
 {"id":554609,"date":"2022-11-29T14:25:17","date_gmt":"2022-11-29T13:25:17","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vn.nl\/?p=554609"},"modified":"2022-11-29T14:26:25","modified_gmt":"2022-11-29T13:26:25","slug":"hans-magnus-enzensberger","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/hans-magnus-enzensberger\/","title":{"rendered":"In memoriam Hans Magnus Enzensberger (1929-2022), de optimistische pessimist"},"content":{"rendered":"<p>Als iemand een intellectueel was dan was het Hans Magnus Enzensberger wel. Maar honderd procent comfortabel voelde hij zich niet in die hoedanigheid. \u2018De intellectueel\u2019 was hem een te afgeronde figuur, alsof zijn plaats in de maatschappij vanzelfsprekend was, wat volgens Enzensberger allerminst zo was. Van de missionaris in de intellectueel moest hij niets hebben.<\/p>\n<p>Het beviel Enzensberger dat er iemand in de geschiedenis van de literatuur en filosofie was die een voorbeeld voor hem was om op een niet-pretentieuze manier een soort intellectueel te zijn: Diderot, door hem ook de eerste intellectueel genoemd, ontstaan tijdens de Verlichting in de tweede helft van de achttiende eeuw. Enzensberger was van plan Diderots komedie <em>Est-il bon? Est-il m\u00e9chant?<\/em> te vertalen, maar dat bevredigde hem niet. Toen wilde hij er een bewerking van maken, maar ook dat mislukte. Tenslotte schreef hij een nieuw toneelstuk waarin hij Diderot de rol van mensenvriend kon laten spelen.<\/p>\n<p>Ook al is Diderot volgens Enzensberger de uitvinder van de intellectueel, dat wil niet zeggen dat Diderot zelf die positie zo makkelijk en eenduidig vond: \u2018Hij bekeek haar van alle kanten,\u2019 schrijft Enzensberger, en zag dat ze niet alleen moeilijk, maar ook precair, niet alleen ondankbaar, maar ook een bron van verrassende paradoxen was. Ze riep ernstige morele problemen op en bezat een grenzeloos komische kracht.\u2019<\/p>\n<p>Enzensberger maakt van Diderots intellectueel een kat op een heet zinken dak: hij heeft tegelijk te maken met morele problemen, een precaire positie, met paradoxen die hem bespringen en met een komische kracht die grenzeloos is. Dit is op het komische af karakteristiek voor Enzensberger zelf: nooit al te eenduidig willen zijn. Vol tegenstrijdigheden zitten, maar op het goede moment toch vaak een zo duidelijke mogelijke keuze kunnen maken. Diderot is in de komedie een ironische \u2018mensenvriend die zich van zijn eigen discutabele aanwezigheid bewust is\u2019.<\/p>\n<p>Enzensberger is een intellectueel tegen wil en dank. Hij wil zich niet voorstaan op zijn onafhankelijke positie, maar vindt die wel noodzakelijk tussen van zichzelf overtuigde politici, van mensen die een geloof aanhangen of die vol zijn van onwrikbare overtuigingen. Een onderdeel van Enzensbergers flexibiliteit is dat hij tien jaar voor zijn dood de balans opmaakte, niet van wat hem allemaal gelukt was, maar van zijn lievelingsmislukkingen (<em>Meine Lieblings-flops<\/em>).<\/p>\n<h5>ongewone essayist<\/h5>\n<p>Enzensberger was in zijn jonge jaren natuurlijk een marxist, maar meteen al geen dogmaticus in de leer. Het marxisme, de wereld indelen in klassen en vinden dat de productiekrachten toebehoren aan de werkenden, was een middel om kritiek te hebben op wat er aan het kapitalisme niet deugde. Het was een gereedschapskist, een toolbox. Het kapitalisme had een tegenstrever en oppositie nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Hij maakte zich in zijn jonge jaren zorgen over de communistische Sovjet-Unie. Die moest het stellen zonder bourgeoisie, zonder buffer van een goede middenklasse. Wanneer daar ooit het kapitalisme komt, hoe zal dat er dan uitzien, vroeg hij zich af? Alleen maar puissant rijke oligarchen en arme Russen.<\/p>\n<blockquote><p>Enzensberger kiest altijd voor de levende paradox: voor de eenheid \u00e9n voor de verscheidenheid.<\/p><\/blockquote>\n<p>Vanaf het begin was Enzensberger een ongewone essayist die zich niet alleen bezighield met literaire en filosofische thema\u2019s, maar niet minder met de verschijnselen die samenhingen met de nieuwe samenleving van na de oorlog, zoals de commercialisering, het Wirtschaftwunder, de invloed van televisie en het ontstaan van wat hij de \u2018bewustzijnsindustrie\u2019 noemde, de grootschalige be\u00efnvloeding van het denken. Enzensberger was daarin niet rechtlijnig: de schrijver en essayist zag zich wel blootgesteld aan nieuwe gevaren, maar zag ook nieuwe mogelijkheden. Hij was, afgezien van Lichtenberg en Heine, vrij snel een leerling van Robert Musil, de schrijver die altijd ruimte maakte voor het mogelijke.<\/p>\n<p>Ook Enzensbergers onderwerpen waren anders: hij bestudeerde de furore van het pocketbook in de jaren vijftig en zestig, en (in <em>De stuurloze avant-garde<\/em>) de opkomst van het massatoerisme en het consumentisme. Hij bestudeerde de catalogi van het postorderbedrijf Neckermann. Dat waren niet zo zeer literaire, maar sociologische thema\u2019s.<\/p>\n<h5>filosofie van de kleine stappen<\/h5>\n<p>Enzensberger schreef mentaliteitsgeschiedenis toen hij in 1982 zijn briljante essay \u2018Het einde van de consequentie\u2019 publiceerde, wat neerkwam op een lofrede op de inconsequentie. Hij analyseerde de achterkant van de autoritaire vastberadenheid, van het consequente denken, te vinden in de denkbeelden van Carl Schmitt, Ernst J\u00fcnger en Martin Heidegger. Bij Heidegger in Freiburg had Enzensberger nog een blauwe maandag gestudeerd, tot hij wegvluchtte naar Parijs. Maar niet alleen de Duitsers konden overweg met de \u2018bloedige consequentie\u2019, ook in Frankrijk, Spanje en Itali\u00eb waren consequent ideologisch rechtshoudende bewegingen.<\/p>\n<p>Gelukkig waren er in de tweede helft van de vorige eeuw geen \u2018Heel Grote Mannen\u2019 te zien, maar wikkers en wegers als Chroesjtjov, die het einde van de Sovjet-Unie inluidde. De grote politiek werd \u2018knutselwerk\u2019, de wereldpolitiek nam genoegen met de zegeningen van de sociaal-democratie en ging lijken op een reparatiewerkplaats. Als het enigszins kon maakte Enzensberger van het hele bestaan een serieus knutselwerk, een leerling van Karl Popper zijnde, de nuchtere filosoof van de kleine stappen, het \u2018piecemeal engineering\u2019.<\/p>\n<p>Er zijn weinig grote thema\u2019s waar Enzensberger zich niet mee bezig heeft gehouden, of het nu Europa, de migratie, vluchtelingen, globalisering of digitalisering is. Zulke grote thema\u2019s moeten bij Enzensberger altijd gezien worden tegen de achtergrond van zijn dichterschap, om aan te geven hoe het denken bij hem altijd rekening houdt met de proporties, met het existenti\u00eble eerste niveau: de zo onbevangen mogelijke blik. Het is zaak te proberen niet al te groot te denken, zodat men het, bij wijze van spreken, niet meer vast kan pakken.<\/p>\n<p>Een voorbeeld is \u2018Europa\u2019, waar Enzensberger een groot voorstander van is. Europa is voor hem niet het Europa van de monumenten, maar van het caf\u00e9 op de hoek, op de markt, in de tram, bij demonstraties, aan de keukentafel. Dat is een Europa dat \u2018geen mammoet onder de mammoeten\u2019 moet worden, niet een continent in het rijtje Amerika, China en Rusland. Enzensberger staat hiermee in de traditie van Jacob Burckhardt, die hij in 1987 in een lezing citeerde: \u2018Elke nivellerende tendens, politiek, religieus of sociaal, is voor ons continent levensgevaarlijk. Wat ons bedreigt, is gedwongen eenheid; wat ons redt, is onze verscheidenheid.\u2019 Enzensberger kiest altijd voor de levende paradox: voor de eenheid \u00e9n voor de verscheidenheid.<\/p>\n\n<h5>dubbelzinnigheid troef<\/h5>\n<p>De intellectueel tegen wil en dank Enzensberger manifesteerde zich ook als uitgever en redacteur van tijdschriften, zoals het vermaarde <em>Kursbuch<\/em>, dat sinds 1965 in elke nummer een politiek of cultuurfilosofisch thema behandelt. In 1985 bedacht hij <em>Die Andere Bibliothek<\/em>, een reeks van ten onrechte vergeten boeken in superieur verzorgde uitgaven, in een beperkte oplage. Diderot, Flaubert, Chesterton, Von Humboldt, maar ook scherp geselecteerde hedendaagse schrijvers als Irene Dische en W.G. Sebald. Tot 2004 verschenen 250 delen.<\/p>\n<p><em>Die Andere Bibliothek<\/em> was het tegendeel van wat rond 1985 sterk in opkomst was: de computer, internet, het e-boek. Dat wilde niet zeggen dat Enzensberger helemaal afkerig was van deze digitalisering. Hij was er zelfs al vroeg bij met zijn gedachten over wat er zich digitaal ging afspelen.<\/p>\n<p>Al in 1970 schreef hij in <em>The New Left Review<\/em> het essay \u2018Constituents of a Theory of the Media\u2019. Daarin zag hij dat het drukwerk, de radio, de film, televisie, telefoon, teletype, fax, radar, en databank \u2018clearly coming together to form a universal system\u2019. De nieuwe media zouden \u2018mass participation\u2019 mogelijk maken \u2018in a social and socialized productive process\u2019. De deelnemers aan die nieuwe media zouden niet alleen gemanipuleerd worden: \u2018it must make everyone a manipulator\u2019 \u2013 daarmee duidelijk vooruitlopend op Facebook, Twitter en al het andere persoonlijke digitale gereedschap waarmee men nu aandacht en invloed probeert te krijgen. Voor Enzensberger was het in 1970 al duidelijk dat een (sociaal-)democratische bemoeienis met de media een streven moest zijn \u2018to end the isolation of the individual.\u2019<\/p>\n<blockquote><p>Er zijn zoveel voordelen en zoveel nadelen aan de digitale samenleving dat een afweging een kinderachtig karwei wordt.<\/p><\/blockquote>\n<p>Dertig jaar later, in het jaar 2000, schrijft Enzensberger opnieuw een essay over de toekomst van de nieuwe media: \u2018Het digitale evangelie\u2019, indertijd over vier pagina\u2019s gepubliceerd in de Vlaamse krant <em>De Standaard der Letteren<\/em>. De houding van de mensen ten aanzien van de elektronische media is op dat moment opgesplitst in <i>apocalyptici<\/i>\u00a0en <em>evangelisten<\/em>, doemdenkers en heilbrengers. Elk communicatiemedium, of het nu het kleitablet, de boekrol, het boek of e-boek is: men dacht steeds dat het gepaard zou gaan met verlies aan betekenis van de kennis, dat het opnemen van informatie en kennis er minder door zou worden.<\/p>\n<p>Daar geloofde Enzensberger niet in. Hij beziet de digitalisering met dubbele ogen: het roept het slechtste en het roept het beste in mensen op. Niet iedereen heeft iets te zeggen dat de medemens interessant vindt, maar men doet het toch. Het zorgt onmiskenbaar voor een pandemonium en dat heeft zijn voordelen, maar denk niet dat de \u2018emancipatorische kracht\u2019 van internet groot is. Enzensberger vindt het \u2018lastig\u2019 het \u2018digitale kapitalisme\u2019 te beoordelen. Er zijn zoveel voordelen (\u2018machtsvrije discussie, electronisch mensenrecht\u2019), er zijn zoveel nadelen (\u2018een dorado voor criminelen, intriganten, terroristen, nazi\u2019s, gekken\u2019) dat een afweging een kinderachtig karwei wordt. Dubbelzinnigheid troef.<\/p>\n<p>Enzensberger heeft meer dan zestig jaar voor een goed humeur gezorgd in de wereld van het weten, denken, het vinden en het beoordelen. Hij was leerrijk, verfrissend, geestig, origineel, opwekkend, sceptisch en amusant. Daar kunnen we wel enige tijd mee uit de voeten.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Als iemand een intellectueel was dan was het Hans Magnus Enzensberger wel. Maar honderd procent comfortabel voelde hij zich niet in die hoedanigheid. \u2018De intellectueel\u2019 was hem een te afgeronde figuur, alsof zijn plaats in de maatschappij vanzelfsprekend was, wat volgens Enzensberger allerminst zo was. Van de missionaris in de intellectueel moest hij niets hebben. [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2850,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-554609","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","dossier-cultuur","article_type-literaire-kroniek"],"acf":[],"author_name":"Carel Peeters","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/554609","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=554609"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/554609\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Carel Peeters","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/2850"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=554609"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=554609"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}