
 {"id":581759,"date":"2024-01-01T05:00:07","date_gmt":"2024-01-01T04:00:07","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vn.nl\/?p=581759"},"modified":"2024-01-01T18:13:26","modified_gmt":"2024-01-01T17:13:26","slug":"platteland-taboe-mentale-problemen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/platteland-taboe-mentale-problemen\/","title":{"rendered":"Op het platteland heerst nog steeds een taboe op mentale problemen"},"content":{"rendered":"<div class=\"info-box\">\n<p><iframe src=\"https:\/\/w.soundcloud.com\/player\/?url=https%3A\/\/api.soundcloud.com\/tracks\/1705257177%3Fsecret_token%3Ds-ZE3EuKBzMF6&amp;color=%23ff5500&amp;auto_play=false&amp;hide_related=false&amp;show_comments=true&amp;show_user=true&amp;show_reposts=false&amp;show_teaser=true\" width=\"100%\" height=\"120\" frameborder=\"no\" scrolling=\"no\"><span data-mce-type=\"bookmark\" style=\"display: inline-block; width: 0px; overflow: hidden; line-height: 0;\" class=\"mce_SELRES_start\">\ufeff<\/span><span data-mce-type=\"bookmark\" style=\"display: inline-block; width: 0px; overflow: hidden; line-height: 0;\" class=\"mce_SELRES_start\">\ufeff<\/span><span data-mce-type=\"bookmark\" style=\"display: inline-block; width: 0px; overflow: hidden; line-height: 0;\" class=\"mce_SELRES_start\">\ufeff<\/span><\/iframe><br \/>\n<em>We hebben deze reportage ook voor je ingesproken.<\/em><\/p>\n<\/div>\n<p class=\"tekst\">Het is een druilerige novemberdag en we lopen langs de Potmarge, een riviertje dat door het zuidelijke deel van Leeuwarden stroomt. Op het wateroppervlak tekenen zich steeds meer rimpelingen van regendruppels af. Zeventig jaar gelden stapte de Friese schrijver en journalist Reinder Brolsma hier op klaarlichte dag zijn schuitje uit, het koude water in, en verdronk zichzelf. Nu voert de Potmarge langs een school en nieuwbouwwijken, maar toen moet het er verlaten zijn geweest. \u2018Het regende die dag ook,\u2019 zegt mijn wandelgenoot, antropologe Anne-Goaitske Breteler.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Breteler is de achterachterkleindochter van Brolsma. Ze werkt aan haar derde boek, <em>De laatste dagen van de dorpsgek<\/em>, dat gaat over geestelijke gezondheid op het platteland. Hoewel ze deze plek uitvoerig heeft beschreven en overpeinsd, loopt ze nu voor het eerst door het decor van de laatste uren van haar betovergrootvader. \u2018Niemand weet precies wat er in hem omging,\u2019 zegt ze. Doordat er hier, in Friesland, nog steeds een groot taboe heerst op su\u00efcide en geestelijke problematiek, is er in haar familie weinig gesproken over de dood van Brolsma.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Reinder Brolsma maakte het onderwerp persoonlijk voor Breteler, maar hij was niet de aanleiding voor haar onderzoek, waar ze al meer dan drie jaar mee bezig is. Dat was Alexander Keijzers, een bevriende psychiater in het Medisch Centrum Leeuwarden. \u2018Hij was vanuit Den Haag in Leeuwarden komen werken,\u2019 vertelt Breteler. \u2018Na enige tijd begonnen hem grote verschillen op te vallen in het soort cli\u00ebnten en de problematiek die hij tegenkwam. Hij zei: hier zou een antropoloog iets mee moeten doen.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Zo zag de psychiater dat zelfontplooiing een moeilijk concept is op het platteland en in de provinciestad, dat er meer verstandelijke beperkingen zijn en bovenal ook dat mensen veel minder de taal en kunde bezitten om te spreken over hun eigen gevoelsleven. De psychiater moet vaak een beroep doen op de omgeving van de pati\u00ebnt om te begrijpen wat er aan de hand is. En ook die weten het vaak niet onder woorden te brengen. \u2018In de Randstedelijke regio zijn er meer extremen in de ziektebeelden,\u2019 vertelt Breteler. \u2018Maar mensen zijn er wel zeer mondig in het beschrijven van hun gevoelens en gedachten.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Daarvoor hebben we de juiste woorden nodig. Engels termen als <em>burn-out<\/em> en <em>anxiety<\/em> zijn populair, maar ook het Nederlands heeft een aardig emotioneel vocabulaire. In het Fries zijn er volgens Breteler echter bijna geen woorden die emoties of psychisch lijden uitdrukken. Behalve vage begrippen als \u2018met het hoofd op de loop\u2019 zijn. \u2018Deze gebrekkige taal geeft wel aan dat er weinig over gepraat werd, en dat dat nog steeds moeilijk is.\u2019<\/p>\n<p><img decoding=\"async\" class=\"aligncenter size-image_640 wp-image-582351\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2023\/12\/SH_24_11_23-200-640x959.jpg\" srcset=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2023\/12\/SH_24_11_23-200-640x959.jpg 640w\" alt=\"\" width=\"640\" height=\"959\" \/><\/p>\n<h5>De erflast van de boer<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Om het lijden op het platteland beter te begrijpen, zullen we dus meer ons best moeten doen om de mensen daar te horen, denken zowel Breteler als Keijzers. We moeten het platteland en de plattelanders niet benaderen vanuit de stadsmens, die een uitgebreider emotioneel vocabulaire heeft en binnen een heel andere context leeft. Veel van de pati\u00ebnten die Keijzers ziet, zeggen volgens hem slechts: \u2018Het gaat niet, dokter\u2019 wanneer hij ze vraagt hun klachten te beschrijven, om vervolgens te verwachten dat de dokter wel zal weten wat het beste voor hen is. Volgens hem is dat analoog aan hoe de provinciemens gewend is bestuurd te worden vanuit de Haagse politiek. \u2018De Randstad is altijd de standaard geweest. Terwijl er in de provincie heel andere behoeften en noodzaken leven.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>\u2018Als zijn bedrijf failliet gaat, voelt dat voor een boer als een persoonlijk mislukken naar zijn voorouders en zijn nageslacht. Dat is een bron van veel emoties, zoals schaamte en schuld.\u2019<\/p><\/blockquote>\n<p class=\"tekst\">Ook op trauma\u2019s die van generatie op generatie worden doorgegeven, moeten we ons niet verkijken. In de Friese Wouden werd tot halverwege de vorige eeuw nog in plaggenhutten gewoond. \u2018In de families die dat leven vol bittere ellende, armoede en ziekten gekend hebben, heerst al eeuwen het idee: de overheid kijkt toch niet naar ons om.\u2019 Hun houding is lijdzaam geworden. Dat boeren het afgelopen jaar massaal en openlijk in protest zijn gekomen en hun stem hebben verheven, is dan ook zeer bijzonder te noemen. Wat je ook van de vorm en inhoud van de protesten vindt.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Voor haar boek interviewde Breteler veel plattelanders \u2013 arbeiders, plattelandsvrouwen, de naasten van degenen die als \u2018dorpsgek\u2019 werden gezien, agrari\u00ebrs \u2013 van wie er enkelen ervaring hadden met de ggz, maar velen nooit bij een specialist terechtkwamen, ook al hadden ze last van mentale problemen. Van die interviews moest ze er later meerdere schrappen. Hun diepste sores zwart op wit te zien staan was te pijnlijk en schaamtevol. Eer is voor boerenfamilies van levensbelang, en dat vertaalt zich ook naar het in ere houden van het familiebedrijf. Een boer ziet zichzelf volgens Breteler als tijdelijke gezaghebber. De boerderij moet hij goed overdragen aan het nageslacht, daarmee houdt hij ook de voorouders in ere. \u2018Als zijn bedrijf failliet gaat, voelt dat voor een boer als een persoonlijk mislukken naar al die generaties. Dat is een bron van veel emoties, zoals schaamte en schuld.\u2019 De zogeheten \u2018erflast van de boer\u2019 beslaat een heel hoofdstuk in <em>De laatste dagen van de dorpsgek<\/em>. Die last leidt soms zelfs tot agrosuicide.<\/p>\n<p><img decoding=\"async\" class=\"aligncenter size-image_640 wp-image-582350\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2023\/12\/SH_24_11_23-26-640x427.jpg\" srcset=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2023\/12\/SH_24_11_23-26-640x427.jpg 640w, https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2023\/12\/SH_24_11_23-26-1280x854.jpg 1280w\" alt=\"\" width=\"640\" height=\"427\" \/><\/p>\n<h5>Oude brieven<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Pas toen Breteler aan haar boek begon, kwam ook het gesprek binnen haar familie heel voorzichtig op gang. Haar oma, de kleindochter van Brolsma, zegt zich wel te herinneren dat er naar hem werd gezocht en dat ze haar vader zag huilen. \u2018Meer wilde ze niet kwijt,\u2019 zegt Breteler. \u2018En veel meer is haar waarschijnlijk ook niet verteld.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Maar de week na hun gesprek haalde Bretelers oma toch een stapel oude brieven van Reinder Brolsma van zolder en gaf deze aan haar kleindochter. Hierin las Breteler dat Brolsma de wereld \u2018warrig ontwaarde\u2019, en naar een magnetiseur en een zenuwdokter was geweest. De laatste pagina van de briefwisseling was twee jaar voor zijn dood geschreven. Hij was net weer thuis van een elektroshocktherapie, en schreef dat hij hoopte op beterschap en dat het eten hem lekker smaakte.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Dat Reinder Brolsma het water koos om in opgeslokt te worden, is tekenend. Het water, dat zo alomtegenwoordig is in Friesland, komt veelvuldig terug in Bretelers boek. De wateren werden de zelfverkozen rustplaats van veel Friezen wier geest werd geplaagd door donkere wolken. \u2018Friezen, en sowieso mensen op het platteland, voelen zich sterk verbonden met hun landschap,\u2019 stelt Breteler. \u2018Misschien kiezen ze er daarom ook voor om daar in de dood weer mee verenigd te worden.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">We zijn inmiddels langs de oever van de Potmarge het stadscentrum van Leeuwarden ingelopen, waar ook ik sinds twee jaar woon. Met zo\u2019n 107.000 inwoners mag het zich een kleine stad noemen. Hier zit in de kroeg op de hoek altijd wel een bekende en heb je op je dagelijkse wandeling bijna zeker aanspraak. Een man loopt ons tegemoet in vervuilde kleding en tot dreadlocks verworden haar voor zijn ogen. Terwijl hij ons voorbij schuifelt, zegt hij iets ondefinieerbaars. Vanzelf doen we een stapje opzij. We lachen wat ongemakkelijk.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Wanneer we even later eindelijk een caf\u00e9 hebben gevonden \u2013 in deze provinciestad zijn veel caf\u00e9s op maandag dicht \u2013 vragen we ons af of deze man nou een moderne dorpsgek was.<\/p>\n<blockquote><p>Industrialisatie, secularisatie en individualisering maken dat mensen ook de zorg voor elkaar steeds vaker uitbesteden.<\/p><\/blockquote>\n<p class=\"tekst\">Breteler zegt het woord haast liefkozend, en ook in de titel van haar boek is het voornamelijk positief bedoeld. De laatste dagen van de dorpsgek beschrijft niet alleen de geschiedenis van geestelijk welzijn op het platteland, maar ook de veranderingen van de afgelopen jaren. \u2018De dorpsgek verdwijnt langzaamaan uit het straatbeeld,\u2019 zegt Breteler. \u2018Toen ik opgroeide in Nes, een dorp in Noordoost Friesland, waren er bij ons in het dorp nog een winkel, een school en ook een dorpsgek. Nu is geen van de drie over.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Industrialisatie, secularisatie en individualisering maken dat mensen ook de zorg voor elkaar steeds vaker uitbesteden. Voor boodschappen rijdt de dorpeling naar de moderne supermarkt. De \u2018dorpsgekken\u2019 worden \u2019s morgens in een autobusje verzameld en naar nieuwe zorginstellingen gebracht. Alles is buiten het dorp zelf. Meer symbolisch gezien verdwijnt de dorpsgek omdat we steeds meer in diagnoses spreken over mensen die anders functioneren. De vroegere dorpsgek is nu een iemand met schizofrenie, autisme of het syndroom van Down.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Breteler haalt haar mobiele telefoon tevoorschijn en scrolt erdoorheen tot ze een afbeelding van een vergeelde archieffoto heeft gevonden. Op de foto uit 1966 staat een jonge man met het syndroom van Down achter een grote houten kar vol aardappelschillen. \u2018De schillenboer van Workum,\u2019 licht ze toe. \u2018In dit dorp was een speciale taak voor hem bedacht, die hij zijn hele leven met veel enthousiasme en verantwoordelijkheidsgevoel volbracht. Hij ging bij de Workumers langs voor groenteafval, dat hij geheel gesorteerd afleverde bij een van de stadsboeren. Deze jongen maakte dus echt onderdeel uit van de gemeenschap.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Zo ging het niet altijd, benadrukt ze. \u2018Dorpsgekken\u2019 waren vaak ook het voor de hand liggende pispaaltje.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Toch vindt Breteler het zonde dat er tegenwoordig minder ruimte is voor wat toen de dorpsgek heette. Dat mensen die \u2018anders\u2019 zijn mogen bestaan b\u00ednnen een gemeenschap, laat ook zien dat anders zijn k\u00e1n. \u2018Daarnaast is het goed om je te realiseren: jouw medemens is ook jouw zorg en verantwoordelijkheid.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Ze gelooft dat betere zorg mensen met een mentale aandoening uiteindelijk wel goed doet, maar vraagt zich wel af of iemand volwaardig lid van de maatschappij kan blijven wanneer die gediagnosticeerd en uit het dorp gehaald wordt.<\/p>\n<p><img decoding=\"async\" class=\"aligncenter size-image_640 wp-image-582346\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2023\/12\/SH_23_11_23-71-640x959.jpg\" srcset=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2023\/12\/SH_23_11_23-71-640x959.jpg 640w\" alt=\"\" width=\"640\" height=\"959\" \/><\/p>\n<h5>Postnatale problemen<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Voor sommigen, die anders zijn en geen zorg kunnen of willen krijgen, is het langzaamaan uiteenvallen van het dorpscollectief een reden om naar de stad te verhuizen, waar in het straatbeeld nog ruimte is voor gekte. Dat gold ook voor de \u2018dorpsgek\u2019 van Nes, uit de jeugd van Anne-Goaitske. \u2018We hadden hem al een tijd niet meer gezien. Maar laatst vertelde iemand dat hij naar Berlijn is vertrokken.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Het sterke plattelandscollectief kende ook keerzijden. Dat veel jonge vrouwen nu aankloppen bij het Medisch Centrum Leeuwarden is tekenend. Breteler: \u2018Er zijn veel vrouwen van rond de dertig, die allemaal jong kinderen hebben gekregen. In hun omgeving is dat eeuwenlang normaal geweest. Ze zijn veelal gaan werken in \u201cvrouwenberoepen\u201d; in het onderwijs of de zorg.\u2019 Dat deze vrouwen nu massaal bij de psychiater aankloppen, lijkt erop te duiden dat het keurslijf van het collectief steeds meer begint te knellen en meer vrouwen zich afvragen of ze nog wel binnen die traditie passen. De psychiater verwoordt het zo: je moet je eigen behoeften en neigingen niet zodanig onderdrukken dat je er zelf niet meer gelukkig mee bent, anders moet je uit het collectief stappen. Breteler: \u2018Maar dat is nogal wat.\u2019<\/p>\n<blockquote>\n<p class=\"tekst\">In extreme gevallen van wanhoop werden pasgeboren kinderen gedood, vaak door verdrinking in de sloot of wasteil.<\/p>\n<\/blockquote>\n<p class=\"tekst\">Voor Breteler reden om een heel hoofdstuk te wijden aan de geschiedenis van de vrouw op het platteland en haar mentale welzijn. Veel directe documentatie van hun gevoelsleven heeft Breteler niet, want vrouwen konden lange tijd niet schrijven, en er werd niet van ze verwacht dat ze zich uitspraken. Maar met zijdelingse observaties \u2013 zoals de geschriften van vroedvrouwen of de pati\u00ebntendossiers van het Psychiatrisch Ziekenhuis Franeker \u2013 heeft ze toch een beeld kunnen scheppen. \u2018De rolpatronen van mannen en vrouwen zijn op het platteland nog lange tijd traditioneler geweest dan in de stad. Dat we uit andermans geschriften moeten opmaken hoe het vrouwen verging, bevestigt dat.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Schrijnend zijn de vele verhalen over miskramen, doodgeboren kinderen, kindersterfte en \u2018kindermoorden\u2019. Geslachtsgemeenschap was alleen binnen het huwelijk en met het oog op voortplanting gerechtvaardigd. Een ongehuwde vrouw die zwanger was geraakt, stond dus voor een zeer moeilijk besluit. Eerverlies, sterk verminderde huwelijkskansen en een groot schuldgevoel waren zware lasten die bastaardkinderen voor dorpsvrouwen met zich meebrachten. Sommige vrouwen lukte het om het kind in het geheim \u2013 vaak in de anonimiteit van de grote stad \u2013 op de wereld te zetten en af te staan. Maar in extreme gevallen van wanhoop werden pasgeboren kinderen ook gedood, vaak door verdrinking in de sloot of wasteil.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Veel vrouwen met postnatale problemen werden opgenomen in het Psychiatrisch Ziekenhuis Franeker. Soms zorgde een vroedvrouw voor deze vrouwen. In geschriften van deze vroedvrouwen is te lezen dat de vrouwen aan het \u2018delireren\u2019 of \u2018zeer vol melancholische gedachten\u2019 zijn. Maar het merendeel van deze vrouwen kreeg geen professionele zorg. Ze moesten het rooien met de opvang in het dorpscollectief, hoe goed of slecht dat ook ging.<\/p>\n<p><img decoding=\"async\" class=\"aligncenter size-image_640 wp-image-582345\" src=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2023\/12\/SH_23_11_23-39-640x959.jpg\" srcset=\"https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/2023\/12\/SH_23_11_23-39-640x959.jpg 640w\" alt=\"\" width=\"640\" height=\"959\" \/><\/p>\n<h5>Familieverhalen<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Misschien wel het grootste taboe rondom geestelijke gezondheid op het platteland is de geschiedenis van incest en inteelt. Mensen hebben het er het liefst niet over. Maar omdat het doodgezwegen wordt, is er ook geen passende zorg voor mensen die om deze reden verstandelijk beperkt zijn. Laat staan voor de psychosociale problematiek die ermee gepaard gaat. In <em>De laatste dagen van de dorpsgek<\/em> vertelt de Friese Willem openhartig het verhaal van zijn moeder aan Breteler. Hij wil het kwijt, want het \u2018blijft aan hem knagen\u2019. De dag voor zijn trouwdag ontdekte hij dat zijn moeder naast hemzelf en zijn vijf broers en zussen ook nog een halfbroer en een halfzus op de wereld had gebracht: kinderen die ze kreeg door het misbruik van haar eigen opa. En niet die opa, maar Willems moeder werd daar de rest van haar leven met de nek voor aangekeken.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Voor Willem was het een opluchting om zijn familieverhaal eindelijk op schrift te krijgen. Maar tijdens het maken van het boek gingen er niet alleen maar deuren open voor Breteler. Sommige werden ook weer dichtgeslagen of bleven dicht. \u2018Ik had me voorgenomen om die weerstand altijd te respecteren,\u2019 zegt ze. \u2018Het is een gevoelig thema, en het gaat niemand verder helpen als een verhaal zonder toestemming toch wordt geplaatst.\u2019 Ze hoopt dat de verhalen die wel in het boek terechtkomen, zorgen voor herkenning bij de mensen die hun verhaal nog niet durfden te doen. \u2018Ik hoop dat ze het lezen en ook ergens opgelucht kunnen zijn.\u2019<\/p>\n\n<h5>Altijd een kwetsbaarheid<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Buiten schemert het inmiddels en het wordt tijd om huiswaarts te gaan. Ik naar mijn woning in de provinciestad, en Breteler naar haar geboortestreek.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Breteler is na haar studie naar haar geboortestreek teruggekeerd omdat ze de plek miste waarmee ze zich verbonden voelt. Ze vertelt over haar vader, voor wie ze mantelzorger was. Toen ze met het gezin in het ziekenhuis waren, waar hun werd verteld dat hij niet lang meer te leven had, antwoordde haar vader: ach, het zal eerst winter worden, dan wordt het weer lente en dan zien we wel weer. \u2018De grote aanwezigheid van de natuur maakt nederig,\u2019 denkt Breteler. \u2018Je voelt altijd een kwetsbaarheid als mens ten opzichte van de natuurkrachten. Misschien helpt dat ook bij het aanvaarden van dood en ellende. De natuur relativeert ook. Je weet dat alles altijd doorgaat en een nieuw seizoen ook nieuwe kansen biedt. Net als een boer, die na een mislukte oogst hoopt op een volgend, beter jaar.\u2019<br \/>\nToen haar vader niet meer in de supermarkt verscheen, werd haar moeder de volgende dag bezorgd gebeld door de winkelier. Breteler: \u2018Of het wel goed ging, en of ze anders boodschappen voor hem konden doen en kosteloos bezorgen.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Vooralsnog houdt het collectief stand.<\/p>\n<div class=\"info-box\">\n<p>Anne-Goaitske Breteler doet al een aantal jaren intensief onderzoek naar mentale problematiek op het platteland. Haar boek <em>De laatste dagen van de dorpsgek<\/em> zal in het voorjaar verschijnen. In maart opent een expositie over dit thema in Theaterkerk Nes.<\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Antropologe Anne-Goaitske Breteler is bezig met een boek over mentale problemen op het platteland. \u2018Toen ik opgroeide in Nes, een dorp in Noordoost Friesland, waren er bij ons in het dorp nog een winkel, een school en een dorpsgek. Nu is geen van de drie over.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":3380,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-581759","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","dossier-samenleving","article_type-reportage"],"acf":[],"author_name":"Anna Lillioja","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/581759","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=581759"}],"version-history":[{"count":5,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/581759\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":582435,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/581759\/revisions\/582435"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Anna Lillioja","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/3380"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=581759"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=581759"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}