
 {"id":86421,"date":"2010-01-30T16:35:00","date_gmt":"2010-01-30T14:35:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/jan-blokker-de-krant-is-nog-lang-niet-dood\/"},"modified":"2010-01-30T16:35:00","modified_gmt":"2010-01-30T14:35:00","slug":"jan-blokker-de-krant-is-nog-lang-niet-dood","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/jan-blokker-de-krant-is-nog-lang-niet-dood\/","title":{"rendered":"Jan Blokker: &#8216;De krant is nog lang niet dood&#8217;"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><b>Ondanks zijn haperende gezondheid vecht Jan Blokker nog altijd voor de kwaliteitsjournalistiek. \u2018Nederlanders lullen liever.\u2019<\/b><\/p>\n<p>Amsterdam ligt aan zijn voeten, al vier weken lang. Vanaf de achtste verdieping van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis heeft Jan Blokker een magnifiek zicht over de stad. Nota bene vanuit dezelfde kamer waar een paar jaar geleden Kees Fens lag. &#8216;Die heeft kort voor zijn dood dit uitzicht nog prachtig beschreven.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Eind december moest Blokker (82) door de brandweer uit zijn huis worden getakeld en per ambulance naar het ziekenhuis worden vervoerd. Dubbele longontsteking. Geen lolletje, al helemaal niet voor iemand die nog maar \u00e9\u00e9n long heeft. Kwam er in het ziekenhuis nog eens een hartinfarct overheen. Inmiddels begint hij weer aardig op te knappen. Zijn armen zijn nog diepblauw van alle infusen en prikken, en hij ademt via een mondkapje, maar de lichtblauwe ogen staan helder en wilskrachtig. Tijdens het gesprek mag het kapje verruild worden voor twee kleine slangetjes in zijn neus. Als hij praat is tussen zijn woorden door voortdurend het frisse ruisen te horen van het apparaat dat hem van zuurstof voorziet. Zo zuiver van samenstelling, dat de brandweer het onverantwoord vindt om het zonder toezicht te gebruiken. Straks als hij weer thuis is &#8211; &#8216;terug in mijn eigen stank&#8217; &#8211; zal hij zich moeten redden met een concentrator, een machine die de lucht zuivert.<\/p>\n<p>Die longontsteking was uitzonderlijk heftig, zegt hij. &#8216;Ik was toch wel erg ziek. De dokters keken heel benauwd, verpleegsters begonnen me zorgzaam op mijn schouders te kloppen.&#8217; Bang was hij niet. Hij heeft van nature een groot vermogen om vervelende dingen te verdringen. Toen hij acht jaar geleden geopereerd moest worden aan longkanker ging hij daar ook sto\u00efcijns mee om. &#8216;Ik heb de kanker de toegang tot mijn geest ontzegd,&#8217; zei Blokker daar later over in VN. Deze keer was dat moeilijker. &#8216;Wat mij opbrak, was het zuurstofgebrek. Daardoor ga je hallucineren. Ik kan nooit onthouden wat ik precies droom, maar het hing in die eerste dagen steeds tegen nachtmerries aan. Zodra ik ontwaakte, gingen die dromen deel uitmaken van de werkelijkheid. Dat was echt eng.&#8217;<\/p>\n<p>Soms ging hij bewust op de rand van zijn bed zitten, dacht ferm: nu geen gezeur meer. Lichtje aan, boekje lezen. Hielp allemaal niks. &#8216;Zodra ik ging liggen, kwamen die dromen terug. Pas na een dikke week ging het langzaam beter.&#8217; Daarna had hij vooral de pest in. &#8216;Ik dacht, ik wil echt nog wel even. Ik liep aan mijn nieuwe boek te denken. Dan zou het toch wat lullig zijn om vlak daarvoor in een ziekenhuis dood te gaan.&#8217;<\/p>\n<p>Hoewel het herstel ophanden is, denkt Blokker niet dat hij aanwezig zal kunnen zijn bij de presentatie van Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek. Een bundel met bewerkingen van eerdere redes en stukken, die door grondig herschrijven tezamen een prachtig coherent beeld schetsen van de Nederlandse journalistiek. In tien vlot geschreven hoofdstukken fulmineert Blokker tegen het pessimisme dat sinds tien jaar de krantenjournalistiek domineert. De gedachte dat het internet de papieren krant definitief heeft ingehaald en zelfs overbodig heeft gemaakt, is volgens hem onzinnig. &#8216;Daar wilde ik beslist eens iets over zeggen.&#8217;<\/p>\n<p><b>Rechtse jongen<\/b><br \/>Het ontstaan van het boek is eigenlijk te danken aan Arendo Joustra. Aan hem heeft Blokker de bundel ook opgedragen. Ja, dat lijkt vreemd h\u00e8, beaamt de columnist. Wie had nou ooit kunnen denken dat Jan Blokker een boek zou opdragen aan de hoofdredacteur van Elsevier? Hij kent Joustra al sinds 1981. &#8216;Toen heb ik hem als adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant helpen aannemen. Ik zag in hem een briljant aanstormend talent.&#8217; Toen Blokker daarna naar de VPRO overstapte en Joustra voor Elsevier koos, verloren ze elkaar uit het oog. &#8216;In die tijd is Arendo een rechtse jongen geworden.&#8217; Een jaar geleden bereikte Blokker opeens een verzoek van Joustra. &#8216;Hij schreef: &#8220;Je hebt zo enorm veel stukken gemaakt over journalistiek. Zou je die niet eens bundelen?&#8221; Dat vond ik een erg aardige gedachte.&#8217;<\/p>\n<p>Blokker was eigenlijk met een ander project bezig, een boek met bespiegelingen van persoonlijker aard. Kijk, hier in de vensterbank ligt Familiearchief, het boek van historicus Ernst Kossmann dat hem op dat idee bracht. &#8216;Losvaste stukken, over zijn leven, over zijn verleden en zijn familie. Toen dat verscheen, zei ik tegen (uitgever) Mai Spijkers: eigenlijk moet je alle historici in Nederland die een beetje kunnen schrijven, vragen om zo&#8217;n boekje te maken. Wesseling heeft het gedaan, de oude Van Deursen is ermee bezig.&#8217; Nee, Geert Mak hoort wat hem betreft niet in dat rijtje thuis. &#8216;Dan zak je wel heel diep weg in het amateurwerk.&#8217; Mai Spijkers was wel voor het plan te porren. Hij vroeg of Blokker zelf ook niet wat voor zo&#8217;n boek zou voelen. &#8216;Ik zei: ik wil mezelf beslist niet in de categorie Kossmann indelen. Maar het idee om iets vast te leggen over mijn verleden sprak me wel aan. Daar was ik net mee bezig toen dat verzoek van Arendo kwam.&#8217;<\/p>\n<p>Hij heeft een groot voordeel bij het optekenen van herinneringen: hij beschikt over een fotografisch geheugen. &#8216;Misschien herinner ik me plekken wel scherper dan mensen. Ook plekken uit mijn vroegste jeugd. Ik ging naar school in de Chass\u00e9straat in Amsterdam. Om de hoek eindigde de straat in een sloot. Dat stukje straat kan ik mij nog buitengemeen scherp voor de geest halen.&#8217; En hij heeft natuurlijk ook foto&#8217;s bewaard die het verleden in kunnen kleuren. Die ene foto op die brug van de Keizersgracht bijvoorbeeld. Blokker is nog maar zeventien en staat op een zonnige voorjaarsdag met zijn klas te lachen naar de fotograaf. Het is april 1944, nog volop oorlog. Hij draagt een gekeerd pak van zijn vader. De volgende dag zullen ze aan hun eindexamen beginnen, oorlog of niet.<\/p>\n<p>Op de achtergrond de Westertoren \u00e9n het Achterhuis van Anne Frank, al had toen nog niemand van haar gehoord. &#8216;Het zou heel goed kunnen dat Anne op een verveelde ochtend naar buiten heeft gegluurd &#8211; over de kastanjeboom heen &#8211; en naar dat vrolijke tafereeltje heeft gekeken. Vanaf het moment dat ik me dat ben gaan realiseren, vind ik dat zo ontzettend aangrijpend. Al die dingen waarvan je later dacht, maar gingen die dan allemaal gewoon door? Het antwoord is: ja, die gingen gewoon door. De trams reden, de bakker verkocht brood en kinderen deden examen. En ondertussen zat ergens een meisje opgesloten dat verlangend naar dat gewone leven keek.&#8217;<\/p>\n<p><b>Zijn eigen internet<\/b><br \/>Dat verhaal belandde niet in dit nieuwe boek. Maar Blokker schrijft wel over het begin van zijn carri\u00e8re, toen hij in 1952 begon op de kunstredactie van Het Parool. Aanvankelijk dacht hij nog: mooi, ik heb een baan. &#8216;Totdat het besef kwam: hier hoor ik, dit is mijn vak.&#8217; En hij beschrijft het contact dat hij onderhield met Laurens ten Cate: &#8216;Voor mij een ongelofelijk aangrijpend verhaal, dat eigenlijk de kern is van waar het boek over gaat.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"figure--right\">\n<figure id=\"post-86421 media-86421\" class=\"align-none\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2010\/01\/0393cebc-6739-46fd-ad2d-5e5d329d49fa_janblokker_P4C5048-Edit1.jpg\" alt=\"\" border=\" \/><\/figure>\n<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Ten Cate werkte voor Het Vrije Volk en stapte later over naar de Friese Koerier. Tijdens vakanties in Friesland kwamen Blokker en Ten Cate elkaar eind jaren zestig vaak tegen. &#8216;Een ontzettend aardige man. Hij had een leuke vrouw, een mooie boerderij. Maar alles in zijn leven ging mis. Hij ging scheiden en kreeg een verschrikkelijk auto-ongeluk, dat enorme gaten in zijn geheugen veroorzaakte. De laatste jaren bezocht ik hem op een treurige etage in Amsterdam, waar hij naartoe was verhuisd. Daar zat hij, in zijn eentje in een naargeestig kamertje dat bezaaid was met kleine systeemkaartjes. Op die kaartjes schreef hij dingen die hij niet meer kon onthouden. Werkelijk overal liep een spoor van kaartjes; langs de wanden, over de boekenkasten. Elk kaartje verwees weer naar een ander kaartje. Op die manier kon hij toch nog kleine commentaartjes schrijven. In feite had Laurens zijn eigen internet uitgevonden. Een hero\u00efsche poging van iemand die wanhopig vecht tegen de gaten in zijn geheugen. Maar als ik eraan terugdenk, kan ik bijna wel huilen. Voor die man zou internet de meest fantastische uitvinding aller tijden geweest zijn. Had hij alles kunnen opzoeken. Laurens heeft het helaas niet meegemaakt.&#8217;<\/p>\n<p><i>Uw boek heet Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek. Is dat typisch Nederlands?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Ik heb in een paar hoofdstukken geprobeerd de gemankeerde relatie tussen de Nederlandse samenleving en de journalistiek te schetsen. Nederlanders houden niet van nieuwsgierigheid. Het gaat de buitenwacht geen donder aan wat voor problemen wij thuis hebben. Nederlanders hebben geen behoefte aan feiten, aan nieuws. Ze lullen liever. Het gaat bij ons vooral om opvattingen, meningen en opinies. Dat heeft ook de journalistiek getekend.&#8217;<\/p>\n<p><i>Hoe definieert u &#8216;journalistiek&#8217; precies?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Journalistiek is: het verzamelen en het verspreiden van relevante feiten. Dat is de essentie. Kranten hebben bij ons sinds hun ontstaan veel meer verslag gedaan van wat ze wenselijk vonden dan van wat er werkelijk gebeurde. Al die kranten hadden een idee van de maatschappij. Het moest rechtser danwel linkser. Daarop selecteerden ze niet alleen de feiten, ze kleurden ze ook. Voor mij heeft journalistiek te maken met alles wat er in de wereld gebeurt, los van politieke of ideologische overtuiging. Daar is bij ons geen sprake van. Zeker als je dat vergelijkt met Amerikaanse, Duitse of Franse kranten. De journalistiek in Nederland heeft een eeuw onder de verzuiling gezucht en is daardoor nooit echt volwassen geworden.&#8217;<\/p>\n<p><i>U schrijft dat opinie en debat het in de krant gewonnen hebben van de feiten.<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Precies. En dat geldt voor alle grote kranten, of het nou de Volkskrant is of NRC Handelsblad. Als je de opiniepagina&#8217;s bekijkt, zie je dat die kranten zich lenen aan iedereen die zich maar aandient, van Wilders tot Bos. Dat zijn geen journalistieke initiatieven, die kranten laten zich gewoon gebruiken.&#8217;<\/p>\n<p><i>Debat in je eigen krant is toch prachtig?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Niet op die manier. Je kunt een opinie journalistiek begeleiden. Neem dat proces tegen Wilders. Werkelijk iedere boerenlul heeft erover geschreven. Zoek liever de allerbeste jurist die er een stuk over kan schrijven. Wat vindt die man ervan? Vervolgens stuur je die opinie door naar weer vier anderen. Zo regisseer je een debat, zonder je uit te leveren. Maar ja, dat kost geld en doet een beroep op enige intelligentie.&#8217;<\/p>\n<p><i>U stapte vier jaar geleden over van de Volkskrant naar NRC Next. Hoe bevalt het onder uw nieuwe bazen Derk Sauer en Ruud Hendriks?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Ik heb ze nog nooit ontmoet. Van mijn zoon Bas (adjunct-hoofdredacteur bij NRC Handelsblad) hoor ik dat ze geregeld op de redactie komen. Tja, het is een merkwaardige gedachte. Ik heb er ook direct een column over geschreven. De NRC had natuurlijk nooit bij PCM gemoeten, met de Volkskrant als concurrent. Die scheiding was onvermijdelijk. De vraag is: in hoeverre denken Sauers, Hendriks en Frits Barend: &#8220;Ha, we hebben nu een krant en daar gaan we ons eens fijn me bemoeien.&#8221; Dat is in principe zo goed mogelijk afgedekt. Maar die neiging bij die mensen zal niet verdwijnen, maar juist eerder toenemen. Dat staat wel vast.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph-quote\">\n<blockquote>\n<p>&#8211; &#8216;De journalistiek in Nederland is nooit echt volwassen geworden&#8217;<\/p>\n<\/blockquote>\n<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><i>Hoort u niet in de gewone NRC te staan in plaats van in de Next?<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Ik heb Next zelf voorgesteld. Het was raar geweest om op de achterpagina naast Frits Abrahams te gaan staan. En ik mis de deftigheid voor de Forumpagina. Ik had graag op een nieuwspagina gestaan &#8211; ik schrijf journalistieke columns &#8211; maar dat zat er gewoon niet in.&#8217;<\/p>\n<p><i>U hebt decennia lang voor de Volkskrant geschreven. U moet die krant toch missen.<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Nee. Ik vind de Volkskrant er niet op vooruitgegaan. De krant is verrechtst, en dat tweede katern is echt een vod. Sport, kunst, boeken, alles door elkaar gedonderd. Een rotzooi.&#8217;<\/p>\n<p><i>U had bij die krant wel een vaste groep lezers. Die bent u kwijt.<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Helaas.&#8217;<\/p>\n<p><i>Bij NRC Next schrijft u voor een jonger publiek dat u nauwelijks kent.<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Dat is ontegenzeggelijk waar. Daarom deed het mij de afgelopen ook veel genoegen dat er door lezers werd gereageerd op mijn afwezigheid. Maar het NRC-publiek reageert wel wat meer secundair. Jan Tromp probeerde mij er in een interview voor de Volkskrant van te overtuigen dat ik er bij die krant op achteruit was gegaan. Een beetje schamperend: &#8220;Ja, die jongerenkrant.&#8221; Ik dacht: w\u00e1t een flauwekul. Jullie hadden bij de Volkskrant allemaal dolgraag zo&#8217;n krant gemaakt. Ik weet nog dat ik bij Pieter Broertjes het moment meemaakte waarop de PCM-directie de NRC toestemming gaf voor het plan om Next te maken. Hij was razend. Ik zei: Pieter, ik begrijp dat je de pest in hebt. Maar je moet vooral de pest in hebben omdat niemand bij jullie zoiets bedacht heeft. Het is namelijk een waanzinnig goed idee. Nadat ik ruzie met hem had gekregen, is Pieter nog \u00e9\u00e9n keer bij mij thuis geweest. De trap aflopend, riep hij: &#8220;Als je godverdomme maar niet naar Next gaat.&#8221;&#8216;<\/p>\n<p><i>Als je een mooie stoel in een ander huis neerzet, valt-ie soms opeens veel minder op.<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Daar ben ik van overtuigd. Ik heb vooral steeds het idee gehad: als ik maar geen Fremdk\u00f6rper ben. Ik weet nu dat ik dat niet ben. Maar ik heb ook altijd geweten dat het heel lang zou duren eer ik grip op die lezers zou kunnen krijgen.&#8217;<\/p>\n<p><i>Nog even over de Volkskrant: op het gebied van de columnistiek heeft zich daar de afgelopen vijf jaar een ongelofelijke kaalslag voorgedaan: CaMu verdween, Blokker stapte op, Martin Bril, Kees Fens en Michael Zeeman gingen dood\u2026<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Vreselijk. Echt vreselijk.&#8217;<\/p>\n<p><i>Maar Bert Wagendorp kw\u00e1m.<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Ik praat niet graag over andere columnisten. Bert schrijft net als ik journalistieke columns. Omdat dat een uitstervend genre is, vind ik dat wel mooi. Maar hij schrijft vaak hoofdartikelen; keurige stukjes, waar niets nieuws in staat. Hij neemt ook altijd \u00e9\u00e9n onderwerp. Als dat dan over iets gaat waar je alles al van weet\u2026 Er wordt nooit een switch gemaakt of een onverwachte associatie met wat anders. Ik vind het mooi als een columnist iets toevoegt aan wat jij en ik al weten. Zodat je denkt: verrek, zo kun je er ook tegenaan kijken. Je begrijpt de werkelijkheid vaak pas goed als je &#8216;m net een kwartslag draait.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph-quote\">\n<blockquote>\n<p>&#8211; Ik zie voortdurend de angst om voor ouwe lul te worden aangezien&#8217;<\/p>\n<\/blockquote>\n<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>In Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek is de opkomst van internet een centraal thema. De papieren krant zou volgens menigeen door het oprukkende world wide web aan zijn laatste stuiptrekkingen bezig zijn. D\u00e1\u00e1r kan Blokker nou echt giftig over worden. &#8216;Ik heb er in 2006 nog een fikse ruzie met Pieter Broertjes over gehad. Hij debiteerde in alle ernst: &#8220;De papieren krant wordt het speeltje van de elite.&#8221; Dat zul je als jong verslaggever je eigen hoofdredacteur maar horen zeggen.&#8217;<\/p>\n<p><i>Misschien was het wel een scherpe analyse van Broertjes.<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Welnee. De reden dat ik dit boek heb geschreven, is dat ik zie hoe de journalistiek wordt weggedaan door de journalistiek zelf. Door dat pessimisme van de laatste tien jaar hebben journalisten zichzelf uitgeleverd. En ik zie bij journalisten geen enkele tegenbeweging. Dat ergert mij mateloos. Er moet een nieuw elan komen. Het gaat mij helemaal niet specifiek om Broertjes. Alleen is hij toevallig w\u00e9l een groot deel van de afgelopen tien jaar voorzitter van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren geweest. Ik beschrijf in mijn boek de anekdote van de oude sportverslaggever van het Handelsblad. Na drie uitzendingen van Sport in Beeld stelde hij geslagen vast dat de geschreven sportjournalistiek definitief verloren was. Wie zou er ooit nog een verslag willen lezen van Ajax-Feyenoord? Een ontstellende misvatting natuurlijk. Datzelfde defaitisme zie ik opnieuw. &#8220;We zijn verloren, binnen een paar jaar staan we op straat.&#8221; Ik vind het weerzinwekkend. Internet is een hulpmiddel, geen noodlot. De krant is nog lang niet dood. Zolang er in dit land nog tweehonderd mensen te vinden zijn die het de moeite waard vinden om een kwaliteitskrant te maken, zal de krant blijven bestaan.&#8217;<\/p>\n<p><i>U haalt in het boek een paar keer fors uit naar Pieter Broertjes. Je zou het kunnen lezen als een flinke sneer naar hem.<\/i><\/p>\n<p>&#8216;Dat is echt onzin. Ik had aanvankelijk een noot getikt waarin stond dat het conflict dat ik met de Volkskrant en Broertjes heb gehad mijn mening niet heeft be\u00efnvloed. Die noot heb ik er weer uitgeflikkerd. Want Pieter zal kunnen getuigen dat we in ons laatste gesprek juist ruzie kregen over dit soort puur inhoudelijke zaken. Ik heb niks tegen Broertjes persoonlijk, vind hem een aardige vent. Maar hij gaat mij te veel door de pomp tegenover meneer Van Thillo. Terwijl ik juist zo graag een opgeheven hoofd wil zien. Zoals de oude politiecommissaris Nordholt die iedereen die aan zijn dienders kwam hoogstpersoonlijk op zijn sodemieter wilde geven. D\u00e1t verwacht ik van een hoofdredacteur en van het Genootschap van Hoofdredacteuren. <\/p>\n<p>Maar ik zie vooral bibberende knietjes. En ook voortdurend de angst om voor ouwe lul te worden aangezien. Doodsbang om voor gek te staan tegenover &#8220;de jongens van internet&#8221;. Die &#8220;jongens van internet&#8221; zijn nota bene jochies van zestien! En die worden al weer bijna van de bank geblazen door ventjes van twaalf. Ik ben twee\u00ebntachtig, maar als ik twee\u00ebndertig zou zijn, zou ik precies hetzelfde zeggen. Je moet waarden verdedigen die het w\u00e1\u00e1rd zijn om verdedigd te worden. Daarvan is de krant er \u00e9\u00e9n. Als de ontwikkelingen ertoe leiden dat er in dit land maar plaats is voor \u00e9\u00e9n kwaliteitskrant, dan ga ik er niet om rouwen. Maar laat dat dan verdomme w\u00e9l een kwaliteitskrant zijn.&#8217;<\/p>\n<p>Verrek, zit-ie zich toch op te winden. Niet goed voor zijn ademhaling natuurlijk. Hoog tijd om het zuurstofgehalte in zijn bloed weer even te meten, vindt de verpleegster. Gedwee schuift Blokker zijn vinger in het apparaat. &#8216;Je weet dat ik hier een hekel aan heb, h\u00e8?&#8217; Aandachtig, misschien zelfs wel gespannen kijkt hij naar de rode cijfers die in de display opknipperen. Er moet minimaal 90 staan, licht hij toe. Anders heeft hij duidelijk te weinig zuurstof in zijn bloed. 80 zegt het apparaat vervolgens. &#8216;Zie je nou wel,&#8217; mompelt Blokker, &#8216;ben ik toch overleden.&#8217;<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Ondanks zijn haperende gezondheid vecht Jan Blokker nog altijd voor de kwaliteitsjournalistiek. \u2018Nederlanders lullen liever.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":277201,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[47,85,83,399],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Coen Verbraak","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/86421"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=86421"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/86421\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Coen Verbraak","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media\/277201"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=86421"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=86421"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=86421"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}