
 {"id":65443,"date":"2011-08-06T00:00:00","date_gmt":"2011-08-05T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-ongrijpbare\/"},"modified":"2011-08-06T00:00:00","modified_gmt":"2011-08-05T22:00:00","slug":"de-ongrijpbare","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-ongrijpbare\/","title":{"rendered":"De ongrijpbare"},"content":{"rendered":"<p>Portret Moellah Omar<\/p>\n<p>Al tien jaar is moellah Omar op de vlucht. De talibanleider die ooit een strenge islamitische staat uitriep en die Osama Bin Laden na 9\/11 gastvrijheid bleef bieden, is na de Amerikaanse inval van Afghanistan spoorloos. Hij zou zijn omgekomen, hij zou nog steeds in Afghanistan zitten, hij zou door de Pakistanen worden beschermd. Over Omar doen tal van verhalen de ronde maar niemand weet waar hij zich bevindt. Volgens de laatste informatie uit de wereld van de geheime diensten zou Omar in de Pakistaanse stad Karachi wonen. Daar schuilt hij achter hoge muren in een huis, net zoals zijn geestverwant Osama bin Laden de laatste jaren in Abbottabad doorbracht. Vrezend voor de klop op de deur van Amerikaanse special forces.<\/p>\n<p>In tegenstelling tot Osama bin Laden, over wiens persoonlijke leven en jeugdjaren veel bekend is, is over moellah Omar vrijwel niets naar buiten gekomen. Er bestaan twee onduidelijke foto&#8217;s. Op de ene is een bebaarde man te zien die van onder zijn tulband de fotograaf met \u00e9\u00e9n oog aanstaart &#8211; het andere is hij tijdens gevechten verloren. Maar of dit echt Omar is, weet niemand. Op de andere foto, afkomstig van een filmpje dat halverwege de jaren negentig door de BBC is gemaakt, is te zien dat Omar een mantel wordt omgehangen waarvan wordt gezegd dat die toebehoorde aan de profeet Mohammed. Die mantel is het symbool van leiderschap onder de taliban. Toen de Amerikaanse special forces in december 2001 de Zuid-Afghaanse stad Kandahar binnentrokken, was een van hun eerste opdrachten: zoek de mantel van Omar. En verdomd, hij lag er nog, in de moskee naast het huis van de gouverneur. Tot op de dag van vandaag ligt de mantel in de moskee, opgeborgen in een kast. Hij wordt nu aanbeden door pelgrims.<\/p>\n<p>Wie is Omar? Waar komt hij vandaan? En hoe kon een nederige dorpsjongen uitgroeien tot de leider van het meest radicaal-islamitische regime dat de wereld ooit heeft gekend? Is hij nu een vrij man? Of staat hij onder controle van Pakistan? En wat kan zijn rol zijn in een toekomstig Afghanistan?<\/p>\n<p>Een crime passionel<\/p>\n<p>Landi Nawa, september 2010. Zover het oog reikt staat er ma\u00efs op het land. Op de hoek staat een vierkant lemen huisje. Dit is de plek waar Mohammed Sadiq Akhund Omar zijn jeugd doorbracht. Het dorpje ligt in een vallei een half uur ten noorden van de districtshoofdstad Deh Rawod in Uruzgan, de provincie waar de Nederlanders tot vorig jaar de dienst uitmaakten. De huidige bewoner van het huis is Mir Abdul, een verlegen dertiger. Hij is onwennig met het westerse bezoek. &#8216;Mijn huis is beroemd, ik weet het,&#8217; zegt hij. &#8216;Er komen hier veel Afghanen kijken die benieuwd zijn naar waar Omar vandaan komt.&#8217; Hij opent de deur. Op het binnenplaatsje zit zijn vrouw aan een weefgetouw. Twee kinderen duiken achter haar weg, een baby hangt in een doek die is bevestigd aan het plafond. In een kleine ruimte die aan de binnenplaats grenst wordt gekookt, geslapen en geleefd. En dan dient het ook nog als stal voor een stel geiten. &#8216;Ik bewerk het land en zo verdien ik mijn geld om de huur te betalen,&#8217; zegt Abdul. &#8216;Eigenlijk ben ik zoals Omar vroeger was. Arm en onbeduidend.&#8217;<\/p>\n<p>Op basis van gesprekken met mensen als Abdul, voormalige klasgenoten en buren van Omar kan een beeld worden geschetst van zijn jongensjaren en tienertijd. Omar werd geboren in de buurprovincie Zabul, ergens tussen 1958 en 1962 &#8211; zoals meestal in Afghanistan is zijn exacte geboortedatum onduidelijk door het ontbreken van een deugdelijke burgerlijke stand. Zijn vader, wiens naam onbekend is, werd vermoedelijk het slachtoffer van een crime passionel, ook heel gewoon in Afghanistan. Hij zou zijn vermoord door zijn eigen broer, die ook een oogje had op Omars moeder. Zijn naam is wel bekend: Ahmad Anwar.<\/p>\n<p>Een waarlijk shakespeareaans begin dus van Omars leven: pleegvader Ahmad was &#8211; als de verhalen kloppen &#8211; de moordenaar van zijn vader. Omar bleef aanvankelijk enig kind. Het gezin zou Omars geboortedorp hebben verlaten toen de streek door een ernstige droogte werd getroffen. Anderen zeggen dat de pleegvader moest vertrekken uit veiligheidsoverwegingen, bloedwraak dreigde. Pleegvader Ahmad ontwikkelde zich tot een reizende moellah. Samen met zijn jonge gezin trok hij van dorp naar dorp om te preken in moskee\u00ebn. In ruil daarvoor onderhielden de gelovigen hem. &#8216;Ik herinner me nog dat ze in het dorp kwamen,&#8217; zegt zakenman Koudouz in de bazaar van Deh Rawod. &#8216;Ze hadden wat kookspullen en kleren bij zich, meer niet. Omars vader vroeg of hij moellah kon worden in onze moskee. Daarin stemde we toe.&#8217; Het gezin werd jarenlang beschouwd als buitenbeentje. Zijn pleegvader had niet voor niets de bijnaam mullah muzafer, &#8216;de voorbijganger, iemand die niet van hier komt&#8217;.<\/p>\n<p>Het waren de jaren dat Afghanistan werd geregeerd door de westers geori\u00ebnteerde koning Zaher Shah. Hij wilde het land de moderne tijd in leiden, maar daarvan was weinig te merken in het dorp. De bewoners waren doodarm en bleven dat ook. Zeker leden van de Babozai-stam, waartoe Omars familie behoort. In Afghanistan bestrijden stammen elkaar van generatie op generatie. Het gaat daarbij om de macht, toegang tot vruchtbare grond en water. In Uruzgan waren de Babozai de onderliggende partij. Dat zou later, in de jaren negentig, een van de redenen zijn dat de Babozai en aan hen gelieerde stammen zich aansloten bij de taliban.<\/p>\n<p>Omar had het moeilijk thuis. Zijn vader was een onbuigzame man met losse handjes. Grote levensvragen die bij de jonge Omar opkwamen (bestaat Allah eigenlijk wel?) werden er volgens de buren met harde hand uitgeranseld. Zijn halfbroertje &#8211; zijn naam is onbekend &#8211; werd volgens buurtbewoners systematisch voorgetrokken. Het halfbroertje kreeg priv\u00e9les van zijn pleegvader, Omar moest naar de dorpsmadrassa. Daar kreeg hij onderwijs, voedsel en onderdak. Het eten moesten hij en zijn medeleerlingen zelf bij elkaar scharrelen. Buurtbewoners herinneren zich de kleine Omar nog, bedelend om broodkorsten of hout sprokkelend in de vallei.<\/p>\n<p>Ondanks zijn moeilijkheden thuis en de hardvochtige madrassa-opvoeding groeide Omar uit tot een opvallende persoonlijkheid, vooral door zijn lengte. Hij was lang en slank.<\/p>\n<p>De talibanleider staat niet bepaald bekend als een lachebekje, maar de tiener Omar was altijd in voor een goeie grap, vertelt studiegenoot Abdullah Rachman Jan. &#8216;Hij was vooral goed in het nadoen van andere mensen,&#8217; zegt hij. Als er een mankepoot langs liep, liep Omar ook mank. Had iemand een raar lachje, dan wist Omar dat perfect te imiteren.<\/p>\n<p>Zijn zwakke plek was zijn angst voor honden. Op een dag was hij zo bevreesd voor een hond die op hem afkwam, dat hij het beest neerschoot met een geweer &#8211; wapens zijn in Afghanistan altijd onder handbereik.<\/p>\n<p>Omar haalde ook kwajongensstreken uit. Zo plukte hij fruit uit de fruitboom van een buurtbewoner. De man was zo boos dat hij naar zijn vuurwapen greep om Omar wat aan te doen. Toen toegestroomde buren hem vertelden dat hij student was uit de nabijgelegen madrassa, spaarde hij Omars leven.<\/p>\n<p>Veldslagen met de Russen<\/p>\n<p>Omar was een jaar of twintig toen in 1979 het Sovjetleger Afghanistan binnentrok. In het zuiden van Afghanistan sloten studenten uit de madrassa&#8217;s zich massaal aan bij het verzet. Waaronder Omar. Hij groeide uit tot een lokale commandant. Maar al snel moest hij de wapens neerleggen, toen de Sovjets een wapenstilstand sloten met de stamoudsten.<\/p>\n<p>Aanvankelijk bleef Omar in Deh Rawod. Hij werd actief bij een islamitische rechtbank, die de plaats had ingenomen van de reguliere rechtbank, die niet meer functioneerde. Het gebouw staat er nog steeds, een gigantisch lemen fort met hoge muren en uitkijktorens omringd door groen. De mensen die in de kala&#8217;s (versterkte boerenhoeves) eromheen wonen, zijn nog steeds hardcore taliban. Het is er voor westerlingen niet veilig. Hier heeft Omar de basis gelegd voor zijn latere sprong naar de macht. De mannen die hij leerde kennen, zijn tot op de dag van vandaag zijn naaste vertrouwelingen. Zoals moellah Barader, de tweede man binnen de taliban die vorig jaar is opgepakt. Of moellah Obaidullah, minister van Defensie in de talibanregering en nog steeds op vrije voeten. In deze periode van zijn leven ontwikkelde Omar zijn rigide wereldbeeld. Zijn mentor was moellah Mir Hamza, een oudere, belezen en gezaghebbende rechter en een zeer orthodox religieus leider.<\/p>\n<p>Het was ook in deze periode dat Omar de liefde vond. Of liever gezegd, een man uit de buurt, Mohammed Jan, bood hem naar goed Afghaans gebruik zijn dochter aan. Haar naam is onbekend. Omar werd blijkbaar gezien als een goede partij, want een gelovig man en een respectabel lid van de sharia-rechtbank.<\/p>\n<p>Na zijn rechtbankjaren trok Omar opnieuw ten strijde. Samen met zijn kameraden meldde hijzich aan het front in de buurprovincie Kandahar waar zij zich aansloten bij de moedjahedien. In een van de veldslagen met de Russen verloor  Omar zijn rechteroog. De verhalen hierover zijn legio. &#8216;Ik was erbij toen hij zijn oog verloor, het is een eeuwig teken van heldendom,&#8217; aldus Ghalifa Saddat, tegenwoordig gouverneur van Deh Rawod. Saddat weet zeker dat het incident plaatsvond in een dorpje in zijn regio. Maar volgens Moellah Zaeef, de voormalig ambassadeur van de taliban in Pakistan was het tijdens de slag bij Sangisar, in de provincie Kandahar, dat het oog verloren ging. &#8216;Moellah Omar stond twintig meter verderop, hij schuilde achter een muurtje,&#8217; schrijft Zaeef in zijn vorig jaar uitgekomen memoires, My life with the Taliban. &#8216;Toen hij om de hoek keek werd hij in zijn gezicht geraakt door een metaalscherf en dat leidde ertoe dat hij zijn oog verloor.&#8217; De slag verliep desondanks succesvol en na afloop vierden de moedjahedien de overwinning, zo herinnert Zaeef zich. De voormalige ambassadeur maakt van Omar in zijn memoires een echte held. Zo zou de latere talibanleider z\u00e9lf zijn oog hebben verpleegd. En toen er door de strijders strijdliederen werden gezongen, haakte Omar volgens Zaeef vrolijk in.<\/p>\n<p>Een eenvoudige student<\/p>\n<p>In 1989 verlieten de Russen eerloos het slagveld in Afghanistan. De moedjahedien raakten vervolgens onderling slaags. Het land zonk weg in chaos en burgeroorlog. In die jaren bewoonde Omar de voormalige moedjahedien-basis waar hij met zijn eenheid was gelegerd, vlak bij Sangisar. Het complex bouwde hij om tot een madrassa, die de Witte Moskee werd genoemd. Zijn faam als commandant bleef, maar hij leidde een rustig en teruggetrokken leven. Dat veranderde in 1994.<\/p>\n<p>In dat jaar kwam een groep veteranen bij elkaar. Ze vonden dat er een einde moest komen aan de chaos in Zuid-Afghanistan. Warlords trokken plunderend en verkrachtend rond. De stad Kandahar was verdeeld tussen verschillende strijdende partijen. Handel en transport waren onmogelijk.<\/p>\n<p>Er werd, op zijn Afghaans, lang vergaderd. Ook kwam de vraag aan de orde wie de nieuwe leider moest worden. Omars naam viel. Hij was niet te bekend, niet te machtig en niet te uitgesproken. En dus in de Afghaanse verhoudingen de ideale figuur om primus inter pares te zijn.<\/p>\n<p>In zijn memoires dicht moellah Zaaef zichzelf een hoofdrol toe in deze embryonale fase van de vorming van de groepering die zou uitgroeien tot wat nu de taliban wordt genoemd. Hij beschrijft hoe hij met een delegatie op bezoek ging in de Witte Moskee om Omar te vragen het leiderschap op zich te nemen. &#8216;Zijn vrouw was net bevallen van een zoon en hij was de Koran aan het reciteren toen we aankwamen,&#8217; schrijft Zaeef. Na de koranlezing werd er gegeten. En daarna kwam het tot een gesprek. Zaeef beschrijft en d\u00e9tail hoe Omar opereerde. &#8216;Nadat we hadden gesproken zei hij een tijdje niets. Dit was een van moellah Omars gewoontes. En dat is nooit veranderd. Hij luisterde naar iedereen met respect en aandacht. Hij ontnam nooit iemand het woord. Zijn antwoorden waren altijd geordend en coherent.&#8217;<\/p>\n<p>Omar aarzelde toen hem het leiderschap van de nieuwe groep werd aangeboden. Het zou gevaarlijk worden, zouden de mannen hem wel trouw blijven? Maar Zaeef en de anderen verzekerden Omar dat ze hem niet zouden verlaten. Zo werd hij overgehaald de leider van de nieuwe groepering te worden. In de late herfst van 1994 vond er in de Witte Moskee een oprichtingsvergadering plaats waarbij vijftig mannen aanwezig waren. De talibanbeweging was een feit. Omar werd officieel benoemd tot Amir al-Mu&#8217;minin, de aanvoerder der gelovigen. De BBC, altijd superieur ge\u00efnformeerd in Afghanistan, maakte er een dag later al melding van.<\/p>\n<p>Vervolgens ging het snel. De talibanstrijders rukten vanuit het niets en met weinig wapens op naar de stad Kandahar. Ze beloofden rust en orde en stelden de Afghanen een leven volgens de islam in het vooruitzicht. Onderweg sloten steeds meer strijders en commandanten zich bij hen aan. Al na een paar maanden trokken ze Kandahar binnen. De Pakistaanse journalist Rahimullah Yusufzai was in maart 1995 de eerste die Omar interviewde voor de Pasjtoe-afdeling van de BBC. &#8216;Ik trof hem aan in een grote, bijna lege ruimte in het gouverneursgebouw,&#8217; herinnert Yusufzai zich. &#8216;De vloeren waren bedekt met tapijten. Moellah Omar zat op de grond, en sprak met zijn medestrijders en leden van de sjoera, de wetgevende raad. Hij was een beetje angstig, had nog nooit interviews gegeven. Hij vroeg me de vragen op papier te zetten en te overhandigen aan een vertrouweling. Ook de bandrecorder moest ik afgeven aan de man. Zij deden dus samen het gesprek en ik moest de ruimte verlaten. Heel vreemd.&#8217;<\/p>\n<p>Yusufzai en Omar leerden elkaar in de jaren die volgden beter kennen, er ontstond een soort van vertrouwensband. Omar maakte zich in de gesprekken altijd kleiner dan hij was. &#8216;Noem me geen moellah,&#8217; riep hij regelmatig uit. &#8216;Ik heb nooit mijn opleiding voor geestelijke afgemaakt. Ik ben maar een eenvoudige talib, een student die op zoek is naar kennis en wijsheid.&#8217;<\/p>\n<p>Bij zijn derde bezoek vroeg de Pakistaanse journalist of hij een keer Omars huis mocht zien, de talibanleider woonde op dat moment nog steeds met zijn gezin in de Witte Moskee. &#8216;Hij reageerde verrast op mijn verzoek,&#8217; zegt Yusufzai. &#8216;Waarom wil je mijn bescheiden, lemen huis zien?&#8217; vroeg de talibanleider. &#8216;Maar ik zette door en hij ontbood een chauffeur om me naar het gebouw te brengen. Bij terugkomst stak hij de draak met me tegenover zijn vertrouwelingen. De gerespecteerde journalist Yusufzai wil mijn huis zien! Wat een rare snuiter. Hahaha.&#8217;<\/p>\n<p>De BBC-verslaggever zag moellah Omar veranderen. Van de bescheiden onervaren leider groeide hij uit tot een ware heerser. Omar zat al snel niet meer op de grond tussen zijn collega&#8217;s, maar op een verhoging omringd door telefoons en faxapparaten, waarvan de werking hem aanvankelijk een mysterie was. Naast hem stond een grote metalen doos. Daarin stapels bankbiljetten. De schatkist van de taliban. &#8216;En Omar had de sleutel in zijn zak.&#8217;<\/p>\n<p>De talibanleider kwam nog maar zelden in Deh Rawod, waar zijn moeder en pleegvader op dat moment nog altijd woonden. Wel kwam Omar een keer tijdens het Suikerfeest langs, per helikopter. Het hele dorp liep uit. Maar ook al liet hij zijn gezicht niet vaak zien, hij vergat zijn oude vrienden niet. Op kosten van de taliban werd er een oude moskee opgeknapt. Het is nu een van de mooiste gebedshuizen in Zuid-Afghanistan, prachtig versierd en met op de grond dure tapijten.<\/p>\n<p>Ondanks deze geste roept het talibanregime al snel weerstand op. Ook in het dorp waar hij zijn jeugdjaren doorbracht. &#8216;Huwelijksfeesten werden verboden, iedereen moest zijn baard laten staan, daar waren we het niet mee eens,&#8217; zegt Omars voormalige studiegenoot Abdul Rahman. Hij ontpopte zich tot een criticus, en werd gearresteerd en meegenomen naar Kandahar. &#8216;Daar moest ik wachten bij het gouverneursgebouw tussen andere arrestanten,&#8217; vertelt hij. &#8216;Omar kwam naar buiten, omringd door zijn adviseurs. Hij herkende me en zei: &#8220;Wat doe j\u00edj hier?&#8221; Ik legde uit wat het probleem was. In plaats van de arrestatie te veroordelen, praatte hij op me in. Hij vond dat ik de kant van de taliban moest kiezen. Na enig heen en weer gepraat gaf hij het bevel me vrij te laten. Hij was niet meer de Omar die ik kende uit Deh Rawod, hij stond onder de invloed van de hardliners om hem heen.&#8217;<\/p>\n<p>Met de buitenlanders of &#8216;ongelovigen&#8217; zoals de taliban hen noemde sprak moellah Omar nauwelijks meer. Pakistan bleek een sterke bondgenoot en ook de miljoenen dollars uit Saoedi-Arabi\u00eb zorgden er voor dat moellah Omar het ook prima af kon zonder de westerlingen. Toch lukte het de speciaal vertegenwoordiger van de Verenigde Naties Francesco Vendrell in oktober 2000 om een bezoek te brengen aan de mysterieuze leider. &#8216;Toen ik hem zag dacht ik: dit is niet wat ik er van had verwacht. Ik vond hem niet charismatisch of intelligent overkomen.&#8217;<\/p>\n<p>Waarom heeft de internationale gemeenschap zo&#8217;n hekel aan ons, vroeg Omar verongelijkt. Vendrell stelde in het vijfenveertig minuten durende gesprek de vrouwenrechten aan de orde, de steun aan Al-Qaida en de gruwelijke executies door de taliban-rechtbanken. Moellah Omar zat met blote voeten en in traditionele kledij in een luxe fauteuil. &#8216;Hij is zeker 1.88 meter lang, zijn gezicht is tot aan zijn ogen bedekt met een lange donkere baard. Hij sprak heel zacht.&#8217; Vendrell sprak ook over een mogelijk vergelijk met de noordelijke alliantie, op dat moment de belangrijkste tegenstander. &#8216;Dat was voor ons de oplossing voor vrede. Maar Omar zei verder niet veel. Behalve dat hij er over zou nadenken.&#8217;<\/p>\n<p>Alle goodwill weg<\/p>\n<p>In maart 2001 leken alle kansen voor de taliban verkeken, zegt Vendrell. Toen schokte het regime de wereld door de eeuwenoude boeddha-beelden in Bamyan op te blazen. Mullah Omar vaardigde hoogstpersoonlijk de fatwa uit: de beelden behoorden tot een ketterse godsdienst en moesten daarom vernietigd worden. Wat in de buitenwereld niet bekend werd, was dat Omar om de succesvolle operatie te vieren opdracht gaf op verschillende plekken in het land in totaal honderd koeien te slachten. Hij wilde Allah op deze manier zijn excuses aanbieden dat de beelden pas op dat moment werden opgeblazen, terwijl de taliban al vijf jaar aan de macht was.<\/p>\n<p>Vendrell nam direct na &#8216;Bamyan&#8217; contact op met Omar. &#8216;In mijn boodschap heb ik harde woorden gebruikt,&#8217; zegt Vendrell terugkijkend. &#8216;Ik heb de taliban duidelijk gemaakt dat elke goodwill die er nog mocht zijn bij de internationale gemeenschap weg was. Vanaf dat moment wist ik bijna zeker dat het Westen militair zou gaan ingrijpen, zonder dat ik natuurlijk een vermoeden had van de aanslag op het World Trade Centre in New York een half jaar later.&#8217; Omar liet de kritiek langs zich afglijden, hij was er op dat moment van overtuigd dat bondgenoten Pakistan en Saoedi-Arabi\u00eb hem niet in de steek zouden laten.<\/p>\n<p>Op 11 september 2011 om zeven uur &#8217;s avonds keek de talibanambassadeur in Pakistan verbijsterd naar de televisiebeelden van vliegtuigen die zich in New York in de Twin Towers boorden. Hij realiseerde zich meteen, zo schrijft Zaeef in zijn memoires, dat de Verenigde Staten hard zouden terugslaan. Dat het talibanregime in gevaar was. De ambassadeur kon die nacht de slaap niet vatten (&#8216;Ik lag naar het plafond te staren&#8217;) toen om \u00e9\u00e9n uur de telefoon ging. Kandahar aan de lijn. Pas zes uur na de aanslagen nam het regeringscentrum van de taliban contact op met haar belangrijkste ambassadeur! Ook daar konden ze de slaap niet vatten, noteert Zaeef. Ze spraken af Amerika op te roepen met onomstotelijke bewijzen te komen van de betrokkenheid van Al-Qaida. Wel zou in algemene zin afkeuring worden uitgesproken over de actie.<\/p>\n<p>Omar bleef in de weken die volgden &#8211; ook toen de betrokkenheid van Al-Qaida wel duidelijk was &#8211; weigeren Osama bin Laden uit te leveren aan de VS. Zijn starre houding leidde tot diepe verdeeldheid in de rangen van de taliban. De pragmatici wilden van Bin Laden af, om zo de toorn van de Amerikanen te voorkomen. Omar beriep zich op de in Afghanistan zo geroemde gastvrijheid. De Pakistaanse journalist Rahimullah Yusufzai bezocht Omar in deze periode, vlak voor de Amerikaanse inval, in Kandahar. &#8216;Omar was volkomen rustig,&#8217; zegt Yusufzai. &#8216;Ik was verbaasd en zei: &#8220;Weet je wel wat er gaat komen?&#8221; Dat wist hij. Het leek hem op dat moment niet veel te kunnen schelen dat de Amerikanen hem mogelijk zouden aanvallen.&#8217;<\/p>\n<p>Toen begin oktober 2001 Amerikaanse kruisraketten op zijn huis neerkwamen, ontsnapte Omar als door een wonder. Hij gaf in die dagen twee radio-interviews, een met de pasjtoe-afdeling van de BBC en een met de Voice of America, waarin hij zeer strijdvaardig klonk. Hij sprak over de aanstaande &#8216;vernietiging&#8217; dan wel &#8216;uitroeiing&#8217; van de Verenigde Staten. Daaraan twijfelde hij niet, &#8216;als god het wil&#8217;. Hij zag niets in een regering van nationale eenheid waarin alle bevolkingsgroepen een plaats moesten krijgen. &#8216;Wij willen geen onderdeel uitmaken van een regering van slechteriken. We prefereren de dood boven deelname aan een kwaadaardig regime.&#8217;<\/p>\n<p>Het noorden van Afghanistan viel al snel in handen van de noordelijke alliantie, een samenraapsel van voormalige warlords gesteund door de Amerikanen. Het zuiden pleegde hardnekkig verzet. Omar hield zich die maanden hoogstwaarschijnlijk schuil in zijn met financi\u00eble steun van Osama bin Laden gebouwde huis op een berg die uitkeek over Kandahar. In het gebouw is tegenwoordig &#8211; hoe symbolisch &#8211; een CIA-basis gevestigd.<\/p>\n<p>Op een bromfiets<\/p>\n<p>In december 2001 begonnen onderhandelingen met de door de Amerikanen gesteunde Hamid Karzai die vanuit Pakistan een razendsnelle opmars had gemaakt door Zuid-Afghanistan en op zijn beurt voor de poorten van Kandahar stond. &#8216;Er hing een droevige, neerslachtige sfeer in de top van de taliban,&#8217; zegt een vertrouweling van Omar, moellah Abdul Salam bijgenaamd Rocketi (raket). &#8216;Omar was het ermee eens dat er een delegatie naar Karzai ging om te onderhandelen over de overgave.&#8217; De gesprekken tussen de strijdende partijen duurden uren. En toen de overgave een feit was, verliet Omar als eerste de bijeenkomst, bijna als een dief in de nacht. &#8216;We hebben hem daarna nooit meer teruggezien,&#8217; zegt Rocketi.<\/p>\n<p>Wat er daarna met de Amir al-Mu&#8217;minin is gebeurd, is schimmig. De een zegt dat Omar op een bromfiets naar Pakistan vluchtte. Anderen menen zeker te weten dat hij terug is gegaan naar zijn familie in Deh Rawod. Zeker is dat zijn eerste vrouw &#8211; een Uruzgani &#8211; twee keer in Deh Rawod is gesignaleerd, de laatste keer in 2008.<\/p>\n<p>Volgens hardnekkige geruchten zou Omar de afgelopen jaren onder bescherming van de Pakistanen in een safehouse hebben gewoond. Net als Osama bin Laden in zijn laatste jaren lijkt Omar op dit moment dus vergaand ge\u00efsoleerd. Journalist Yusufzai, die moellah Omar voor zijn verdwijning tientallen keren sprak, meent zeker te weten dat de voormalige talibanleider in leven is en nog steeds leiding geeft aan de beweging. &#8216;Omar spreekt cassettebandjes in die worden beluisterd door een kleine groep hoge talibancommandanten.&#8217;<\/p>\n<p>Hoe nu verder? Washington lijkt in verwarring. Van de ene kant verklaarde Hillary Clinton dat moellah Omar hetzelfde lot verdient als Osama bin Laden. Van de andere kant is officieel bevestigd dat de Amerikanen sinds kort rechtstreeks onderhandelen met de taliban. Onder experts in de Verenigde Staten, maar ook in Europa, is na tien jaar van vruchteloze militaire campagnes het inzicht gegroeid dat deze onderhandelingen onontkoombaar zijn.<\/p>\n<p>Achter de schermen spraken de twee partijen de afgelopen maanden al in het diepste geheim in Qatar en Duitsland. De Duitsers traden hierbij op als bemiddelaars. Volgens journalist Yusufzai kan op termijn een doorbraak worden bereikt. &#8216;Omar moet niets hebben van president Karzai, die hij ziet als een marionet van het Westen. Maar rechtstreeks praten met de VS, dat wil hij wel. Het zijn eerste stapjes, het is aftasten. Tussen de partijen is jarenlang gestreden en er is over en weer enorm wantrouwen.&#8217;<\/p>\n<p>Voor Omar moeten het verwarrende tijden zijn. Hij houdt zich al jaren schuil, maar het zou heel goed kunnen dat blijkt dat de &#8216;aanvoerder der gelovigen&#8217; het spel goed heeft gespeeld en over een tijdje glimlachend plaatsneemt aan de onderhandelingstafel.<\/p>\n<p>Bette Dam is correspondent in Afghanistan voor NRC Handelsblad en de Wereldomroep. In 2009 verscheen haar boek \u2018Expeditie Uruzgan, de weg van Hamid Karzai naar het paleis\u2019.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Talibanleider moellah Omar is na de dood van Osama bin Laden misschien wel de meest gezochte man ter wereld. Wie is hij? En kan hij nog een rol spelen in Afghanistan?<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-65443","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Harm Ede Botje, Bette Dam","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/65443","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=65443"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/65443\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Harm Ede Botje, Bette Dam","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=65443"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=65443"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}