
 {"id":50995,"date":"2012-07-14T00:00:00","date_gmt":"2012-07-13T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/lieve-valse-trouwe-vriend\/"},"modified":"2012-07-14T00:00:00","modified_gmt":"2012-07-13T22:00:00","slug":"lieve-valse-trouwe-vriend","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/lieve-valse-trouwe-vriend\/","title":{"rendered":"Lieve, valse, trouwe vriend"},"content":{"rendered":"<p>De machtigste literator<\/p>\n<p>Begin 2009 zocht ik Gerrit Komrij op in Portugal omdat ik hem mocht interviewen ter gelegenheid van zijn vijfenzestigste verjaardag. Een van de meest in het oog springende objecten in de woonkamer van het landhuis waar hij met zijn vriend Charles woonde, was een schandalig grote breedbeeld flatscreen televisie die de hele dag aan stond op een Nederlandse zender. Op een gegeven moment kwam er zo&#8217;n zielig programma voorbij, Vermist, waarin familieleden of vrienden die elkaar decennialang uit het oog waren verloren, elkaar met dank aan de vlijtige redactie voor het oog van de camera huilend in de armen vielen. Het geluid stond uit. Gerrit en Charles verzorgden live de nasynchronisatie, waardoor de uitzending aanzienlijk aan amusementswaarde won, dat moet gezegd. En toen het was afgelopen, zei Gerrit grinnikend: &#8216;Ja, er is een hoop ellende in de wereld. Maar je moet er wel oog voor hebben.&#8217;<\/p>\n<p>Grinniken vanwege de ellende in de wereld, dat was Komrij ten voeten uit. En dan was het ook nog eens ellende die hij met groot plezier en venijnige virtuositeit zelf had veroorzaakt met zijn valse nasynchronisatie. Want wat er op de televisie te zien was, was een ontroerend moment van intens geluk. Zo was het althans door de programmamakers bedoeld. Maar met dat soort opgedrongen emoties was je bij Komrij mooi aan het verkeerde adres. Want hij had oog voor de ellende. En dat is ironisch, want waar hij vooral oog voor had, was voor de mogelijkheden om die ellende er zelf eens even lekker in te pielen, zoals je een roze koek verpest door je duim even in het glazuur te duwen. Maar het is ook weer niet ironisch, omdat hij er oog voor had dat het roze glazuur nep is en dat er werkelijk een hoop ellende onder schuilgaat. En al met al is die uitspraak een kwaadaardig glanzend paradoxje, een malicieuze omkering van het clich\u00e9, een ge\u00efmproviseerd meesterwerkje van goedgehumeurde misantropie en vooral heel erg grappig. Althans dat vond ik. En dat vind ik nog steeds.<\/p>\n<p>Charmante spijbelaar<\/p>\n<p>De eerste keer dat ik Komrij ontmoette, was op 8 februari 2000. Hij kreeg die dag een eredoctoraat van de Leidse Universiteit uitgereikt. Ik werkte daar toen nog en was bij de plechtigheid in de Pieterskerk. Ik herinner mij de openingszin van zijn dankwoord nog levendig: &#8216;Dat komt er nou van als je je als dichter niet op je twintigste verhangt.&#8217; Tijdens de receptie ging ik in de rij staan om hem geluk te wensen met zijn nieuw verworven waardigheid. Ik was toen nog maar net twee jaar eerder gedebuteerd en had nog geen enkele naam gemaakt in de literaire wereld, behalve dan dat ik voor de grap campagne had gevoerd voor de verkiezingen van de eerste Dichter des Vaderlands en dat ik dankzij mijn trouwe vrienden en kennissen uit het niets in de toptien terecht was gekomen. Komrij had die verkiezingen gewonnen. Hij was net twee weken daarvoor gekroond tot de eerste Dichter des Vaderlands.<\/p>\n<p>Toen ik aan de beurt was om hem te feliciteren, stelde ik mij aan hem voor. &#8216;Ah,&#8217; zei hij lachend, &#8216;ben jij dat! Dankzij jou was het allemaal bijna toch nog goed gekomen, maar helaas is het anders gelopen.&#8217;<\/p>\n<p>Later op de avond zat ik met een groepje Leidse vrienden en Amsterdamse collega&#8217;s die waren blijven hangen in caf\u00e9 De Burcht. Tot onze stomme verbazing kwam Komrij op een gegeven moment binnenlopen, helemaal alleen, zonder universiteitsbestuurders of andere begeleiders. Hij had het capeje dat hem ten teken van zijn eretitel in de Pieterskerk was toebedeeld nog steeds om zijn schouders. Het was een uur of tien. Het offici\u00eble galadiner dat te zijner ere elders in de stad plaatsvond, kon nog niet afgelopen zijn. Hij was ertussenuit geknepen. Hij liep naar de bar, bestelde een witbier en kwam bij ons zitten. &#8216;Ik heb het niet zo op hoogwaardigheidsbekleders,&#8217; zei hij. &#8216;En nu ik er zelf \u00e9\u00e9n ben, mag ik dat zeggen.&#8217;<\/p>\n<p>Op die avond maakte ik voor het eerst echt met hem kennis, met die charmante spijbelaar die met de glimmende oogjes van een kwajongen waarlijk kon genieten van de solidariteit van een plukje drinkebroeders en bentgenoten en als dank daarvoor alles wat er zoal ter sprake kwam gniffelend van een boosaardig commentaar voorzag. En pas na sluitingstijd, rond een uur of vier, dook hij de nacht in om terug te lopen naar zijn hotel. Het capeje had hij nog steeds om zijn schouders. In de jaren die daarop volgden, kwam ik hem vaak tegen. Hij was een graag geziene gast op de vele po\u00ebziefestivals en ik werd daar ook steeds vaker voor uitgenodigd. Het was nooit moeilijk om hem te lokaliseren. V\u00f3\u00f3r en na zijn eigen voordracht zat hij honkvast aan de centrale tafel van de artiestenfoyer of van de centrale bar van het festivalterrein met een glas witbier voor zijn neus, omringd door dichters. Hij zat daar niet als een pasja te midden van zijn hovelingen, maar als iemand die genoot van het gezelschap en zich oprecht amuseerde terwijl hij het gezelschap op zijn beurt amuseerde met zijn brille. Zo scherp en zo meedogenloos als hij op papier kon zijn, zo hartelijk was hij in het echt. Hij wilde met iedereen praten. Nou ja, met bijna iedereen. Voor niemand voelde hij zich te groot. Nou ja, voor bijna niemand. En soms ging het ook wel eens mis. Dan liep hij goedgeluimd op iemand af om een praatje te maken, terwijl hij was vergeten dat hij diegene een paar maanden eerder in een of ander stukje tot op zijn sokken had afgebrand. &#8216;O. Dus u wilt helemaal niet met mij praten? Hmm. U weet niet wat u mist.&#8217; Hij was altijd de allerlaatste om op te breken en naar zijn hotel te gaan. Zoals hij vanachter zijn bureau menige deadline tot het uiterste heeft opgerekt, deed hij datzelfde aan de caf\u00e9tafel met sluitingstijden.<\/p>\n<p>Schoolreisje<\/p>\n<p>In 2007 werden we beiden uitgenodigd voor de Vlaamse literaire tournee van Saint Amour, samen met de Nederlanders Tommy Wieringa en Christiaan Weijts en de Vlamingen Tom Lanoye en Saskia de Coster. Twee weken lang logeerden we in het Antwerpse Hilton om elke dag om een uur of vijf met een bus af te reizen naar een theater. En wanneer we na middernacht terugkwamen in Antwerpen en werden afgezet bij ons hotel, sprong Komrij als een jonge hond als eerste de bus uit om ons bijkans huppelend voor te gaan op weg naar de dagelijkse afterparty in de Witzli-Poetzli, De Muze of De Pelikaan. Het was een heerlijke tijd. Het was een schoolreisje. Het was rock-&#8216;n-roll. En dat kwam vooral door Komrij. Hij was zowel de godfather van het gezelschap als de grote animator en sfeerbepaler. We voerden gesprekken tot diep in de nacht, over po\u00ebzie en literatuur, wat vooral inhield dat we zo goed als dagelijks de hele Nederlandse literatuur in alfabetische volgorde moesten doornemen, van Robert Anker tot Joost Zwagerman, waarbij vooral werd stilgestaan bij de smakelijke weetjes en de recente roddels. Allengs werden de gesprekken persoonlijker. Maar ook dan kruidde hij de conversatie met het zout van zijn ironie en de venijnig scherpe pepertjes van zijn paradoxen. Tijdens die twee weken in Antwerpen zijn we echte vrienden geworden. Het gebeurde slechts op \u00e9\u00e9n van al die avonden dat hij sluitingstijd niet haalde. Tot verbijstering van het hele gezelschap stond hij al om een uur of twee op om naar het hotel te gaan. Hij verontschuldigde zich. Hij had die middag een interview gehad met Jeroen Vullings voor dit weekblad. Hij was moe. &#8216;Als je je ziel blootlegt, is het makkelijk. Maar als je alles moet verzinnen&#8230;&#8217;<\/p>\n<p>Ook die uitspraak tekent hem. Hij had de reputatie zichzelf nimmer bloot te geven en zich altijd te verschuilen achter een complex spel van maskerades en hij was zelf altijd de eerste om die reputatie te bevestigen. Niet alleen in de vele interviews die hij heeft gegeven. Het overgrote deel van zijn gedichten gaat precies daarover. Iemand die hem niet goed heeft gekend, zou kunnen denken dat die eigenschap persoonlijk contact en vriendschap in de weg zou kunnen staan. Voor een deel was dat ook zo. Hij hield zijn kwetsbaarheid verborgen. Ik neem het hem postuum bijna kwalijk dat hij mij als vriend nooit op enige manier iets heeft laten merken van zijn rap verslechterende gezondheid en dat het nieuws van zijn overlijden voor mij daardoor een complete schok was. Anderzijds is het misschien ego\u00efstisch van mij om zo te denken. Hij wilde zijn vrienden niet belasten met zijn zorgen tenzij hij een mogelijkheid zag om hen met een kwinkslag om die zorgen te laten lachen. En ik begreep hem. Ik begreep dat zich achter al zijn maskers niemand schuilhield omdat hij al zijn maskers waarlijk was. Zijn geest was te lenig en te levendig om zich te beperken tot \u00e9\u00e9n enkele bloedserieuze persoonlijkheid. Zijn dubbelzinnigheid was zijn oprechtheid. Die ironisch glimmende pretoogjes waren de spiegels van zijn ware ziel. Ik heb mij, ook al was ik voor Lucebert en hij tegen, altijd ten zeerste aan hem verwant gevoeld.<\/p>\n<p>Volslagen serieus<\/p>\n<p>Wat weinigen buiten het literaire milieu beseffen, is dat hij de machtigste was. Hij leek een buitenstaander, die vanuit het verre Portugal met een verrekijker naar het Nederlandse literaire wereldje keek en dat was een imago dat hij zelf graag koesterde, al was het maar om strategische redenen. Maar hij kende iedereen en hij kende iedereen persoonlijk. En dan heb ik het niet alleen over zijn collega&#8217;s, de dichtertjes en de schrijvers, de stamgasten van caf\u00e9 De Zwart, de wannabe&#8217;s en de arriv\u00e9&#8217;s &#8211; hij kende iedere uitgever, iedere medewerker op elke uitgeverij, ieder meisje achter elke balie, iedere journalist in Nederland en Belgi\u00eb, iedere recensent, drukker, vormgever, corrector, iedere boekhandelaar en iedere filiaalchef van De Slegte. En hij was een strateeg, iemand die speelde op alle borden van de Zeven Schaken. Zo heette zijn stamkroeg in Antwerpen. Die verwijzing wou ik er ook even in frummelen. Sorry. Maar het is wel waar. Een mailtje hier in combinatie met een vriendelijk knikje daar vermocht mediamagnaten ten val brengen. Ronald Dietz ligt daar nog steeds wakker van. En met hem vele anderen.<\/p>\n<p>In het oude weekblad HP\/De Tijd publiceerden ze elk jaar tijdens de Boekenweek de Literaire Pikorde, een ranglijst van de machtigste personen in de literaire wereld. Die werd altijd aangevoerd door een uitgever, meestal Robbert Ammerlaan. Als die jongens van HP\/De Tijd werkelijk serieus hadden willen zijn, had Komrij elk jaar op \u00e9\u00e9n gestaan en dat weten ze zelf ook wel. Maar hij heeft zijn macht altijd aangewend voor de goede zaak. Voor de literatuur. Voor de po\u00ebzie. Dat hele instituut van Dichter des Vaderlands was aanvankelijk, in 2000, natuurlijk bedoeld als grap. En Komrij de aarts\u00adironicus leek geknipt voor het ambt.<\/p>\n<p>Maar tot ieders verbazing besloot hij de functie serieus te nemen. Hij stelde zich op als een ambassadeur van de Nederlandse po\u00ebzie. Hij richtte de Po\u00ebzieclub op en het tijdschrift Awater en publiceerde een gulle remake van zijn beruchte bloemlezing uit 1979, waarin iedere dichter, inclusief notoire vijanden, de plaats kreeg toebedeeld die hem of haar toekwam. &#8216;Komrij wordt mild,&#8217; zeiden ze. &#8216;Sinds hij is bezweken voor de eerbewijzen, wil hij iedereen te vriend houden,&#8217; zeiden ze. Nee. Hij had besloten om zijn machtspositie in te zetten voor een hoger doel. Vanaf het moment dat hij zijn status niet meer hoefde te bevechten door polemisch te zijn, heeft hij zijn positie gebruikt om de status van anderen te bevechten. En dat alles deed hij met de ironische glimlach van iemand die volslagen serieus was.<\/p>\n<p>In Liefde Bloeyende. Maar echt. Het enige dat ik daar nog aan toe te voegen heb, is dat Trou Moet Blycken. Ik herinner me een van die vele avonden. We hadden het over het onderscheid dat je soms moet maken tussen werk en een persoon. Dat iemand die kutgedichtjes schrijft toch best een aardig mens zou kunnen zijn en vice versa. &#8216;Dat probleem heb ik nou nooit,&#8217; zei Komrij. &#8216;Al mijn vrienden schrijven het ene prachtboek na het andere.&#8217; Hij begon te grinniken. &#8216;En als dat niet zo is, zijn ze niet langer mijn vrienden.&#8217; Hij keek mij heel even aan met zijn lachende oogjes om te controleren of ik wel had begrepen hoe gevaarlijk de landmijn was die hij in dat laatste zinnetje had gelegd.<\/p>\n<p>Ik heb een lieve, valse, trouwe vriend verloren. We mailden nooit, belden nooit en we spraken nooit af. Dat was ook niet nodig. We zouden elkaar toch altijd wel weer tegenkomen op het een of andere Tuinfeest of in de een of andere Wintertuin en we zouden elkaar vanzelf treffen aan de bar, hij met een witbier en ik met een La Chouffe, en dan zou het goed zijn tot diep in de nacht. Dat dat nu niet meer zo is, doet mij veel verdriet.<\/p>\n<p>Zie ook vn.nl\/komrij<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Gerrit Komrij was godfather, animator en sfeerbepaler van menig literair gezelschap. \u2018Zijn dubbelzinnigheid was zijn oprechtheid.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-50995","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Ilja Leonard Pfeijffer","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/50995","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=50995"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/50995\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Ilja Leonard Pfeijffer","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=50995"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=50995"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}