
 {"id":573437,"date":"2023-06-20T14:44:54","date_gmt":"2023-06-20T12:44:54","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vn.nl\/?p=573437"},"modified":"2023-06-20T18:21:34","modified_gmt":"2023-06-20T16:21:34","slug":"hans-van-manen-vlammende-creativiteit","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/hans-van-manen-vlammende-creativiteit\/","title":{"rendered":"Literaire Kroniek: Bij Hans van Manen verandert het vuur van de creativiteit in danspassen"},"content":{"rendered":"<p>Hans van Manen is een kameleon die nooit van kleur verandert. Hij komt steeds in een andere situatie terecht, maar hij past zich daar nooit in aan, hij blijft zijn eigen kleur behouden. Dat is de kleur waarin hij vrij kan zijn. Wanneer hij als choreograaf zijn gang maar kan gaan, dan is er geen vuiltje aan de lucht. Hij moet de juist omstandigheden om zich heen hebben. Een artistiek directeur van een gezelschap kan hemelsbreed van hem verschillen, als die hem vrij laat is er niets aan de hand. Vrijheid wil zeggen onafhankelijkheid. Die gaat zelfs boven verliefdheid. Liever niet verliefd. Dat gaat ten koste van autonomie.<\/p>\n<p>Niet alleen hij zelf werd desondanks regelmatig zwaar verliefd, anderen op hem, op een even hartstochtelijke als onvermijdelijk verstikkende manier: \u2018je bent mijn licht, mijn dag, mijn aarde, mijn hemel, mijn droom, mijn tederheid, mijn vreugde, mijn glimlach, mijn slaap, mijn vrede, mijn overwinning, mijn jongen, mijn jaren, mijn\u2026.\u2019, schreef iemand hem die een van zijn beste vrienden zou worden.<\/p>\n<p>Zijn zucht naar onafhankelijkheid had alles te maken met zijn behoefte aan artistieke ontplooiing. Hij zocht in de eerste helft van de jaren vijftig naar verwante choreografen en vond die in George Balanchine, Jerome Robbins, Fred Astaire en Martha Graham, een prikkelend gezelschap van klassiek en modern, met Balanchine als de meest gelijkgestemde. Van Manen wilde zichzelf \u2018volkomen openbaren, niets te verbergen hebben\u2019, schrijft Sjeng Scheijen. Hij had de overtuiging \u2018dat zelfemancipatie de hoogste waardigheid verschaft\u2019, iets wat hij zou delen met Martha Graham. \u2018Waardigheid\u2019 is geen woord dat je direct bij de op zijn tijd provocatieve Van Manen verwacht, maar er zit wel een harde kern in hem die geen concessies doet aan de allure die dans moet hebben. \u2018Zelfemancipatie\u2019 is wat nu zelfverwerkelijking wordt genoemd. Dat \u2018zelf\u2019 van Van Manen was ook maar relatief want hij, die weinig naar school was gegaan, was een gretig leerling van alles en iedereen. Hij was (en is) een gul bewonderaar (net als een willig afkraker, als het nodig is). Uit die combinatie van bewondering en kritiek begreep men vanaf het begin dat Van Manen op stijl en een niveau uit was.<\/p>\n<h5>altijd op zoek naar onafhankelijkheid<\/h5>\n<p>Wie, als zovelen, niet thuis is in de Nederlandse balletgeschiedenis krijgt van Sjeng Scheijen een geschiedenis die na de oorlog begint met namen als Sonia Gaskell, Jaap Flier, Marianne Hilarides, Rudi van Dantzig, Marianne Verstegen, Hans van Manen, Willy de la Bye, Carla Lipp en Benjamin Harkarvy. Die begintijd werd visueel mooi samengevat door Ed van der Elsken en Eddy Posthuma de Boer. In de midden van de jaren vijftig verscheen de Zwarte Beertje-pocket <em>Danstheater<\/em>, met korte interviews van Bibeb. Die pocket vatte alles samen, behalve dat de vriendschappen, ruzies en animositeiten er niet aan af te lezen zijn die Scheijen beschrijft. Denk aan het autoritaire optreden van Sonia Gaskell, de liefdesverhoudingen (Jaap Vlier-Hans van Manen, Carla Lipp-Hans van Manen, de vriendschap met G\u00e9rard Lema\u00eetre en de hechte platonische vriendschappen die ontstonden, zoals met Benno Premsela en Jean-Paul Vroom). Wat ook aan die foto\u2019s niet is af te zien: de \u2018balletoorlog\u2019 die midden jaren vijftig woedde en door Scheijen gedetailleerd wordt beschreven. Het ging om de vraag wie het grote gesubsidieerde Nederlandse balletgezelschap vorm zou geven en in welke stad, Den Haag of Amsterdam (waar nog geen Stopera was, alles gebeurde in de Stadschouwburg).<\/p>\n<blockquote><p>Wanneer bij Van Manen sprake is van een \u2018vlammende creativiteit\u2019, zoals in zijn laatste jaren bij Nederlands Dans Theater, dan ondergaan die vlammen een gedaanteverandering en krijgen de vorm van danspassen.<\/p><\/blockquote>\n<p>Gedanst werd er desondanks wel. Voorlopig maakte Rudi van Dantzig voor Sonia Gaskells Nederlands Ballet in Den Haag <em>Tij en ontij<\/em> , dat alom werd bewonderd als \u2018gaaf en verrassend rijp van constructie\u2019. Bovendien sprak uit het werk een \u2018milde levensvisie die ronduit innemend was\u2019. Dit laatste werd van belang omdat het Van Dantzig balletten zou gaan typeren, anders dan het werk van Van Manen. Die maakte in Amsterdam bij Operaballet het omvangrijke <em>Feestgericht<\/em>, waarin de critici, en met name Hans Snoek, het begin van een eigen abstraherende danstaal herkenden. Hoeveel \u2018verhaal\u2019 <em>Feestgericht<\/em> ook bevatte (in een strijd om een meisje wordt het vriendje vermoord, maar niet de dader, het meisje moet zich dood dansen), Van Manen wilde daar juist van loskomen en de aandacht van het verhaal verleggen naar de dansbewegingen die niet verhalend mochten zijn, maar dramatisch. Hans Snoek omschreef het zo: \u2018Hij probeert iedere situatie uitsluitend en alleen door dans weer te geven, hij wil abstraheren\u2019. De handeling die nodig is om van situatie tot situatie te komen wilde Van Manen \u2018zo sublimeren, dat ze nog maar juist herkenbaar is\u2019. Het \u2018gesublimeerde gebaar\u2019, de vereenvoudigde, tot haar essentie teruggebrachte beweging, vrijwel of helemaal losgezongen van haar conventionele betekenis\u2019, zou een terugkerend instrument worden in de bewegingstaal die Van Manen zou ontwikkelen.<\/p>\n<p>Altijd op zoek naar zijn onafhankelijkheid switchste Van Manen nogal eens van gezelschap, of het nu Nederlands Dans Theater, Het Nationale Ballet, Nederlands Ballet of Operaballet was. Het kwam erop neer dat Van Manen de ruimte wilde hebben om zijn choreografie\u00ebn uit te voeren en zijn ambitie kon uitwerken. Die ambitie omschrijft Scheijen zo: \u2018wegbereider te zijn van een uitbreidende danstaal waarin de kwaliteiten van de klassieke techniek probleemloos overgingen in moderne technieken\u2019. Deze ambitie heeft de hele periode vanaf de jaren vijftig tot nu haaks gestaan op de idee\u00ebn over ballet van Rudi van Dantzig, met wie Van Manen in wisselende mate bevriend was, van wiens werk hij niet hield, die hij wel respecteerde, maar niet zo dat hij niet kritisch kon zijn op zijn werk. Hans van Manen hield niet van Van Dantzigs moraliserend, politieke en verhalende balletten, al had hij bewondering voor Van Dantzigs inzichten en organiserende vermogen.<\/p>\n\n<h5>vlammende creativiteit<\/h5>\n<p>Hoeveel er ook in <em>Gelukskind<\/em> staat, er ontbreekt iets essentieels dat alleen maar fragmentarisch tevoorschijn komt: waaruit bestaat Hans van Manens danstaal precies? Scheijen geeft vaak aanduidingen over het karakter van een choreografie, maar neemt er niet een bij de hand om te illustreren hoe het precies werkt. Stukken als <em>Adagio Hammerklavier<\/em> of <em>Twilight<\/em> zouden daar heel geschikt voor zijn. Het wonderlijke is dat het in <em>Gelukskind<\/em> voortdurend gaat over het ontstaan van choreografie\u00ebn, maar je ziet ze niet ontstaan, hoe en waarmee ze zijn opgebouwd. Je bent bekend met repetitiescenes, met fragmenten dus, maar je ziet niet hoe Van Manen vijftien- of twintig minuten bewegingen en passen maakt voor twaalf dansers in een opzwepend tempo. Goedbeschouwd komen zijn balletten in <em>Gelukskind<\/em> uit de lucht vallen. Zeker aan de langzame dans van <em>Adagio Hammerklavier<\/em> had getoond kunnen worden hoe een ballet ontstaat, hoe het even vloeiend als strak ontstaat in en met de zes dansers.<\/p>\n<p>Scheijen probeert Van Manens bijzonderheid wel eens te omschrijven, bijvoorbeeld door hem te verlossen van de vergelijking met Mondriaan (\u2018<em>ein Mondrian der Balletb\u00fchne<\/em>\u2019, zoals de Frankfurter Allgemeine schreef). Hoe kan Van Manen iets met Mondriaan hebben wanneer zijn balletten altijd zijn gebaseerd op de erotische spanning tussen dansers?, vraagt hij zich af. De vraag is of die erotische spanning altijd wel zo voelbaar is en niet verdwijnt in de koele bewegingen. Ja, natuurlijk wel in <em>Sarcasmen<\/em>, waarin Rachel Beaujean uiteindelijk haar hand in het kruis van Clint Farha legt, maar zoiets is een zeldzaamheid.<\/p>\n<p>Scheijen probeert ook iets af te doen aan Van Manens neiging tot abstractie (\u2018hoe kan een dansend lichaam ooit abstract zijn\u2019). Hij noemt hem een \u2018hartstochtelijk materialist\u2019. Alles wat seksloos is is oninteressant, maar als dat er niet bij werd gezegd zou men die seks niet altijd herkennen, zo geabstraheerd is de seks dan. Bij Van Manen gaat de erotiek op in de vorm. Wanneer bij Van Manen sprake is van een \u2018vlammende creativiteit\u2019, zoals in zijn laatste jaren bij Nederlands Dans Theater, dan ondergaan die vlammen een gedaanteverandering en krijgen de vorm van danspassen. Dat dit vuur er bij Van Manen altijd is geweest en menigeen tot verrukking heeft gebracht (<em>Vijf tango\u2019s<\/em>), is in <em>Gelukskind<\/em> te lezen.<\/p>\n<div class=\"info-box\">\n<p><em>Gelukskind. Het leven van Hans van Manen<\/em> door Sjeng Scheijen is uitgegeven door Prometheus.<\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Hans van Manen is een kameleon die nooit van kleur verandert. Hij komt steeds in een andere situatie terecht, maar hij past zich daar nooit in aan, hij blijft zijn eigen kleur behouden. Dat is de kleur waarin hij vrij kan zijn. Wanneer hij als choreograaf zijn gang maar kan gaan, dan is er geen [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2850,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-573437","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","dossier-cultuur","article_type-carel-peeters-literaire-kroniek"],"acf":[],"author_name":"Carel Peeters","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/573437","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=573437"}],"version-history":[{"count":3,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/573437\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":573471,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/573437\/revisions\/573471"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Carel Peeters","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/2850"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=573437"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=573437"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}