
 {"id":67755,"date":"2011-06-11T00:00:00","date_gmt":"2011-06-10T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/nooit-meer-lelijk-ziek-of-saai\/"},"modified":"2011-06-11T00:00:00","modified_gmt":"2011-06-10T22:00:00","slug":"nooit-meer-lelijk-ziek-of-saai","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/nooit-meer-lelijk-ziek-of-saai\/","title":{"rendered":"Nooit meer lelijk, ziek of saai"},"content":{"rendered":"<p>In zijn roman Mogelijkheid van een eiland (2005) beschrijft Michel Houellebecq een wereld waarin de mens zich uitsluitend nog voortplant door zichzelf te klonen in speciale voortplantingsfabrieken. Fysiek contact is zinloos geworden, men leeft strikt solitair. Elke woning heeft een kleine opnamestudio waar de bewoner zichzelf kan filmen om zich gelijktijdig af te beelden in een speciale projectieruimte in andermans huis. Aldus geschieden alle visites virtueel, zonder ongemak van reizen of risico op uitwisseling van ziekteverwekkers.<\/p>\n<p>Kille toekomstmuziek? Dit is precies de manier waarop miljoenen mensen elkaar de afgelopen jaren hebben ontmoet! Alleen heeft de werkelijkheid het voorstellingsvermogen van Houellebecq allang ruimschoots overtroffen. Want als je dan toch virtueel bij elkaar op bezoek gaat, waarom zou je elkaar dan ontmoeten in een muffe zitkamer en niet op een tropisch strand of de top van Mount Everest? En waarom zou je je eigen rotkop filmen en stuur je geen mooier zelf op pad? Dit is precies wat er gebeurde in Second Life, de virtuele wereld die vijf jaar geleden zo&#8217;n hype was dat ABN Amro er zelfs een filiaal opende.<\/p>\n<p>Een half decennium later verkeert Second Life in zwaar weer, onder andere door technische onvolkomenheden en negatieve publiciteit. Dat is jammer, want de aantrekkingskracht blijft dat het een fantasiewereld is die bezield wordt door \u00e9chte mensen. Volgens mij is dit blote gegeven voldoende om de virtuele realiteit serieus te nemen. Die blijft namelijk op twee manieren onweerstaanbaar: je treedt buiten jezelf en je treedt buiten de wereld. In feite kun je je leven opnieuw beginnen. En hoe zou zo&#8217;n concept niet kunnen doorbreken?<\/p>\n<p>Op Second Life is iedere gebruiker vertegenwoordigd door een &#8216;avatar&#8217;, een menselijk figuurtje dat je helemaal naar eigen smaak kunt vormgeven en dat je vervolgens de straten, pleinen, heuvels en bergen van de digitale wereld in stuurt die is ontworpen door onvermoeibare enthousiastelingen over de hele wereld. Aldaar komt je avatar \u00e1ndere avatars tegen, en zo kom je als man in Amstelveen bijvoorbeeld zomaar in contact met een vrouw uit Winsconsin. Je bekijkt elkaar, maakt een praatje en verbaast je &#8211; als je filosofisch aangelegd bent &#8211; over de mate waarin locatie en afstand irrelevant zijn geworden.<\/p>\n<p>Op Second Life zoek je elkaar niet doelbewust op. Je hangt gewoon wat rond samen, in een kunstmatige maar vaak betoverend mooi vormgegeven omgeving. Met een groepje anderen zit je op het strand, terwijl je in feite duizenden kilometers van die anderen verwijderd bent, maar wel op elk gewenst moment een gesprek met elkaar kunt beginnen. Die gesprekken stellen doorgaans weinig voor, wat dat betreft zijn virtuele werelden net echt.<\/p>\n<p>Virtuele Onassis<\/p>\n<p>Zelf betrad ik de wereld van Second Life een jaar of vijf geleden. Ik overwoog zelfs te investeren. Want Second Life kende, en kent nog steeds, een eigen economisch systeem. Er circuleert een munt: de Linden Dollar (L$), die inwisselbaar is tegen echte euro&#8217;s. Hiermee is de virtuele realiteit van Second Life vastgeklonken aan onze economische realiteit.<\/p>\n<p>Ik overwoog de aanschaf van een heus eiland; voor ongeveer tweeduizend euro zou ik een virtuele Onassis kunnen zijn. Door luiheid en gebrek aan ondernemingszin zou het er nooit van komen, maar ik kwam wel in allemaal banale en buitenissige uithoeken terecht. In The Lost Gardens of Apollo trof ik bijvoorbeeld een grote groep digitale wezens, druk doende met tai-chi-oefeningen. The Lost Gardens was de ideale wereld door de ogen van z\u00e9\u00e9r losgezongen Californi\u00ebrs: volkomen idyllisch maar ook vol met typisch Amerikaanse verbodsbordjes: &#8216;No Nudity &#8211; No Role Playing &#8211; No Sex&#8217;.<\/p>\n<p>0031, het Nederland van Second Life, bood een vertrouwd decor van Hollandse kitsch-clich\u00e9s (vuurtoren, kneuterhuisjes, bruine kroeg) en de schaamteloze commerci\u00eble kaalslag die zo kenmerkend is voor onze winkelstraten. Dit digitale vaderland werd bevolkt door uitstekend van de tongriem gesneden polder-avatars. Grappig hoe de Nederlandse volksaard zich ook in een virtuele omgeving moeiteloos wist te bewijzen: het niveau was weer eens bedroevend, maar met de gezelligheid zat het wel snor. Twee jaar geleden is 0031 opgeheven wegens gebrek aan commerci\u00eble perspectieven, maar de vaste bezoekers hebben het feestje voortgezet op een van de brokstukken: Mambo Beach.<\/p>\n<p>Blinden gaan zien<\/p>\n<p>Paul Ostendorf is futuroloog en docent aan de Universiteit van Groningen. Dat het momenteel wat tegenzit met de virtuele realiteit, is volgens hem te wijten aan de techniek. Second Life heeft nooit lekker gedraaid op de meeste pc&#8217;s en dat heeft veel gebruikers afgeschrikt. Veel interessanter zijn de wenkende perspectieven. Een bezoek aan Second Life is een soort lucide droom, behalve dan dat je voor zo&#8217;n luizig beeldscherm moet zitten. Maar dat is volgens Ostendorf slechts een kwestie van tijd. Geleerden zijn er reeds in geslaagd de hersenen van blinde proefpersonen te verbinden met visuele signalen uit een chip, die met een camera verbonden kan zijn, maar ook met een virtuele omgeving uit een computergeheugen. Op dezelfde manier heeft men ook doven weer doen horen.<\/p>\n<p>Er is weinig fantasie voor nodig om te zien waar dit uiteindelijk toe zal leiden: (dag)dromen uit de computer en een wereldwijde epidemie van mensen die het liefst alleen nog maar wakker worden om enig voedsel tot zich te nemen. De rest van hun leven brengen ze zo veel mogelijk door in zalige digitale omstandigheden. De avatars die ze ontmoeten zullen veelal echt zijn, maar steeds vaker ook computer gegenereerd. De laatste zijn seksueel veel gewilliger, dat spreekt. Er zal dan ongetwijfeld ook een  illegaal circuit ontstaan van ondersteunende psychofarmaca. En misschien dat toekomstige dictators er ook wel mooie kansen in zien.<\/p>\n<p>Dit gaat allemaal \u00e9cht een keer gebeuren, volgens Ostendorf, zij het nog niet in 2011. Ondertussen, en dat is voorlopig veel re\u00ebler, knaagt de virtuele realiteit aan onze identiteit. Naarmate wij onszelf m\u00e9\u00e9r manifesteren in een virtuele realiteit, kunnen wij onze identiteit m\u00e9\u00e9r kneden. Oftewel: ons beter voordoen dan we zijn. Second Life stimuleert op vileine wijze te investeren in je uiterlijk. Dat kost L$, maar een gratis standaard-avatar ziet er voor de ervaren bezoeker te goedkoop uit. Wat lopen er dus mooie vrouwen (en mannen) rond in Second Life, ook al waarschuwt het verstand: dit is een afgetobde vrouw op leeftijd, uit Texas bovendien! Ook ik stel mezelf te mooi voor op Second Life. Mijn avatar, Sokrates Schmooz, lijkt in de verte wel op mij, maar dan dertig kilo lichter. Aan de rest van zijn identiteit heb ik niet veel gesleuteld; hij is net zo geschift als ikzelf.<\/p>\n<p>Verslaafd<\/p>\n<p>Virtuele realiteit biedt echter uitgelezen mogelijkheden om juist niet jezelf te zijn. Role-playing heet dat: jezelf voordoen als iemand anders. Op Second Life komt dit niet veel voor, deze wereld is in feite opgezet om je normale leven op redelijk ontspannen wijze in een virtuele setting voort te zetten. Maar er bestaat een ander virtueel universum waar role-playing min of meer de norm is: World of Warcraft (WoW). Dat is een virtuele wereld en een spel ineen, waarbij je punten kunt halen en zo status verwerft. Daarmee weken de makers de bezoeker los van zijn gewone identiteit. Een loser in de echte wereld kan een held zijn in WoW.<\/p>\n<p>Jasper, wil niet met zijn achternaam genoemd worden omdat hij aan het begin van zijn carri\u00e8re staat en geen potenti\u00eble werkgevers wil afschrikken, kwam met WoW in aanraking tijdens zijn studie: &#8216;Een studievriend deed een onderzoek naar dit soort games. &#8220;Pas op,&#8221; zei hij, &#8220;begin er niet aan, want je raakt verslaafd.&#8221;&#8216; Jasper negeerde de waarschuwing. &#8216;In het begin speelde ik in mijn eentje en viel het wel mee. Maar toen ik eens een half jaar niets te doen had, begon ik samen te werken met anderen.&#8217; Een virtuele omgeving is de uitgelezen plaats om anderen te ontmoeten, hoe zij zich ook voordoen. En WoW is zo gestructureerd dat het loont langetermijnrelaties aan te gaan. Jasper: &#8216;Dat je met anderen in die wereld optrekt en samen steeds beter wordt, dat is wat mij aantrok.&#8217; Hij schopte het tot guild leader van een groep van vijftig strijders van zeventien nationaliteiten. &#8216;Ik leidde raids die twee\u00ebnhalf tot drie uur duurden. Dat deden we elke avond na half negen. Op zaterdag en zondag deden we overdag trainingen. We waren het beste gilde van Europa. Dat ik daar de leider van was, daar ben ik nog steeds trots op.&#8217;<\/p>\n<p>Maar het spel had ingrijpende gevolgen voor zijn sociale leven. &#8216;Ik ben al mijn vrienden van v\u00f3\u00f3r die tijd kwijtgeraakt, en nog altijd kwijt. Logisch. Je slaapt, gaat misschien eens boodschappen doen &#8211; meestal wordt het een bestelpizza &#8211; en zit achter de computer. Juist de sociale connecties maken het zo verslavend. Op zeker moment overleed de vriendin van mijn luitenant. Om troost te zoeken kwam hij naar WoW. Hij moest wel, want hij kende verder niemand meer. Toen heb ik hem wel persoonlijk opgezocht, ja.&#8217;<\/p>\n<p>Het was een onbenullig technisch akkefietje dat Jasper bij zinnen bracht. &#8216;De voeding van mijn computer brandde door, er kwam rook uit. Meteen begon de telefoon te rinkelen, mijn gildeleden hadden mij tot hun ontzetting zien verdwijnen. Nu kost zo&#8217;n voeding maar een euro of vijftig, maar ik keek naar buiten, het was een zonnige dag, en ik dacht: ik stop hiermee. Ik heb mijn wachtwoord aan een vriend gegeven met de vraag of hij wilde inloggen en het meteen wilde wijzigen. Daarna heb ik een heel goedkope laptop gekocht, die niet geschikt was om WoW mee te spelen. Daar heb je namelijk een flink snelle pc voor nodig.&#8217;<\/p>\n<p>Jasper was niet alleen zijn gildevrienden kwijt, maar ook zijn opgebouwde punten. En die kunnen flink wat waard zijn. Vooral in China en India zijn professionele bedrijven actief waar honderden jongeren zitten te gamen om punten en andere zaken te vergaren die in een virtuele wereld van waarde kunnen zijn. &#8216;Gold farmers&#8217; heten die bedrijven, en de werknemers worden wel aangeduid als &#8216;cyber coolies&#8217;. Hun klanten: rijke westerlingen die geen tijd en zin hebben de punten zelf bij elkaar te spelen, of die gewoon niet graag onderaan beginnen.<\/p>\n<p>Jasper had tien avatars rondlopen die naar schatting ieder tussen de vijfhonderd en duizend echte dollar waard waren. Hij heeft er geen spijt van dat hij ze heeft laten lopen: &#8216;Ik heb een hekel aan die luie westerse eBay-spelers.&#8217; Wat hij wel jammer vindt, is dat zijn ervaring met WoW niets waard is op zijn cv. &#8216;Als ik solliciteer, denk ik: anderhalf jaar lang heb ik toch onder moeilijke omstandigheden vijftig man gemanaged.&#8217;<\/p>\n<p>Virtuele realiteit: het klinkt steriel, maar ons bewustzijn begint wel degelijk de computers binnen te dringen. De filosofische vergezichten zijn adembenemend, de maatschappelijke implicaties met niets te vergelijken. Twitter? Wat zullen we d\u00e1\u00e1r ooit om lachen.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Vergeet Twitter en Facebook, virtuele realiteit heeft de toekomst. Alleen daarin kun je leven zoals je echt wilt.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-67755","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Ed Croonenberg","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/67755","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=67755"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/67755\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Ed Croonenberg","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=67755"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=67755"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}