
 {"id":576669,"date":"2023-08-22T14:54:35","date_gmt":"2023-08-22T12:54:35","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vn.nl\/?p=576669"},"modified":"2023-08-22T14:54:35","modified_gmt":"2023-08-22T12:54:35","slug":"literaire-kroniek-gerrit-kouwenaar","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/literaire-kroniek-gerrit-kouwenaar\/","title":{"rendered":"Literaire Kroniek: Gerrit Kouwenaar wilde met zijn po\u00ebzie onthullen, ontdoen en ontwikkelen"},"content":{"rendered":"<p>Arjen Fortuin zegt het aan de einde van zijn biografie over Gerrit Kouwenaar nog maar eens onomwonden. Benieuwd gemaakt door wat Kees Fens in 1995 schreef over Kouwenaars gedicht \u2018men moet\u2019 werd hij gegrepen door dat gedicht en meteen door het werk van Kouwenaar. Fens voorspelde dat de beginregels van dat gedicht zo maar klassiek zouden kunnen worden: \u2018Men moet zijn zomers nog tellen, zijn vonnis\/nog vellen, men moet zijn winter nog sneeuwen.\u2019 Fortuin draait er niet omheen: \u2018Ik vond Kouwenaars werk prachtig, het zat boordevol gevoel.\u2019 \u2018Prachtig\u2019 voor het als \u2018moeilijk\u2019 bekend staande werk van Kouwenaar, dat lees je niet vaak.<\/p>\n<p>Zo klip en klaar als Fortuin hier laat weten dat Kouwenaars werk boordevol gevoel zat is daar in de loop der jaren in recensies en beschouwingen over Kouwenaars po\u00ebzie niet gedacht en geschreven. Het was steeds de vraag of Kouwenaar het zijn lezers niet te lastig maakte. \u2018Moeilijk\u2019 was het refrein in de besprekingen over zijn werk. Maar het bleef niet bij dat woord. Als het om Kouwenaars werk ging ontstond, wat Fortuin treffend noemt, \u2018een welwillend niet-begrijpen\u2019. Men begreep het niet, maar men dacht wel dat de dichter met iets bezig was dat op zich bewondering verdiende. Dat het gedicht \u2018een ding\u2019 was, bijvoorbeeld, zoals Kouwenaar aforistisch beweerde, en geen verzameling woorden, had de suggestie van iets heel diepzinnigs, iets Wittgensteiniaans zou je met de kennis van de tweede helft van de twintigste eeuw kunnen zeggen.<\/p>\n<h5>al het andere is tarra<\/h5>\n<p>Een van de verrassingen van de biografie\u00ebn van Fortuin en Kusters is dat Kouwenaar nogal wat artikelen, essays, inleidingen, brieven en stellingen heeft geschreven waarin hij de bedoelingen van de Vijftigers en zijn eigen idee\u00ebn over po\u00ebzie uiteenzette. Die verschenen in de jaren vijftig her en der, maar vooral in <em>Podium<\/em> (waarvan hij redacteur was) en in een bloemlezing als <em>Vijf 5 tigers<\/em>, een boekje dat steeds maar werd herdrukt. Naast Simon Vinkenoog (de samensteller van de bloemlezing <em>Atonaal<\/em>), en Paul Rodenko (samensteller van het onvolprezen <em>Nieuwe griffels, schone leien<\/em>), was Kouwenaar minstens zo\u2019n geducht theoreticus die de ontwikkelingen in de po\u00ebzie met essays begeleidde.<\/p>\n<p>Rond zijn twintigste jaar (1943) was Kouwenaar eigenlijk al \u2018klaar\u2019 met het formuleren van de kern van waar het in po\u00ebzie voor hem om moest gaan. Hij was iemand met \u2018inzichten\u2019 aan het worden, schrijft Kusters. In brieven aan zijn vriend Oege van der Wal was hij behoorlijk uitgesproken. \u2018Wij moeten het leven in scherpe persoonlijke objectieve belichting bezien\u2019, schreef hij bewust paradoxaal in 1946. Dat persoonlijke en objectieve zal zijn leven als dichter gaan beheersen, het objectieve iets meer. \u2018Ons uiteindelijke doel is au fond: het maken van een \u201cgedicht\u201d. Al het andere is tarra\u2019, heet het. Dat gedicht heeft iets specifieks, is iets van bijzondere makelij: \u2018Gemaakt door een subject, maar van die maker en diens accidenten, anekdotes en gevoelens (zo goed als) ontdaan\u2019, vat Kusters samen.<\/p>\n<blockquote><p>\u2018Het is prachtig, dichter te zijn. Godverdomme Oege, je moet doorzetten.\u2019<\/p><\/blockquote>\n<p>Kusters schrijft wijselijk tussen haakjes \u2018zo goed als\u2019 wanneer het gedicht van anekdotes en gevoelens moet worden ontdaan. Deed hij dat niet, dan was het niet te verklaren dat Kouwenaar tegenover Oege met zoveel hartstocht (gevoel) het dichterschap verdedigt. Met wat restanten aan puberale bluf krijgt Oege nauwkeurige instructies: \u2018Het moet zo worden, dat iedere stap, die je zet, ook wordt gezet met het grote bewustzijn: ik ben dichter! Lees veel po\u00ebzie, en bovendien, wat ik je wil aanraden, maak aantekeningen van alles wat je dagelijks denkt en ziet. Die \u00e9ne procent inspiratie is een kus van de muze, maar zonder de rest, doe je niets en kun je met al je inspiratie gaan poepen. (\u2026) Leef van en voor jezelf en de po\u00ebzie en laat de rest van de wereld barsten, \u2013 tenminste als dat in je wezen ligt, wat ik wel geloof. Laat je niet opwarmen door morele \u201cprincipes\u201d, \u2013 dat is alles maar een doekje voor het bloeden: de samenleving is rot, en zal het altijd blijven. Ik kan er ook niets aan doen of veranderen. Soit. <em>Apr\u00e8s nous le d\u00e9luge<\/em>! (\u2026) Het is prachtig, dichter te zijn. Godverdomme Oege, je moet doorzetten.\u2019<\/p>\n<p>Kouwenaar had geen tekort aan klankborden voor zijn idee\u00ebn over de po\u00ebzie en de wereld. Zijn ouders leefden met hem mee. Zijn vader was oud-redactiechef van de <em>NRC<\/em> en wist hem na de oorlog een baantje te bezorgen bij de communistische krant <em>De Waarheid<\/em>. Met zijn schilderende broer David had hij een levendig en geestig contact. David daagde hem uit te reageren op zijn opstel \u2018Hoe sta ik tegenover het leven oftewel De consequenties van een literaire romantiek.\u2019 Daarin zette David zijn bezwaren uiteen tegen de ontaarding van het \u2018ik\u2019 en het individualisme. Gerrit vindt ook wel dat daar sprake van is, maar wil zijn eigen individualisme verdedigen tegen dat van \u2018de grote massa\u2019. \u2018Ik wens nimmer mijn \u201cik\u201d te vergeten\u2019, schrijft hij. Hij wenst \u2018niets anders te doen, dan binnen de subjectiviteit de objectiviteit van god te bereiken.\u2019 Het individualisme dat slechts \u2018zelfbevrediging\u2019 is heeft voor hem afgedaan, hij is er in ieder geval \u2018aan voorbij\u2019, verzekerde hij David: \u2018Ik ben een lyries po\u00ebet, die leeft in 1944! Weet dat!\u2019<\/p>\n<p>Juist dat \u2018ik\u2019 dat hij zo radicaal beschermt en nimmer wenst te vergeten zal in zijn po\u00ebzie geleidelijk aan transformeren tot de \u2018men\u2019 in het representatieve gedicht \u2018men moet\u2019, dat Fortuin meteen zo aansprak. De \u2018men\u2019 in het even gewone als surrealistische gedicht moeten niet alleen heel gewone dingen doen (\u2018men moet nog boodschappen doen voor het donker\u2019), maar ook surrealistische: \u2018de weg vraagt, zwarte kaarsen voor in de kelder\u2019. Er moet een vonnis geveld worden, maar voor wie? Een fotograaf moet de bloedplas gewezen worden. Men moet \u2018zijn huis ontwennen, zijn inktlint vernieuwen\u2019. Juist dat \u2018moeten\u2019 van zulke vreemde dingen zorgt voor ontregelende verwarring. Bij elke regel sta je vragend stil.<\/p>\n\n<h5>gouden vuil<\/h5>\n<p>Het interessante aan de biografie\u00ebn van Fortuin en Kusters (ze zijn allebei in een toegankelijke toonaard geschreven) zijn de tamelijk bruisende jaren veertig en vijftig die de aanloop zijn voor Kouwenaars sobere en koele dichterschap. Er was het nodige aan de hand op het gebied van relaties en liefde, stevige en losse vriendschappen, frequente bezoeken aan caf\u00e9s en soci\u00ebteit De Kring. Kouwenaars liefdesleven zorgde voor boeiende, zelfanalyserende brieven, onder meer aan Jan Vrijman waarin hij, gezien zijn gevarieerde amoureuze geschiedenis, toegeeft \u2018een grote ego\u00efst\u2019 te zijn en wellicht \u2018teveel van mijzelf vervuld ben\u2019 zoals vrienden hem zeggen. Dat is allemaal het geval tot hij bij Marga Minco en Bert Voeten de tekenares Tientje Louw ontmoet.<\/p>\n<p>De uitspraak \u2018Ik heb nog nooit van een vrouw gehouden\u2019 verklaart hij dan in een uitvoerige brief aan Vrijman tot het verleden: \u2018Narcissus exit. Amen!\u2019.<\/p>\n<p>Ondertussen werd er wel gewerkt (bij <em>De Waarheid)<\/em>, maar ook proza en po\u00ebzie geschreven en, vanwege chronisch geldgebrek, ook een detectiveroman: <em>Het mysterie van de bruine moli\u00e8res<\/em>, die nooit gepubliceerd zou worden. Dat geldt ook voor een ander mooi niet gerealiseerd project met Jan Vrijman: de brievenroman <em>Ten einde raad<\/em>, eind jaren veertig over hun politieke standpunten. Kouwenaar (in de roman \u2018Flip\u2019) is blij in de oorlog het besef te hebben opgedaan (door een half jaar in de gevangenis in Amsterdam en Utrecht te hebben doorgebracht) van het bestaan van De Kleine Man voor hij kennismaakte met de \u2018de grote lijn\u2019 van het marxisme. Dat behoedde hem ervoor om louter in die grote lijn te gaan denken. Bovendien bevonden ze zich in een \u2018gistende cultuur\u2019 waarvan de nieuwe po\u00ebzie van wat de Vijftigers zouden worden duidelijk een afspiegeling is. De burgerlijke cultuur deed op hetzelfde moment alle moeite om in de jaren na de oorlog een restauratie van het vooroorlogse leven door te voeren.<\/p>\n<blockquote><p>Kouwenaar is geen dichter van de bevlieging. Hij voorzag mooie emoties van een ruwer oppervlak, zei Hans Andreus. Hij had een \u2018geduldige vitaliteit\u2019 meende Adriaan Morri\u00ebn.<\/p><\/blockquote>\n<p>De gedichten die Kouwenaar zou gaan schrijven (door Kees Fens ooit \u2018gedichten die zich moeilijk uitleveren\u2019 genoemd), werden door hemzelf in het tijdschrift <em>Kunst van nu<\/em> begeleid met <em>Stellingen van GK<\/em>, geschreven twee jaar na zijn bundel<em> zonder namen<\/em> (1962). Het is manifestachtig proza: \u2018Po\u00ebzie is niet iets dat zachter, weker, liever, hoger, bovenmenselijker of traniger is dan het zogeheten \u201cleven van alledag\u201d.\u2019 Het particuliere had niets in de po\u00ebzie te zoeken, dat moest eraf geschraapt worden, tot er een kern overbleef. Po\u00ebzie schrijven is voor Kouwenaar \u2018onthullen, ontdoen, ontwikkelen; het is d\u00f3\u00f3rdringen in lagen, verborgen en wie weet wel beschermd door het gouden vuil van een achter babbelsluiers schuilgaande wereld.\u2019<\/p>\n<p>Kouwenaar is geen dichter van de bevlieging. Hij voorzag mooie emoties van een ruwer oppervlak, zei Hans Andreus. Hij had een \u2018geduldige vitaliteit\u2019 meende Adriaan Morri\u00ebn. Hij was een \u2018uiterst beheerst mens die zich probeerde te laten gaan\u2019, vond Rutger Kopland. Al die kanten komen ter sprake in deze soms d\u00f3\u00f3rdringende biografie\u00ebn.<\/p>\n<div class=\"info-box\">\n<p><em>men moet<\/em>, biografie van gerrit kouwenaar door arjen fortuin is uitgegeven door Querido.<\/p>\n<p><em>Morgen wordt het voor iedereen maandag. De oorlog van Gerrit Kouwenaar<\/em> is uitgegeven door Cossee.<\/p>\n<p><em>verzamelde gedichten<\/em> door gerrit kouwenaar is uitgegeven door Querido.<\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Arjen Fortuin zegt het aan de einde van zijn biografie over Gerrit Kouwenaar nog maar eens onomwonden. Benieuwd gemaakt door wat Kees Fens in 1995 schreef over Kouwenaars gedicht \u2018men moet\u2019 werd hij gegrepen door dat gedicht en meteen door het werk van Kouwenaar. Fens voorspelde dat de beginregels van dat gedicht zo maar klassiek [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2850,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-576669","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","dossier-cultuur","article_type-carel-peeters-literaire-kroniek"],"acf":[],"author_name":"Carel Peeters","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/576669","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=576669"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/576669\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":576679,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/576669\/revisions\/576679"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Carel Peeters","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/2850"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=576669"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=576669"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}