
 {"id":77941,"date":"2010-09-11T00:00:00","date_gmt":"2010-09-10T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/waarom-een-rijk-land-arm-blijft\/"},"modified":"2010-09-11T00:00:00","modified_gmt":"2010-09-10T22:00:00","slug":"waarom-een-rijk-land-arm-blijft","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/waarom-een-rijk-land-arm-blijft\/","title":{"rendered":"Waarom een rijk land arm blijft"},"content":{"rendered":"<p>Reportage \/ Surinaams bauxietverdriet<\/p>\n<p>Een hete ochtend in Onverdacht, een dorp op een half uur rijden van Paramaribo. Op een beschutte plaats in de savanne ligt een ruime compound met vijftig luxueuze huizen. Airco, warm water, een groot zwembad, onberispelijk onderhouden tuinen en grasvelden: de bewaker prijst het aan alsof hij voor de poort van een viersterrenvakantiepark zit. Maar vorig jaar is de laatste bewoner vertrokken en het is hem een raadsel of het onderkomen een nieuwe bestemming krijgt. Eerlijk gezegd maakt hij zich best zorgen om zijn baan.<\/p>\n<p>Ook bij de kantoren even verderop en bij de toegangspoort naar het mijngebied is het stil. Het postkantoor is al maanden gesloten, de postbussen roesten weg en de pinautomaten zijn buiten werking. De hefboom gaat omhoog voor de frisdrankleverancier. De beheerder van de bedrijfskantine zegt dat hij het niet over zijn hart kan verkrijgen om te stoppen: &#8216;Ik heb hier zo lang gewerkt; dat geef je niet zomaar op. Er zijn altijd wel een paar buurtbewoners die een bakje rijst komen halen.&#8217;<\/p>\n<p>Nog niet zo lang geleden vormden de nu leegstaande kantoren het onderkomen van Billiton, een van oudsher Nederlands grondstoffenbedrijf. De compound bood tot anderhalf jaar terug onderdak aan de stafleden van de onderneming. Ruim zestig jaar lang leverde Billiton een grote bijdrage aan de Surinaamse economie met de winning en export van bauxiet. Onverdacht heette in de volksmond al snel &#8216;Billiton-dorp&#8217;. Maar nu ligt de Surinaamse bauxietindustrie grotendeels stil, heeft Billiton het land de rug toegekeerd en valt er in Billiton-dorp weinig meer te beleven.<\/p>\n<p>Grote witte baard<\/p>\n<p>Op het adres Onverdacht-zijstraat 7 woont Orlando Wijks. Sinds twee jaar werkt hij als automonteur, met een garage op zijn eigen erf. Hiervoor was hij bij Billiton jarenlang in de weer met bulldozers en draglines &#8211; het zware materieel waarmee de eerste laag van de aardkorst in het mijngebied werd afgebikt. Wijks veegt de rug van zijn hand af aan zijn vaaloranje overall, waarop met enige moeite het ooit lichtgevende logo van zijn voormalige werkgever is te herkennen. Als het moet kan hij de hele dag over &#8216;de&#8217; Billiton vertellen. &#8216;In de beste jaren werkten we met zeker vijftienhonderd man in het mijngebied. Op Billiton-dorp was het een gezellige boel en voor vermaak hoefde je echt niet naar de stad. We hadden genoeg caf\u00e9s, de recreatiezaal zat altijd vol en in Paranam, bij de fabriek, kon je naar de bioscoop.&#8217; Vol lof spreekt hij over &#8216;Pa Scheltus&#8217;. Want met &#8216;deze meneer&#8217; is het allemaal begonnen. &#8216;Pa Scheltus reed lange tijd in een Citro\u00ebn, de enige in het land. Eigenlijk was hij een witte Surinamer; hij wilde hier nooit meer weg. Elk jaar speelde hij Sinterklaas voor alle kinderen uit het dorp. Schminken hoefde bijna niet; hij had van zichzelf al een grote witte baard.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Pa Scheltus&#8217; is de Nederlandse ingenieur Jaap Scheltus. In 1939 werd hij door Billiton naar Suriname gestuurd voor een paar proefboringen. De drie andere leden van zijn onderzoeksteam hielden het na weken van vergeefse pogingen voor gezien, maar Scheltus besloot nog even door te zetten. Korte tijd later, bij Onverdacht was het raak. Hoogwaardige bauxiet, met een percentage van tegen de vijftig procent. Dat was het begin van Billiton Suriname.<\/p>\n<p>Drie jaar later verscheepte het bedrijf de eerste tonnen bauxiet naar de VS. Dat land had Suriname in bescherming genomen bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Omdat kolonisator Nederland de handen vol had aan zijn eigen problemen en omdat de Amerikanen grote interesse hadden in de Surinaamse bauxietvoorraden. Immers, alleen met voldoende aluminium, het eindproduct van bauxiet, kon de VS een vliegtuigindustrie opbouwen om de Duitsers te verslaan. In 1943 verzorgde Suriname tweederde van de Amerikaanse bauxietbehoefte. Ook na de oorlog bleef Suriname bauxiet exporteren; het sterke maar zeer lichte en corrosiebestendige aluminium kreeg steeds meer toepassingen, van bouwmateriaal en wegwerpblikjes tot speelgoed. In de jaren vijftig en zestig was Suriname goed voor twintig procent van de mondiale bauxietproductie.<\/p>\n<p>Na de bouw van een verwerkingsfabriek in Paranam, een paar kilometer van Onverdacht, gingen ook steeds meer tonnen van het halffabrikaat aluinaarde de grens over. De productie was in handen van twee multinationals. Billiton nam de mijnbouw voor zijn rekening, terwijl Suralco, een dochter van het Amerikaanse aluminiumbedrijf Alcoa, de raffinage tot aluinaarde verzorgde.<\/p>\n<p>In 1958 sloot de Surinaamse overheid met Alcoa de zogeheten Brokopondo-overeenkomst. Alcoa kreeg voor vijfenzeventig jaar bauxietconcessies in ruil voor de aanleg van het Brokopondostuwmeer en een waterkrachtcentrale in de loop van de Surinamerivier. Een gebied ter grootte van de provincie Utrecht werd ervoor onder water gezet. Behalve de aluinaardefabriek en een &#8211; inmiddels ontmantelde aluminiumsmelter &#8211; wordt tot op de dag van vandaag ook Paramaribo door de centrale van stroom voorzien.<\/p>\n<p>De paar duizend arbeiders voor de mijnen en de fabriek kwamen dagelijks met busjes uit de hoofdstad of op eigen gelegenheid uit de directe omgeving. Werknemers die direct oproepbaar moesten zijn, voor bijvoorbeeld onderhoud of beveiliging, woonden op plantage Onverdacht. Voor de stafleden, voornamelijk Amerikaanse en Hollandse expats, werden twee compounds aangelegd.<\/p>\n<p>Moederborst<\/p>\n<p>Plantage Onverwacht ligt op een paar kilometer van de bauxietmijn. Lage, houten woningen herinneren aan de slaventijd, toen verderop tabak werd verbouwd. Na de afschaffing van de slavernij in 1863 kochten een paar slaven voor een symbolisch bedrag de grond om er een houtbedrijf op te zetten. Dat leverde werk op voor een paar generaties, maar daarna kwam de werkgelegenheid voornamelijk van de bauxietwinning. Veel bewoners van Onverwacht werkten in het grondverzet, als truckchauffeur, als bewaker, of als onderhoudsmonteur, zoals Stuart Vyent (83). Zijn hele leven werkte hij afwisselend voor Billiton en Suralco, net hoe het uitkwam. Vyent pakt hoed en wandelstok voor een bezoek aan zijn &#8216;mattie&#8217; Charles Pocorni. Die is net even jonger en heeft nog niet zo&#8217;n last van geheugenverlies.<\/p>\n<p>Drie straten verderop zit Pocorni in blote bast voor zijn huis. Zevenendertig jaar lang verdiende hij zijn geld als directiechauffeur bij Billiton. Om de twee jaar een splinternieuwe wagen en altijd een topmerk. En niet dat hij nou zo geweldig reed, maar hij heeft in al die jaren nooit een aanrijding gehad. Tegenwoordig geniet hij van zijn pensioentje: elfhonderd Surinaamse dollar (ruim tweehonderdvijftig euro) per maand; een kapitaal vergeleken met de AOW van een paar tientjes. Stuart Vyent, die het langst in dienst was bij Suralco, moet het doen met zeshonderd Surinaamse dollar pensioen. &#8216;Maar dat heb je nu eenmaal met Amerikanen, die nemen het niet zo nauw met de sociale voorzieningen.&#8217;<\/p>\n<p>Voor Pocorni gold Billiton als een echte moedermaatschappij, en dat bedoelt hij letterlijk. &#8216;Lek wan bobbi&#8217;, typeert hij het bedrijf, &#8216;zoals de moederborst&#8217;. Theatraal kust hij zijn vingertoppen alsof hem zojuist de onovertroffen pom van zijn tante is voorgezet. Pocorni benadrukt dat Billiton van begin af aan goed voor zijn mensen zorgde. Zo kon het personeel in de bedrijfswinkel voor vier gulden een baal rijst van vijftig kilo kopen. Er werden ook korte broeken, beddegoed en rijstkokers verkocht, allemaal voor een prikkie. Vyent kan zich nog goed voor de geest halen dat bij de geboorte van prins Willem-Alexander alle werknemers een tegoedbon van een rijksdaalder kregen. &#8216;Dat werd een groot feest natuurlijk. Een djogo, een literfles Parbo-bier, kostte toen twee kwartjes. &#8217;s Avonds was iedereen straalbezopen.&#8217; Bij het begin van de zomervakantie en met Kerstmis kon iedereen een aardige bonus verwachten. Pocorni: &#8216;Wi libi switi. Als je een goeie meid zocht, was je binnen met zo&#8217;n baan. Dat stond in veel hoger aanzien dan werken voor de overheid.&#8217; Toch bekruipt Pocorni soms het gevoel dat hij en zijn collega&#8217;s al die jaren door de &#8216;company&#8217; zijn onderbetaald. &#8216;Kijk maar hoeveel honderden miljoenen ze hebben overgehouden aan onze bauxiet.&#8217;<\/p>\n<p>Bodem in zicht<\/p>\n<p>Hoewel Suriname in de jaren tachtig en negentig werd voorbijgestreefd door Australi\u00eb, Brazili\u00eb en China, bleef de bauxietproductie op peil met jaarlijks vier miljoen ton. De sector was goed voor bijna driekwart van de export, tien procent van de werkgelegenheid en ruim eenvierde van alle overheidsinkomsten. Tot begin deze eeuw bij Onverdacht, en ook bij het plaatsje Moengo in het oosten, de bodem van de mijnen in zicht kwam. Geen nood, bauxiet genoeg in Suriname. In het Bakhuisgebergte in West-Suriname zit nog minstens 325 miljoen ton in de grond; goed voor nog eens honderd jaar bauxietwinning.<\/p>\n<p>De vraag is alleen wie deze nieuwe bauxietvelden moet gaan exploiteren. Billiton, inmiddels overgegaan in Australische handen, begon in 2003 een tweejarig onderzoek naar de reserves in het westen. Tegelijkertijd liet Suralco een haalbaarheidsstudie verrichten naar de aanleg van een nieuwe waterkrachtcentrale, gekoppeld aan een aluminiumsmelter. Beide wilden honderden miljoenen dollars investeren en openden begin 2007 de onderhandelingen met de Surinaamse overheid. Om die anderhalf jaar later gedesillusioneerd weer af te breken. Het gat tussen de eisen van de staat en het rendement voor de bedrijven bleek te groot.<\/p>\n<p>Suralco besloot zijn werkzaamheden op termijn te verplaatsen naar de nieuwe, maar veel kleinere bauxietvoorraden in Oost-Suriname. Bovendien loopt de Brokopondo-overeenkomst tussen moederbedrijf Alcoa en de staat nog door tot 2033. Billiton maakte bekend zich in 2010 terug te trekken uit Suriname. Daarmee zouden duizenden directe en indirecte arbeidsplaatsen verdwijnen. Een deel van de elfhonderd personeelsleden en contractarbeiders kon terecht bij Suralco, dat alle activiteiten en aandelen van Billiton overnam. Maar de vele winkeliers, schoonmakers, tuinmannen en chauffeurs hadden niet meteen een alternatief.<\/p>\n<p>Partijpolitiek en eigenbelang<\/p>\n<p>Tja, zegt John Sew A Tjon, die als general manager namens BHP Billiton met de Surinaamse overheid aan de onderhandelingstafel zat, je kunt het een investeerder natuurlijk niet kwalijk nemen dat hij zich ook elders in de wereld ori\u00ebnteert. &#8216;In Guinee, Australi\u00eb en Brazili\u00eb zijn grotere ertsreserves gevonden, terwijl daar minder geld nodig is voor infrastructuur en productie.&#8217; Maar Sew A Tjon verwijst ook naar de Surinaamse samenleving, waarin nog altijd het gevoel overheerst dat westerse maatschappijen ook na de koloniale tijd vrolijk verder zijn gegaan met het plunderen van Surinaamse bodemschatten. Dat gevoel werd alleen maar sterker met de enorme inflatie in de jaren tachtig. Suralco en Billiton droegen lange tijd een deel van hun winst af in Surinaamse guldens, maar bij een steeds verder wegzakkende munt bleef er uiteindelijk bar weinig over van die winstbelasting. Ook dat gegeven, meent Sew A Tjon, was voor de Surinaamse overheid reden haar tanden te laten zien tijdens de gesprekken over de nieuwe bauxietvoorraden in West-Suriname.<\/p>\n<p>John Sew A Tjon vindt dat het de overheid vooral heeft ontbroken aan een heldere strategie. En niet alleen tijdens de onderhandelingen over West-Suriname. Hij legt uit dat Suriname altijd heeft verdiend aan bauxiet, maar nooit in de sector heeft ge\u00efnvesteerd. &#8216;Met die inkomsten hadden ze lokale bedrijven bij het proces moeten betrekken. Dan blijft steeds meer geld in eigen land, is het mogelijk kader op te leiden en heb je op termijn steeds minder buitenlandse expertise nodig. En dat is nou precies wat ze al die jaren hebben nagelaten.&#8217;<\/p>\n<p>Om daar verandering in te brengen richtte de overheid in 2009 het staatsbedrijf Alumsur op. Het doel daarvan was om zo veel mogelijk bauxietopbrengsten in eigen land te houden en onder strakke voorwaarden samen te werken met buitenlandse partners. Maar Alumsur is niet meer dan een papieren vennootschap; er is nog geen grammetje erts gedolven. Omdat investeerders maar ook het Surinaamse parlement de beslissing om samen te werken opschortten in afwachting van de parlementsverkiezingen van afgelopen mei. Een van de kerngedachten van de nieuwe regering-Bouterse is om Suriname nu eindelijk zelf te laten profiteren van haar rijkdommen. Jim Hok, minister van Natuurlijke Hulpbronnen, heeft de mond vol van een een &#8216;compleet nieuw beleid&#8217;. Maar of dat straks leidt tot een nieuwe impuls voor de bauxietindustrie is de vraag.<\/p>\n<p>Nog altijd pendelen er Isuzu-busjes tussen de aluinaardefabriek van Suralo en de stad. Maar wie nog werkt, doet dat op contractbasis. Vorig jaar besloot Suralco de productie met veertig procent terug te schroeven, omdat de bauxietprijzen op de wereldmarkt fors waren gekelderd. Waar de overheid in 2000 nog bijna eenderde van alle inkomsten kon bijschrijven uit de bauxietwinning, was dat aandeel in 2008 geslonken naar nog geen tien procent en blijft daar naar verwachting over 2009 nog maar een paar procent van over.<\/p>\n<p>Funest<\/p>\n<p>De Surinaamse socioloog Deryck Ferrier, die al jaren de bauxietsector volgt, verwacht dat Suralco binnenkort nog minder gaat produceren. Over vier jaar zijn alle bestaande mijnen uitgeput en wordt het terrein mogelijk verlegd naar het Nassaugebergte aan de grens met Frans-Guyana. Daar zijn ook nieuwe goudvoorraden ontdekt, zodat de investeringen met een goudbedrijf kunnen worden gedeeld. Maar Suralco heeft daar geen haast mee zolang de aluminiumprijzen niet omhoog gaan. De directie doet er verder het zwijgen toe.<\/p>\n<p>Dreigt met het vertrek van Billiton, de teruglopende vraag naar bauxiet en het gebrek aan politieke daadkracht een ramp voor de Surinaamse economie? Volgens socioloog Ferrier w\u00e9l. Goed, de inkomstenderving in de bauxietsector valt grotendeels weg door de hogere opbrengsten uit aardolie en vooral goud. Nu op de wereldmarkt de goudprijs van het ene naar het andere record snelt, hebben Surinaamse goudbedrijven de productie opgevoerd, en de overheid profiteert mee omdat zij een vast percentage aan royalty&#8217;s opstrijkt. Maar volgens Ferrier is dat juist funest voor zijn land: &#8216;Qua welvaart en ontwikkeling ontstaat nauwelijks een rimpeling nu het minder gaat in de bauxiet. De inkomsten blijven op hetzelfde peil, terwijl de Surinamers er niets voor hoeven te doen. Zo krijgen we hier natuurlijk nooit enige ondernemingsgeest.&#8217;<\/p>\n<p>Wat er met Billiton-dorp gaat gebeuren, weet niemand. Het lijkt oud-Billiton-monteur Orlando Wijks stug dat Suralco binnenkort mensen uit hun huis gaat zetten. Wel moeten de bewoners sinds vorig jaar zelf hun rekeningen voor water en elektra betalen, een geheel nieuwe ervaring. Naar eigen zeggen is hij een van de weinige oud-werknemers van Billiton die in het dorp zijn achtergebleven. Veel van zijn leeftijdgenoten zijn overleden, de rest is naar Paramaribo vertrokken. Het verhaal was dat veel personeelsleden door Suralco zouden worden overgenomen, maar volgens Wijks zijn dat er hooguit een stuk of zeventig geweest. De anderen zijn &#8216;afgevloeid&#8217;, waarbij het dienstverband tegen een geringe vergoeding is afgekocht.<\/p>\n<p>Niet ver van Wijks&#8217; huis hangt een plukje mannen rond bij de ingang van de supermarkt. Een oudere man in een shirt van FC Barcelona komt langs met een juten zak vol awara&#8217;s, de harde oranje vruchtjes waar iedere Surinamer graag zijn tanden op stuk bijt. Niet dat hij iets verkoopt. De mannen lopen zelf wel even het bos in om awara&#8217;s te rapen.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Er zit nog voor een eeuw bauxiet in hun grond, maar of het de Surinamers lukt er ooit van te profiteren&#8230;<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-77941","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Diederik Samwel","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/77941","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=77941"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/77941\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Diederik Samwel","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=77941"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=77941"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}