
 {"id":520853,"date":"2021-11-23T16:14:17","date_gmt":"2021-11-23T15:14:17","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vn.nl\/?p=520853"},"modified":"2021-11-23T16:14:17","modified_gmt":"2021-11-23T15:14:17","slug":"cyrille-offermans-75-jaar","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/cyrille-offermans-75-jaar\/","title":{"rendered":"De geboorte van de generositeit uit de geest van de literatuur \u2013 Cyrille Offermans 75 jaar"},"content":{"rendered":"<p>Als er iemand reden heeft de jaren vijftig van de twintigste eeuw \u2018een heerlijke tijd\u2019 te noemen dan is het Cyrille Offermans. Door zijn twee boeken in de Priv\u00e9 Domein-reeks <em>Een iets beschuttere plek misschien<\/em> en <em>Midden in het onbewoonbare<\/em>, weten we hoe dat zit met die gelukkige tijd. Die heerlijke jaren vijftig worden zo genoemd wanneer Offermans herinneringen ophaalt aan zijn passie voor het voetballen, speciaal het voetballen van Fortuna 54. Dat was een club met een collectie vedetten zonder weerga, zoals Cor van der Hart, Bram Appel, Faas Wilkes, Jan Notermans en niet te vergeten doelman Frans de Munck, de zwarte panter die voor 100.000 gulden bij FC K\u00f6ln was weggekocht. Het zijn namen die ook mij niet onberoerd laten.<\/p>\n<p>Bij een heerlijke jeugd hoort een dosis spontaan geluk. Dat nam in Cyrilles geval de gedaante aan van een dokter, dokter Van der Hoff, geneesheer-directeur van het ziekenhuis met de toepasselijke naam De Goddelijke Voorzienigheid. De dokter woonde in dezelfde straat, recht aan de overkant van de familie Offermans. Hij had geen kinderen, maar was wel een kindervriend en voetballiefhebber. Ook was hij in het bezit van een televisie. Wanneer het Nederlands elftal speelde speurde hij in zijn deuropening de straat af, op zoek naar buurjongens. Even later zat zijn televisiekamer vol met meelevende supporters.<\/p>\n<p>Daar bleef het niet bij. De dokter was ook in het bezit van een ontzagwekkend grote Amerikaanse auto. Geen sportarts zijnde, niet gelieerd aan een club, maar toch had de dokter gratis toegang tot de wedstrijden van Fortuna 54. Daar liet hij anderen in delen, zoals Cyrille en zijn vrienden. Ik citeer: \u2018Met zijn vijven of zessen tegen elkaar aan gepropt op de achterbank, maar inwendig jubelend, zoefden we op die hoogtijdagen naar het Mauritsstadion, vijf kilometer verderop. Daar viel ons een koninklijke ontvangst ten deel. Bij de ingang werd de dokter \u2013 en werden wij, inmiddels gierend van de lach \u2013 door knipmessend en saluerend personeel begroet en naar een parkeerplaats binnen het stadion geloodst.\u2019<\/p>\n<p>Dit is natuurlijk allereerst een solide anekdote, maar hij is vooral interessant omdat de dokter sporen achter gelaten moet hebben bij de latere essayist Cyrille Offermans. Dokter Van der Hoff moet naar mijn idee flinke invloed hebben gehad op de manier waarop Offermans naar de wereld is gaan kijken. In Van der Hoff is hij een voorbeeld gaan zien van iemand die belangeloos vrijgevig en genereus kon zijn.<\/p>\n<h5>De literatuur als vrijplaats<\/h5>\n<p>Toen Offermans later Nietzsche las, moet hij iets herkend hebben. In <em>Menselijk, al te menselijk<\/em> heeft Nietzsche het in paragraaf 49 over \u2018goedmoedigheid, vriendelijkheid en hoffelijkheid van hart\u2019. Dat zijn uitvloeisels van wat hij de \u2018onego\u00efstische aandrift\u2019 in mensen noemt. Die goedmoedigheid en hoffelijkheid van hart hebben de cultuur volgens Nietzsche veel sterker gemaakt dan bekende christelijke aansporingen als \u2018medelijden, barmhartigheid en opoffering\u2019.<\/p>\n<p>Deze paragraaf heeft indruk gemaakt op Offermans en richting gegeven aan zijn manier van denken. Nietzsches voorkeur had alles te maken met zijn afkeer van het christelijke medelijden. Dat was in de geschiedenis nooit helemaal onbaatzuchtig geweest, stond altijd op de bekeringsstand, er konden aflaten en voorschotten op de hemel mee verdiend worden. In plaats van aan medelijden gaf Nietzsche de voorkeur aan mededogen en wat hij \u2018begaandheid\u2019 noemde. Offermans kon zich daar goed in vinden.<\/p>\n<p>Iets doen uit genereuze, onego\u00efstische aandrift zoals dokter Van het Hoff, is bij Offermans niet alleen een kwestie van karakter en mentaliteit, maar speelt ook een rol in het grotere perspectief van de cultuur en samenleving in het algemeen. Wanneer hij het over generositeit heeft speelt zich op de achtergrond de grote wereld af, de wereld waarin, om het contrast maar even flink aan te scherpen, zo ongeveer \u00e1lles door ego\u00efstische belangen wordt geleid, gestuurd door concurrentie, gedreven door baatzucht. De wereld is niet onbaatzuchtig of genereus van zichzelf, de wereld is een en al behoefte en belang.<\/p>\n<p>Het is een bijzondere ontwikkeling dat Offermans, die zich in de beginjaren van zijn schrijverschap onderdompelde in de geduchte filosofen en schrijvers van de neomarxistische Frankfurter Schule, uit is gekomen bij een kunst- en literatuuropvatting waarin generositeit het cruciale begrip is. Generositeit staat recht tegenover het cynisme, de commercie, concurrentie en de baatzucht in de Westerse cultuur. In deze Hobbesiaanse wereld van \u2018de mens is de wolf van de mens\u2019, staat Offermans voor de bescherming van de welwillende, genereuze krachten in de literatuur en de samenleving.<\/p>\n<p>In <em>Wat er op het spel staat<\/em> citeert hij de dichter Lucebert als een voorbeeld van een genereuze dichter: \u2018De creatieve mens\u2019 schrijft Lucebert, \u2018wil zich uiten, hij wil geven, uitdelen; hij wil zich met de wereld als een minnaar met zijn meisje verbinden.\u2019 \u2018Belangrijke literatuur\u2019 schrijft Offermans op zijn beurt onomwonden, \u2018is een uiting van generositeit\u2019, het komt uit een domein waarin nog een onbaatzuchtige mores geldt. De literatuur als vrijplaats.<\/p>\n<blockquote><p>De rationele mens, schrijft Offermans met Nietzsche, heeft van tijd tot tijd de natuur weer nodig, dat wil zeggen het \u2018onlogische, onberedeneerbare, het vreemde\u2019.<\/p><\/blockquote>\n<p>Om er voor te zorgen dat die generositeit niet een onderdeel wordt van de wereld van belangen en concurrentie, is het nodig voeling te houden met een soort schone basis. Er moet contact gehouden worden met wat Offermans met Nietzsche noemt \u2018de onlogische grondhouding tegenover alle dingen\u2019. Dat is een houding waarin de dingen nog geen onderdeel zijn van het rationele, utilitaire denken, waarin men nog geen deel is van het praktische leven, dus nog zonder intentie of winzucht. \u2018De rationele mens\u2019, schrijft Offermans met Nietzsche, \u2018heeft van tijd tot tijd de natuur weer nodig\u2019, dat wil zeggen het \u2018onlogische, onberedeneerbare, het vreemde\u2019.<\/p>\n<a data-ga-category=\"embedded-article\" data-ga-action=\"clicked\" data-ga-label=\"\" href=\"https:\/\/www.vn.nl\/friedrich-nietzsche\/\" class=\"article-embed article-embed--left article-embed--new\"><span class=\"article-embed__image\" style=\"background-image:url(https:\/\/www.vn.nl\/wp-content\/uploads\/fly-images\/510847\/Nietzsche187a_wikipedia_tumbnail-520x520-cc.jpg);\"><\/span><span class=\"article-embed__content\"><span class=\"article-embed__read-more\">Lees ook<\/span><span class=\"article-embed__title\">Literaire Kroniek: In zijn laatste jaren was Nietzsche een vulkaan die op ontploffen stond<\/span><span class=\"article-embed__date\">20 juli 2021<\/span><\/span><\/a>\n<p>Generositeit nestelt ook in de taal. Genereus taalgebruik is vrij van het alledaagse cynisme. Ego\u00efstische aandriften leiden tot bot, ondubbelzinnig taalgebruik. Zodra de taal \u2018instrumenteel\u2019 wordt gebruikt, alleen als transporteur van boodschappen, doet de botheid zijn intrede, verdwijnen de nuances, de subtiliteiten, de details, de dubbele bodems, de modaliteiten. Aan nuances en modaliteiten heeft Offermans stijl geen gebrek. Zijn soepele manier van schrijven voldoet in alle opzichten aan zijn eigen credo. \u2018Literatuur\u2019, schrijft hij, \u2018is het tegendeel van het stoere benoemen. Literatuur is het geduldig lospeuteren van etiketten om te zien wat daaronder (\u2026) nog beweegt, spartelt en naar woorden zoekt.\u2019 Met zo\u2019n credo is het begrijpelijk dat Offermans in Montaigne, Lichtenberg, Diderot en Enzensberger zijn essayistische verwanten vindt.<\/p>\n<h5>De cultuurscheppende kracht van metafysica<\/h5>\n<p>Iemand die zich zo bewust is van de wereld en de cultuurgeschiedenis als Cyrille Offermans wil een positie innemen ten opzichte van het tijdsgewricht, ten aanzien van de grote culturele en geestelijke verschuivingen. Zoals met wat men \u2018de onttovering van de wereld\u2019 is gaan noemen, en vooral met wat de consequenties zijn van de dood van God en de tanende invloed van het geloven.<\/p>\n<p>Ook al gelooft Offermans nergens meer in, in het essay \u2018God is dood, onherroepelijk en niet te reanimeren\u2019 in de bundel <em>Schipbreuk<\/em>, zegt hij niet gauw geneigd te zijn zichzelf athe\u00efst te noemen. Dat zou hem te ver gaan. Maar hij is wel zo genereus om te erkennen dat godsdiensten hun verdiensten hebben. Hij erkent dat het geleidelijk aan verdwijnen van de kerk als organisatie, niet betekent dat de gevoelens en de idee\u00ebn die in het geloven werden gekoesterd mee verdwijnen. Maar hoe worden die gecompenseerd in een geseculariseerde samenleving? Wat te doen met de hoop op een beter leven in het hiernamaals, met de moraal, de tien geboden, het mededogen met de medemens, de gemeenschappelijkheid die bij religie hoort.<\/p>\n<p>Tot mijn verrassing gebruikt Offermans in dit verband het in onbruik geraakte begrip \u2018metafysica\u2019 voor alles wat met het vervangen van de religie te maken heeft. Metafysica is, in zijn eigen woorden, \u2018het geheel van verwachtingen en illusies dat de mensen de kracht gaf te leven en zich zelfs onmenselijke inspanningen te getroosten in het besef van hun individuele eindigheid en sterfelijkheid.\u2019 Metafysica heeft, zoals Offermans het gebruikt, niet meer speciaal iets met godsdienst te maken, maar gaat over het leven van de geest, van de verbeelding en verlangens in het algemeen. In die hoedanigheid is metafysica, net als belangrijke literatuur, een uiting van generositeit en bezit het \u2018een enorme cultuurscheppende kracht\u2019.<\/p>\n<p>Sterker nog, zegt hij, \u2018zonder metafysica, in welke geseculariseerde vorm dan ook, is cultuur, alle cultuur, ondenkbaar\u2019. Wat hij eigenlijk zegt is: het leven van de geest, de cultuur en de kunst hebben zoveel potentie dat het wegvallen van de godsdienst er ruimschoots mee opgevuld kan worden. We zijn, zo lijkt het, rijp voor een paradigmawisseling in de richting van een puur op seculiere waarden gebaseerde samenleving, waarvan generositeit er zeker \u00e9\u00e9n zal zijn.<\/p>\n<p>Voor het draaglijk maken van de secularisering en de onttovering suggereerde Nietzsche dat de kunst en filosofie de opdracht hebben ervoor te zorgen dat een \u2018Godscheppende kracht\u2019 behouden blijft. Offermans volgt hem daarin wanneer hij zegt dat het wat hem betreft in de kunst en de filosofie moet gaan om het realiseren van de \u2018hoogste intellectuele en creatieve vermogens\u2019, wat aardig in de buurt van \u2018Godscheppend\u2019 komt.<\/p>\n<h5>Iets moet aan de eeuwigheid appelleren<\/h5>\n<p>Er is \u00e9\u00e9n \u2018maar\u2019: Offermans conservatieve tegenpool George Steiner, naar wie hij goed pleegt te luisteren, gelooft niet in de Godscheppende kracht van de goddelozen. En dat zorgt voor een splitsing der geesten. In een lange voetnoot in <em>Ver van hier<\/em> gaat Offermans in discussie met Steiner over het athe\u00efsme dat geen scheppende kracht zou bezitten. Er ontbreekt een transcendente instantie aan die nodig is om de scheppingsdrang op te wekken. Iets moet aan de eeuwigheid appelleren volgens Steiner.<\/p>\n<p>De creaties van grote kunstenaars die een goddelijke instantie achter zich hebben noemt George Steiner per definitie een uiting van \u2018onbeperkte generositeit\u2019 en als zodanig een \u2018manifest van liefde\u2019. Steiner heeft het net als Cyrille Offermans over generositeit. Grote kunst is het gevolg van \u2018een genereuze dialoog\u2019 met eerdere kunstenaars, in de categorie Dante, Shakespeare en Proust. Dit soort kunstenaars hebben volgens Steiner \u2018voldoende levenskracht en onoplosbaarheid\u2019 in zich om de eeuwigheid aan te kunnen.<\/p>\n<p>Maar bij Steiner betekent het wel dat hij bepaalde, niet zo genereuze schrijvers, buiten de categorie grote kunst houdt. Voor Steiner is het ondenkbaar dat duurzame kunst het product zou kunnen zijn van misantropie of haat. Satirici en misantropen als Juvenalis, Jonathan Swift en Thomas Bernhard vallen daarom voor Steiner af, dat zouden geen scheppers van duurzaamheid zijn. Dat zouden een soort dada\u00efsten zijn, eendagsvliegen.<\/p>\n<blockquote><p>\u2018En wanneer Offermans zich afvraagt waar de \u2018gemaltraiteerde, uit zijn voegen barstende wereld\u2019, behoefte aan heeft, dan is het volgens Offermans aan \u2018denkende schrijvers die ons verhelderende beelden bezorgen.\u2019<\/p><\/blockquote>\n<p>Hier ontstaat een cruciaal verschil tussen Offermans en Steiner: hoe verhouden Offermans idee\u00ebn over generositeit en belangrijke literatuur zich tot haatdragende, negativistische schrijvers? De generositeit van Juvenalis, Swift en Bernhard schrijft Offermans \u2018is ongetwijfeld ambivalenter, verscheurder, gedesillusioneerder dan die van Dante, maar daarom niet minder bevrijdend\u2019. Offermans wil schrijvers met een pessimistisch wereldbeeld helemaal niet buitensluiten. Hij zegt het zelf niet met zoveel woorden, maar ik denk dat die schrijvers een dialectische rol voor hem spelen.<\/p>\n<p>Deze schrijvers zijn te vergelijken met de rol die Baudelaire in het midden van de negentiende eeuw speelde. Zijn <em>Bloemen van het kwaad<\/em> waren de \u2018antithese\u2019 van het Goede, ze lieten de andere kant van het Goede zien. Zo zijn voor Offermans Juvenalis, Swift en Bernhard briljante antitheses van de generositeit. Hun satirische of sarcastische visie op het bestaan is een dialectische verrijking voor zijn eigen positivistische instelling. Het lezen van die schrijvers zorgt voor een bevrijdende catharsis, zoals bij een tragedie.<\/p>\n<p>Toch, als ik zie over welke Nederlandse schrijvers Offermans door de jaren heeft geschreven, dan zijn het doorgaans geen pessimistische auteurs, geen schrijvers met een zwart wereldbeeld, geen negativisten, maar schrijvers als Leo Pleysier, Lucebert, Joke van Leeuwen, Tom Lanoye, Bernlef of J.F. Vogelaar en vele anderen. Maar over de Grote Drie: Hermans, Reve en Mulisch heeft hij niet of weinig geschreven. Hermans, Reve en Mulisch noemt hij \u2018achterdochtig, rancuneus en elitair\u2019. Waarmee gezegd is dat zijn affiniteit met hen gering is. En wanneer Offermans zich afvraagt waar de \u2018gemaltraiteerde, uit zijn voegen barstende wereld\u2019 behoefte aan heeft, dan is het volgens Offermans aan \u2018denkende schrijvers die ons verhelderende beelden bezorgen, vitale ervaringen, complexe samenhangen en stimulerende alternatieven leveren, weg van de hoogmoed, misantropie en gekrenkte trots\u2019.<\/p>\n<p>Offermans hart ligt bij deze positivistische instelling.<\/p>\n\n<h5>Pessimist Adorno en optimist Bloch<\/h5>\n<p>Sprekend over die briljante misantroop, de Oostenrijker Thomas Bernard, is de associatie met de filosoof en socioloog Theodor Adorno in het leven van de essayist Offermans niet ver weg. Als er iemand, naast Nietzsche, Offermans heeft uitgedaagd om zijn culturele geloofsbrieven steeds weer te formuleren en te herijken, dan was het Adorno. Adorno heeft altijd de negativiteit van kunst benadrukt, schrijft Offermans in <em>Macht als trauma<\/em> (1982). \u2018Zij was het medium bij uitstek om te laten zien hoe zinloos het leven is, hoe corrupt, wreed en agressief de mensen zijn, hoe machteloos ze zijn ten aanzien van de loop der geschiedenissen, hoe gedeformeerd en lusteloos ze door het leven strompelen.\u2019<\/p>\n<p>Dat leidde bij Adorno tot een tweedeling: wel Franz Kafka en Samuel Beckett accepteren, maar niet St\u00e9phane Mallarm\u00e9 en James Joyce, die hadden een veel te frivole verhouding tot de wereld. Volgens Adorno drukte de kunst het bewustzijn van lijden uit: geen lijden, geen kunst. Hij prefereerde schrijvers die de \u2018wreedheid, meedogenloosheid en geweld breed uitmeten\u2019. De wereld was voor Adorno \u2018\u00e9\u00e9n gigantisch waansysteem\u2019.<\/p>\n<p>Dit was uiteindelijk niet bij wie Offermans zich helemaal thuis voelde. Hij heeft een haat-liefdeverhouding met Adorno. <em>Dialektiek der Verlichting <\/em>(1946), het boek dat Adorno met Max Horkheimer schreef, gaf zo\u2019n \u2018zwaar vertekend\u2019 negatief beeld van de Verlichting dat Offermans in het jaar 2000 in <em>Het licht van de rede<\/em>, zijn bloemlezing uit teksten van de verlichte filosofen, pleitte voor een herwaardering van de Verlichting. Adorno werd daarmee op een afstand gezet.<\/p>\n<blockquote><p>\u2018Adorno behoedt voor een al te enthousiaste voortvarendheid, Bloch voor een verstarrende scepsis.\u2019<\/p><\/blockquote>\n<p>Om tegenwicht te bieden aan het intimiderende van Adorno en om aan zijn behoefte aan generositeit in de literatuur, de filosofie en de kunst te voldoen, had Offermans iemand nodig die daar voor in kon staan: dat was Ernst Bloch, de schrijver van het monumentale <em>Das Prinzip Hoffnung<\/em>. Voor Bloch was de wereld, anders dan voor Adorno, helemaal geen \u2018gigantisch waansysteem\u2019, maar juist een wereld vol mogelijkheden en hoop. En hoop uitdrukkelijk niet in sentimentele zin, maar als braakliggend terrein dat ontgonnen moest worden. Bloch wilde de generositeit als levenslust terug. \u2018Zijn oeuvre\u2019, schrijft Offermans, \u2018is een enorme encyclopedie van dromen van een beter leven\u2019. Bloch breekt de geschiedenis open door overal uitingen van levensdrift aan te treffen en zo het ware gezicht van de geschiedenis te tonen: als \u2018een veld van mogelijkheden\u2019.<\/p>\n<p>De negativist en pessimist Theodor Adorno en de utopist en optimist Ernst Bloch moeten volgens Offermans bij elkaar, in combinatie gelezen worden, als de twee kanten van een en dezelfde geschiedenis. Het negativisme van Adorno heeft een even kritische functie als Blochs positieve instelling. Adorno behoedt voor een al te enthousiaste voortvarendheid, Bloch voor een verstarrende scepsis. Maar het is Bloch die het dichtste bij Offermans staat.<\/p>\n<p>Is het verwonderlijk, na deze schets van Offermans brein, dat hij letterlijk en figuurlijk een zondagskind is. Zijn soepele en genereuze brein worstelde in meer dan dertig boeken om op goede gronden van de wereld te houden, om het ondoorgrondelijke van het leed ervan te erkennen, \u00e9n het goed recht om een plaats op te eisen voor geluk. Op het hoogste essayistische niveau combineert Offermans ernst en spel, wordt het negativisme van Adorno gecombineerd met de rusteloze drang voorwaarts van Bloch.<\/p>\n<p>Cyrille Offermans\u2019 essayistische oeuvre staat voor een nieuw, ander vitalisme, niet dat van het hero\u00efsche realisme, maar dat van \u2018de ontembare en weerbarstige levenswil, dwars tegen de verdrukking in\u2019, zoals Nietzsche zei. \u2018De ware denker\u2019, zei diezelfde filosoof, \u2018is altijd opmonterend en verkwikkend\u2019.<\/p>\n<p>Zoals Cyrille Offermans.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Als er iemand reden heeft de jaren vijftig van de twintigste eeuw \u2018een heerlijke tijd\u2019 te noemen dan is het Cyrille Offermans. Door zijn twee boeken in de Priv\u00e9 Domein-reeks Een iets beschuttere plek misschien en Midden in het onbewoonbare, weten we hoe dat zit met die gelukkige tijd. Die heerlijke jaren vijftig worden zo [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-520853","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","dossier-cultuur","article_type-literaire-kroniek"],"acf":[],"author_name":"Carel Peeters","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/520853","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=520853"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/520853\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Carel Peeters","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=520853"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=520853"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}