
 {"id":87023,"date":"2010-01-16T11:30:00","date_gmt":"2010-01-16T09:30:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/dromen-in-het-land-van-de-vijand\/"},"modified":"2010-01-16T11:30:00","modified_gmt":"2010-01-16T09:30:00","slug":"dromen-in-het-land-van-de-vijand","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/dromen-in-het-land-van-de-vijand\/","title":{"rendered":"Dromen in het land van de vijand"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<h3>Heimwee naar Bagdad<\/h3>\n<p>Ze konden niet al hun foto\u2019s meenemen toen ze vluchtten uit Irak, Ward en haar moeder Khala. Minka Nijhuis ging voor hen op zoek in Bagdad.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Foto&#8217;s waren Khala&#8217;s toevluchtsoord als de schoten en explosies door de straten van Bagdad knalden. Dan haalde ze haar albums uit de slaapkamer en waande zich in het verleden. Er waren foto&#8217;s van haar overleden man als directeur van de Iraakse oliemaatschappij rond de velden bij het noordelijke Mosul. Op een andere foto onderzocht Khala als een van Iraks eerste vrouwelijke laboranten de loop van een geweer op kruitsporen. Een foto toonde haar bij een concert aan een tafel met wijnglazen, een sigaret tussen haar beringde vingers. Haar grootste trots was het portret van haar trouwdag: in haar strapless jurk met gazen rok leek ze op een ballerina uit Het zwanenmeer. &#8216;Ik was misschien niet mooi, maar wel fotogeniek,&#8217; zei ze dan tevreden.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>In haar flat in een stille buitenwijk van Baltimore herinnert slechts een enkele foto in de lage wandkast aan het leven in Bagdad. Khala (81) treurt regelmatig dat de rest van de collectie in de Iraakse hoofdstad is achtergebleven. Die foto&#8217;s vertellen wie ze vroeger was: een wereldse vrouw met een modern gezin uit een erudiete familie in Bagdad. Het was de tijd waarin Saddam nog niet zijn wrede, absolute macht uitoefende en waarin Irak een voorbeeld was voor landen in de regio. Die herinneringen wil ze zo tastbaar mogelijk koesteren en aan anderen laten zien in dit land waar ze geen wortels heeft.<\/p>\n<p>Khala probeert er in haar nieuwe bestaan het beste van te maken. Als haar dochter Ward &#8216;s ochtends naar haar werk voor een vluchtelingenorganisatie vertrekt, wandelt Khala in een comfortabele kuitbroek en een modieus gestreept T-shirt een uurtje door de wijk, net zoals ze dat vroeger in Bagdad deed. Ze raakt aan de praat met buurtbewoners en trakteert zichzelf op een kop thee in een caf\u00e9 bij het winkelcentrum. De potige eigenaar met baseballcap begroet haar als een oude bekende: &#8216;Hi honey, you come to hang out with us again?&#8217;<\/p>\n<p>Terug in haar flat kijkt ze vanaf de bank naar de bomen, de eekhoorns en de vogels en laaft zich aan de rust. Via de Arabische zenders op de satelliettelevisie volgt ze het nieuws uit Irak totdat Ward terug komt van haar werk. &#8216;Ik ben goed af vergeleken met degenen die in Bagdad achterbleven,&#8217; zegt Khala. Maar het onderwerp van de achtergebleven albums steekt vroeg of laat steevast de kop weer op.<\/p>\n<p><b>Weer een sjiiet minder<\/b><br \/>Ik ken de foto&#8217;s waar Khala om treurt. Sinds de oorlog in 2003 begon, verbleef ik regelmatig bij de familie om een boek te schrijven over hun bestaan. Blij dat de jaren van terreur en isolement eindelijk voorbij waren, namen ze me gastvrij op in hun nieuwe leven. Khala liet me de stad zien die haar dierbaar was. Haar kordate dochter Ward, een voormalige apothekeres, nam me mee naar haar nieuwe baan op het ministerie van Gezondheidszorg van de door de Verenigde Staten geleide coalitie die het land tijdelijk bestuurde. Een onwerkelijke afgeschermde wereld in de &#8216;groene zone&#8217; van Bagdad waarover ze zich elke dag verbaasde. Toen de stad steeds onveiliger werd en Khala niet meer naar buiten durfde, bladerden we samen eindeloos door haar fotoalbums. Van dichtbij maakte ik mee hoe hun hoop op een democratischer Irak plaats maakte voor angst en twijfel over de toekomst. Wards huwelijk met een sjiiet begon barsten te vertonen. Zelf zag ze de problemen in haar relatie als een onvermijdelijk gevolg van hun persoonlijke verschillen, maar te midden van het sektarische geweld dat de stad teisterde, dacht haar omgeving daar heel anders over. &#8216;Weer een sjiiet minder in de wijk,&#8217; zeiden de buren toen ze besloot te scheiden, en ook een deel van Wards soennitische familie beschouwde het vertrek van Wards echtgenoot niet als een verlies. Ondertussen werd de stad met de dag gevaarlijker voor wereldse, hoogopgeleide vrouwen zoals Ward en Khala. En zonder man in huis waren ze extra kwetsbaar.<\/p>\n<p>Op een ochtend in augustus 2006 deden ze wat ze zelfs in de zwartste jaren van Saddams bewind nooit hadden willen doen: ze besloten te vluchten naar Jordani\u00eb. Hun kostbaarheden, zoals het Boheemse kristalwerk, de antieke tapijten en de fotoalbums, lieten ze achter onder de hoede van Wards oom. Na zijn dood, een jaar geleden, kwamen de foto&#8217;s bij de schoonzus van Wards broer terecht. Daar zal mijn missie om de albums van Bagdad naar Baltimore te brengen, beginnen.<\/p>\n<p><b>De angst voorbij<\/b><br \/>Met Ward spreek ik af om de hulp van Maysan in te roepen voor het plan. Maysan is een van Wards weinige soennitische vriendinnen die niet uit de hoofdstad is gevlucht. &#8216;Ik breng je er wel heen,&#8217; zegt Maysan als ze hoort dat ik de albums bij de schoonzus van Wards broer op wil halen. Na een telefoontje heeft ze de afspraak voor elkaar. Ze zat bij de schoonzus van Wards broer op school en ook hun ouders kenden elkaar. Bagdad is een miljoenenstad, maar in de kringen van de oude Bagdadi&#8217;s krimpt zij tot de omvang van een dorp.<\/p>\n<p>Maysan zit achter het stuur alsof ze een dagje naar het strand gaat. Haar stoel helt achterover, een grote glanzende zonnebril bedekt haar gezicht en haar lange donkerbruine haar wappert in de wind die door het open raam naar binnen komt. Oorlog of geen oorlog, als een van de weinige vrouwen is Maysan de afgelopen jaren blijven autorijden en ook haar werk voor een kleine hulporganisatie zette ze voort. &#8216;Op de een of andere manier ben ik de angst over mezelf voorbij geraakt,&#8217; zegt ze over haar onverschrokken houding.<\/p>\n<p>Tot voor kort was het ondenkbaar dat ze zo openlijk met een buitenlandse bezoeker door haar wijk Aadhamiya zou rijden. Er opereerden soennitische opstandelingen en veel straten waren frontlinies. Ook nadat tienduizenden van deze strijders bijna twee jaar geleden tegen betaling als offici\u00eble buurtwachten werden aangesteld, gebruikten ze geweld tegen bewoners en bezoekers. Inmiddels is hun gedrag minder agressief, maar Maysan vraagt zich af of dat zo blijft.<\/p>\n<p>De gedachte om de voormalige opstandelingen met geld aan de regeringskant te krijgen, komt uit Amerikaanse koker en de regering van de sjiitische premier Maliki wantrouwt deze sahwa&#8217;s. Regelmatig blijven betalingen uit en ook de beloofde integratie in het reguliere veiligheidsapparaat verloopt moeizaam.<\/p>\n<p>Overal herinneren pokdalige gevels aan de burgeroorlog. Maysan wijst naar een klein plantsoen waar kinderen rond een reuzenradje met knipperende lampen spelen: &#8216;Daar dumpten doodseskaders hun lijken.&#8217; De straten zijn vol en chaotisch, maar de konvooien van Amerikaanse militairen en buitenlandse aannemers die sinds 2003 de wegen vaak urenlang afgesloten hielden, zijn verdwenen en er ronken niet meer voortdurend helikopters door de lucht.<\/p>\n<p>Eind juni trokken de Amerikaanse troepen zich terug uit een aantal grote steden, vooruitlopend op het definitieve vertrek van de ongeveer 140.000 militairen. In augustus 2010 moeten alle gevechtstroepen weg zijn en voor 2011 staat de uittocht van de overige militairen gepland. De controleposten worden nu bemand door het Iraakse leger en de politie. Net als veel andere inwoners is Maysan er trots op dat de stad weer meer in handen van de Irakezen is, maar ze heeft ook twijfels. &#8216;We moeten nog maar zien of onze eigen mensen hun werk goed zullen doen,&#8217; zegt ze. Er zijn de afgelopen dagen weer bomaanslagen geweest waarbij tientallen doden vielen. Even verderop blijkt dat ze alle reden heeft voor haar scepsis. Bij een controlepost slaat de antenne van het kleine, draagbare apparaat dat explosieve stoffen moet opsporen uit (het reageert ook op parfum en cr\u00e8mes), maar de militairen laten Maysans auto zonder verdere controle door.<\/p>\n<p><b>Losgeld<\/b><br \/>In vrijwel alle wijken grommen grote generatoren met kabels die in dikke trossen naar de huizen slingeren. Het is een dagelijks onderwerp van gesprek dat er zes jaar na de invasie vaker niet dan wel stroom is. Al manoeuvrerend door de drukte vertelt Maysan over een schandaal rond de aankoop van buitenlandse turbines die elektriciteit zouden moeten generen. Er bleek geen budget meer voor te zijn zodat alleen wat losse onderdelen arriveerden. &#8216;Corruptie en incompetentie,&#8217; smaalt ze. Ook andere Irakezen hebben weinig goeds te melden over de bestuurders van hun land. Net als in het tijdperk van Saddam zijn ze uit op materieel gewin en macht, in plaats van het land te dienen, klinkt het overal.<\/p>\n<p>Fatima, de schoonzus van Wards broer, staat al in de ommuurde tuin te wachten. Met haar degelijke bril, lichtblauwe spencer en een rok net over de knie lijkt ze op een ouderwetse onderwijzeres. Ze sleept een grote koffer de schemerige huiskamer binnen. &#8216;Dit moet het zijn,&#8217; zegt ze laconiek. Muf ruikende albums met verweerde bladzijden en plastic tassen vol foto&#8217;s tuimelen op de vloer. Er trekt een familiegeschiedenis voorbij. De vader van Ward als student op weg naar Amerika voor zijn studie geologie; de onderhandelingen over de nationalisatie van de olie waarbij hij een cruciale rol speelde; het jonge gezin op vakantie in Oostenrijk en Roemeni\u00eb. Maar het album waar Khala het meest aan gehecht is, is er niet bij. Fatima haalt haar schouders op bij de vraag waar het gebleven kan zijn, alsof ze zo&#8217;n gemis onbelangrijk vindt vergeleken bij de dagelijkse zorgen over het bestaan in Bagdad.<\/p>\n<p>Als de foto&#8217;s weer zijn ingepakt, ontspint zich tussen Fatima en Maysan een conversatie die elders onwerkelijk zou aandoen, maar die in Bagdad de afgelopen jaren maar al te normaal is geworden. Ze wisselen uit wie er van hun kennissenkring is omgekomen, wie er is gevlucht en wie ontvoerd. Fatima mag er dan uitzien als een saaie lerares, als ze vertelt hoe ze de kidnapping van haar man afhandelde, blijkt ze heel wat kordater dan haar verschijning doet vermoeden. Haar man werd twee jaar geleden ontvoerd terwijl hij hun dochter naar de universiteit bracht. Via zijn mobiele telefoon meldden de daders zich bij Fatima met instructies om het losgeld af te leveren. Zonder met iemand te overleggen, regelde ze het bedrag en reed door een donker en verlaten Bagdad naar de afgesproken plaats. &#8216;Het was de hel,&#8217; zegt ze over de uren nadat het losgeld was overhandigd en ze moest afwachten of de ontvoerders hun belofte haar man te laten gaan, zouden waarmaken. Na zijn thuiskomst ging het gezin maandenlang zo min mogelijk de deur uit. Ze hebben familie in Amerika en Fatima twijfelt af en toe of ze niet moet vertrekken, maar haar man wil niet weg uit Bagdad.<\/p>\n<p><b>Laatste der Mohikanen<\/b><br \/>Een paar dagen later vertelt Maysan verder op de bank in de ruime zitkamer met antieke meubels en een grote kroonluchter. Zojuist heeft ze Ward gesproken aan de telefoon. Het heimwee van haar vriendin in Baltimore was voelbaar en ook Maysan laat zo&#8217;n contact niet onberoerd. &#8216;Ik voel me de laatste der Mohikanen en dat is soms natuurlijk eenzaam,&#8217; zegt ze. Terwijl de stad de afgelopen jaren opgedeeld raakte in soennitische en sjiitische wijken, bleef de deur van haar huis als vanouds voor iedereen openstaan. Ook haar man en vier zoons probeerden zoveel mogelijk door te gaan met hun leven en verzwegen hun angsten voor haar. &#8216;Je kunt je niet voorstellen hoe eng het was om naar de universiteit te gaan,&#8217; vertelde haar zoon die geneeskunde studeert pas onlangs. Tijdens het dieptepunt van het conflict verdwenen er dagelijks medestudenten, vooral soennieten zoals hij, zonder dat er ooit nog iets van hen werd vernomen.<\/p>\n<p>Het sektarische conflict verwart Maysan. &#8216;Toen ik als kind een keer vroeg of we soennieten of sjiieten waren, werd mijn moeder boos. Waar heb je die onzin vandaan? Er werd thuis nooit over gesproken.&#8217; Volgens Maysan hebben mensen zich de afgelopen jaren laten meeslepen in een machtsconflict van de leiders. &#8216;Nu het stof enigszins is neergedaald, kijken ze geschrokken naar hun eigen gedrag.&#8217;<\/p>\n<p>Maar het geweld heeft ook blijvende sporen nagelaten. Wijken die voorheen gemengd waren, zijn sjiitisch of soennitisch geworden en weinig mensen gaan terug naar hun oude huizen. Al is Bagdad inmiddels minder onveilig dan voorheen, de dagelijkse dosis geweld is nog altijd schrikbarend hoog en de spanningen zijn nog lang niet voorbij. De man van Maysan, die een hoge functie heeft bij het ministerie van Gezondheidszorg, moet als soenniet voorzichtig opereren in de sjiitische omgeving. Toen hij de corruptie van een paar medewerkers in het mortuarium aanhangig maakte, ontving hij doodsbedreigingen en werd hij ervan beschuldigd dat hij sjiieten weg wilde werken. Na lang tegenstribbelen accepteerde hij op aandringen van zijn baas vier lijfwachten. &#8216;Het lijkt hier de groene zone wel,&#8217; grapt een bezoeker als hij de zwaar bewapende mannen in hun helmen en kogelwerende vesten bij de voordeur ziet. Maysan trekt een gezicht. &#8216;Ik schaam me dood.&#8217;<\/p>\n<p>Het gesprek komt op de toekomst. Terwijl uit de keuken het geroezemoes klinkt van haar schoondochter en nichtjes die het avondeten op tafel zetten, verzucht ze: &#8216;Laten we in godsnaam religie buiten de politiek houden.&#8217; Ze vreest dat de machtsstrijd tussen Iraakse politici in de aanloop naar de verkiezingen van begin 2010 tot nieuwe onrust zal leiden. Haar stem krijgt een peinzende klank en het lijkt alsof ze tegen zichzelf praat. &#8216;Destijds was ik tegen de invasie. Natuurlijk wilde ik van Saddam af, alleen leek een oorlog me niet de manier om dat te doen. Maar nu heb ik mijn twijfels of de Amerikaanse troepen wel moeten vertrekken. Het is misschien te vroeg.&#8217;<\/p>\n<p><b>Tuinman<\/b><br \/>Onder het regime van Saddam vluchtten honderdduizenden Irakezen naar het buitenland, de afgelopen jaren kwamen daar nog eens honderdduizenden veelal hoogopgeleide burgers bij. De meeste Irakezen uit de diaspora durven nog niet terug naar hun vaderland en nog steeds besluiten ook anderen te vertrekken omdat ze geen vertrouwen hebben in de toekomst of omdat ze het dagelijks leven te zwaar en zonder perspectief vinden. Als Khala in Baltimore terugdenkt aan Bagdad zegt ze regelmatig: &#8216;We hebben er bijna niemand meer.&#8217;<\/p>\n<p>Maar nadat ze een tijdje heeft zitten peinzen, komt de herinnering aan Abu Kassim boven. &#8216;Die is er nog.&#8217; De tuinman werkt al jarenlang voor de familie en hij werd deel van het kleine huishouden. Khala&#8217;s echtgenoot hield zo veel van zijn tuin dat hij de bomen de namen van zijn vrouw en kinderen gaf, en die passie voor tuinieren deelde hij met Abu Kassim. Na de dood van Khala&#8217;s echtgenoot richtte de tuinman al zijn affectie op Khala. &#8216;Voor mij bestaan alleen God en Khala,&#8217; zei hij vaak. Hij begroette haar steevast met een handkus en dan scharrelden ze samen door de tuin. Die oude vriendschap had iets troostends in een wereld waar zoveel kapot ging, vond Ward als ze de twee gadesloeg.<\/p>\n<p>Toen Khala en Ward naar Jordani\u00eb vertrokken, beloofde Abu Kassim dat hij in de tuin zou blijven werken. Khala wil weten hoe het met Abu Kassim gaat en hem wat extra geld toestoppen. Dat is mijn tweede opdracht in Bagdad. Maar Abu Kassim is moeilijk te traceren. De tuinman woont nu eens hier en dan weer daar en hij heeft geen telefoon. Het contact met de huurders van Khala&#8217;s huis, een familie die uit een andere wijk van Bagdad is gevlucht, verloopt te ongemakkelijk om hen in te schakelen. De meeste van de vroegere bewoners van de wijk zijn net als Ward en Khala vertrokken en de nieuwkomers kennen de tuinman niet. Ward vermoedt dat Abu Kassim soms op het terrein van het nabijgelegen ziekenhuis verblijft waar hij destijds ook in de tuin werkte.<\/p>\n<p>Na een paar vergeefse ritten en diverse telefoontjes met een bewaker van het hospitaal is Abu Kassim gevonden. De tuinman is zo opgewonden dat er nieuws van Khala is, dat het gesprek via de geleende mobiele telefoon van de bewaker nauwelijks tot hem doordringt. In zijn consternatie rent hij de straat op en pas bij een nieuw contact uren later, lukt het hem te overreden om te blijven waar hij is.<\/p>\n<p>In een nette lichtblauwe tuniek, een helderwitte tulband op zijn donkere, verweerde hoofd staat hij te wachten bij het ziekenhuis. Uit de laadbak van de pick-up naast de ingang komt de wee\u00eb geur van bebloed verband en stukken vlees. Rond het mortuarium een paar meter verderop hangt de stank van ontbinding. Een dag eerder zijn bij aanslagen tientallen mensen omgekomen.<\/p>\n<p>Abu Kassim is te opgewonden om er aandacht aan te besteden. Met snelle passen loopt hij naar zijn onderkomen, een verpleegsterskantoortje. In het rommelige hok ontvangt hij zijn bezoekers met zoveel mogelijk egards. Met een verwassen roze handdoek wappert hij het stof van de stoelen en het bureau en schuift hij dossiers opzij. Dan biedt hij blikjes cola en een glas groezelig water aan. &#8216;Ik heb over de man van Khala gedroomd,&#8217; zegt hij als hij eindelijk gaat zitten. Uitgebreid vertelt hij hoe ze samen door de omgeving van Mosul reisden en aten met de dorpsbewoners.<\/p>\n<p>Zoals Ward en Khala dachten, is hij in hun tuin blijven werken. Sto\u00efcijns vertelt hij: &#8216;Ik ben een simpel mens. Ik had niets met het conflict te maken.&#8217; Met trots laat hij de fiets zien waarop hij dwars door de vijandelijkheden reed: een dertig jaar oud vehikel met een bundel lappen in plaats van een zadel en een schop langs de stang gebonden. Ward en Khala maken zich zorgen over Abu Kassim, maar de bejaarde tuinman recht zijn rug en zegt: &#8216;Ik ben een sterke man en ik heb een baan. Wat er ook gebeurt, ik blijf in Bagdad. Zij zijn twee vrouwen alleen in Amerika. Hoe moeten ze zich daar redden?&#8217; Het duurt lang voordat hij bereid is de dollars die Ward voor hem meegaf aan te nemen. Zijn getaande gezicht vertrekt van ontroering en hij moffelt de envelop ongemakkelijk weg in zijn borstzak. &#8216;Doe Khala mijn groeten.&#8217; Hij spreidt zijn armen: &#8216;Groeten zo groot als het hele ziekenhuis.&#8217;<\/p>\n<p><b>Revanche<\/b><br \/>Het is een raadsel waar het favoriete album van Khala is gebleven. &#8216;Misschien zijn er toch nog foto&#8217;s achtergebleven bij de weduwe van mijn oom,&#8217; zegt Ward als ik haar bel. In mijn zwarte abaya rijd ik met Maysan en twee lijfwachten van haar man naar het huis van Wards overleden oom die de foto&#8217;s in eerste instantie in bewaring had. Het onbekende bezoek in het donker zet de wijk meteen op scherp. De auto is nog niet gestopt of uit de huizen komen potige mannen die ons de weg versperren. Maysan moet al haar overredingskracht gebruiken om door te mogen lopen. Door een kier van de metalen poort zegt de norse weduwe van Wards oom van niets te weten. Dan doet ze de zware deur zo snel mogelijk weer op slot.<\/p>\n<p>Toch is het nog altijd ruim tien kilo foto&#8217;s waarmee ik een paar dagen later de flat in Baltimore binnenkom. Even treurt Khala om het bericht dat de verzameling niet compleet is. &#8216;Kom op moeder, laten we kijken naar wat er wel is,&#8217; zegt Ward, en dan herneemt Khala zich. Ward lacht en huilt terwijl ze op de grond de honderden foto&#8217;s een voor een bekijkt. Khala overziet het familiearchief vanuit een leunstoel. Haar rechteroog is nog afgeplakt vanwege een recente staaroperatie, maar er ontgaat haar niets. Ze slaat opgewonden haar handen in elkaar als haar trouwfoto&#8217;s verschijnen. Zelfs de aankondiging van haar huwelijk blijkt in een van de tassen te zitten.<\/p>\n<p>Er komen ook onverwachte attributen tevoorschijn, zoals de speld die Khala als scheikundige kreeg ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de universiteit van Bagdad. &#8216;In Amman vroegen marktlieden of ik wel lezen en schrijven kon,&#8217; smaalt ze terwijl ze het insigne opspeldt. Als illegale vluchteling was ze in Jordani\u00eb niet in een positie om van zich af te bijten, maar nu neemt ze alsnog revanche.<\/p>\n<p>Ward vouwt een donkergeel verkleurde krant open en slaakt een kreet van verrassing. De voorpagina uit 1972 heeft een grote foto van haar vader bij het bericht dat na jaren van Brits monopolie de olie in Iraakse handen is gekomen. Ge\u00ebmotioneerd zegt ze: &#8216;Dagen was mijn vader van huis vanwege die onderhandelingen. Ik herinner me nog goed hoe hij ons &#8216;s nachts wakker maakte om te zeggen dat er de volgende dag iets belangrijks zou worden aangekondigd.&#8217; De krant is extra waardevol, omdat haar vader een paar jaar later vanwege kritiek op Saddam uit de gratie raakte. Hij werd ontslagen en zijn rol in de geschiedenis van de Iraakse olie werd doodgezwegen.<\/p>\n<p>Met haar ene oog bekijkt Khala de foto&#8217;s die ik van tuinman Abu Kassim maakte. Ze lacht om zijn oude fiets met de schop opzij en het rode kratje met tuingereedschap achterop. Dan staat ze met stramme benen op uit haar stoel en verdwijnt met een paar foto&#8217;s naar haar slaapkamer. Ward zet het portret van haar moeder in haar Parijse trouwjurk prominent in het zicht naast de televisie. Op het kleine balkon praat ze verder, een sigaret en een geurige kop Turkse koffie binnen handbereik. &#8216;Het is alsof we mijn vader nu bij ons hebben. Ons vertrek uit Bagdad voelde alsof we hem in de steek lieten.&#8217;<\/p>\n<p><b>Schuldgevoel<\/b><br \/>Lokale instanties noemen Ward een succesvolle vluchteling. Ze heeft een baan op de financi\u00eble afdeling van de International Rescue Committee, een organisatie die zich inzet voor vluchtelingen. Net als de client\u00e8le komen ook haar collega&#8217;s uit alle werelddelen en Ward geniet van die internationale sfeer. Sinds kort heeft ze een rijbewijs en langzaam maar zeker vindt ze haar weg in Baltimore. Ze neemt haar moeder regelmatig mee naar de haven met zijn promenade vol weelderige bougainville en uitzicht op de skyline van de stad. Tijdens die uitstapjes vertelt Khala haar dat ze dankbaar is dat ze na de angstige jaren in Bagdad een rustige oude dag heeft. Als ze langs de uitgestrekte begraafplaats met zerken in nette rijen rijden, zegt ze: &#8216;En ik krijg ook nog een vredig graf.&#8217;<\/p>\n<p>Voor Ward is het nieuwe bestaan complexer. Het schuldgevoel over haar vertrek uit Bagdad speelt haar regelmatig parten. Van haar vader erfde ze de opvatting dat een mens niet alleen voor zichzelf leeft, maar ook een bijdrage hoort te leveren aan zijn land. &#8216;Als het niet om mijn moeder was, zou ik misschien nu wel weer teruggaan naar Bagdad,&#8217; zegt ze. &#8216;Maar zolang ik hier ben, wil ik zoveel mogelijk leren.&#8217;<\/p>\n<p>Ironisch genoeg droomde ze er als meisje van in de Verenigde Staten te gaan studeren. Haar vader had er als een van de eerste Irakezen een PhD gehaald en hij sprak met warmte over het land. Jaarlijks gingen er kaarten heen en weer tussen Bagdad en Indiana, waar hij bij een gastgezin had gewoond. Maar onder het bewind van Saddam was het voor wie geen lid was van de Ba&#8217;ath-partij vrijwel onmogelijk te studeren in het buitenland. Inmiddels is het land van haar vroegere dromen toch ook het land van de vijand. &#8216;Zo wil ik niet denken, maar toch\u2026&#8217; Ze neemt een trek van haar sigaret en haar donkere ogen staren even in de verte voordat ze verder praat. &#8216;Vooral Abu Ghraib heeft iets in me kapotgemaakt.&#8217;<\/p>\n<p>Toch doet ze haar best haar draai te vinden in de Amerikaanse samenleving en wil ze niet alleen met Irakezen omgaan, zoals veel andere vluchtelingen doen. &#8216;Die klagen er met elkaar op los; en soennieten en sjiieten bekijken elkaar met argwaan,&#8217; zegt ze ge\u00ebrgerd. Dat merkt ze nu ze aanspreekpunt is geworden voor een familie uit Bagdad die nog maar net is aangekomen. Vrijwel dagelijks rinkelt de telefoon om raad. Ward probeert een balans te vinden tussen behulpzaam zijn en de familie haar eigen boontjes laten doppen. Het leidt regelmatig tot wederzijdse irritatie.<\/p>\n<p>Als de vader van het gezin opnieuw belt, is het niet om raad te vragen, maar vanwege slecht nieuws uit Bagdad. Na de bomaanslag op twee ministeries eerder op de dag, waarbij ongeveer honderd doden en honderden gewonden vielen, wordt zijn schoonzus vermist. &#8216;Haar handtas is al wel gevonden,&#8217; zegt Ward verslagen, terwijl ze het bericht tot zich door laat dringen. Een dag later komt het telefoontje dat haar lichaam is gevonden in het mortuarium. Khala kermt en legt verschrikt haar handen tegen haar oren. &#8216;Hoe moeten mensen daar toch leven?&#8217; mompelt ze. Terwijl op televisie de beelden van een rokende ravage en wanhopige gezichten zijn te zien, belt Ward naar haar vriendin Maysan. Tot haar opluchting zit iedereen veilig thuis in Aadhamiya. Maar de aanslag heeft de fragiele hoop een stevige knauw gegeven.<\/p>\n<p>De aanslagen zijn waarschijnlijk bedoeld om premier Maliki, die zich profileert als de man die het land veiliger maakte, onderuit te halen. En er moet sprake zijn van corruptie en medeplichtigheid van veiligheidstroepen, want de aanslagen die met wagens vol explosieven werden uitgevoerd, zijn gepleegd in de zwaarst bewaakte delen van de stad. Om haar moeder af te leiden, schakelt Ward over naar een Turkse soap. Ze verdwijnt in de keuken om thee te zetten en als ze met de glazen terugkomt, zegt ze: &#8216;Ik vraag me af wat mijn komst naar Baltimore me gebracht heeft. Ik ben weg uit de illegaliteit in Jordani\u00eb. Ik heb meer vrijheid. Maar als ik heel eerlijk ben: nog niet al te veel.&#8217; Dan vermant ze zich en zegt: &#8216;Nieuwe wortels hebben tijd nodig om te groeien.&#8217;<\/p>\n<p><b>De reis van Minka Nijhuis is gemaakt met steun van het Postcode Loterij Fonds en Freevoice<\/b><\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Ze konden niet al hun foto\u2019s meenemen toen ze vluchtten uit Irak, Ward en haar moeder Khala. Minka Nijhuis ging voor hen op zoek in Bagdad.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[47,71,193,69,917],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Minka Nijhuis","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/87023"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=87023"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/87023\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Minka Nijhuis","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=87023"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=87023"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=87023"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}