
 {"id":88273,"date":"2009-12-05T00:00:00","date_gmt":"2009-12-04T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/buitenlanders-welkom\/"},"modified":"2009-12-05T00:00:00","modified_gmt":"2009-12-04T22:00:00","slug":"buitenlanders-welkom","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/buitenlanders-welkom\/","title":{"rendered":"Buitenlanders welkom!"},"content":{"rendered":"<p>Reportage<\/p>\n<p>De vrouwen hebben een druppelvormige sticker met glitters op het voorhoofd, een variant op de traditionele verfstip die Indi\u00ebrs op hun gezicht maken. Op de blanke huid van de twintigers valt deze bindi extra op. De meesten van hen zijn voor het eerst op het Indiase Diwali, het feest van het licht. &#8216;Mooi om Nederlanders in traditionele kleding te zien,&#8217; zegt Gopi Yakala, PhD-student op de afdeling medische biologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hij kijkt met een glimlach naar de paarse en rode japonnen van zijn Nederlandse collega&#8217;s. Hij mocht ze lenen van Indiase vriendinnen.<\/p>\n<p>Het is een exotisch beeld: bijna tweehonderd Indiase studenten die hun najaarsfeest in Nederland vieren. En het zal in de toekomst vaker te zien zijn, want buitenlandse culturen zullen een steeds grotere rol gaan spelen in de universitaire wereld. Nederland is ongekend populair bij buitenlandse studenten. In het academisch jaar 2008-2009 waren er 76.000 internationale studenten aan de Nederlandse hbo&#8217;s en universiteiten, volgens Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationalisering in het hoger onderwijs. De grootste groepen komen uit Duitsland en China.<\/p>\n<p>En dat is nieuw, want Nederland was nooit zo buitenlands geori\u00ebnteerd. &#8216;In de achttiende en negentiende eeuw was het hoger onderwijs in Nederland maar weinig internationaal,&#8217; zegt Hans de Wit, lector internationalisering aan de Hogeschool van Amsterdam. &#8216;Pas na de oorlog begon het wat op gang te komen: de elite van de voormalige koloni\u00ebn ging steeds vaker naar het land van de voormalige kolonisator toe.&#8217;<\/p>\n<p>Toch was de toestroom beperkt, want er werd weinig Engelstalig onderwijs aangeboden. Anderzijds nam het aantal in het buitenland studerende Nederlanders toe; zeker toen in de jaren tachtig studenten een deel van hun studie in het buitenland konden gaan volgen via het uitwisselingsprogramma Erasmus. &#8216;Nederlandse studenten hadden wel belangstelling om naar andere landen te gaan,&#8217; zegt De Wit, &#8216;maar andersom was het heel moeilijk. Je kunt niet van een Franse student vragen om maar even Nederlands te gaan leren.&#8217; Die disbalans cre\u00eberde een probleem: als Nederland niet voldoende studenten ontving, konden Nederlandse studenten ook niet naar het buitenland gaan.<\/p>\n<p>Dat is helemaal veranderd. De laatste jaren werden in Nederland honderden opleidingen in het Engels aangeboden. Nieuwe opleidingen, maar ook opleidingen die voorheen in het Nederlands werden gegeven. En het aantal groeit nog steeds gestaag. De &#8216;verengelsing van de universiteit&#8217; riep aanvankelijk veel weerstand op. &#8216;Het zou slecht zijn voor de Nederlandse taal, we dreigden een Engelstalig land te worden,&#8217; vat De Wit de bezwaren samen. Maar de hoger onderwijsinstellingen zetten door. Al gauw werden er hele opleidingen in het Engels aangeboden. Nederland doet haar best te laten zien hoeveel Engelse opleidingen er hier zijn, zegt De Wit. &#8216;We hebben er last van dat Nederland wordt gezien als een klein land.&#8217;<\/p>\n<p>Wereldtop<\/p>\n<p>Lalitha Nanduri is student aan zo&#8217;n Engelstalige opleiding; ze studeert stamcelbiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Geen master, maar een zogeheten PhD-opleiding: ze is promovendus. Nanduri zit aan een tafel in de hal van het Multifunctioneel Centrum in de Groninger wijk De Wijert. Gekleed in een lange, lichtblauw met gele jurk ontvangt ze de gasten van het Diwalifeest. Vijf maanden geleden kwam ze naar Groningen. Ze werd meteen welkom geheten door de Indiase studentenvereniging GISA, die het feest van vandaag organiseert. &#8216;Ze helpen je daar met alles wat je over Nederland moet weten: waar je Indiaas eten kunt krijgen en hoe je Nederlanders moet aanspreken.&#8217; Inmiddels kent ze de basis van het Nederlands, lacht ze, &#8216;maar ik ben blij dat hier zoveel mensen Engels spreken&#8217;.<\/p>\n<p>De keuze is groot. Er zijn zelfs universiteiten die louter Engelstalige opleidingen aanbieden. De Technische Universiteit Delft doet dat, de Universiteit Maastricht, en ook Wageningen University. Woordvoerder Simon Vink van die laatste: &#8216;Je kunt als universiteit niet zeggen: we willen alleen in Nederland de beste zijn. Je moet de ambitie hebben tot de wereldtop te behoren. De uitwisseling van studenten, en daarna het behouden van de relatie met universiteiten elders, dat is van wezenlijk belang.&#8217;<\/p>\n<p>De buitenlandse student is essentieel omdat Nederland een kenniseconomie wil zijn, maar kampt met een nijpend tekort aan hoger opgeleiden. Universiteiten doen hard hun best om buitenlandse studenten aan te trekken die dat gat kunnen opvullen. Probleem: dat doen universiteiten elders ook. Er is dus een strijd gaande om goede studenten. En de concurrentie is sterk toegenomen: de laatste jaren zijn ook landen die voorheen vooral studenten naar het buitenland sturen, hun onderwijs gaan verbeteren. China, Maleisi\u00eb en Zuid-Afrika werven nu zelf studenten in het buitenland. Ook zij willen hun kenniseconomie ontwikkelen.<\/p>\n<p>Vooral technische studies en natuurwetenschappen hebben een groot tekort aan &#8216;eigen&#8217; Nederlandse studenten, terwijl de reputatie van die opleidingen wel erg goed is. De Wit: &#8216;We zullen ons steeds meer gaan richten op master- en PhD-niveau. We zullen onze aandacht verschuiven naar b\u00e8tavakken en speciale Nederlandse niches als milieu en watermanagement.&#8217;<\/p>\n<p>Aantrekkelijk voor de buitenlandse student is dat Nederlandse universiteiten in verhouding tot de grote hoger onderwijslanden &#8211; Groot-Brittanni\u00eb, de Verenigde Staten, Australi\u00eb &#8211; goedkoop zijn. Al moet de student van buiten Europa nog beduidend meer betalen dan de Europese student. Die laatste mag in heel Europa voor hetzelfde bedrag studeren als de autochtone student; in Nederland komt dat neer op een collegegeld van 1650 euro. Voor een student van buiten Europa kost een jaar aan een masteropleiding al gauw negenduizend euro of meer. Maar dat is nog steeds een schertsbedrag vergeleken met de tienduizenden euro&#8217;s die Britse universiteiten vragen.<\/p>\n<p>Ranglijsten<\/p>\n<p>Toch kunnen de beperkte kosten ook tegen Nederland werken. Dat de student hier minder hoeft te betalen voor een opleiding wekt soms argwaan, weet Georges Span. Hij is hoofd van het Education Services center van de economische faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar veel buitenlandse studenten komen studeren. &#8216;Studenten uit het buitenland kiezen er ook wel eens voor om hier niet te gaan studeren omdat ze het te goedkoop vinden. Dan kan het vast niks zijn, denken ze.&#8217;<\/p>\n<p>Vanwege die scepsis is het belangrijk voor de universiteiten om een goede positie in te nemen op rankings: ranglijsten van de beste universiteiten ter wereld. Vooral Aziatische studenten hechten veel waarde aan de lijsten bij het maken van hun keuze voor een universiteit. Dirk Jan van den Berg, collegevoorzitter van de Technische Universiteit Delft, weet dat uit eigen ervaring: jarenlang was hij de Nederlandse ambassadeur in China. &#8216;Statistiek is alles voor Chinezen,&#8217; lacht hij.<\/p>\n<p>Nederland doet het niet onaardig in die rankings. Vier Hollandse universiteiten zitten bij de honderd hoogste noteringen van de Times 200, in totaal komen er elf voor op de lijst. Maar Hans de Wit meent dat het Nederlands onderwijs wel in perspectief gezien moet worden. &#8216;Nederland is en blijft een kleine speler. Het is een illusie dat we ooit de hoogste regionen van de lijsten zouden kunnen bereiken, zoals de Verenigde Staten en Groot-Brittanni\u00eb.&#8217;<\/p>\n<p>Zeker is dat het onderwijs de laatste jaren een grote kwaliteitsimpuls gekregen heeft, zegt De Wit. Tien jaar geleden was het Nederlandse enthousiasme om buitenlandse studenten binnen te halen zo groot dat er nauwelijks werd gekeken naar hun opleidingsniveau of hun kennis van het Engels. &#8216;Dat heeft tot wantoestanden geleid. Er werd door sommige instellingen gedacht: h\u00e9, hier kunnen we ook geld aan verdienen.&#8217; Er was onduidelijkheid over financieringsmogelijkheden en sommige instellingen startten in het buitenland opleidingen op die ze met Nederlandse subsidiering financierden. In 2003 begon de commissie-Schutte een onderzoek naar fraude in het hoger onderwijs.<\/p>\n<p>Tegenwoordig moeten internationale studenten iets kunnen toevoegen aan de universiteit. De Wit: &#8216;We kijken nu ook wat de meerwaarde van een internationale opleiding is voor de Nederlandse studenten. Er wordt meer aandacht besteed aan het Engels van docenten en meer moeite gedaan om buitenlandse studenten te laten integreren met de Nederlandse.&#8217;<\/p>\n<p>Die integratie zit bij de Indiase studenten wel snor. Net als de andere Nederlanders op het Diwalifeest werd Gesina, een Groningse twintigster met rossig haar, uitgenodigd door een student die promoveert op het laboratorium waar ze werkt. Ze is enthousiast over het feest. Op haar handen heeft ze tekeningen van henna, gemaakt door haar moeder. &#8216;Normaal blijft het een week zitten. Maar op het lab moeten we zo vaak onze handen wassen, dan is het zo foetsie.&#8217;<\/p>\n<p>Earvin Goudzand (22), Suriname<\/p>\n<p>Student bestuurskunde Earvin Goudzand uit Suriname was er al meermalen op vakantie geweest, bij familie. En hij sprak de taal natuurlijk. Alles wees erop dat hij geen enkele moeite zou hebben om in Nederland te aarden. Hij was immers zelf een Nederlander &#8211; zijn vader heeft een Nederlands paspoort, dus Goudzand automatisch ook.<\/p>\n<p>Maar twee dingen waren in Nederland heel anders. E\u00e9n: hij was alleen, zonder familie. Twee: het weer. Op de zaterdag voor Kerstmis 2007 had hij het zwaar. Voor het eerst zou hij kerst niet in Suriname vieren. &#8216;Het was zo&#8217;n koude bewolkte dag met regen. Ik stond op en wist: dit wordt geen goede dag. Toen ik mijn moeder aan de telefoon hoorde, had ik het niet meer.&#8217; Als hij wilde, mocht hij overkomen, troostte zij. Maar Goudzand bleef in Rotterdam. &#8216;Je moet een keer groot worden. Ik dacht, als ik nu terugga naar Suriname, vlucht ik eigenlijk.&#8217;<\/p>\n<p>Hij ging naar Nederland om psychologie te studeren, want de universiteit in Paramaribo biedt die studie niet aan. De opleiding bleek te wiskundig, dus stapte hij over op bestuurskunde. Dat had hij wel in Paramaribo kunnen studeren, maar hij had het al erg naar zijn zin in Rotterdam, &#8216;de mooiste stad van Nederland&#8217;.<\/p>\n<p>Natuurlijk, hij voelt zich Surinamer. Maar bij de Nederlandse samenleving is hij erg betrokken. &#8216;Misschien zelfs een beetje te veel. Toen ik hier kwam, dacht ik: ik ga straks Suriname opbouwen, mijn kracht aan Suriname geven. Maar ik ben van dit land gaan houden. Je kunt hier meer bereiken door hard werken en je best doen. In Suriname is het vooral belangrijk wie je kent. Daar wil ik niet aan meedoen.&#8217;<\/p>\n<p>Kerst en oudjaar werden uiteindelijk &#8216;super&#8217;, twee jaar geleden. Met vrienden organiseerde hij een groot kerstfeest en het nieuwe jaar luidden ze in op de Erasmusbrug. &#8216;Ik had er vreselijk tegen opgezien. Dit overleef ik nooit, dacht ik. Maar dit jaar heb ik er zin in.&#8217;<\/p>\n<p>Shirisha Nagotu (29) India<\/p>\n<p>Eigenlijk is de Indiase Shirisha Nagotu, promovendus in moleculaire celbiologie, al klaar met haar opleiding. In januari zal ze haar proefschrift verdedigen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Maar een nieuwe uitdaging dient zich alweer aan: over een week vertrekt ze naar Bochum in Duitsland, waar ze een postdoctorale opleiding gaat doen in hetzelfde vak. Echt weg uit Nederland gaat ze nog niet. In de weekends zal ze teruggaan naar haar vriend Raj, die in hun huis blijft wonen. Hij is nog bezig met zijn promotie. Raj komt ook uit India, maar ze kennen elkaar uit Essex, Engeland, waar ze samen biotechnologie studeerden. Toen waren ze nog &#8216;heel goede vrienden&#8217; en eigenlijk wilde Raj gaan promoveren in Amerika. Maar op zoek naar een goede promotieplek vond ook hij een plaats in Groningen. &#8216;Deze stad is speciaal voor ons,&#8217; lacht Nagotu. &#8216;Dat hij ook uitgerekend hier terechtkwam, betekent dat we bij elkaar horen.&#8217;<\/p>\n<p>Ze wist sinds ze studeerde dat ze een master en PhD (promotie) wilde doen. Dat ze voor haar master aan de universiteit van Essex terechtkwam, had te maken met het aansprekende verhaal van een woordvoerder die in India vertelde over de Britse universiteit. &#8216;Hij had foto&#8217;s bij zich van de laboratoria daar. Die zagen er zo goed uit! In India heb je ook wel een paar universiteiten met goede faciliteiten, maar dat zijn er maar heel weinig en daar kom je moeilijk terecht.&#8217;<\/p>\n<p>Van Nederland wist ze niets: &#8216;Ik had geen idee of er goede universiteiten in Nederland waren.&#8217; Maar de eerste mooie vacature die ze na het behalen van haar masterdiploma vond, was voor een promotieplek in Groningen. Nagotu ontdekte dat er verrassend veel Hollandse academies in de top-200 van beste universiteiten ter wereld stonden. Waaronder die van Groningen. &#8216;Niet slecht, dacht ik.&#8217;<\/p>\n<p>Alberto Adalid (26), Mexico<\/p>\n<p>Een kwartier te laat komt hij aanfietsen. &#8216;Sorry, sorry,&#8217; hijgt hij. &#8216;Daar moet ik nog aan wennen, jullie Nederlanders zijn altijd op tijd. In Mexico betekent twee uur half drie.&#8217; Alberto Adalid volgt sinds augustus een masteropleiding psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. De eerste maand had hij het moeilijk: hij voelde zich alleen. Inmiddels is hij echter behoorlijk gewend aan Nederland &#8211; behalve dan misschien aan de Hollandse stiptheid.<\/p>\n<p>Na zijn bachelor psychologie was hij een paar jaar yogaleraar geweest, maar hij wilde als psycholoog werken. Daarom wilde hij een masteropleiding doen. In het buitenland, zodat hij ook kon leren van een andere cultuur. Er was niet veel keus: de opleidingen waar hij via een uitwisselingsprogramma voor in aanmerking kwam, waren vaak gevestigd in Spanje &#8211; dat leek hem te veel op Mexico &#8211; of niet Engelstalig. Lille, Frankrijk en Groningen bleven over. Voor Groningen werd hij het eerst toegelaten: daarmee was zijn keus gemaakt.<\/p>\n<p>Dat Adalid een beurs kon krijgen, was een groot geluk. Hij komt uit een gezin in de hogere middenklasse &#8211; vader is ingenieur in ruste, moeder directeur van een middelbare school &#8211; maar zijn ouders zouden de kosten niet kunnen opbrengen. Los van het jaarlijkse collegegeld krijgt hij elke maand duizend euro voor kamerhuur, eten en kleding. &#8216;Een absurd bedrag voor een Mexicaan. Mijn vader zou me uitlachen als ik erom vroeg! Voor minder dan de helft kun je in Mexico City een gigantisch appartement huren.&#8217;<\/p>\n<p>Hoe &#8216;ongelooflijk duur&#8217; alles in Nederland ook is, terug naar Mexico wil hij geen moment. &#8216;Ik merk dat veel Nederlandse studenten een master doen omdat ze dan later meer salaris zullen krijgen. Daar gaat het mij niet om. Ik hoop straks werk te kunnen vinden als leraar, dat zou super zijn, of als onderzoeker &#8211; dat zou ook fantastisch zijn. Ik wil in elk geval niet weer yogaleraar worden.&#8217; Ook belangrijk: hij voelt zich veiliger in Nederland. &#8216;In Mexico City fiets ik na het uitgaan niet terug naar huis, omdat ik dan bestolen word. Als ik autorijd, kijk ik steeds in mijn achteruitkijkspiegel of ik word gevolgd.&#8217;<\/p>\n<p>Jiayang Li (25), China<\/p>\n<p>Per ongeluk kwam Jiayang Li, masterstudent International Business Management aan de Universiteit van Amsterdam, zeven jaar geleden terecht aan een hbo-opleiding in Vlissingen. Ze dacht dat ze naar de universiteit ging: de agent die een opleiding voor haar zocht, had haar gewezen op het college in Zeeland. &#8216;In China betekent college universiteit, dus ging ik ervan uit dat deze opleiding aan de universiteit was.&#8217;<\/p>\n<p>Nederland was goedkoop, wist ze, en er waren veel Engelstalige opleidingen. Ze had ook wel naar Canada gewild, maar voor dat land kon ze geen beurs krijgen. Hoewel de opleiding in Vlissingen geen universitaire studie bleek, besloot ze ermee door te gaan. &#8216;Ik was wel van plan om nog naar de universiteit te gaan, maar het leek me niet gek om zowel een praktische als een theoretische opleiding te doen.&#8217;<\/p>\n<p>Met haar zeventien jaar was ze jong toen ze naar Nederland kwam. Maar goed ook, zegt ze nu. &#8216;Mijn ouders stelden voor dat ik pas na mijn bachelor naar het buitenland zou gaan. Maar als ik daar op gewacht had, zou ik het niet meer gedaan hebben, denk ik. En dan had ik in \u00e9\u00e9n jaar Nederlands moeten leren kennen. Dat is onmogelijk.&#8217;<\/p>\n<p>Li sloot al gauw vriendschappen, vooral met Nederlanders. Ze wilde ook Chinese studenten leren kennen, dus werd ze lid van een Chinese studentenvereniging. Dit jaar werd ze er voorzitter. Een soort missie voor haar: &#8216;Ik wil Chinezen wat meer naar buiten krijgen, in contact met Nederlanders. Chinezen bewegen zich in groepen, dat zijn we van huis uit zo gewend.&#8217; Soms spreekt ze er een student op aan: waarom ga je niet een keer mee naar een internationaal feest? Ze begrijpt het best, nieuwe mensen ontmoeten is lastig en spannend. &#8216;Maar het is zo zonde. Je woont in Nederland, dus moet je hier ook mensen leren kennen.&#8217;<\/p>\n<p>Versoepeling regels<\/p>\n<p>Naar Nederland komen voor een studie wordt steeds makkelijker. Voor Europese studenten was het al betrekkelijk eenvoudig, maar PvdA-staatssecretaris Nebahat Albayrak van Justitie en Vreemdelingenzaken wil de regels voor studenten van buiten Europa sterk versoepelen. In het Haagse World Forum vertelde zij onlangs aan een zaal met tweeduizend internationale studenten hoe haar plannen eruit zien. Die staan in het wetsvoorstel &#8216;Modern migratiebeleid&#8217; dat sinds september bij de Tweede Kamer ligt en naar verwachting vanaf 2010 gefaseerd zal worden ingevoerd. Het voorstel is een modernisering van de Vreemdelingenwet 2000.<\/p>\n<p>Buitenlandse studenten zullen volgens Albayrak veel sneller een verblijfsvergunning krijgen. Duurde dat voorheen zo&#8217;n tien weken, nu moet het binnen veertien dagen geregeld zijn. Verder krijgen studenten een verblijfsvergunning voor de gehele studieduur, zodat ze niet jaarlijks een nieuwe aanvraag hoeven te doen. Bij de monitoring van de studievoortgang van studenten zullen hoger onderwijsinstellingen een grotere rol spelen: zij moeten jaarlijks een rapport over elke buitenlandse student uitbrengen.<\/p>\n<p>Albayrak benadrukte het belang van buitenlandse studenten voor Nederland, dat &#8216;afhankelijk is van nieuw bloed om het kennisniveau hoog te houden&#8217;. In januari werd de regeling hoogopgeleiden ingevoerd. Buitenlanders die in Nederland opgeleid of gepromoveerd zijn, mogen een jaar zoeken naar een baan. Wel moeten werkzoekenden afgestudeerd zijn aan een Nederlandse en\/of buitenlandse universiteit die voorkomt op de Top 150 van de Shanghai-onderwijsranking of de The Times Higher-ranking. Aan de te vinden baan worden ook eisen gesteld: deze moet de kennismigrant jaarlijks minimaal 25.800 euro opbrengen. Tijdens het zoekjaar heeft de afgestudeerde geen recht op bijstand.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Nederland is populair bij buitenlandse studenten. Vooral Chinezen komen en masse. En staatssecretaris van Vreemdelingenzaken Albayrak heet ze van harte welkom. \u2018We zijn afhankelijk van nieuw bloed om het kennisniveau hoog te houden.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27,405],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Dorien Vrieling","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/88273"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=88273"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/88273\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Dorien Vrieling","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=88273"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=88273"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=88273"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}