indruk. Er is hier niets aan het toeval overgelaten, maar w\u00e9l zijn er, volgens de spelregels van het surrealisme, schijnbaar onverenigbare beeldelementen in elkaar geschoven.<\/p>\n<p>Deze intellectuele exercitie op doek kan toch geen &#8216;voedingsbron&#8217; zijn geweest voor de man die in een toestand van bijna-trance de &#8216;actie&#8217; en het momentum allesbepalend liet zijn? D\u00e9nk je tenminste. Totdat je oog in oog komt te staan met &#8216;Junger Mann, beunruhigt&#8230;&#8217;. Het overkwam mij in Berlijn, in de Neue Nationalgalerie, waar de permanente collectie tijdelijk in de opslag is gedaan wegens een verbouwing, maar waar de bezoeker bij wijze van troostprijs een deel van de collectie van het Duitse zakenechtpaar Ulla en Heiner Pietzsch wordt aangeboden.<\/p>\n<p>&#8216;Junger Mann&#8230;&#8217; hangt er op een ereplaats, en in de catalogus maken de samenstellers van Bildertr\u00e4ume er werk van om te benadrukken dat we hier toch echt de &#8216;geboorte&#8217; van het drippen aanschouwen. Alleen heette het bij Max Ernst anders. Hij noemde het &#8216;oscilleren&#8217;. Dat ging als volgt: men neme een leeg blik aan een touwtje. Boor een gaatje in de bodem. Vul het blik met vloeibare verf en laat het boven een platliggend doek heen en weer zwaaien. Conclusie van Ernst: &#8216;Zo zullen verrassende lijnen op het doek druppelen. Het spel van vrije associatie kan beginnen.&#8217;<\/p>\n<p>Eeuwig rusteloze geest<\/p>\n<p>Jackson Pollock kende een aantal van Ernsts oscillatie-schilderijen die in New York waren tentoongesteld. Dat was in de galerie Art of This Century van de legendarische Peggy Guggenheim, en zij was begin jaren veertig met Max Ernst getrouwd. Maar Peggy Guggenheim was in de jaren veertig \u00f3\u00f3k Pollocks mecenas. In ruil voor zijn schilderijen betaalde Guggenheim hem maandelijks een bedrag van honderdvijftig dollar.<\/p>\n<p>Het niet bijster gelukkige huwelijk met Ernst strandde in 1943, en een aantal jaren later be\u00ebindigde Guggenheim de maandtoelage aan Pollock nadat zij had ontdekt dat de kunstenaar buiten haar om ook werken aan derden verkocht. Kortom, de levens van Ernst en Pollock waren door middel van Guggenheim met elkaar verbonden.<\/p>\n<p>Omgekeerd kende Max Ernst eveneens het werk van Pollock. In november 1943 bracht Peggy Guggenheim een solo-tentoonstelling van Pollock, met onder meer de werken &#8216;The She-Wolf&#8217; en &#8216;Man and Woman&#8217;, twee proeven van action painting en schoolvoorbeelden van het Amerikaanse abstract-expressionisme. De woeste lijnen van het drippen zijn er in verhulde vorm in aan te treffen. Het is alsof het pure, \u00e9chte drippen nog verscholen zit in deze en andere schilderijen uit 1943, ongeveer zoals er in iedere dikke man een dunne man verscholen is, &#8216;struggling to get out&#8217;. Misschien voorzag Max Ernst eerder nog dan Pollock z\u00e9lf waar de geweldenaar van het abstract-expressionisme naar op weg was.<\/p>\n<p>De titel &#8216;Der Junge Mann&#8217; zou een rechtstreekse verwijzing zijn naar de toen inderdaad nog jonge Jackson Pollock, die onder de meeste kunstenaars in New York bekend stond als een eeuwig rusteloze geest, een verstoorde en getourmenteerde figuur &#8211; &#8216;beunruhigt&#8217; kortom. Max Ernst had overigens niet het idee dat Pollock vanaf 1947 met het praktiseren van het drippen er met &#8216;zijn&#8217; ontdekking vandoor ging. Zo stak de man niet in elkaar die zelf overal en nergens zijn invloeden en technieken bij elkaar sprokkelde. De samenstellers van Bildertr\u00e4ume gaan er vanuit dat de &#8216;oscillaties&#8217; in 1947 zijn aangebracht op een doek waar al in 1942 een begin mee was gemaakt. Ernst gaf met het werk bij wijze van geste aan een jongere collega de richting aan die Pollock z\u00e9lf nog maar half en dan hooguit intu\u00eftief was ingeslagen.<\/p>\n<p>De vraag blijft of Jackson Pollock \u00e9cht bij de Mexicaan Sequeirios bij toeval voor het eerst zag dat je een doek niet altijd op een ezel hoeft te zetten, maar ook op de grond kan leggen alvorens aan het werk te gaan. Is het niet andersom en wist Pollock al tevoren van die techniek en meldde hij zich misschien d\u00e1\u00e1rom aan bij Sequeirios als hulpje? Het is een nuanceverschil, maar tegelijk essentieel. Zo lijkt het me ook onwaarschijnlijk dat Pollock bij het zien van Ernsts oscillatie-techniek een soort eureka-moment had. Zonder te weten w\u00e1t hij op het spoor was, moet Pollock hebben beseft d\u00e1t hij iets op het spoor was. De dripping-techniek lag als een verre, efemere werkwijze ergens op hem te wachten, en Sequerios, Hans Hofmann en Max Ernst fungeren met hun werk als piketten die in de grond zijn geslagen teneinde die onnavolgbare route te voorzien van ori\u00ebntatiepunten. Anderen brachten Pollock niet op het idee, nee, Pollock joeg een idee na dat hij nog niet in staat was uit te werken. Het werk van anderen sterkte hem hoogstens in de overtuiging dat zijn idee dit najagen waard was.<\/p>\n<p>In Pollocks carri\u00e8re was 1947 het jaar van de grote omslag. Hij had een tweede solo-expositie bij Peggy Guggenheim, verliet daarna haar galerie, maakte zijn onbetwiste dripping-klassiekers als &#8216;Full Fathom Five&#8217; en &#8216;Cathedral&#8217;, die vervolgens in 1948 voor het eerst waren te zien, ook in New York, in de galerie van Betty Parsons. Voor Max Ernst lag een paar jaar later de &#8216;oscillatie&#8217; al weer achter hem; de grootmeester zocht en vond andere vormen voor zijn veelal verhalende schilderijen, die geheel in de traditie van het surrealisme een soort beeldverslagen zijn van avontuurlijke denkoefeningen.<\/p>\n<p>Hoe anders was dit voor de gekwelde Pollock; het drippen was voor hem allesbehalve een &#8216;spel&#8217;, het was zijn hoogstpersoonlijke fatum, een beladen en veeleisende werkwijze waaraan hij niet kon ontsnappen en die tot het uiterste moest worden beproefd. Niks spel, het was een strijd. Niet voor niets is Pollock meer dan eens getypeerd als een sjamaan, ritueel dansend om de immens grote doeken waar uitgestrooid zand, verfslierten en vaag herkenbare handafdrukken de wereld achter en onder onze werkelijkheid blootleggen.<\/p>\n<p>Er was na het drippen voor Pollock geen weg terug, maar hij kon tegelijk ook niet n\u00f3g verder dan hij al was gegaan. Wat nu wordt gezien als een triomf, ervoer de maker zelf als een impasse; de drippings aten hem als het ware op en holden hem uit, en na meer dan anderhalf jaar niet te hebben gewerkt, eindigde Pollocks leven miserabel en wreed; dronken in een auto gestapt, verloor hij op een avond in 1956 de macht over het stuur.<\/p>\n<p>Met de wetenschap van Pollocks getourmenteerdheid en zijn vroege dood krijgt Ernsts &#8216;Der Junge Mann&#8230;&#8217; iets heel onheilspellends, macabers zelfs. In het midden van het doek zweeft die fr\u00e8le kop van het fabeldier met de gebogen horens en de vreemd-driehoekige ogen. Een beest gevangen in de wilde slingers van de op het doek gedripte zwarte verf; een weerloze gestalte die verstrikt is geraakt in de verstrengelde ellipsen die hij zelf heeft voortgebracht&#8230;<\/p>\n<p>\u2018Bildertr\u00e4ume\u2019, Tot en met 10 januari in de Neue Nationalgalerie, Berlijn<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Aan wie ontleende Jackson Pollock zijn fameuze techniek van het drippen? Joost Zwagerman onderzoekt.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Joost Zwagerman","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/88571"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=88571"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/88571\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Joost Zwagerman","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=88571"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=88571"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=88571"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}