
 {"id":59183,"date":"2011-12-17T00:00:00","date_gmt":"2011-12-16T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/ze-spreken-de-juf-tegen\/"},"modified":"2011-12-17T00:00:00","modified_gmt":"2011-12-16T22:00:00","slug":"ze-spreken-de-juf-tegen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/ze-spreken-de-juf-tegen\/","title":{"rendered":"\u2018Ze spreken de juf tegen!\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Zwijgend zitten we aan tafel. We hebben net afscheid genomen van vrienden en familie, ditmaal voor korte tijd. E\u00e9n telefoontje en morgen staan ze weer op de stoep om ons te helpen. Hartverwarmend, net als al die mensen die ons stonden op te wachten op Schiphol. In ons huis hadden ze een uitgebreide brunch klaargezet: verse salades, stokbrood, oude kaas, stroopwafels en zelfs champagne. De huiskamer was zo vol bloemen en mensen dat we nu pas in de gaten krijgen dat er niets meer aan de muur hangt en we een stuk of wat meubels missen.<\/p>\n<p>Mijn oudste dochter zet haar tanden in een brok speculaas en neemt een slok warme chocomel. Een diepe zucht: ze was de smaak bijna vergeten. Of denkt ze terug aan de laatste avond in Paramaribo? Op ons ruime erf speelden zich hartverscheurende taferelen af bij het afscheid van haar vrienden. Het zal je maar gebeuren: in drie jaar tijd een fijne vriendenkring opbouwen en dan gewoon vertrekken. Haar zus doet nog een greep in de zak gemengde zachtzoete drop en begint onbedaarlijk te lachen. Dan staat ze op en begint uit volle borst te zingen: &#8216;Ik hou van Holland&#8230;&#8217;De jongste twee liggen al in bed. Althans, ze liggen op matrassen in hun slaapkamer. Geen idee waar hun bedden zijn, of de gordijnen. Moeten we nog iets te drinken inschenken en een diep gesprek voeren met de oudste twee? Om te benadrukken dat we de boel in alle rust gaan aanpakken: eerst het huis weer leefbaar en gezellig maken, zorgen dat iedereen een goede start maakt op school en zo snel mogelijk lid wordt van een sportclub.<\/p>\n<p>Ontplofte magnetron<\/p>\n<p>De vraag hangt in de lucht, maar niemand spreekt hem uit: waarom zijn we ook alweer teruggekomen? Het beviel ons toch in Suriname? En de kinderen hadden het alle vier naar hun zin. Nou dan? Die drie jaar in Paramaribo liggen achter ons en we zijn terug in onze vertrouwde Amsterdamse omgeving. Maar waar een expat &#8211; of het nu een arts is, een zakenvrouw of een diplomaat &#8211; na een paar jaar van standplaats wisselt om weer een ander vreemd land te gaan ontdekken, loert voor ons het gevaar dat de tijd ons achterhaalt. Alsof we nooit in Suriname zijn geweest. Op de eerste avond hadden we alleen de eerste symptomen gezien van de nieuwe staat van ons huis. Daarna neemt de schade zienderogen toe. In de schuur treffen we beschimmelde vloerkleden aan, een half vergaan servies, een kapot koffiezetapparaat en een verrotte schommelstoel. Dat onze destijds na lang aarzelen aangeschafte en nog zo goed als nieuwe vijfzitsbank bij het grof vuil terecht was gekomen na de annexatie door kakkerlakken, pissenbedden en muizenfamilies, hadden we al meegekregen. Dan schrikken we heus niet meer van een ontplofte magnetron of een doorgebrande televisie. Het zijn alleen maar spullen. Vervangbaar bovendien, zolang de creditcard actief blijft. Al die kosten horen kennelijk bij onze overgang, net als de aanschaf van een nieuw fietsenpark, mobiele telefoons en wintergarderobes. Boven staan ongeveer vijfenveertig verhuisdozen waarin de laatste huurder onze huisraad tijdelijk heeft opgeslagen. Aanvankelijk ontbreekt elk overzicht, maar toch heeft het wel iets om dierbare boeken, lang gekoesterde langspeelplaten en muffe wintertruien weer even door mijn vingers te laten gaan. Maar veel is het wel, vijfenveertig dozen. Onze spullen uit Suriname zijn nog onderweg op de boot, daar hadden we dertien dozen voor nodig.<\/p>\n<p>In de eerste week moeten de kinderen meteen naar school. Hun verbazing overheerst. &#8216;Ik zeg het je, bij mij in de klas spreken ze de juf gewoon tegen en dan krijgen ze niet eens een bok,&#8217; zegt de jongste (10) na de eerste dag. Verder is ze goed te spreken over haar montessorischool. Ze bepaalt haar eigen tempo, kiest zelf haar werkjes en bij de juf kan ze voorlopig niet stuk omdat ze na drie jaar schoonschrijven een voorbeeldig handschrift heeft ontwikkeld. Ook haar broer maakt vrij snel indruk in de brugklas met een hoge score voor een rekentoets. Geen wonder, rekenen in Suriname bestaat uit hoofdrekenen, redactiesommen en cijferen. Niks schattingen; wat is er mis met een stevige staartdeling?<\/p>\n<p>Verdacht wit<\/p>\n<p>De twee oudsten hebben het moeilijker. Het valt mijn oudste dochter (16) op dat sommige docenten in Amsterdam de lesstof verdiepen door thema&#8217;s in een actuele context te plaatsen. Dat is nieuw voor haar. Op haar Surinaamse school was ze vooral gewend om kennis te reproduceren, terwijl ze hier leren om kritische vragen te stellen en een eigen mening te vormen. Ze moet dan ook stevig aanpoten. Het tempo ligt hoog en ze kan niet rustig de volgende proefwerkweek afwachten. Haar zus (14) vindt iedereen verdacht wit op haar lyceum. Verder moet ze vooral wennen aan de cultuur: &#8216;En weet je wie we hebben voor aardrijkskunde? Michiel! En hij staat erop dat we allemaal Michiel tegen hem zeggen. Maar wat schieten wij daar nou mee op? Hij moet ons cijfers geven en straks bepalen of iemand overgaat. Nou, dan kan ik toch net zo goed meester tegen hem zeggen?&#8217; Buiten is het best fris voor medio september, zeker wanneer ik doorweekt tegen de wind in fiets om mijn zoon naar en van school te begeleiden. De jongen is inmiddels twaalf en kan heel aardig overweg met een fiets, maar het Amsterdamse stadsverkeer is hij toch wat ontwend. Na een week of drie durft hij in zijn eentje, maar het blijft lastig de snelheid van voorbijsuizende taxi&#8217;s in te schatten en fietsers te ontwijken. &#8216;Ja maar pa, ze komen hier allemaal van de andere kant aanscheuren.&#8217; Kan hij er wat aan doen dat ze in Suriname links rijden.<\/p>\n<p>Zoals we ons hebben ingesteld op de gevaren van de grote stad, zo hebben we ook het klimaatverschil ingecalculeerd. De obsessie met het weer vinden we wel opvallend. Schijnt de zon, dan puilen binnen de kortste keren de terrassen uit, terwijl vanaf een graad of zestien onherroepelijk de korte broeken uit de kast komen. Dat moet aan ons liggen: waarschijnlijk hebben we een andere gevoelstemperatuur. We vinden dat de airco driekwart van het jaar op volle toeren draait in Holland. Buiten wel te verstaan. Maar dat went snel. Mijn vrouw had de eerste weken nog de neiging ongeacht het weer overdag en &#8217;s avonds de tuindeuren open te houden. Vanwege het gevoel van ruimte en het contact met de buitenwereld. Het geruis van de Italiaanse populier die vanuit ons tuintje hoog boven het huizenblok uittorent doet vertrouwd aan. Het is een gelijkmatiger geluid dan het ritselen van een bananenboom, de knallen op het golfplaten dak waarmee de manjaboom vruchten verliest of het gesnerp van de siksi yuru, de krekels die zich tegen zonsondergang beginnen te roeren. Dat is het ideale moment voor een gesprek met de buurman over het snoeien van de tamarinde of het duurzaam onderhouden van houten veranda&#8217;s. Allebei in blote bast, op slippers, leunend tegen het hek. Dat wordt anders de komende tijd. Een goed gesprek met de buren gaat hier op afspraak. Een wijntje? Altijd, maar deze week nog even niet; laten we kijken wanneer het uitkomt.<\/p>\n<p>Met de tuindeuren open kunnen we nog zoveel truien aantrekken als we uit de dozen kunnen opdiepen, maar uiteindelijk sluiten de vier muren zich meedogenloos om ons heen. Ook de gordijnen blijken steeds eerder dicht te gaan.<\/p>\n<p>Lompheid<\/p>\n<p>Soms wordt het ons te veel. Al die mensen op straat. En iedereen in het tempo waarin Matthijs van Nieuwkerk zijn teksten van de autocue ratelt. Stop voor een rood stoplicht, knipper twee keer met je ogen en er staan zeker dertig ongeduldige fietsers om je heen. Probeer een vriendelijke grijns en het levert hooguit gefronste wenkbrauwen op. Of het zijn de talloze papieren, plichtplegingen en procedures die me naar de keel grijpen. Dat komt ervan als je in korte tijd een tweedehands gezinsauto op de kop tikt, een parkeervergunning regelt, een voordelig drie-in-\u00e9\u00e9n-communicatiesysteem probeert uit te zoeken en ook nog even de kinderbijslag wilt veiligstellen. Wie een product of abonnement wil aanschaffen, kan overal terecht en wordt razendsnel teruggebeld. Maar wie verhaal wil halen over een torenhoge energierekening of een haperende telefoonverbinding, moet over veel geduld en nog meer beltegoed beschikken. Op dat soort momenten wens ik mij in Suriname. Daar getuigen nutsbedrijven en overheidsinstellingen van minstens evenveel bureaucratie en lompheid, maar kan ik me tenminste nog aan een loket vervoegen om mijn onvrede te uiten.<\/p>\n<p>Een belangrijk argument voor onze terugkeer vormt het onderwijs en de extra mogelijkheden voor opgroeiende kinderen. Geef ze een fiets en een mobieltje en de wereld ligt aan hun voeten. Daar worden kinderen zelfstandiger en kritischer van, verwachten we, en dat gebeurt hier een stuk sneller dan in Suriname. In Amsterdam hebben ze tenminste wat te kiezen. Naar we begrijpen is in Nederland een culturele kaalslag van jewelste aan de gang, maar wij, net terug uit een land waar onlangs voor het eerst in jaren weer een bioscoop is geopend, ervaren nog steeds een overdaad aan film, theater, muziek en tentoonstellingen. Mijn vrouw fietst van de ene voorstelling naar het andere festival, terwijl de kinderen hun eigen agenda bepalen. Bovendien, waar we vanuit Suri-name naar Brazili\u00eb, Trinidad of Mexico konden uitwijken, vormt Amsterdam de poort naar Europa.<\/p>\n<p>Mokerslag<\/p>\n<p>Vandaar dat we in de herfstvakantie in Parijs zitten, waar we voorzichtig de balans opmaken. Voor onze zoon komt de stap naar de middelbare school op het juiste moment. Waar hij op de Surinaamse lagere school zijn voldoening uit zelf meegebrachte avonturenboeken moest halen, kan hij hier zijn nieuwsgierigheid echt bevredigen. De jongste heeft zich er na een paar weken bij neergelegd dat de meeste meisjes in haar klas vreemd genoeg juist geen fan zijn van Justin Bieber. Om zich toch in het gesprek op school te mengen, heeft ze haar aandacht inmiddels geheel en al verplaatst naar Spangas.<\/p>\n<p>De aansluiting van de oudste twee bij hun leeftijdsgenoten spreekt evenmin vanzelf. Veel van hen gaan uit, roken en drinken, en maken afspraken binnen vaste groepjes. Het duurt langer dan een paar maanden om daartussen een plaatsje te veroveren. Thuis kunnen ze op elkaar terugvallen, als lotgenoten, zoals dat ook in Suriname gebeurde. Om die onderlinge band intact te houden spreken we af om twee keer per week te eten met z&#8217;n allen. Dat deden we in Suriname ook, maar in Amsterdam zijn we met alle trainingen, clubjes en andere afspraken vrijwel nooit tegelijkertijd thuis. Verder nemen we ons voor elke vergelijking tussen Suriname en Nederland op afstand te houden. Die gaat namelijk bij voorbaat mank. Wat je in het ene land mist, blijkt in het andere land in overvloed aanwezig. Dat voornemen sneuvelt nogal eens, omdat de verschillen ons voortdurend worden ingepeperd. Zo willen vrienden en bekenden bij voorkeur tot in detail weten of we definitief zijn teruggekeerd, wat we missen uit Suriname, in welk opzicht Nederland is veranderd en hoe we er financieel eigenlijk voor staan. Directe vragen die ze in Suriname en ook in de rest van de wereld als tamelijk vrijpostig zouden kwalificeren. En hoewel ik nooit aan de goede bedoelingen twijfel, komt ook de vraag of we weer een beetje zijn gewend, soms aan als een mokerslag. Daarom willen we nog wel eens een feestje overslaan. Dan hebben we geen zin in verklaringen. Die tegenzin grenst aan een zeker schuldgevoel: we stellen ons voor dat anderen misschien bevreemd of zelfs teleurgesteld reageren wanneer we hun vertellen over onze gewenningsfase. Zij zijn al die tijd hier gebleven en het relaas van onze hernieuwde kennismaking zouden ze kunnen opvatten als kritiek.<\/p>\n<p>Een van de honderden<\/p>\n<p>Het leven in Nederland is harder en zakelijker geworden in de afgelopen drie jaar, vinden we. Maar een crisis? Ik geloof er niets van. Het draait allemaal wel om geld. Of om gebrek aan geld. Mijn vrouw en ik werken allebei freelance: zij maakt tv-documentaires, ik schrijf. Nu blijkt dat we in een concurrentiemarkt terecht zijn gekomen waarin we almaar originelere idee\u00ebn in steeds minder tijd en voor nog minder geld moeten zien te realiseren. Als er al budget voor is. Het zet ons aan het denken. In Suriname gaven ze ons het gevoel dat onze bijdragen ertoe deden en zelfs een wezenlijk verschil maakten. Mijn vrouw heeft haar ziel en zaligheid in de opzet van Villa Zapakara gestopt, het eerste kindermuseum van Suriname, terwijl ik heb gewerkt aan de eerste echte nieuwssite van het land. Mensen spraken me aan op straat omdat ze mijn column hadden gelezen. Zo&#8217;n directe respons komt zelden voor in Nederland. Hier ben ik een van de honderden of duizenden die af en toe een aardig stukje proberen te tikken. Hier houden ze ons scherp en kunnen we ons ontwikkelen. Maar is dat wat we willen? Of geeft het meer voldoening om bij te dragen aan iets nieuws in een land waar niet alles vanzelf spreekt?<\/p>\n<p>Zo blijkt het een ingewikkeld soort luxe om je in twee landen thuis te voelen, vrienden te hebben en werk te kunnen doen. Daarbij streven we ernaar niet alles als vanzelfsprekend aan te nemen en het beste uit die twee werelden te halen. En mocht het even tegen zitten bij de overgang, dan is daar altijd nog de wetenschap dat we er helemaal zelf voor hebben gekozen een tijd in een ander land te leven. Want hoewel een werkgever uitstekend van pas zou komen bij alle formaliteiten rond een emigratie, moet ik er niet aan denken dat iemand anders bepaalt waar, wanneer en hoe ik mijn werk doe.<\/p>\n<p>Hoelang we in Nederland blijven? Nemen we de jongste (groep 7) als uitgangspunt en willen we haar net als haar broer en zussen hier eindexamen laten doen, dan zijn we nog minstens zes tot acht jaar in het land. Zo ver kijken we meestal niet vooruit. Langzamerhand realiseren we ons dat het reuze verfrissend kan zijn ons in alle eerlijkheid af te vragen in welk land we willen wonen en werken. Nederland, Suriname of wie weet heel ergens anders. Laat mijn moeder het niet horen, maar zo&#8217;n kunst is het niet om die dertien verhuisdozen weer in te pakken. Het grootste risico is dat onze kinderen later ook voor langere tijd de grens oversteken. Dat gun ik ze van harte.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Diederik Samwel woonde drie jaar met zijn gezin in Suriname. Terug in Nederland is het wennen. \u2018Welke culturele kaalslag?\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-59183","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Diederik Samwel","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/59183","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=59183"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/59183\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Diederik Samwel","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=59183"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=59183"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}