
 {"id":82867,"date":"2010-04-24T00:00:00","date_gmt":"2010-04-23T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/ik-ben-liever-lelijk-dan-dood\/"},"modified":"2010-04-24T00:00:00","modified_gmt":"2010-04-23T22:00:00","slug":"ik-ben-liever-lelijk-dan-dood","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/ik-ben-liever-lelijk-dan-dood\/","title":{"rendered":"\u2018Ik ben liever lelijk dan dood\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Reportage \/ Leven in Kandahar<\/p>\n<p>De ommuurde binnenplaats is een mini-Keukenhof. Trots kijkt Gul Mohammad, medewerker van een hulporganisatie, naar de bonte overdaad van rozen en lupinen. &#8216;Kandahar is een stad van tuinen, en onze druiven en granaatappels zijn al eeuwenlang de beste van de wereld,&#8217; zegt hij. Het besef dat zijn geboorteplaats aan de strategische handelsroute een rijke geschiedenis heeft, biedt hem troost in de grimmige werkelijkheid van alledag. Op zijn laptop laat hij zien hoe onlangs ook in zijn leven het noodlot toesloeg. Op digitale foto&#8217;s is het hoofd van zijn schoonzoon, een zevenentwintigjarige chauffeur, ongeschonden, maar zijn shirt is bevlekt met bloed. Hij vervoerde druiven toen zijn vrachtwagen op een vroege avond eind december door een Amerikaanse helikopter onder vuur werd genomen. De schoonzoon was op slag dood, zijn collega raakte zijn onderbeen kwijt en de derde man herstelde na een verblijf in het ziekenhuis.<\/p>\n<p>De streek tussen Zabul en Kandahar, waar de vrachtwagen reed, is een beruchte doorgangsroute voor de taliban en iemand had de Amerikaanse troepen vertelt dat er strijders in de truck zaten. &#8216;Onderzoek naar wie die verkeerde informatie heeft verstrekt is er niet gedaan.&#8217;<\/p>\n<p>Mohammads gezicht onder de bruine tulband, dat door alle groeven zeker tien jaar ouder lijkt dan vijftig, vertrekt van ergernis. Gul Mohammad ziet het ongeluk als een voorbode van nog meer onheil voor de burgerbevolking nu de Amerikanen nieuwe militaire operaties hebben aangekondigd in de zuidelijke provincie Kandahar. Een paar dagen later blijken zijn woorden maar al te profetisch. Amerikaanse troepen openen even buiten de stad het vuur op een bus. Vier passagiers komen om, twaalf raken gewond. Een woedende menigte blokkeert de weg en roept &#8216;Dood aan Amerika.&#8217;<\/p>\n<p>De dertigduizend extra Amerikaanse troepen die onder regie van de regering-Obama naar Afghanistan worden gestuurd, en waarvan ongeveer de helft al is gearriveerd, gaan voor een belangrijk deel in het zuiden aan de slag. In het hart van het Pashtun-land waar de taliban hun thuisbasis hebben, moet het tij van de opstand worden gekeerd. De operatie zal zich vooral buiten de stad afspelen. In Kandahar zelf gaat naar verluidt de Afghaanse politie met steun van Amerikaanse en Canadese collega&#8217;s het voortouw nemen en zullen Amerikaanse elitetroepen gerichte missies uitvoeren. De eerste tekenen van grotere activiteit zijn al zichtbaar. Zandkleurige pantserwagens, uitgerust met mijnenvegers en andere zware apparatuur, lijken surrealistische elementen tussen de tweedehands Toyota&#8217;s, brommers en ezelkarren. Er zijn nieuwe politieposten, soms bestaande uit niet meer dan een paar zandzakken midden op de weg. Het merendeel van het verkeer kan echter zonder oponthoud passeren.<\/p>\n<p>Mijnexplosies<\/p>\n<p>De plannen stuiten op zorg en scepsis. Niet alleen vanwege de angst voor meer burgerslachtoffers, maar ook omdat vorige offensieven in 2006 de streek geen vrede brachten. &#8216;Als de buitenlandse troepen opnieuw alleen maar komen om te vechten en vervolgens weer vertrekken, is dat niet genoeg,&#8217; zegt stamleider en lid van de provinciale raad Hadji Agha Lalai. In zijn kantoortje is het een komen en gaan van spin giri, witte baarden, zoals de Pashtun-stamoudsten worden genoemd. &#8216;President Karzai moet actie ondernemen zodat er een goed bestuur komt. Aan alleen gevechten hebben we niets,&#8217; luidt ook hun mening. Ze behoren tot de groep van vijftienhonderd tribale leiders die president Hamid Karzai tijdens zijn bezoek aan Kandahar liet weten dat ze de plannen voor de militaire operatie niet steunen. De belofte van de president om in dat geval geen offensief te laten plaatsvinden, nemen ze niet serieus. Met koppen groene thee en een schaal amandelen en rozijnen op tafel vertellen ze over het leven in hun dorpen buiten de stad. De meeste Kandahari&#8217;s wagen zich daar al lang niet meer. &#8216;Er zijn dagelijks luchtaanvallen, mijnexplosies of aanslagen,&#8217; vertelt Hadji Said Ahmed uit het district Panjwai ten westen van Kandahar. Toen hij twee maanden geleden hoorde over nieuwe militaire operaties, verliet hij zijn wijngaarden en grond met granaatappelbomen en huurde een huis in Kandahar. &#8216;Verlies van bezit kan ik nog verdragen, maar verlies van mijn familie niet,&#8217; zegt hij. Ook de meeste andere van de tweeduizend gezinnen zijn de afgelopen drie maanden uit de omgeving vertrokken.<\/p>\n<p>Of hij in Kandahar veilig is? Hij schudt zijn hoofd en zegt dan: &#8216;Maar we zijn veiliger dan in mijn dorp en waar moeten we anders heen?&#8217;<\/p>\n<p>Onheilstijdingen<\/p>\n<p>De Afghaanse journalist Taimoor schetst de context waarin de militaire operatie in en rond Kandahar plaatsvindt. &#8216;Stammen,&#8217; zegt hij op enigszins misnoegde toon voordat hij zijn relaas begint. Net als veel andere jongere Afghanen moet hij niet veel hebben van de tribale tradities. Wat van een afstand nog een overzichtelijk spelersveld van taliban versus buitenlandse en Afghaanse troepen lijkt, wordt van dichtbij een ingewikkelde lappendeken van lokale machtsverhoudingen, vetes en rancunes. Van oudsher hebben de taliban in de zuidelijke en oostelijke Pashtun-gebieden meer aanhang dan in de rest van het land. Toen ze in het midden van de jaren negentig aan hun opmars in Afghanistan begonnen, was Kandahar hun thuisbasis. Maar de Pashtun-stammen zijn onderling ook flink verdeeld. Al eeuwenlang betwisten de twee grote confederaties, de Durrani en de Ghilzai, elkaar de macht. De Ghilzai steunden de taliban toen die in het begin van de jaren negentig met steun van studenten uit de madrasses in Pakistan aan hun opmars begonnen en nagenoeg het hele land veroverden. Met de komst van de buitenlandse troepen in 2001 veranderden de verhoudingen. De macht verschoof van de Ghilzai naar de rivaliserende Durrani, waarvan enkele Pashtun-stammen zoals de Barakzai en de Popolzai de geallieerde troepen hadden bijgestaan. &#8216;Die strijd speelt tot de dag van vandaag,&#8217; zegt Taimoor. De situatie is nog ingewikkelder omdat veel van de geschillen op lokaal niveau evenmin ideologisch zijn. Ze gaan over zar, zan en zamin: goud, vrouwen en land, zoals dat al eeuwenlang het geval is.<\/p>\n<p>Hoewel de gevechten voornamelijk buiten de stad zullen plaatsvinden, hebben de taliban volgens Taimoor ter voorbereiding op het offensief in sommige wijken hun aanwezigheid uitgebreid en wapens opgeslagen. &#8216;Ze kunnen in Kandahar doen en laten wat ze willen,&#8217; zegt hij. Terwijl de rustgevende klanken van de oproep tot gebed vanaf de moskee door de wijk zweven, begint zijn mobiele telefoon voor de zoveelste keer die avond te piepen. Het zijn sms-berichten van de woordvoerders van de taliban. &#8216;3 uur &#8217;s middags. In Khost. Een pantserwagen aangevallen. Drie gedood, twee gewond.&#8217; &#8217;11 uur &#8217;s ochtends. In Panshir. Twee buitenlandse jeeps vernield. Vijf doden.&#8217; Hij ontvangt tegenwoordig per dag een stuk of vijftien van dat soort onheilstijdingen, ook uit het voorheen rustiger noorden. &#8216;Meestal kloppen ze,&#8217; zegt hij terwijl hij zijn mobiele telefoon weer in zijn broekzak stopt.<\/p>\n<p>Even voorbij de tuin met overdadig bloeiende rozen herinnert de ingestorte achterkant eraan hoe ook het hotel ruim drie maanden geleden werd getroffen door een bom die op een ezelkar verborgen was. Twee bewakers van het hotel en een burger kwamen om.<\/p>\n<p>Haar kortgeknipt<\/p>\n<p>Ogenschijnlijk gaat het leven door. Het is druk rond de kleine lemen winkels met auto-onderdelen, gereedschap, fruit en huishoudelijke waren. Door de zonovergoten straten in het centrum stroomt onafgebroken toeterend verkeer. Anders dan in Kaboel zijn er nauwelijks vrouwen buiten. Slechts af en toe schuift een vaalgroene of blauwe boerka langs de gevels.<\/p>\n<p>In de beslotenheid van hun huizen of kantoren vertellen de Kandahari&#8217;s over hun angst voor de toekomst. &#8216;Ik blijf &#8217;s avonds binnen en ik vertel niet waar ik werk,&#8217; zegt Mustafa, een jonge medewerker in een schemerig bankkantoor met een dubbele rij bewakers en betonnen muren. &#8216;Ik laat mijn baard staan en ik heb mijn haar kortgeknipt.&#8217; Hij lacht onzeker. &#8216;Mijn vrienden zeggen dat het me niet staat, maar ik ben liever lelijk dan dood.&#8217;<\/p>\n<p>Hij denkt dat hij een doelwit voor de taliban is, omdat zijn bank ook internationale transacties doet en buitenlanders als klant heeft.<\/p>\n<p>Ook een jonge verpleegster in het Mirwais ziekenhuis is bang voor represailles. &#8216;De taliban willen niet dat vrouwen werken.&#8217; Een paar weken geleden maakte ze van dichtbij een aanslag mee. &#8216;Elke ochtend als ik mijn huis verlaat, ben ik bang dat ik niet meer thuis kom.&#8217; De serie bommen van vorige maand die aan ruim vijfendertig mensen het leven kostte en tientallen gewonden maakte, en die door de taliban werd opge\u00ebist, zit ook nog vers in haar geheugen. Het merendeel van het medisch personeel was in de operatiekamers en in haar eentje werkte ze &#8217;s nachts in de zaal vol met gewonden. &#8216;Ik was zo bang. Een vrouw stierf in een grote plas bloed.&#8217;<\/p>\n<p>Op de binnenplaats van het ziekenhuis zijn tenten opgezet om in geval van nood gewonden op te nemen. Aan personeel is een permanent tekort. &#8216;Niemand wil in Kandahar werken in deze situatie,&#8217; zegt Said Mohammed, een forse, zelfverzekerde chirurg die al vijfentwintig jaar in het ziekenhuis werkt en als geen ander weet wat de bevolking te wachten staat als de gevechten gaan toenemen. Zijn ziekenhuis is verantwoordelijk voor de medische zorg in de vijf onrustige zuidelijke provincies. Op het zaaltje boven zijn operatieruimte liggen vier jonge jongens met brandwonden van een bombardement. Een paar bedden verderop betast een jongen van zestien zijn bovenbeen, dat door twee kogels is verbrijzeld toen hij verzeild raakte in een vuurgevecht tussen buitenlandse troepen en de taliban. Op de vrouwenafdeling dommelt een meisje van een jaar of drie, dat gewond raakte door een mijn. &#8216;Zo gaat het dag in dag uit,&#8217; zegt de chirurg. Kernachtig geeft hij zijn mening: &#8216;Dertig jaar oorlog. Iedereen is beschadigd.&#8217; Onder het blauwe operatiekapje versombert zijn blik. &#8216;Mijn vader wilde al vrede en zijn wens is nu de mijne.&#8217; Maar die vrede zal er volgens hem voorlopig niet komen. Hij haalt een uitdrukking aan die veel Kandahari&#8217;s bezigen: &#8216;Gisteren was beter dan vandaag en vandaag zal beter zijn dan morgen.&#8217;<\/p>\n<p>Wreed maar snel<\/p>\n<p>De taliban hebben het vooral voorzien op overheidsfunctionarissen, politieagenten en Afghanen die voor buitenlandse troepen werken. Overheidskantoren gaan schuil achter betonnen muren en hoogwaardigheidsbekleders laten zich maar zelden in het openbaar zien. Politieposten lijken met hagen van grindzakken, prikkeldraad en uitkijktorens op militaire bases. Een deel van de ingang van het hoofdkantoor van de politie ligt nog in puin na de aanslag van vorige maand. Vanachter het gordijn van een wachthokje op het terrein komen hasjdampen. In de gang van het kantoor boven overheerst de stank van urine. &#8216;De politie is er niet voor een groep maar voor allen&#8217;, zegt een plakkaat aan de afgebladderde wand. Een ander schrijfsel maant: &#8216;Politieagenten moeten discipline hebben en het juiste uniform dragen&#8217;.<\/p>\n<p>In een grote kamer met brede bankstellen en vijf grote plastic bloemstukken houdt politiecommandant Fazl Ahmad Sherzad zich op de vlakte over hoe de aanslagen in het hart van de stad kunnen plaatsvinden. &#8216;In andere landen gebeurt dat ook. En de terroristen hebben steun uit het buitenland.&#8217;<\/p>\n<p>Pas als hem gevraagd wordt of hij zijn zoon zou afstaan om de politiemacht te versterken, zoals president Karzai tijdens zijn bezoek aan Kandahar vroeg, ontdooit hij enigszins en zegt hoofdschuddend: &#8216;Dat is een veel te gevaarlijk bestaan.&#8217; En hij voegt er aan toe: &#8216;Zelf zou ik die vergissing ook niet meer maken als ik mijn leven over mocht doen.&#8217;<\/p>\n<p>Om de veiligheid te verbeteren, wil hij de politiemacht voor de provincie laten toenemen van 5000 naar 6500. &#8216;Wij proberen uit te breiden en zij proberen ons te stoppen.&#8217;<\/p>\n<p>Vergroting van de politiemacht heeft een hoge prioriteit in de plannen om van Afghanistan een veiliger land te maken. Stanley McChrystal, het hoofd van de NAVO-troepen, pleit voor een snelle verhoging van het landelijke aantal agenten van 84.000 naar 160.000. Maar Mohammad Musa Mahmodi van de AIHRC, de Afghaanse onafhankelijke mensenrechtencommissie, heeft bedenkingen. &#8216;Als de uitbreiding niet binnen de juiste structuur plaatsvindt en niet goed wordt gemonitord, betekent het slechts een toename van kwantiteit en niet van kwaliteit. Dat kan zelfs contraproductief werken.&#8217; Bovendien is de politie niet neutraal. &#8216;Vaak ligt de loyaliteit van agenten bij lokale machthebbers zoals een politieke partij of een stamleider, en ook dat belemmert het opzetten van een professioneel politieapparaat.&#8217;<\/p>\n<p>Afghaanse agenten hebben een geschiedenis van corruptie, drugsgebruik en afpersing. Veel inwoners van Kandahar hebben weinig vertrouwen in de mannen in hun muisgrijze uniformen. Het woord politie veroorzaakt meestal hoongelach en moeiteloos noemen de Kandahari&#8217;s voorbeelden van afpersing, en van vrijlating van criminelen in ruil voor steekpenningen of door druk van hogerhand. Ontvoeringen waarbij de politie betrokken blijkt komen regelmatig voor.<\/p>\n<p>Overheid en instituties zijn in het onrustige zuiden nog zwakker dan elders. Krijgsheren en criminele syndicaten maken de dienst uit in de Kandahar, een stad van ongeveer achthonderdduizend inwoners (een miljoen, zeggen de Kandahari&#8217;s zelf &#8211; er is al decennia geen volkstelling meer geweest). Een deel van het geweld komt uit hun gelederen. Het machtigst zijn twee families: de Sherzais van de Barakzai-stam, de verwanten van de ex-gouverneur Gul Agha Sherzai, en de Karzais van de Popolzai-stam, de familie van Ahmad Wali Karzai, de halfbroer van de president die ook de provinciale raad leidt. Ze confisqueren land, krijgen via buitenlandse connecties lucratieve contracten in de bouw en voor aanleg van wegen toegespeeld en zijn volgens hardnekkige geruchten betrokken bij opiumhandel. Dat het hun goed gaat, is te zien aan de enorme huizen achter grindzakken die bewaakt worden door milities van de krijgsheren. Ook in Kaboel bezitten ze kasten van huizen. &#8216;Zij zijn de grootste dieven van allemaal,&#8217; zegt een zakenman in Kandahar die in het kantoor van een vriend op schampere toon de wetteloze stand van zaken uit de doeken doet. Hij is niet de enige die vertelt dat de anarchie en corruptie voeding geven aan steun voor de taliban. &#8216;Mensen kiezen uit twee kwaden de minst slechte.&#8217;<\/p>\n<p>Buiten de stad houden de taliban hun eigen rechtspraak. &#8216;Wreed, maar snel en zonder corruptie,&#8217; zegt een Kandahari. In de stad slepen zaken eindeloos en degene die het meest betaalt, wint. In het begin van de jaren negentig werden de taliban door veel Afghanen verwelkomd omdat ze een einde maakten aan jarenlang mujahedin-geweld en wijdverspreide corruptie.<\/p>\n<p>In priv\u00e9gesprekken geven Amerikanen toe dat Ahmad Wali Karzai een probleem is. Maar de halfbroer van de president is een belangrijk aanspreekpunt in de stammenwirwar en hij zorgt voor een zekere controle. Bovendien werkt hij samen met de CIA, onder andere bij het rekruteren van manschappen voor een paramilitaire groep die missies uitvoert voor de Amerikaanse inlichtingendienst. Die hulp is met het oog op de komende operaties extra welkom. Er is bovendien angst voor militaire manoeuvres van zijn achterban als AWK, zoals hij in de buitenlandse wandelgangen wordt genoemd, zijn positie zou kwijtraken.<\/p>\n<p>Opgepompte Rambo&#8217;s<\/p>\n<p>De Kandahar Coffee Shop is een populaire pleisterplaats onder jonge Kandahari&#8217;s. Het caf\u00e9 met blauwe pluche fauteuils heeft een flatscreen, een snookerruimte en een hoek die fungeert als internetcaf\u00e9. Aan de wand prijken glanzende posters van opgepompte Rambo&#8217;s en lokale voetbalhelden. &#8216;Elk moment kan er iets gebeuren. We zijn tegenwoordig altijd op onze hoede,&#8217; zegt Nawid Safi, een twee\u00ebntwintigjarige aanstaande ingenieur, over het geweld in de stad. Hij vertelt dat het een gewoonte is geworden om altijd om je heen te kijken. Het leven van de studenten is beperkt. Buiten de stad komen ze niet en de Coffee Shop is de enige plaats waar ze veilig geestverwanten kunnen treffen. Als de hitte afneemt, verkassen ze van hun vaste stek aan het raam naar het terras met kussens en kleden dat uitzicht biedt over de verkeersrotonde, de lemen winkels en de verkeersader die de stad uit voert. Ongezoutener dan de oudere generatie geven de jongeren hun mening. Van de taliban moeten ze niets hebben, maar van de huidige leiders evenmin. Die nemen alleen maar beslissingen voor hun eigen achterban, niet voor het land, en daar moeten we vanaf, zeggen Safi en zijn vrienden.<\/p>\n<p>Een jonge tolk die voor de Canadese troepen werkt, zegt: &#8216;President Karzai heeft tijdens zijn bezoek aan Kandahar laten weten dat hij de problemen in de stad kent. Daar moet hij dan wat aan doen.&#8217; In onvervalst Amerikaans besluit hij: &#8216;Een plan, dat willen we horen.&#8217;<\/p>\n<p>Deze reportage kwam mede tot stand dankzij een bijdrage van het Postcode Loterij Fonds voor journalisten\/Free Voice.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De VS hebben nieuwe militaire operaties aangekondigd in Kandahar, het hart van de taliban. De Kandahari\u2019s zien de toekomst met angst tegemoet.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-82867","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Minka Nijhuis","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/82867","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=82867"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/82867\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Minka Nijhuis","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=82867"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=82867"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}