
 {"id":66799,"date":"2011-07-02T00:00:00","date_gmt":"2011-07-01T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/meer-berg-dan-de-alpe-dhuez\/"},"modified":"2011-07-02T00:00:00","modified_gmt":"2011-07-01T22:00:00","slug":"meer-berg-dan-de-alpe-dhuez","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/meer-berg-dan-de-alpe-dhuez\/","title":{"rendered":"\u2018Meer berg dan de Alpe d\u2019Huez\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Tour de France \/ De Galibier en de Tour<\/p>\n<p>Robert Gesink zal als Nederlandse favoriet in de Tour de France te maken krijgen met de harde waarheid van de Galibier, die tweemaal in de ronde is opgenomen. De Achterhoekse Rabo-renner houdt zich voorlopig sto\u00efcijns. Hij kent de berg, al is hij er nog nooit om h`et hardst tegenop gefietst. Hij weet dus: &#8216;De Galibier is een heel zware col, verschrikkelijk lang ook. De kant vanaf de T\u00e9l\u00e9graphe is door zijn lengte lastig, vooral op het einde is het erg steil, met haarspelden. Het is vooral een heel lastige col door de extreme hoogte in de laatste kilometers. Normaal ligt mij dat goed, mede door de zware voorbereiding die wij hebben gekozen, met twee hoogtestages. Op grote hoogte heeft je lichaam minder zuurstof ter beschikking en dat is waar je op hoogtestage wekenlang mee werkt, aan went en daardoor beter tegen kunt.&#8217;<\/p>\n<p>Het is een Hollands-nuchtere overweging over een Alpentop die door de Galli\u00ebrs Gwal werd genoemd, de Stenige. Het landschap is in zijn ruigheid door de eeuwen heen nooit veranderd, met de bergbeek die aan de westkant door een immense kiezelvlakte richting Valloire stroomt. Het dorp dankt zijn naam aan de vallei van het goud, de kleur van de graanvelden. Het leidde een kwijnend boerenbestaan in de vroege twintigste eeuw, steeds meer mensen trokken er weg. Het Alpentoerisme zorgde later voor nieuwe economische impulsen.<\/p>\n<p>In de richting van de Galibier trekken de hoge, grillige kartelkammen links boven het dal de aandacht, les Roches de la Grande Par\u00e9. Bij de beklimming loopt de weg in lange lussen door grote groene velden, bezaaid met rotsblokken. Buiten het zomerseizoen heerst er een serene rust. Op een Tourdag is er de kakofonie van de reclamekaravaan en de doorkomst van de renners.<\/p>\n<p>Genietroepen<\/p>\n<p>De Tour de France is in 1910 voor het eerst de Pyrenee\u00ebn in getrokken: de toenmalige directeur Henri Desgrange had dringend behoefte aan nieuw spektakel. De lange, vlakke ritten waren na zeven jaar te eentonig geworden en de oplagen van Desgranges sportblad L&#8217;Auto gingen achteruit. Er was een nieuw verhaal nodig, niet alleen sportief, maar ook commercieel: het epos van de bergen.<\/p>\n<p>Desgrange had van tevoren nog de grootste bedenkingen, hij zag letterlijk beren op de weg en die weg was nog bar slecht ook, bezaaid met grind, vol kuilen. De bezwaren werden hem uit het hoofd gepraat door Alphonse Stein\u00e8s, een van zijn assistenten.<\/p>\n<p>Stein\u00e8s (1873-1960) was een avontuurlijke jongeman uit Luxemburg. Voordat hij naar geschikte wegen over de Pyrenee\u00ebn ging zoeken, was hij al in de Alpen geweest. Tot diep in de negentiende eeuw liepen er alleen boerenpaden over de bergen. Franse genietroepen begonnen rond 1880 met de aanleg van betere wegen. Dat had toen nog een puur militair belang, op de grens met Itali\u00eb. Generaal Doss\u00e9 was onder andere belast met de Galibier. Er staat een gedenknaald op de top ter nagedachtenis aan deze Grand Chef Alpin. Een paar honderd meter verder is in 1948 het protserige monument opgericht voor Doss\u00e9s generatiegenoot Desgrange (1865-1940). De oude Tourdirecteur kon dankbaar gebruik maken van werk van Doss\u00e9&#8217;s genietroepen.<\/p>\n<p>De eerste ritten door de Pyrenee\u00ebn van 1910 waren in hun vreselijkheid zo hero\u00efsch dat Desgrange voor de editie van 1911 Stein\u00e8s&#8217; expertise inzake de Alpen inriep. De Alpen moesten nog erger zijn dan de Pyrenee\u00ebn. Als hoofdredacteur van L&#8217;Auto was Desgrange een meester in gezwollen taal &#8211; allemaal onderdeel van de marketing van zijn krant. Na de eerste beklimming van de Alpen schreef hij op 11 juli 1911: &#8216;\u00d4 Sappey, \u00d4 Laffrey, \u00d4 col Bayard, \u00d4 Tourmalet! A c\u00f4t\u00e9 du Galibier vous \u00eates de la p\u00e2le et vulgaire bibine.&#8217; De reeds beklommen bergpassen waren klein bier vergeleken met de Galibier. Het hoogteverschil blijft: 2642 meter voor de Galibier tegen 2115 voor de Tourmalet.<\/p>\n<p>Hoge sneeuwmuren<\/p>\n<p>\u00c9mile Georget was op 10 juli 1911 de eerste renner die boven kwam op de Galibier, tussen hoge sneeuwmuren door, zonder een voet aan de grond te zetten. Uit die oertijd zijn veel Siberische foto&#8217;s bewaard gebleven, ook van renners die w\u00e9l omhoog liepen. Sinds die begintijd zijn de Tourmalet en de Galibier gelijk op gegaan en uitgegroeid tot reusachtige fenomenen. Door hun permanente aanwezigheid op de route zijn ze groter dan renners die er roem oogstten, of ten onder gingen in tal van koersontwikkelingen, in allerlei truien.<\/p>\n<p>In 1935 kreeg de Galibier de trieste primeur van het verongelukken van een renner. Op 14 juli, de nationale Franse feestdag, liep tijdens de afdaling de band van het voorwiel van de Spanjaard Francesco Cepeda. Hij raakte van de weg en viel met zijn hoofd tegen een rots. Drie dagen later overleed Cepeda in het ziekenhuis van Grenoble. Het linkse dagblad L&#8217;Humanit\u00e9 gaf de schuld aan de organisatie. Al veel langer schreef deze krant over de uitbuiting van de coureurs. Nu was het zelfs dodelijk geweest.<\/p>\n<p>In 1936 reed voor de eerste keer een Nederlandse \u00e9quipe in de Tour, een ploegje van vier coureurs dat volslagen kansloos werd geacht. Een van hen was Theofiel Middelkamp, een laconieke durfal uit Zeeuws-Vlaanderen. Hij had nog nooit een berg gezien, maar kon verbazend goed meekomen op de Galibier. De achterstand die hij had op de top kon hij goedmaken in de afdaling.<\/p>\n<p>Bijna zestig jaar na dato herinnerde hij zich: &#8216;Ik kwam zo&#8217;n beetje als zevende boven op de Galibier, op driehonderd meter van de voorsten. Maar godverdoemme, ik kon rap dalen. Driehonderd meter bergop is gauw een paar minuten, maar bergaf reed ik ze voorbij. Ik denk dat er niet beter konden sturen als ik.&#8217; Die veertiende juli versloeg Middelkamp op de baan van Grenoble de Franse favoriet Maurice Archambaud.<\/p>\n<p>Er gebeurde nog iets, die dag. Romain Maes, de Belgische Tourwinnaar van het jaar daarvoor, stapte af bij de beklimming van de Galibier. Hij ging met gekruiste benen langs de weg zitten en zwaaide met zijn drinkbus naar de collega&#8217;s. Het leek alsof hij zwaar bezopen was, maar de oorzaak was doping. De Volkskrant berichtte: &#8216;De filmoperateurs draaiden als bezetenen om dit &#8220;verheffend&#8221; schouwspel vooral niet te missen.&#8217;<\/p>\n<p>Destijds zigzagde er een andere weg tussen de top van de Galibier en de naburige Col du Lautaret. In 1938 werd de huidige, veel breder over de hellingen uitwaaierende weg geopend door de Franse president Albert Lebrun. Voor de historische liefhebbers is het oude trac\u00e9 waar Middelkamp zo miraculeus daalde nog wel te zien, maar het is moeilijk begaanbaar geworden.<\/p>\n<p>Sombere col<\/p>\n<p>In de recentere Tourgeschiedenis hebben Nederlandse renners hun eigen wisselende ervaringen met de Galibier opgedaan. Joop Zoetemelk kwam in 1972 als eerste Nederlander boven. Het was in de etappe van Brian\u00e7on naar Valloire, met eerst de beklimming van de Lautaret. Zoetemelk had op de Galibier Eddy Merckx en daarna Raymond Delisle los gereden, weet hij nog. &#8216;Ik dacht dat ik ging winnen in Valloire, maar Merckx kwam terug in de afdaling. Vijfhonderd meter voor de finish was het erop en erover. Ik dacht nog: daar komt-ie weer aan.&#8217;<\/p>\n<p>In 1980 dreigde Zoetemelk in de gele trui de Tour te verliezen op de Galibier, daags na zijn beruchte valpartij in het wiel van Johan van der Velde, op weg naar Pra Loup. Het was andermaal op Quatorze Juillet. De Galibier moest snel na de start in Serre-Chevalier beklommen worden. Johan de Muynck ging in de aanval. Zoetemelks naaste concurrent Hennie Kuiper reed mee in een groep achtervolgers. Zoetemelk zelf had het slecht, verloor minuten. Nu was het aan hem om het verlies goed te maken in de afdaling. Beneden in het dal zocht hij de steun van twee onbeduidende Fransen uit de samengeraapte ploeg van Boston-Mavic-Amis de Tour: Patrice Th\u00e9venard en Ferdinand Julien. Zij hielpen Zoetemelk in de klim van de T\u00e9l\u00e9graphe. De Tour was gered. &#8217;s Avonds betaalde Zoetemelk het Franse duo voor hun diensten.<\/p>\n<p>De Galibier ligt in het oude trainingsgebied van Zoetemelk, hij heeft er nog altijd een appartement in Montgen\u00e8vre. &#8216;Het is een van de hoogste, met lange beklimmingen,&#8217; zegt hij als kenner. &#8216;Hoe langer, hoe moeilijker, met minder zuurstof aan de top. Het ligt eraan hoe je bent. Als je een goede dag hebt, is het te doen, maar op een slechte is het verschrikkelijk moeilijk.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Dat stomme ding,&#8217; zegt Peter Winnen, als de naam Galibier valt. De col was geen onderdeel in de drie Alpenetappes die hij won, in 1981, 1982 en 1983. &#8216;Het is een stomvervelende berg,&#8217; foetert Winnen. &#8216;Op de een of andere manier heb ik er nooit goed op gereden. Ik heb er heel weinig mee op, de benen waren er nooit goed. Het was in mijn mindere tijden dat ik hem tegenkwam. Misschien was het in de betere jaren anders geweest. Die top is ook zo neerslachtig. Een sombere col, dat is het. Dat landschap, zo groezelig allemaal. Het doet eerder denken aan een mijn dan aan een berg.&#8217;<\/p>\n<p>Mooi asfalt<\/p>\n<p>In 1989 begon Gert-Jan Theunisse op de Galibier aan een solo die hij winnend zou afronden op Alpe d&#8217;Huez. Geen wonder dat hij met liefde spreekt over de Alpenreus: &#8216;Het is de mooiste berg van de Tour. De Alpe d&#8217;Huez is bekender door de aankomsten, puur als berg is de Galibier veel zwaarder. Hij is langer en hoger, de wind kan er een rol spelen. Er ligt mooi asfalt, mooi breed. Je kunt het koersverloop er zich af zien spelen, hoe je achter ligt, of voorligt.&#8217;<\/p>\n<p>Zijn vroege solovlucht begon uit ergernis, herinnert Theunisse zich. &#8216;Ik was kwaad dat de anderen van PDM niks deden. We stonden met vier man bij de eerste tien: ik, Rooks, Kelly en Alcala. Dus ben ik zelf iets gaan doen op de Galibier. Eigenlijk veel te vroeg &#8211; normaal gesproken is dat zelfmoord. Het is iets anders dan wachten, wachten, wachten, zoals bij Armstrong. Het was geen super teamprestatie. Het was doorrijden met het verstand op nul. Er was geen andere manier. Ik had me jaren voor de ploeg opgeofferd, kende de anderen heel goed, maar die deden niks. Dat geeft kracht. En ik wilde die etappe winnen.&#8217;<\/p>\n<p>Michael Boogerd heeft barre herinneringen aan de Galibier. &#8216;De eerste keer was voor mij in 1996, toen werd de passage afgelast vanwege de sneeuw. We zijn er en groupe overheen gegaan. Dat was spookachtig. Daarna, in 1998, was het volle bak regen op de top, met twee graden Celsius. Het kan er vriezen en dooien, maar ook heel warm zijn en zwaar dramatisch. Het is een kutberg, een teringberg. Vanaf de Col de T\u00e9l\u00e9graphe en Valloire naar zesentwintighonderd meter hoogte is dodelijk. Zeker vanaf de T\u00e9l\u00e9graphe, als je niet helemaal goed bent en je ziet onderaan dat bordje staan met nog vierendertig kilometer, dan is het een lijdensweg. Twee uur klimmen op je maximale hartslag. Het kan een hel zijn. Na Valloire is het nog zeven kilometer, dan kom je in zuurstofschuld, zit je te hijgen als een postpaard. Ik heb het een paar keer gehad dat ik op twee kilometer voor de top dacht: nog even en dan zie ik Petrus staan, zit ik tussen de engeltjes, vragen of ik erin mag. Vanaf de Lautaret, uit Deux Alpes, of vanuit Brian\u00e7on is het redelijk te doen. Ik heb er een beetje een haat-liefdeverhouding mee. Ik weet nog heel goed de dag dat ik won op La Plagne, in 2002. Toen heb ik de aanval ingezet op het zwaarste stuk, die 8,9 procent.&#8217;<\/p>\n<p>Anticlimax<\/p>\n<p>Tourdirecteur Christian Prudhomme is op het gebied van de suspense ogenschijnlijk sterk in het voordeel in vergelijking met de oude grondlegger. Desgrange moest de na de bergen overgebleven renners nog een eind laten f\u00edetsen in etappes naar Parijs. Prudhomme kan kiezen voor verplaatsingen per TGV of vliegtuig. Als opvolger van Jean-Marie Leblanc en in samenspraak met wedstrijddirecteur Jean-Fran\u00e7ois Pescheux en hoofd aankomstplaatsen Jean-Louis Pag\u00e8s is hij op winterse stafvergaderingen steeds weer bezig met de climax van de zomer. Dat betekent het verleggen van toppen tot het laatste weekend, het liefst \u00edn het weekend. In de praktijk bleek dat de laatste jaren een anticlimax. Het zijn de renners die de strijd bepalen, niet de directeuren die de route hebben uitgezet.<\/p>\n<p>In 2009 bleef het gewenste drama op de Mont Ventoux uit. Vorig jaar werd de Tourmalet tweemaal bestegen, eerst met een passage in de klassieke rit Luchon-Pau. Na de rustdag lag de aankomst op de top. In de slotklim bleven Alberto Contador en Andy Schleck broederlijk bij elkaar, ze gingen geen echt duel aan. De Spanjaard was al zeker van de eindzege en liet de etappeoverwinning op de Tourmalet aan de Luxemburger.<\/p>\n<p>Nu is het aan de Galibier. Op donderdag 21 juli ontvangt hij de finish op de top, bij het monument van Desgrange. Daags erna, twee etmalen voor de finish in Parijs, ligt hij ouderwets op de route naar de aankomst op Alpe d&#8217;Huez, met die lange klim vanaf de T\u00e9l\u00e9graphe.<\/p>\n<p>Joop Zoetemelk: &#8216;Als je goed bent, kun je het verschil maken. Met die aankomst boven kun je niets meer goed maken in de afdaling. Als ik in 1980 die afdaling niet had gehad, had ik alles verspeeld. De dag erna, op weg naar Alpe d&#8217;Huez, zit die afdaling er wel in, maar dan wordt het toch een lastige dag. Dan voelen ze die beklimming van de middag nog.&#8217;<\/p>\n<p>Peter Winnen: &#8216;Je kunt de boel heel moeilijk regisseren. Als er drie bij elkaar staan in de top van het klassement, is dat mooi voor de kijkers. Als het klassement al in de plooi ligt, wordt er verdedigend gereden.&#8217;<\/p>\n<p>Gert-Jan Theunisse: &#8216;De kans zit erin dat het een anticlimax wordt. Het hangt ervan af hoe sterk een ploeg is in de breedte en hoe sterk iemand zich persoonlijk voelt. Contador was heer en meester in de Giro. Dat was mooi om naar te kijken. In ieder geval leent de Galibier zich ervoor om er eens goed huis te houden. Daar hopen we dan maar op.&#8217;<\/p>\n<p>Michael Boogerd: &#8216;De renners beslissen het altijd. Ik vond het vorig jaar toch wel mooi op de Tourmalet. De beste renners kwamen voorop en gingen samen naar boven in de mist. Dat kan op de Galibier ook gebeuren.&#8217;<\/p>\n<p>Specifieke strategie<\/p>\n<p>Robert Gesink moet het allemaal nog meemaken. Als kopman van Rabobank wordt er veel van hem verwacht. In de Dauphin\u00e9 Lib\u00e9r\u00e9 heeft hij zich nog niet op zijn best laten zien. Dat wil hij bewaren voor de Tour.<\/p>\n<p>De kennis heeft hij wel. &#8216;Ik heb de Galibier tot begin juni 2011 twee keer gedaan. Een keer op training toen ik bij de opleidingsploeg van Rabo reed en een paar jaar terug een keer in de Dauphin\u00e9 Lib\u00e9r\u00e9, vanuit het vertrek. De eerste keer was het vanaf de kant van de T\u00e9l\u00e9graphe, de tweede keer was de min of meer makkelijke kant, maar vooral vanuit de start was het natuurlijk erg lastig. Door de verkenningen na de Dauphin\u00e9 Lib\u00e9r\u00e9 komen we in de Alpenetappes niet echt voor onbekende dingen te staan.&#8217;<\/p>\n<p>Voor de kopman van Rabobank is de Galibier bovenal een traject voor een specifieke strategie. &#8216;In de eerste beklimming moeten we de koers zwaar maken, renners moe maken. Dan is het erg belangrijk dat je een sterke ploeg bergop hebt, wat bij ons gelukkig wel goed zit. De aankomst bergop zal veel invloed hebben op het verdere koersverloop. Het is na een heel lange klim, met een aankomst die voor verrassingen kan gaan zorgen.&#8217;<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Twee keer beklimmen de renners in deze Tour de Galibier. Joop Zoetemelk, Robert Gesink en anderen over de zwaarste Alpenreus.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[1271],"class_list":["post-66799","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","tag-sport-recreatie"],"acf":[],"author_name":"Jeroen Wielaert","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/66799","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=66799"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/66799\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jeroen Wielaert","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=66799"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=66799"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}