
 {"id":582963,"date":"2024-01-30T16:06:06","date_gmt":"2024-01-30T15:06:06","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vn.nl\/?p=582963"},"modified":"2024-01-30T16:15:20","modified_gmt":"2024-01-30T15:15:20","slug":"literaire-kroniek-anneke-brassinga","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/literaire-kroniek-anneke-brassinga\/","title":{"rendered":"Literaire Kroniek: De weerbarstige, buitensporige stem van Anneke Brassinga"},"content":{"rendered":"<p>\u2018Po\u00ebzie\u2019 schrijft Anneke Brassinga in <em>Crudit\u00e9s<\/em>, \u2018is meestal hinderlijk, want wezenloos, pretentieus, of braaf beantwoordend aan eigen of andermans denkbeeld over wat po\u00ebzie zij.\u2019 Zo\u2019n afkeer van slechte po\u00ebzie (daar komt het op neer) ruimt aardig op. Brassinga moet niets van sentimentaliteit hebben, voelt weinig voor gedichten met een boodschap, verdraagt alleen in uitzonderlijke gevallen liefdespo\u00ebzie en is geen liefhebber van \u2018po\u00ebzie als een vorm van allerindividueelste expressie van de overbekendste emoties\u2019. Maar er zijn uitzonderingen.<\/p>\n<p>Blijkens <em>Crudit\u00e9s<\/em> beschouwt Brassinga de po\u00ebzie van Herman Gorter, J.H. Leopold, Martinus Nijhoff, Paul van Ostaijen, Kees Ouwens, Jacob Groot en de Franse dichter St\u00e9phane Mallarm\u00e9 niet als hinderlijke po\u00ebzie, integendeel, daar spiegelt ze zich graag aan. Het is dan ook geen zachtzinnige po\u00ebzie, maar weerbarstig en buitensporig in de combinatie taalvernuft en emotioneel gehalte. Dit is een po\u00ebzie die duur wordt betaald.<\/p>\n<p>Anneke Brassinga is zelf ook een weerbarstige stem in de Nederlandse literatuur. Naast zo\u2019n twaalf bundels po\u00ebzie schreef ze zes collecties essayerend proza, waaronder <em>Het zere been<\/em>, <em>Bloeiend puin<\/em>, <em>Grondstoffen<\/em> en <em>Hapschaar<\/em>, titels waar het nieuwe <em>Crudit\u00e9s<\/em> (Frans voor rauwkost) goed in past. Ze is vaak genoeg bekroond, tot en met de P.C. Hooftprijs aan toe. Niet iemand van wie het werk makkelijk leest, tot het onbegrip toe. Wel iemand die iets op het spel zet en daarvoor de rauwe, lastige kanten van de literatuur opzoekt. Maar dat gebeurt allerminst in rauwe taal.<\/p>\n<h5>een glorieuze droom<\/h5>\n<p>In <em>Crudit\u00e9s<\/em> staat een essay over de hermetische, intellectuele en abstracte dichter Mallarm\u00e9 (1848-1898) waarin Brassinga het heeft over zijn uitspraak dat \u2018alles ter wereld bestaat om in een boek uit te monden\u2019. Mallarm\u00e9 bedoelde dat de wereld in de vorm van taal zo maagdelijk mogelijk overgeheveld zou moeten worden in Het Boek (Le Livre). Hij zou daarin \u2018de splijting tussen de gewaarwordende en waarnemende mens en de onbezielde stof \u2018 opheffen. De wereld zou dan, als ik het goed begrijp, in de door Mallarm\u00e9 bezielde vorm in Het Boek terecht komen. Het zou de samenkomst van wereld en bewustzijn bewerkstelligen. Het \u2018bekoort\u2019 Brassinga blijvend dat Mallarm\u00e9 \u2018de gooi deed naar spiegelende versmelting van wereld en woord, schepping en rituele voleinding\u2019. Het bleef vooral \u2018een glorieuze droom\u2019 die niet werd voltooid.<\/p>\n<blockquote><p>Voor Brassinga is schrijven net als vergeefse rondjes lopen: \u2018schrijven is bij uitstek: ergens omheen draaien.\u2019<\/p><\/blockquote>\n<p>Dat Brassinga zich hevig voor iemand als Mallarm\u00e9 interesseert heeft te maken met haar fascinatie voor schrijvers en dichters die naar iets op zoek zijn waarvan ze weten dat het niet gevonden zal worden. De taal en het denken worden er wel voor uitgebeend. Mallarm\u00e9 werd er vanaf zijn vierentwintigste totaal door in beslag genomen: \u2018Zich uit te putten in het vergeefse, werd voor Mallarm\u00e9 misschien iets loffelijks op zichzelf,\u2019 schrijft Brassinga, ongetwijfeld denkend aan Samuel Beckett van wie bekend is dat hij ook een voorstander was van beter of \u2018moedig falen\u2019. Ze noemt Mallarm\u00e9\u2019s sonnetten \u2018onvertaalbaar\u2019. Het door Paul Claes vertaalde sonnet dat Brassinga citeert getuigt van Claes\u2019 virtuoze taalvermogen, maar is zo goed als onbegrijpelijk.<\/p>\n\n<h5>Op zoek naar de heffalump<\/h5>\n<p>Brassinga\u2019s manier van denken is ver verwijderd van het conventionele, logische denken en is, naar eigen zeggen, sterk be\u00efnvloed door de manier van denken van Winnie-the-Pooh, vooral waar het Poohs \u2018intellectuele onvolkomenheid\u2019 betreft. Daarvan ziet ze veel terug in haar eigen werk. Met name \u2018het celebreren van ongewisheid\u2019 en \u2018de dwaling als wegwijzer\u2019 zijn in <em>Crudit\u00e9s<\/em> te vinden. Het komt ter sprake als ze het over de \u2018onvoltooidheid\u2019 heeft van de door haar bewonderde J.H. Leopold, de dichter van wie bekend is dat hij zoveel verzen onvoltooid liet. Hij bleef maar dwalen in zijn eigen gedichten, zonder een uitweg te vinden. Brassinga herkent die onvoltooidheid in de manier waarop Pooh en Piglet in hoofdstuk drie van <em>Winnie-the-Pooh<\/em> de Heffalump niet kunnen vinden omdat ze steeds maar in hun eigen voetsporen rond het bos lopen. Brassinga trekt het vergeefse rondjes lopen zelfs door naar het schrijven in het algemeen: \u2018<em>schrijven is bij uitstek: ergens omheen draaien<\/em>\u2019. Zou je dat niet doen, en zou je het juiste, verlossende woord daadwerkelijk opschrijven, dan zou het universum instorten. Dat laatste woord zou ons voor goed uit het niet-weten en dwalen bevrijden. Maar \u2018dan is alles voorbij\u2019.<\/p>\n<p>Dat juiste laatste woord wordt dus nooit gesproken of geschreven. Vooral niet omdat Brassinga bij herhaling schrijft dat men zich altijd goed moet voorstellen dat elk mens een volslagen eigen werkelijkheid in zijn hoofd heeft. Ze is in literair opzicht een radicaal individualiste. En dus zal ze eindeloos om het juiste laatste woord heen draaien. Die volstrekte eigen werkelijkheid is artistiek en intellectueel gezien uitermate aantrekkelijk. Denk maar aan de originele geest van de door Brassinga gekoesterde Diderot, de Franse filosoof en encyclopedist. Over hem, wiens brieven aan zijn minnares Sophie Volland zij vertaalde) schrijft Brassinga dat hij ervan doordrongen was \u2018hoe hartgrondig irrationeel en tegelijk rigide, hoe cerebraal en onbedachtzaam, wreed en teder, behoeftig en bevlogen de mens is.\u2019 Zo vol tegenstrijdigheden (\u2018wreed en teder\u2019) verschijnt de werkelijkheid ook in Brassinga\u2019s <em>Crudit\u00e9s<\/em>. Het maakt haar werkelijkheid tot \u2018hachelijkheid\u2019.<\/p>\n<p>Brassinga is in haar essays zelden rechtstreeks autobiografisch, maar wel ongedwongen persoonlijk, zoals in het \u2018Parijs Journaal\u2019 in <em>Bloeiend puin<\/em>\u00a0en in de \u2018Terugblik\u2019 aan het slot van <em>Crudit\u00e9s<\/em>. Daarin valt te lezen dat ze \u2018onwelkom geboren\u2019 is in een gezin waarvan ze op vierjarige leeftijd al begreep dat alles om haar heen vreemd was. Warmte en geborgenheid hadden er geen prioriteit. Die belandden dus permanent op haar wensenlijst, om samen de weemoed en de zwartgalligheid mee op een afstand te houden. Ze bleef zich haar leven lang afvragen of die weemoed \u2018een fabrieksfout\u2019 was. Maar bij zoveel gebrek aan \u2018ontferming\u2019 was er als redding nog wel de werkster. Die ziet ze nog altijd voor zich \u2019als een door zonlicht omstraald silhouet, een struise schim die met een simpel zegenrijk gebaar de letters trok op het papier dat ze mij reikte en waarin de wereld openging, het land van gecondenseerde melk en honing, de spijs waar Pooh altijd trek in heeft\u2019.<\/p>\n<blockquote><p><em>Crudit\u00e9s<\/em> is een boek om bij de hand te hebben en met urgente traagheid te veroveren.<\/p><\/blockquote>\n<p>Ook in <em>Crudit\u00e9s<\/em> zit weer genoeg bloeiend puin van de soort die ze bij Diderot signaleert. Brassinga schrijft in metaforen, abstracties, beeldspraak, dagelijkse keukentaal (J.A. D\u00e8r Mouw indachtig) en raadseltaal. Ze heeft het over haar dromen in Arcadia die uit nachtmerries bestaan. Waarna ze zich afvraagt of het dagelijkse leven zich daar ook niet afspeelt. Het komt erop neer dat Brassinga\u2019s werkelijkheid een fantasie is van \u2018tijdloze, aardse noblesse van liefde en gezelschap en goede wil \u2013 tegen het grote achterdoek van bruut geweld en manipulatie.\u2019 Alles wordt bij Brassinga altijd tegelijk, of snel achter elkaar, gezien door de ogen van geluk \u00e9n droefenis. Ze verdringen elkaar om wie er op de voorgrond moet. Brassinga kan met Mallarm\u00e9 mee denken en op het Niets uitkomen, maar even later steekt de Schoonheid de kop op, die ze onmogelijk kan negeren, want dat is een \u2018weermiddel\u2019, dat voorkomt dat men afglijdt naar de sloppenwereld van de \u2018kleine afvaleters, een stofmijt in een zonnig hoekje, twee zilvervisjes, innig verstrengeld in een vochtig washok\u2019. \u2019Zilvervisjes, die opduiken wanneer het schoonmaken erbij in schiet, staan bij Brassinga voor het ultieme verval.<\/p>\n<p>\u2018Als sociaal schepsel\u2019, schrijft Brassinga in het prachtige terugkijkende persoonlijke slot van <em>Crudit\u00e9s<\/em>, voelde ze zich in haar jeugd \u2018allang mislukt want onwelkom geboren, als een hinderlijke uitwas. Maar dat de wereld iets wonderbaarlijks had, los van mijn gestaag-beklemmend gevoel van onbehagen en onveiligheid, was me bij het eerste levenslicht al opgevallen\u2019. Die glimp van het wonderbaarlijke plantte in haar de verwachting dat ze opheldering zou krijgen over waaruit dat wonderbaarlijke bestaat. Ze zocht het in de kleuterschool, in verliefdheid, in de literatuur, bij Kafka, Nabokov, Diderot, Mallarm\u00e9, Proust, bij Van Ostaijen, in de muziek (met Sch\u00f6nberg als favoriet), in de kunst (Goya). En als vertaler uit verschillende talen, want het ging er snel op lijken \u2018dat het woord en ik elkaar na aan het hart lagen, dat het bereid was zich door mij te laten bezielen\u2019.<\/p>\n<p><em>Crudit\u00e9s<\/em> is een boek om bij de hand te hebben en met urgente traagheid te veroveren, je kunt er veel omheen draaien, zoals Pooh en Piglet om hun bos, op zoek naar opheldering omtrent de Heffalump.<\/p>\n<div class=\"info-box\">\n<p><em>Crudit\u00e9s<\/em> door Anneke Brassinga is uitgegeven door De Bezige Bij.<\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>\u2018Po\u00ebzie\u2019 schrijft Anneke Brassinga in Crudit\u00e9s, \u2018is meestal hinderlijk, want wezenloos, pretentieus, of braaf beantwoordend aan eigen of andermans denkbeeld over wat po\u00ebzie zij.\u2019 Zo\u2019n afkeer van slechte po\u00ebzie (daar komt het op neer) ruimt aardig op. Brassinga moet niets van sentimentaliteit hebben, voelt weinig voor gedichten met een boodschap, verdraagt alleen in uitzonderlijke gevallen [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2850,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-582963","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","dossier-cultuur","article_type-carel-peeters-literaire-kroniek"],"acf":[],"author_name":"Carel Peeters","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/582963","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=582963"}],"version-history":[{"count":3,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/582963\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":582969,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/582963\/revisions\/582969"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Carel Peeters","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/2850"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=582963"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=582963"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}