
 {"id":87071,"date":"2010-01-16T00:00:00","date_gmt":"2010-01-15T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-geest-moet-glijden\/"},"modified":"2010-01-16T00:00:00","modified_gmt":"2010-01-15T22:00:00","slug":"de-geest-moet-glijden","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-geest-moet-glijden\/","title":{"rendered":"De geest moet glijden"},"content":{"rendered":"<p>Schaatskoorts  \/ Schaatsen is schrijven<\/p>\n<p>Het nieuwe jaar is acht dagen oud. Terwijl ik aan de rand van de Vijfde Plas mijn Vikings onderbind, denk ik aan Martin Bril. Omstreeks deze datum een jaar geleden, een paar maanden voor zijn dood, reed Bril ergens door Noord-Holland toen hij opeens moest stoppen voor een overstekende schaatser. Het was een man van middelbare leeftijd en hij bewoog zich voort op handen en knie\u00ebn om zijn ijzers te sparen. Als ik het me goed herinner, schreef Bril ook dat de man een snor droeg, zo&#8217;n droevige van het type overste Karremans.<\/p>\n<p>Je ziet het voor je.<\/p>\n<p>Als je de wereld verdeelt in schaatsers en niet-schaatsers, dan hoorde Bril in dat laatste kamp. Een kwestie van instelling, vermoed ik. Zelf ben ik een schaatser. Ik trek mijn veters strak &#8211; niet te, omdat anders je tenen eraf vriezen. Muts over de oren, jack dicht. De noordoostenwind jaagt iets voort over de witte vlakte, geen sneeuw maar een soort piepkleine ijskristallen, die in je gezicht prikken als naalden.<\/p>\n<p>Leuk is anders. Maar wie zei dat schaatsen &#8216;leuk&#8217; is?<\/p>\n<p>Bozige KNSB-official<\/p>\n<p>Terug naar het begin. Het begint namelijk altijd met een weermannetje dat opgewonden gebaart voor een neerwaartse grafiek. Vaak vergezeld door beelden van een eend, onverstoorbaar voortstappend over de vliesdunne ijsvloer van een stadsvijver. Niemand durft hardop een voorspelling te doen, maar ijsclubs zetten voor de zekerheid een stuk weiland blank.<\/p>\n<p>Dan de volgende fase. Plassen en vaarten liggen nog open, maar sloten en vijvers vriezen dicht. Terwijl de Viking-fabriek overuren draait, waarschuwt iemand van de KNSB dat het ijs nog volstrekt onbetrouwbaar is. In het Sportjournaal een item uit het noordoosten van het land. Welk dorp krijgt de primeur van de eerste wedstrijd op natuurijs? Noordlaren, Haaksbergen, Nieuw-Amsterdam? Stoere boerenjongens in nauwsluitende pakken zijn er helemaal klaar voor.<\/p>\n<p>En zo verder, tot er een Elfstedentocht wordt verreden. Zover komt het natuurlijk bijna nooit, maar dat geeft niet, want erover praten geeft minstens zo veel voldoening.<\/p>\n<p>Schaatskoorts. Een vreemd woord voor een aandoening die zich alleen voordoet als de temperatuur onder nul zakt, maar dat terzijde. Tamelijk zeldzaam buiten Nederland.<\/p>\n<p>Reeds twee weken voor de Kerst signaleer ik de eerste symptomen. Terwijl in Kopenhagen wordt vergaderd over klimaatverandering, gaat het in Nederland weer eens lekker vriezen. Daar zijn de weermannetjes. Daar is ook die bozige KNSB-official, die via het NOS Journaal de eerste waaghalzen bestraffend toespreekt. Zelf ben ik er minder gevoelig voor dan sommige collegaschaatsers. Een ondergelopen weiland vind ik niks &#8211; rondjes rijden kan ik ook op de kunstijsbaan. Slootjes en vijvers zijn voor kinderen. Pas als plassen en vaarten stevig dichtgevroren zijn, kom ik in actie. Maar zover is het nog lang niet.<\/p>\n<p>Wonderlijk vind ik overigens die obsessie met toertochten en medailles, om maar te zwijgen van dat eeuwige geleuter over de Elfstedentocht. Een weekje nachtvorst en Henk Angenent wordt ingeschakeld. Komt hij wel of komt hij niet? Veel schaatsers hebben kennelijk behoefte aan het houvast van een toertocht of wedstrijd, met een start en een finish en stempelposten onderweg. Maar de essentie van schaatsen op natuurijs is juist dat je de regels van het georganiseerde leven op de kant achterlaat, al is het maar voor een paar uurtjes. Het is de vrijheid om te gaan waar je wilt, in een verijsde droomwereld. Op schaatsen ontdek je een landschap waarvan je bijna was vergeten dat het nog bestaat, het landschap van de verbeelding.<\/p>\n<p>De vorst houdt aan. Omdat ik net een schaatsboek heb gepubliceerd dat Koek &#038; zopie heet, word ik uitgenodigd om in radioprogramma&#8217;s te komen praten over het &#8216;schaatsgevoel&#8217;.<\/p>\n<p>Waarom schaatsen wij? Omdat het kan. Omdat bij strenge vorst half Nederland verandert in \u00e9\u00e9n grote schaatsbaan. En misschien ook wel, redeneer ik voor de vuist weg, omdat schaatsen aansluit bij de Nederlandse volksaard. Het is die combinatie van individueel presteren en collectieve gezelligheid &#8211; schaatsen doe je tegelijkertijd alleen en met zijn allen.<\/p>\n<p>Waarom schaats ik? Omdat ik het kan. Schaatsen past bij me.<\/p>\n<p>Nabokov van de langebaan<\/p>\n<p>Omdat ik niet alleen schaats, maar ook schrijf, kan ik met enig gezag stellen dat schaatsen en schrijven veel gemeen hebben. Beide disciplines vergen een introspectieve houding, waarbij alle concentratie als het ware naar binnen is gericht. Diep in de ziel balt zich energie samen die er via de benen of de vingers weer uitvloeit, om het maar eens plechtig te formuleren. Tegelijkertijd is het zaak om er niet te veel bij na te denken en vooral niets te forceren. Hoe meer je je best doet, hoe moeilijker het wordt. Goed schaatsen is niet-schaatsen. Goed schrijven is niet-schrijven. Althans de schijn ophouden dat het geen moeite kost.<\/p>\n<p>Het proces zelf is niet altijd aangenaam. In de eerste plaats moet je altijd iets overwinnen voor je er aan begint. Vaak betekent het langdurig vechten en zwoegen als de elementen zich tegen je keren. Daar tegenover staan ogenblikken waarin elk woord en elke slag raak is en de denkbeeldige pen net zo gemakkelijk over het papier glijdt als de ijzers over de ijsvloer. Als alles meezit, loopt een zin net zo mooi als een bocht van Jan Bos, de Nabokov van de langebaan.<\/p>\n<p>Zelfs in technisch opzicht lijken schrijven en schaatsen op elkaar. Op het ijs maakt een goede schaatser gebruik van de zogenaamde valtechniek: het lichaamsgewicht verzamelt zich boven het standbeen, waarna het zwaartepunt zijwaarts wordt verplaatst om &#8216;in de slag&#8217; te vallen. Cruciaal is dat je je durft te laten gaan en tegelijkertijd de controle niet verliest, zoals een schrijver zijn verbeelding de vrije loop moet geven zonder in wartaal te vervallen. Het is de fijne afstemming van vakmanschap en de bereidheid om grenzen te verleggen, de balans tussen discipline en loslaten.<\/p>\n<p>De geringste fout heeft grote gevolgen: een afzet die een fractie van een seconde te laat komt, een verkeerd gebruikt woord of een haperende zinswending en de zaak is verloren. Maar de beste schrijvers en schaatsers, althans mijn favorieten, voeren een ragfijne dans op, een wonderlijk spektakel van gratie en stamina.<\/p>\n<p>Schrijven over schaatsen kan, als je het zo bekijkt, de mooiste resultaten opleveren. Toch wordt het zelfs in een land met zoveel schaatsliefhebbers relatief weinig gedaan. En dat is raar, want schaatsen is in Nederland niet alleen maar sport, maar ook cultuur.<\/p>\n<p>Veel schaatsliteratuur heeft een naslagwerkachtig of educatief karakter: een overzicht van alle Elfstedentochten, jubileumuitgaven, boeken met trainingsmethoden, enzovoorts. Onlangs verscheen natuurlijk een prachtig boekwerk over Ard Schenk. Maar ik wacht nog steeds op de ongeautoriseerde biografie van Hilbert van der Duim, de memoires van Leen Pfrommer, het tell-all verhaal van wonderkind Eric Heiden, een vijfhonderd pagina&#8217;s tellend monument voor Jeen van den Berg. En wat te denken van een boek over de man met de mooiste schaatsnaam van allemaal? Titel: Rintje Ritsma; de laatste allrounder.<\/p>\n<p>Geelachtige pap<\/p>\n<p>In Haaksbergen vindt de eerste marathon op natuurijs plaats. Ik moet even slikken als ik lees dat de wedstrijd wordt verreden op een ondergespoten skatebaan, maar het is een begin.<\/p>\n<p>Dan gaat het sneeuwen. En hoe. Die eerste, o zo kwetsbare ijslaag wordt overdekt met een broeierige, witte deken, die elke gedachte aan een schaatswinter smoort. Vervolgens, tussen Kerst en Oud &#038; Nieuw: de droefenis van de dooi. Stoepen vol vuile sneeuwresten; een triest en druipend landschap; prille, spiegelgladde ijsvloeren veranderd in geelachtige pap.<\/p>\n<p>De schaatser in mij heeft de hoop al weer opgegeven. Ergens vind ik het ook niet zo heel erg, want ik zie er zo&#8217;n eerste keer altijd lichtelijk tegenop om het ijs op te gaan. Het is koud, de schoenen zijn eigenlijk te krap, de houding is ongemakkelijk en het ijs verraderlijk.<\/p>\n<p>Welk schaatsboek zou ik zelf, na Koek &#038; zopie, nog willen schrijven? Het verhaal van mijn jeugdidool Van der Duim? Herinneringen ophalen aan de vogelpoep, aan het duel met Heiden op het WK van Heerenveen en aan die ene keer dat Hilbert een ronde te vroeg stopte? Nee, ik denk dat het toch zou moeten gaan over Malkov. Igor Malkov, wie kent hem nog? Een jongen uit de Sovjet-Unie, reed altijd in een gitzwart pak. Hij was pas achttien toen hij op de Medeo-baan van Alma Ata een tien kilometer reed die bijna dertig seconden sneller was dan het toenmalige wereldrecord. Maar hoe tragisch: Malkovs tijd (voor het eerst onder de veertien minuten!) werd niet erkend. Een paar maanden later schaatste Malkov een officieel wereldrecord, maar die tijd was langzamer dan zijn pr. Later won hij goud op de spelen van Sarajevo.<\/p>\n<p>Hilbert was mijn held, maar diep van binnen wenste ik dat ik Malkov was. Hij is nu vergeten en verdwenen, maar ik zou hem kunnen opsporen, hem interviewen over die ene, ongelooflijke superrace in Kazachstan. Met behulp van een tolk zouden we de rit bespreken, rondje voor rondje. Waar dacht je aan, tijdens de race? vraag ik. Malkov &#8211; hij is, ontdek ik, maar vijf jaar ouder dan ik &#8211; haalt zijn schouders op, mompelt een paar woorden Russisch. Ik kijk vragend naar de tolk. &#8216;Igor zegt: &#8220;Aan niets.&#8221;&#8216;<\/p>\n<p>Maar er is een tijd van schrijven en een tijd van schaatsen. Begin januari komt de herkansing. Strenge vorst, het land verstart opnieuw.<\/p>\n<p>&#8216;De strook&#8217; heet het hier &#8211; in de zomer heb ik er wel gezwommen. Ik kijk uit over de dichtgevroren Loosdrechtse Plassen. Talrijke schaatsers vormen iele streepjes, uitzwermend tot aan de horizon. Langs de randen, nauwelijks zichtbaar in de nevel, de grillige begroeiing van het veenlandschap. Het is steenkoud. Waarom doen we dit? Waarom doe ik dit? De geest moet glijden. En dat ijs ligt er nu eenmaal.<\/p>\n<p>Op weg.<\/p>\n<p>Ik rijd door het schaatsdecor van mijn jeugd. Niets veranderd in vijfentwintig jaar. De geheimzinnige, langwerpige eilandjes, de sprookjesachtige trekgaten, het kruiende ijs in de engten tussen de plassen. Alles nog steeds hetzelfde.<\/p>\n<p>Vijf onmisbare schaatsboeken<\/p>\n<p>Bert Wagendorp, Wybren de Boer en Frans Oosterwijk: Ard Schenk, de biografie (De Buitenspelers, 2009)<\/p>\n<p>Rijk ge\u00efllustreerde stoeptegel over de blonde schaatsgod, die dankzij de televisie uitgroeide tot de eerste, echte superster van de langebaan. Boeiend verhaal, met een openhartige Schenk.<\/p>\n<p>Maarten Westerman: Bart Veldkamp: schaatsen doe je zo (Maarten Muntinga, 2003)<\/p>\n<p>Leuk en gevarieerd boek over de stayer Veldkamp, die zijn carri\u00e8re met tien jaar verlengde door zich tot Belg te laten naturaliseren. Autobiografische passages worden afgewisseld met trainings- en voedingstips en anekdoten uit het schaatswereldje.<\/p>\n<p>Maarten Scholten: Op dun ijs. Het verhaal van Peter Mueller (Arko Sports Media, 2005)<\/p>\n<p>Mueller, onlangs nog ontslagen door de Noorse schaatsbond, lapt de zwijgcode van het schaatswereldje aan zijn laars en rekent af met alles en iedereen. Inclusief intieme details over zijn huwelijk met Marianne Timmer. Een guilty pleasure.<\/p>\n<p>Marnix Koolhaas en Jurryt van de Vooren: De mannen van &#8217;63 (Van Wijnen, 2003)<\/p>\n<p>Ontroerend boek over de 69 schaatsers die de legendarisch zware Elfstedentocht van 1963 uitreden. Interviews met een aantal van deze helden (onder wie Henk Gemser), plus een enqu\u00eate die destijds werd gehouden en die de auteurs boven water haalden. Een uniek document.<\/p>\n<p>Pieter de Groot, Henk van der Meulen en Willem Stegenga: De Elfstedentocht 1909-1985 (Friese Pers Boekerij, 1985)<\/p>\n<p>Mijn eerste schaatsboek, inmiddels bijgewerkt tot en met 1997. Met natuurlijk ruime aandacht voor de winnaars, van student theologie Minne Hoekstra tot melkveehouder Evert van Benthem.<\/p>\n<p>Johan Faber is de auteur van \u2018Koek &#038; zopie; over de liefde voor schaatsen\u2019, zojuist verschenen bij uitgeverij LJ Veen<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Johan Faber schreef een boek over zijn liefde voor schaatsen. Vorige week kon hij het ijs weer op.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Johan Faber","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/87071"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=87071"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/87071\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Johan Faber","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=87071"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=87071"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=87071"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}