
 {"id":569603,"date":"2023-05-29T04:00:17","date_gmt":"2023-05-29T02:00:17","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vn.nl\/?p=569603"},"modified":"2023-05-30T15:13:27","modified_gmt":"2023-05-30T13:13:27","slug":"wetgevende-worstenfabriek","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/wetgevende-worstenfabriek\/","title":{"rendered":"De wetgevende worstenfabriek draait stiller \u00e9n sneller dan voorheen"},"content":{"rendered":"<p class=\"tekst\">\u2018Wetten zijn als worstjes. Hoe minder mensen weten hoe worsten en wetten worden gemaakt, des te beter slapen ze.\u2019 Het is een bekende uitspraak van Otto von Bismarck, de kanselier die in de negentiende eeuw de fundamenten legde van de Duitse eenheidsstaat en zelf verantwoordelijk was voor de nodige wetgeving.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Waar Von Bismarck pleitte voor een zo onzichtbaar mogelijke worstenfabriek, klinkt in en om Den Haag vandaag de dag vooral onvrede over de toenemende stilte vanuit die fabriek.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Zo bleek twee jaar geleden uit onderzoek van Investico en Argos dat de plenaire vergaderzaal de afgelopen jaren steeds meer wordt gebruikt voor het bespreken van de actualiteit en politieke incidenten, en steeds minder voor het controleren van wetsvoorstellen. Tussen 2011 en 2019 halveerde het aantal keren dat de Tweede Kamer in de plenaire zaal een wet besprak: van 141 in 2011 naar slechts 65 keer in 2019, zo telden de journalisten. \u2018Wetgeving wordt verschoven om ruimte te maken voor de dagelijkse paniekaanval,\u2019 zei destijds VVD-Kamerlid Andr\u00e9 Bosman tegen Argos.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Debatten over wetgeving vinden steeds vaker plaats in de vaste Kamercommissies, waardoor het leeuwendeel van de debatten (ruim tweederde) buiten de plenaire zaal worden gevoerd. Wat het publiek vooral ziet (zowel vanuit de plenaire- als commissiezaal), zijn \u2018gedoetjes\u2019, aldus GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld. \u2018Zo was er vorig jaar een pandemiedebat. Megatechnisch, dus ik had mij goed voorbereid, want het is ingewikkelde materie.\u2019 De dag erna kreeg ze ervan langs op sociale media: ze had haar jasje aan de stoel gehangen en zat met korte mouwen in de plenaire zaal. In januari. \u2018En de burgers betalen de stookkosten van het rijk!\u2019 klonk het verontwaardigd.<\/p>\n<div class=\"info-box\">\n<h5 class=\"kader\">Parlementair gereedschap<\/h5>\n<p class=\"kader\">Welke middelen staan parlementari\u00ebrs ter beschikking en hoe gebruiken ze die? In een serie onderzoeksartikelen, profielen en interviews werpt Dieuwertje Kuijpers licht op het Kamerwerk. Na de hoorzitting in VN#03 en de commissievergadering in VN#04: dit keer: wetsvoorstellen.<\/p>\n<\/div>\n<h5>Zoeklicht<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Hoe stil de worstenfabriek is, is deels afhankelijk van de media-aandacht. Kamerlid Silvio Erkens (VVD) schreef een initiatiefwet over energie: hoe we het systeem robuuster kunnen maken zodat we niet nog een keer de fout maken afhankelijk te zijn van Russisch gas. Hij probeerde ook enkele media te interesseren voor zijn nieuwe wet, maar dat duurde enige maanden. In het begin waren zij vooral ge\u00efnteresseerd of minister Rob Jetten (D66) hiermee in het nauw zou komen. Of waren er misschien andere partijen die fel zouden reageren op het initiatief? \u2018Niet dus, er zat geen relletje in. Je wordt niet uitgenodigd bij een talkshow om over een nieuwe wet te praten, ook al gaat het over miljoenen euro\u2019s en heeft het veel impact op ons energiebeleid,\u2019 verzucht Erkens. \u2018Iets wat mij wel was gelukt als ik een provocerend tweetje had geplaatst.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Aandacht is in toenemende mate een steeds schaarser goed aan het worden, de politiek is daarin geen uitzondering.<\/p><\/blockquote>\n<p class=\"tekst\">Kamerleden vergelijken de media-aandacht met een zoeklicht: alle aandacht gaat kortstondig naar een heel specifiek onderwerp, om net zo snel weer weg te zijn.<\/p>\n<p class=\"tekst\">VVD-Kamerlid Eelco Heinen zit sinds 2021 op een blauw stoeltje, maar loopt al sinds 2011 door de Haagse fractiegangen, eerst als beleidsmedewerker en daarna als politiek secretaris. Het Kamerwerk is, zo constateert hij, echt anders dan tien jaar geleden. Zo informeert hij als rapporteur samen met Kamerlid Mahir Alkaya (SP) de rest van de Kamer over de ontwikkelingen rond de digitale euro. Alkaya zei begin november tegen podcastmakers Marianne Zwagerman en Rick van Velthuysen dat hij zich zorgen maakte over het gebrek aan media-aandacht voor de digitale euro. Zwagerman riep daarom mensen op massaal naar de Tweede Kamer te komen. De publieke tribune stroomde vol en mensen demonstreerden voor de Kamer. \u2018Er kwamen bij dat debat Kamerleden aanwaaien die zich vooraf niet hadden geregistreerd, laat staan ingelezen. Wel werd er schande geroepen,\u2019 herinnert Heinen zich. Minister van Financi\u00ebn Sigrid Kaag (D66) kreeg een lijst huiswerk mee, maar, zo vertelt Heinen, \u2018het daaropvolgende debat, waarin de minister moest uitleggen wat ze had gedaan met de zorgen vanuit de Tweede Kamer, zaten we gewoon weer alleen.\u2019<\/p>\n<h5>Regie pakken<\/h5>\n<p class=\"tekst\">De analyse is steevast dezelfde, voor vrijwel elk parlementair instrument: de media en de Tweede Kamer houden elkaar in een ongezonde houdgreep. \u2018Voor de grap heb ik alle interviews gelezen met Kamerleden die afscheid namen, en allemaal zeggen ze precies hetzelfde,\u2019 constateert GroenLinks-Kamerlid Senna Maatoug: \u2018We houden elkaar gewoon gevangen.\u2019 Zelf ging Maatoug van Twitter af: het leidde te veel af van haar Kamerwerk.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Aandacht is in toenemende mate een steeds schaarser goed aan het worden, de politiek is daarin geen uitzondering. De continue hak-op-de-tak-versnippering en het koortsachtig verversen van feeds maakt het volgen van langere en taaie processen (zoals wetten maken) minder aantrekkelijk.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Het toeval wil dat precies in de dagen dat Vrij Nederland interviews afnam in het tijdelijke Tweede Kamergebouw, het zoeklicht gericht stond op De Deur van premier Mark Rutte (VVD) en vicepremiers Sigrid Kaag (D66), Wopke Hoekstra (CDA) en Carola Schouten (ChristenUnie). Kranten stonden vol speculaties verpakt als overpeinzende analyses. Wat ging de coalitie doen met de verkiezingsoverwinning van BBB? \u2018Het zou me verbazen als het kabinet de rit uitzit\u2019 (<em>de Volkskrant<\/em>). \u2018Zal D66-leider Kaag toegeven aan het CDA?\u2019 (<em>NRC<\/em>). Of is de coalitie toch aan het schuiven nu \u2018de heiligverklaring van 2030\u2019 voor de stikstofdoelen wankelt (<em>De Telegraaf<\/em>)?<\/p>\n<p class=\"tekst\">Duidelijk werd ook dat het bespreken van wetgeving in de plenaire zaal niet gelijk staat aan meer aandacht. Op een woensdagavond waren vanaf half zeven \u2019s avonds welgeteld negen Kamerleden met elkaar in een ideologisch debat verwikkeld. \u2018Het is niet de bedoeling dat door erfenissen een deel van de samenleving een voorsprong krijgt op anderen. Ik wijs u erop dat uw eigen JOVD juist vanwege het belang van een liberale meritocratie zich achter de hogere erfbelasting schaart!\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Aan het woord was GroenLinks-Kamerlid Tom van der Lee die reageerde op VVD-Kamerlid (en van huis uit fiscaal econoom) Folkert Idsinga. Op de Kameragenda stond het debat aangekondigd als het niet heel sexy klinkende \u2018Voorstel van de leden Maatoug en Nijboer houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2021 en enige andere fiscale wetten in verband met het doen vervallen van enkele fiscale regelingen\u2019. Ondanks de technocratische titel zat het ideologisch venijn hem in de staart. Want het vervallen van enkele fiscale regelingen betekent hogere belastingen, en daar zijn de liberalen niet zo van. De VVD zwaaide daarom met een CPB-rapport naar de initiatiefnemers (GroenLinks en PvdA) waarin ondernemers was gevraagd wat ze zouden doen als zij een hoger belastingtarief zouden moeten betalen: \u2018en nu wordt het misschien ook interessant voor de PvdA, waarbij de \u201cA\u201d staat voor \u201cArbeid\u201d, dacht ik altijd. Ik geef u de top drie antwoorden. Nummer 1: personeel ontslaan. Nummer 2: minder innovatie. Nummer 3: investeren in de regio, daar houden we ook mee op,\u2019 aldus Idsinga.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Er werd gedebatteerd over vormen van meritocratie, over gelijkheid in termen van kansen en de (on)wenselijkheid van vermogensongelijkheid. Alles in een uiterst gemoedelijke sfeer. Zo greep D66-Kamerlid Romke de Jong zijn kans om de Kamer te verrijken met een Friese wijsheid: \u2018Jild is nuver guod: wa\u2019t it bewarret hat der neat oan, en wa\u2019t it \u00fatjout is it kwyt. Dat betekent zo veel als: als je het bewaart, dan heb je er niks aan en gebruik je het, dan ben je het kwijt.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Kamerlid Chris Stoffer (SGP), tevens verkenner voor de formatie van de Provinciale Staten in Friesland, liet weten \u2018het Fries nog steeds niet machtig te zijn\u2019 maar deed desalniettemin een poging (\u2018Om een kort antwoord te geven: ik ben het eens met de heer De Jong, joa. Joa, is dat een beetje Fries? Nee, h\u00e8?\u2019)<\/p>\n<p class=\"tekst\">Juist de ideologische verschillen maken deze wet wel een uitdaging, vertelt mede-initiatiefneemster Senna Maatoug (GroenLinks): \u2018Eigenlijk bij alles rondom vermogensbelasting weet je: dit is ingewikkeld. GroenLinks staat daar natuurlijk heel anders in dan de VVD.\u2019 Toch kwam het idee voor deze wet uit het regeerakkoord. Momenteel krijgen ondernemers die een bedrijf (deels) overnemen van een familielid belastingvoordelen. Volgens het Centraal Planbureau is deze regeling te ruimhartig en ondoelmatig. De coalitie besloot daarop met aanpassingen te komen. \u2018Veel collega\u2019s vroegen ons dan ook naar de timing van ons wetsvoorstel: waarom niet wachten tot de coalitie met een voorstel komt? Maar wij vonden dit juist het moment om als Tweede Kamer de regie te pakken over het onderwerp,\u2019 aldus Maatoug.<\/p>\n<h5>Chinese muur<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Voordat Senna Maatoug en collega-Kamerlid Henk Nijboer (PvdA) hun wetsvoorstel mochten verdedigen in de Tweede Kamer, waren zij al ruim een jaar verder. \u2018Je begint met het schrijven van een memorie van toelichting, waarin je eigenlijk expliciet opschrijft wat je voorstellen zijn,\u2019 vertelt Maatoug. Op basis van deze memorie werken juristen van het ministerie of de Tweede Kamer, werkzaam bij \u2018Bureau Wetgeving\u2019, vervolgens de bijbehorende wettekst uit. De politieke voorstellen worden zo omgesmeed tot wetsartikelen. Maatoug: \u2018We gingen ook over onze wet, die gaat over progressieve belasting, in gesprek met het ministerie van Financi\u00ebn. Die ambtenaren denken dan met je mee en kunnen ook aangeven welke regels met elkaar samenhangen. Want een nieuwe wet kan ook weer effect hebben op bestaande wetten, natuurlijk.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Is er geen risico dat ambtenaren vanuit het ministerie de wetgeving alsnog gaan proberen te be\u00efnvloeden richting het straatje van hun minister? \u2018Nee, die werken op zo\u2019n moment voor jou als Kamerlid en niet voor de minister. Dan is er echt een Chinese Muur,\u2019 aldus Maatoug.<br \/>\nVoordat een wetsinitiatief plenair wordt besproken in de Tweede Kamer, moet er eerst een advies worden uitgebracht door de Raad van State. Dit advies is aan de Tweede Kamer, niet aan de regering, dus die kan er ook niet op reageren. \u2018De Raad van State is de belangrijkste toets op je wet, maar er zijn nog allerlei andere toetsen. Wij kregen er bijvoorbeeld nog een bij van het adviescollege regeldruk, en een uitvoeringstoets vanuit de Belastingdienst,\u2019 somt Maatoug op. Vervolgens gaat het Kamerlid aan de slag met alle kritiek. Lachend: \u2018Dan zie je heel veel vlaggetjes in je tekst, en de rode zijn niet goed!\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">De memorie van toelichting, de adviezen en de op basis daarvan gemaakte wijzigingen (genaamd \u2018nota van wijziging\u2019) gaat vervolgens als een pakket richting de Tweede Kamer.<br \/>\nVervolgens wordt het wetsinitiatief daar plenair behandeld. De initiatiefnemers nemen dezelfde rol in als ministers of staatssecretarissen die hun wetsvoorstel in de Kamer moeten verdedigen, en nemen dus ook plaats in \u2018vak K\u2019. Dat doen de initiatiefnemers overigens ook in de Eerste Kamer, waar de wet wordt behandeld als deze door de Tweede Kamer is aangenomen.<\/p>\n<blockquote><p>Hoewel Kamerleden in de media worden afgestraft voor het maken van wetsvoorstellen die het niet halen, kan het doen van wetsvoorstellen ook worden gezien als teken van een assertieve en meer actieve Tweede Kamer.<\/p><\/blockquote>\n<p class=\"tekst\">Opvallend genoeg is de Eerste Kamer (die zichzelf erop voorstaat <em>la chambre de r\u00e9flexion<\/em> te zijn) niet de zandbank waar de meeste voorstellen op stranden. Hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans berekende voor zijn boek <em>Onze constitutie. De geschreven en ongeschreven regels van het Nederlandse staatsbestel<\/em> dat van de 88 initiatiefvoorstellen die van 2012 tot 2017 door de Tweede Kamer in behandeling zijn genomen, er maar vijftien werden aangenomen. Van deze vijftien die in de Eerste Kamer verdedigd moesten worden, haalden er negen de eindstreep. Volgens Voermans komt dat doordat je als indirect verkozen senator van goeden huize moet komen om een wet uit de rechtstreeks gekozen Tweede Kamer af te branden. \u2018Als je die eenvoudig verwerpt omdat er een technisch mankement aan kleeft, of vanwege \u201cslechte kwaliteit\u201d, is dat op zijn minst onhoffelijk en doet het direct legitimatievragen rijzen. Ook de Raad van State is om die reden altijd heel voorzichtig, althans in toon en bejegening, bij de advisering van initiatiefvoorstellen.\u2019<\/p>\n<h5>Onderwerpen agenderen<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Of een initiatiefwet \u2018het zal halen\u2019 is voor Kamerleden geen absolute randvoorwaarde om aan het maanden- en soms jarenlange proces te beginnen. Zo vertelde Forum voor Democratie-Kamerlid Pepijn van Houwelingen in een eerder <a href=\"https:\/\/www.vn.nl\/nieuwe-referendumwet-twee-smaken\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\">interview met Vrij Nederland<\/a> dat hij een wetsvoorstel indiende tegen de toenemende schaalvergroting van gemeenten, ook al wist hij van tevoren dat de wet zelf weinig kans van slagen had. \u2018Het is gewoon heel belangrijk om die discussie van eindeloze schaalvergroting aan te zwengelen, en zo\u2019n wetsvoorstel dwingt ze in ieder geval het gesprek erover aan te gaan. Je moet dat natuurlijk niet continu doen, maar als je dat zo eens per jaar doet en zo de diepte in kunt gaan over een maatschappelijk onderwerp is dat al heel wat,\u2019 aldus van Houwelingen.<\/p>\n<a data-ga-category=\"embedded-article\" data-ga-action=\"clicked\" data-ga-label=\"\" href=\"https:\/\/www.vn.nl\/nieuwe-referendumwet-twee-smaken\/\" class=\"article-embed article-embed--left article-embed--new\"><span class=\"article-embed__image\" style=\"background-image:url(https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/fly-images\/561927\/ANP-448506482_Sem-van-der-Wal_tumbnail-520x520-cc.jpg);\"><\/span><span class=\"article-embed__content\"><span class=\"article-embed__read-more\">Lees ook<\/span><span class=\"article-embed__title\">Een nieuwe referendumwet met twee smaken<\/span><span class=\"article-embed__date\">12 april 2023<\/span><\/span><\/a>\n<p class=\"tekst\">Kamerleden die wetsinitiatieven gebruiken om onderwerpen te agenderen, het is een trend die ook Wim Voermans opvalt. Zo merkt hij in <em>Onze constitutie<\/em> eveneens op dat \u2018Kamerleden initiatiefwetsvoorstellen de laatste jaren meer en meer als politiek signaal zijn gaan gebruiken. Met het indienen van een initiatief kan een stevig politiek statement worden gemaakt. Dat verklaart ook de toevloed in aanloop naar verkiezingen. En of zo\u2019n initiatief het ook tot wet schopt, is in zulke gevallen van later zorg: als de kiezer het maar heeft gehoord.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Hoewel Kamerleden in de media worden afgestraft voor het maken van wetsvoorstellen die het niet halen, en dan bijvoorbeeld worden neergezet als \u2018minder effectief\u2019 (zoals zowel HP\/De Tijd via de politieke index als Argos constateerden op basis van dezelfde gegevens), kan het doen van wetsvoorstellen ook worden gezien als teken van een assertieve en meer actieve Tweede Kamer. \u2018Goed ook voor het dualisme,\u2019 constateert Voermans dan ook in zijn boek: \u2018een goede manier om als regering en parlement over en weer elkaar scherp te houden bij het gebruik van bevoegdheden en instrumenten.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Maar Voermans noemt ook enkele schaduwkanten van wat hij \u2018initiatiefkoorts\u2019 noemt. Zo ontstaat er een stuwmeer van nog te behandelen initiatiefwetsvoorstellen. \u2018In de periode 2012-2017 was er gemiddeld genomen een voorraad van honderd van die initiatiefvoorstellen en 88 daarvan werden in de periode daarop door het parlement behandeld. Vijf jaar later (maart 2022) staat de teller op 117 aanhangige initiatiefwetsvoorstellen,\u2019 aldus Voermans. Daar komen nog de zogeheten \u2018weesjes\u2019 bij: voorstellen waarvan de initiatiefnemer onderhand geen Kamerlid meer is. De Kamervoorzitter maakt hiervan een jaarlijkse inventarisatie via een zogeheten \u2018opbergsysteem\u2019 waarbij Kamerleden zich binnen zes weken moeten melden om het verweesde initiatiefvoorstel te adopteren. Ondanks de lage kansen (rond de 17 procent) dat een wetsvoorstel de eindstreep haalt, laten Kamerleden zich daar niet door weerhouden. Wat dat betreft passen ook wetsinitiatieven in het werkritme van de Tweede Kamer: steeds meer, steeds vaker, steeds sneller.<\/p>\n<h5>Inhoudelijke ruimte<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Het maakt een wetsoverleg of de behandeling van een wetsinitiatief slechts een van de vele punten op de overvolle Kameragenda. Het debat over het eerdergenoemde wetsvoorstel van GroenLinks en PvdA voor een progressief tarief op vermogensbelasting trok dan ook weinig parlementair publiek: negen fracties. Hetzelfde gold voor de behandeling van het voorstel van Forum voor Democratie over schaalvergroting bij gemeenten (zes fracties, met alleen de VVD uit de coalitie). Dat is eerder regel dan uitzondering, constateerden ook de journalisten van Argos. \u2018Daar waar wetten worden gemaakt, laten sommige Kamerfracties zich nauwelijks zien.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">De grootste oppositiepartij, de PVV, was bij slechts een kwart van de wetgevingsdebatten aanwezig. De PvdA liet 40 procent van de debatten over wetgeving schieten, en bij Forum voor Democratie was dat zelfs 95 procent. Uit data opgevraagd bij het Centraal Informatiepunt (CIP) van de Tweede Kamer blijkt dat sinds het kabinet-Rutte I de VVD, SP, CDA, D66, PvdA, PVV, SGP, GroenLinks en ChristenUnie de trouwste bezoekers van de plenaire zaal zijn als daar initiatiefwetten worden besproken van collega-Kamerleden. Dat betekent dat met name de kleinere \u2013 en in de regel: relatief nieuwe (zoals BIJ1 of Volt) of tijdelijke (zoals Groep Krol of Fractie Den Haan) \u2013 oppositiepartijen het vaak laten afweten.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Hoewel er kritiek klinkt op de lage aanwezigheid bij debatten over wetgeving, blijkt uit de gesprekken die Vrij Nederland voerde met Kamerleden dat in de regel juist kleinere debatten zorgen voor een constructieve sfeer. Argos waarschuwde dat \u2018belangrijke wetten steeds vaker door Kamercommissies in kleine zaaltjes achteraf worden behandeld\u2019, maar het is het nog maar de vraag of dat staat voor een slechter democratisch proces. De commissiedebatten zijn immers via livestream te bekijken (en terug te zien) en daarnaast kunnen zowel plenaire als commissiedebatten druk bezocht, bekeken en besproken worden. Het is maar net waar het zoeklicht op staat. Kamerleden van divers pluimage zijn het roerend eens dat juist de debatten waar buiten de deur de haag van microfoons (binnen de CDA-fractie gekscherend de \u2018paniekhaag\u2019 genoemd) ontbreekt, de rust ook resulteert in inhoudelijke ruimte.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Volgens politicoloog Simon Otjes, verbonden aan de Universiteit Leiden, kan een wetgevend debat zonder alle twintig aanwezige fracties ook productief zijn, \u2018mits de afwezige fracties zich constructief opstellen. Zorgwekkender is het als er partijen met slechts een nauwe meerderheid bij het debat zijn en als partijen die afwezig waren bij een debat wel tegen gaan stemmen.\u2019<\/p>\n\n<h5>Coalitie-appgroepen<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Neem bijvoorbeeld de portefeuille onderwijs \u2013 bij ambitieuze Kamerleden met profileringsdrang minder populair. \u2018Daar zijn we het echt niet altijd met elkaar eens, maar het debat is soms bijna vrolijk te noemen,\u2019 aldus Lisa Westerveld (GroenLinks). Onderling wordt contact gehouden. \u2018We hadden een appgroep voor linkse onderwijswoordvoerders, maar toen Paul van Meenen (D66) erachter kwam dat hij er niet bij zat, heeft hij er eentje opgericht met alle linkse woordvoerders plus D66,\u2019 vult SP-Kamerlid Peter Kwint lachend aan. D66\u2019er Van Meenen doopte deze nieuwe appgroep om tot \u2018De Linkse Onderwijswolk\u2019 maar, zo voegt hij eraan toe, \u2018zo heet deze groep al vanaf het begin: ik heb \u2019m op 14 juni 2021 opgericht en hij bestaat al bijna twee jaar!\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Er zijn coalitie-appgroepen (\u2018om ervoor te zorgen dat je elkaar niet verrast\u2019), oppositie-appgroepen maar ook appgroepen gericht op portefeuilles van defensie tot onderwijs. Juist het meer informele contact tussen Kamerleden is, zo constateert SGP-Kamerlid Kees van der Staaij, \u2018niet altijd zichtbaar, maar heeft wel nut in een democratie\u2019. Na een commissievergadering nog even napraten, een collega-Kamerlid toch nog even aanschieten over iets anders. Hoewel een deel plaatsvindt via appgroepen leidde de letterlijke fysieke afstand tijdens corona en de verhuizing naar een ander, tijdelijk Tweede Kamergebouw ertoe dat Kamerleden hier weer hun draai in moeten vinden. Het interieur is met de kunststof kozijnen, systeemplafonds en tapijttegels weinig inspirerend. SP-Kamerlid Peter Kwint typeert het tijdelijke Kamergebouw als \u2018brutalistisch-stalinistisch meets Zeeuws strandhotel.\u2019 De gangen zijn langgerekt en de medewerkers die Vrij Nederland van de ene naar de andere fractiegang begeleiden, merken regelmatig op \u2018hier eigenlijk nog nooit geweest te zijn\u2019. Herkenbaar, volgens Van der Staaij: \u2018Het is weer even wennen om elkaar op te zoeken.\u2019<\/p>\n<h5>Politiek plasje<\/h5>\n<p class=\"tekst\">Hoewel goede contacten tussen Kamerleden onderling van groot belang zijn, is er toch altijd de vrees dat het door de buitenwereld snel zal worden gezien als achterkamertjespolitiek, handjeklap en politieke konkelarij. Zo worden bepaalde werkreizen niet meer gedaan, want dat is al snel lastig en omstreden. Gaan jullie naar de Antillen? Hoe komt dat in de krant? Laten we het maar niet doen. \u2018De prijs hiervan kan ook zijn dat je elkaar minder begrijpt en je vijandbeeld steeds sterker wordt, terwijl: als je van elkaar snapt hoe je erin staat, kun je het debat op de inhoud richten. Die balans vind ik wel kwetsbaar,\u2019 aldus Van der Staaij.<\/p>\n<p class=\"tekst\">Kamerleden die een initiatiefwet kans van slagen willen geven, maken daarom juist gebruik van deze informele contacten, vertelt ook Silvio Erkens (VVD). \u2018Als je pas tijdens een debat een meerderheid wilt vinden, ben je al te laat. Je gaat vooraf op de koffie bij elkaar: wat kunnen ze steunen en waar zitten de zorgen?\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Het helpt volgens hem wel onderdeel te zijn van een coalitiepartij als je een initiatiefwet schrijft. \u2018De kans dat die het haalt, is groter dan bij een oppositiepartij.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Tegelijkertijd is de ballotage volgens Erkens juist strikter bij coalitiepartijen. \u2018Je voelt een extra verantwoordelijkheid, want als het niet uitgevoerd kan worden, cre\u00eber je je eigen problemen voor de toekomst omdat je in de coalitie zit.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Voor oppositiepartijen gaat er juist veel werk zitten in het overtuigen van coalitiepartijen, is de ervaring van GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld. \u2018Je steekt zoveel tijd in het schrijven van zo\u2019n wet, dan wil je natuurlijk ook wel dat-ie het haalt.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Niet zozeer omdat het schrijven zelf netto zoveel tijd kost, maar omdat je \u2018er door het vele andere werk bijna nooit aan toekomt\u2019. Samen met Peter Kwint (SP) schreef ze een initiatiefwet voor een verbod dat ouders die geen vrijwillige bijdrage aan scholen betalen, worden buitengesloten van extra activiteiten. De lijst vragen die ze terugkregen van onder meer Bureau Wetgeving en het ministerie hebben ze \u2018vooral in de vakanties en avonden\u2019 beantwoord. Die juridische ondersteuning was ook wel nodig, zo herinnert Peter Kwint zich: \u2018Die is echt fantastisch. Dan vertel ik in een onsamenhangende mail wat ik eigenlijk wil en dan maken ze daar een echt amendement van.\u2019<\/p>\n<p class=\"tekst\">Hoewel Kamerleden allemaal aangeven dat het schrijven van een initiatiefwet heel wat meer voeten in de aarde heeft dan een schriftelijke vraag of een motie, komt uit vrijwel alle gesprekken de irritatie naar voren dat alleen wetten het label \u2018parlementair handwerk\u2019 krijgen. \u2018Je kan dit werk echt niet terugbrengen tot een matrix,\u2019 aldus GroenLinks-Kamerlid Senna Maatoug, die tegelijkertijd, net als verschillende collega\u2019s, de hoop uitspreekt dat wetgeving niet dezelfde weg zal afleggen als moties: een veelgebruikt middel om een politiek plasje te doen. Maatoug: \u2018Ik zou het echt heel erg vinden als die normvervaging ook zou doorsijpelen in amendementen en wetsvoorstellen.\u2019<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De Tweede Kamer heeft twee hoofdtaken: de regering controleren en wetten maken. Dat laatste gebeurt in toenemende mate in stilte. Steeds meer aandacht gaat naar de actualiteit, steeds minder blijft erover voor het controleren en bespreken van wetsvoorstellen. \u2018Het is heel vermoeiend: in alle afscheidsinterviews zeggen Kamerleden precies hetzelfde, ondertussen houden we elkaar gevangen.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-569603","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","dossier-macht","article_type-onderzoek"],"acf":[],"author_name":"Dieuwertje Kuijpers","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/569603","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=569603"}],"version-history":[{"count":5,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/569603\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":571905,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/569603\/revisions\/571905"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Dieuwertje Kuijpers","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=569603"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=569603"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}