
 {"id":510819,"date":"2021-07-20T15:57:51","date_gmt":"2021-07-20T13:57:51","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vn.nl\/?p=510819"},"modified":"2021-07-20T17:42:30","modified_gmt":"2021-07-20T15:42:30","slug":"friedrich-nietzsche","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/friedrich-nietzsche\/","title":{"rendered":"Literaire Kroniek: In zijn laatste jaren was Nietzsche een vulkaan die op ontploffen stond"},"content":{"rendered":"<p>Het scherpt de geest om hoofdstukken uit het onlangs verschenen <em>The Aristocracy of Talent<\/em> van Adrian Wooldridge te lezen en tegelijk <em>De levensgevaarlijke jaren<\/em>, de brieven van Friedrich Nietzsche uit de laatste tien jaar van zijn leven (1879-1889), de tijd dat hij een soort aristocratie van de geest bedacht met de Ubermensch, de \u2018bovenmens\u2019, de mens die in alles beter wilde worden, boven zichzelf uit wilde stijgen. Wooldridge, politiek redacteur van <em>The Economist,<\/em> verdedigt de \u2018meritocratie\u2019, het beoordelen van mensen op hun \u2018merites\u2019, op hun talent.<\/p>\n<p>Wooldridge doet dat op een moment dat de meritocratie onder vuur ligt. Niet de minsten, zoals de Amerikaan Michael Sandel, schrijver van <em>De tirannie van verdiensten<\/em>, houden het voor moreel twijfelachtig om talent in de watten te leggen terwijl het hebben van talent nauwelijks een verdienste is, maar een geschenk uit de blauwe lucht, het resultaat van toeval. Het is puur geluk om in een gezin geboren te worden met een hoog IQ. Het is zelfs geen speciale verdienste dat je een talentvolle harde werker bent, want ook dat heb je gratis meegekregen. Dit moet ook weer niet overdreven worden, want talent moet natuurlijk wel ontwikkeld worden om tot zijn recht te kunnen komen.<\/p>\n<p>Nietzsche stond als classicus en filosoof ver af van deze maatschappelijke en politieke problematiek, maar op de achtergrond ging het wel degelijk over iets waar hij mee te maken had: de langzame opmars van de menselijke gelijkheid. Hij was geen liefhebber van de Franse Revolutie en was niet uit op de gelijkheid van alle mensen. Hij was een uitgesproken liefhebber van bijzondere talenten, van de mens als uitzondering.<\/p>\n<h5>onderwijs, onderwijs en onderwijs<\/h5>\n<p>In het begin van de twintigste eeuw waren de intellectuele oprichters van de Engelse Labour Party, Sidney en Beatrice Webb, volgens Adrian Wooldridge wel degelijk meritocraten: \u2018to the core\u2019 zelfs. Zij wilden af van al die erfelijk bevoorrechte figuren (\u2018the idle rich\u2019) met een IQ van honderdeen die in tweedjasjes en de handen in hun zakken bedrijven runden waar ze geen verstand van hadden. Nieuwe scholen en universiteiten moesten andere talenten boven laten komen en de hegemonie van Eton, Winchester, Oxford en Cambridge doorbreken. De ene na de andere Labour parlementari\u00ebr of minister president zette deze verheffing op een of andere manier voort, tot en met Tony Blair die drie termijnen lang hamerde op onderwijs, onderwijs en onderwijs.<\/p>\n<blockquote><p>Margaret Thatcher kaapte de meritocratie van Labour af en spande het voor het karretje van de neoliberale conservatieven.<\/p><\/blockquote>\n<p>Tony Blair negeerde daarmee de ophef over het in 1958 uitgekomen boek <em>The Rise of Meritocracy<\/em> van Michael Young waarin werd gewaarschuwd voor de consequenties van de meritocratie: het ontstaan van een nieuwe gediplomeerde klasse die maar al te makkelijk zou neerkijken op minder fortuinlijken. Ook Margaret Thatcher had de waarschuwing in dat boek genegeerd. Zij kaapte de meritocratie van Labour af en spande het voor het karretje van de neoliberale conservatieven. Wil er na het bewind van Jeremy Corbyn nog iets van de Labour Party terechtkomen dan moeten ze de meritocratie volgens Wooldridge \u2018reclaimen\u2019. Labour moet zich dan ook distanti\u00ebren van de aanhangers van de radicale gelijkheid (\u2018woke egalitarianism\u2019) binnen de partij.<\/p>\n<h5>het herijken van alle waarden<\/h5>\n<p>Nietzsche was in de laatste tien jaar van zijn leven bezig met het \u2018herijken van alle waarden\u2019, waarvan de beoordeling naar superieure verdiensten een onderdeel was. Hij was bezig met het opnieuw formuleren van de voorwaarden voor het bestaan. Dat gebeurde met een mentale instelling die afwisselend van een grote redelijkheid getuigde en van een verontrustende zelfoverschatting. In de ene brief stelt hij zich bescheiden op (ook gemaltraitteerd door dagenlange hoofdpijnen), in de andere houdt hij zich voor de \u2018sterkste geest die nu leeft, veroordeeld tot een grote taak.\u2019<\/p>\n<p>Dat herijken was nodig omdat hij in <em>De vrolijke wetenschap<\/em> god dood had verklaard. Dat had gevolgen. Niet langer was het geloof de basis, maar wat hem betreft: een eigen sterke wil. Die wil streefde naar \u2018naar de maximale mate van macht over de dingen\u2019. Daarvoor is dapperheid van hoofd en hart nodig, \u2018verworven in de worsteling tussen vele meningen\u2019. Tussen deze tamelijk redelijke herijkingen duiken ook extreme eisen op, zoals \u2018een rauwe strengheid, of zelfs wreedheid\u2019 tegenover \u2018de spitsvondigheid van de godsdiensten\u2019.<\/p>\n<p>In een apart fragment bestaande uit \u00e9\u00e9n regel in <em>Herwaardering van alle waarden<\/em> luidt het zelfs: \u2018Ik sta alleen de goed gelukte mensen toe over het leven te filosoferen.\u2019 Zulke bizarre uitschieters zijn alleen te verklaren uit Nietzsches eigen slechte gezondheid, zijn eigen niet helemaal geluktheid, om zijn woordkeus maar aan te houden. Nadat hij in 1879 zijn professoraat in Basel om gezondheidsredenen had moet opgeven verplaatste hij zich door Europa op zoek naar het juiste klimaat in Nice, Sils-Maria, Turijn, Rome of Genua. Wanneer hij voor de nieuwe waarden vraagt om een \u2018sterke gezondheid, grote strengheid, mannelijkheid en schranderheid\u2019, dan is dat wat hij zelf zou willen bezitten. Hij zat liever niet halfblind in een verduisterde kamer vanwege snijdende hoofdpijn, wat wel vaak het geval was.<\/p>\n<h5>AmoureUze ambivAlentie<\/h5>\n<p>Er is veel interessant aan Nietzsche, wat voor vreemde sprongen hij ook maakt, maar zijn brieven zijn minder boeiend dan je op voorhand zou denken. Brieven schreef hij ter ontspanning en om als kluizenaar niet helemaal te vereenzamen. Denkend betrad hij \u2018nieuw land\u2019 en om die spanning even te verlaten schreef hij brieven. Hij gaat niet echt diep in op waar hij mee bezig is, of alleen in algemene bewoordingen. Je moet de boeken erbij nemen waar hij in die tien jaar aan werkt om te weten wat hij precies onder handen heeft. Hij deed nogal wat in die jaren: <em>Morgenrood<\/em>, <em>De vrolijke wetenschap<\/em>, <em>Also sprach Zarathustra<\/em>, <em>Voorbij goed en kwaad<\/em>, <em>Genealogie van de moraal<\/em>, <em>De antichrist<\/em>, <em>Nietzsche contra Wagner<\/em>, <em>Ecce Homo<\/em>, <em>Godenschemering<\/em> en (postuum gepubliceerd), de bijna achthonderd pagina\u2019s van <em>Herwaardering van alle waarden<\/em>, ook wel <em>De wil tot macht<\/em> genoemd.<\/p>\n<blockquote><p>Lou Salom\u00e9 \u2018is de begaafdste, schranderste ziel die je je maar kunt indenken\u2019 en de \u2018waardevolste en vruchtbaarste\u2019 relatie die Nietzsche ooit heeft aangeknoopt.<\/p><\/blockquote>\n<p>In het begin van deze \u2018levensgevaarlijke jaren\u2019 ontmoet Nietzsche Lou Salom\u00e9, op wie hij direct verliefd wordt. Vanwege zijn amoureuze ambivalentie (hij moet ook aan zijn \u2018grote taak\u2019 denken) wil hij dat maar half toegeven. Zeker is dat hij in haar een verwante ziel ziet met wie hij veel kan bespreken dat hem bezighoudt. Hij is blij dat ze niet alleen met hem bevriend is, maar ook met Paul R\u00e9e. Dat verdeelt de aandacht. Denkend aan de gevaren waaraan haar leven blootstaat \u2018raakt mijn ziel telkens helemaal vervuld van tederheid; ik zou niets weten wat me zo snel dichtbij u brengt\u2019, schrijft hij haar. Lou \u2018is de begaafdste, schranderste ziel die je je maar kunt indenken\u2019 en de \u2018waardevolste en vruchtbaarste\u2019 relatie die hij ooit heeft aangeknoopt. Zoveel lof verdraagt zijn jaloerse zus Elisabeth niet. Met allerlei insinuaties doet zij alles om Nietzsches vriendschap met Lou te bederven.<\/p>\n\n<h5>kracht<\/h5>\n<p>Achter deze brieven leidt Nietzsche een leven op de toppen van zijn mentale kunnen, tot hij begin 1889 in Turijn geestelijk instort. Dat hij god dood heeft verklaard wil zeggen dat daar de zin van het leven niet meer gevonden kan worden. Dat is een drama, dat erkent hij zelf maar al te goed. Het is onvermijdelijk dat daarmee het nihilisme ontstaat, dat niets bovenzinnelijks nog voor de zin van het leven kan zorgen. \u2018Nihilisme\u2019 wordt een constatering van een feitelijk ontstane toestand, maar groeit ook uit tot een verwijt: mensen wordt nihilisme verweten, samenlevingen gaan aan nihilisme ten onder, de jeugd raakt in de ban van het nihilisme.<\/p>\n<p>Ondertussen vindt Nietzsche \u2018een nieuw soort pessimisme\u2019 uit, een \u2018dionysisch soort dat uit kracht wordt geboren en zich het genoegen doet het probleem van het bestaan bij de horens te pakken.\u2019 Omdat hij een filosoof is die bestaat bij het overwinnen van weerstanden acht hij het geen enkel probleem dat Carl Fuchs, degene aan wie hij dit schrijft, het niet met hem eens is (\u2018zelfs niet gewenst\u2019), als hij maar nieuwsgierig blijft.<\/p>\n<p>De aristocratie van het denken bestaat bij Nietzsche uit zich afkeren van de \u2018decadentie\u2019, van de \u2018laatste mensen\u2019 die denken het geluk te hebben uitgevonden, maar zich in het praktijk overgeven aan \u2018lafheid, luiheid, slapheid, zoetelijkheid, onderdanigheid\u2019. De merites, de meritocratie waarop Nietzsche mensen beoordeelde, bestond bij hem uit een verzameling criteria van eigenzinnige aard, blijkt uit een brief aan Heinrich K\u00f6selitz. Het pessimisme moest een levendig karakter hebben. Men moest een onafhankelijke geest kunnen hebben. Men moest \u2018het langzame oog\u2019 hebben. De diepste geest moest ook de frivoolste kunnen zijn. Men moest niet snel bewonderen. Dat kunnen vindt Nietzsche \u2018voornaam\u2019. Zoals ook de \u2018niet-aflatende frivole blik\u2019 waarmee men \u2018een sto\u00efcijnse hardheid en zelfcontrole\u2019 maskeert. Voornaam vindt hij ook dat men twijfelt aan \u2018de mededeelzaamheid van het hart\u2019. Grimmiger, en strak meritocratisch wordt het, wanneer hij zegt dat je alleen plichten hebt \u2018jegens mensen van gelijk niveau en jegens anderen naar goeddunken te werk gaat\u2019.<\/p>\n<p>Nietzsche vond het ook te prijzen dat iemand zich \u2018staalde\u2019 tegen de wisselvalligheden van het leven. Dan sprak hij ook wel over \u2018mannelijkheid\u2019, wat alleen maar een ander woord was voor \u2018veel kunnen verdragen\u2019. Daar hoefde je geen man voor te zijn, dat was ook van toepassing op Lou Salom\u00e9. Voor alles wat hij dacht en bedacht had Nietzsche \u2018kracht\u2019 nodig, een samenballing van mentale energie, voorwaarde voor het overwinnen van hindernissen. Het valt niet te ontkennen dat Nietzsche, die met \u2018grootse dingen\u2019 bezig was, voor \u2018de weinigen\u2019 schreef. Hij wilde goed begrepen worden, door goede verstaanders. Zijn werk heeft de afgelopen honderd jaar voor zoveel lezers en voor zoveel commentaar in boekvorm gezorgd dat die weinigen zijn veranderd in velen. De meesten hebben er hun voordeel mee gedaan.<\/p>\n<div class=\"info-box\">\n<p><em>De levensgevaarlijke jaren Een keuze uit de brieven 1879-1889<\/em> door Friedrich Nietzsche. Gekozen, vertaald, ingeleid en toegelicht door Peter J. Th. M. Claessens en uitgegeven als Priv\u00e9 Domein nr. 315 door De Arbeiderspers.<\/p>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het scherpt de geest om hoofdstukken uit het onlangs verschenen The Aristocracy of Talent van Adrian Wooldridge te lezen en tegelijk De levensgevaarlijke jaren, de brieven van Friedrich Nietzsche uit de laatste tien jaar van zijn leven (1879-1889), de tijd dat hij een soort aristocratie van de geest bedacht met de Ubermensch, de \u2018bovenmens\u2019, de [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2850,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-510819","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","dossier-cultuur","article_type-literaire-kroniek"],"acf":[],"author_name":"Carel Peeters","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/510819","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=510819"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/510819\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Carel Peeters","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/2850"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=510819"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=510819"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}