
 {"id":49803,"date":"2012-08-11T00:00:00","date_gmt":"2012-08-10T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/met-vaste-hand-en-rubberen-ziel-2\/"},"modified":"2012-08-11T00:00:00","modified_gmt":"2012-08-10T22:00:00","slug":"met-vaste-hand-en-rubberen-ziel-2","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/met-vaste-hand-en-rubberen-ziel-2\/","title":{"rendered":"Met vaste hand en rubberen ziel"},"content":{"rendered":"<p>De beste in zijn vak: neurochirurgen<\/p>\n<p>Jan Metzemaekers<\/p>\n<p>Jan Metzemaekers (54) werkt twintig jaar als neurochirurg in Groningen. Hij was al vroeg in zijn geneeskundestudie gefascineerd door het zenuwstelsel. &#8216;Ik houd van dat puzzelwerk; hoe alles met elkaar verbonden is. Maar bijna nog belangrijker dan de technische kant van de zaak is dat je een goede dokter bent voor je pati\u00ebnt. Die is vaak erg bang, heeft intensieve begeleiding nodig. Met knap snijden all\u00e9\u00e9n kom je er niet. Al is dat in bepaalde hersengebieden wel van groot belang. Ik ben met name thuis in microchirurgie van de hersenen, de hersenstam en het ruggemerg. Daarbij werken we letterlijk op de vierkante millimeter. Vaak met instrumenten met een omvang van millimeters. Die bedien je met de hand onder microscopische vergroting, terwijl je in een stoel zit. Een vaste hand strekt dus wel tot aanbeveling.<\/p>\n<p>Neurochirurgie is een belastend vak, emotioneel maar ook fysiek. Lange operaties kunnen wel acht uur beslaan. Dat voel je nadien echt in je lijf. Maar als het dan goed gaat met de pati\u00ebnt is dat direct verdwenen. Neurochirurgische hoogstandjes maken onderdeel uit van de behandeling. Dat zijn echte teamprestaties. Bij kwaadaardige aandoeningen gaat het er vaak om of je de pati\u00ebnt extra tijd kunt geven. Bij ons vak is het lastige: wanneer stop je? Ga je het kwaadaardige proces tot de laatste cel verwijderen, met alle risico&#8217;s van dien, of laat je iets zitten met het idee dat mensen dan in een betere toestand overleven? Dat is kiezen uit twee kwaden.<\/p>\n<p>Wie ik als neurochirurg erg goed vind, is mijn directe collega Maarten Coppes. Een prima dokter die bij de top van de complexe wervelkolomchirurgie hoort. Wie ik vaak noem als ik over de techniek van het vak praat, is Peter Vandertop. Een vakman die precies doorheeft waar het in ons metier om draait. Hij is voor mij De beste in zijn vak.&#8217;<\/p>\n<p>Peter Vandertop<\/p>\n<p>Peter Vandertop (VUmc en AMC) werkt sinds 1990 als neurochirurg. Hij heeft een prachtig vak, vindt Vandertop (54). Al is het wel een metier dat volledig beslag op iemand legt. &#8216;Ik ben zeker twaalf uur per dag met mijn werk bezig. Een groot deel van ons werk komt neer op het bedenken van een strategie. Als ik maandag een operatie aan een hersenstamtumor heb, dan ben ik daar de dagen daarvoor in gedachten al mee bezig. Ik ben iemand die in het weekend graag in de keuken staat. Ook tijdens het koken denk ik er voortdurend over na: hoe ga ik die tumor aanpakken? En dan nog komt het tijdens de operatie vaak aan op improviseren. In de operatiekamer worden neurochirurgen verguisd omdat we zo vaak uren uitlopen.<\/p>\n<p>Wat mooi is aan ons vak is het hoge tempo van de ontwikkeling van de techniek. We kunnen nu al zoveel meer dan vijf jaar geleden. Ik herinner me nog hoe ongelofelijk we het twintig jaar geleden vonden om op een MRI-scan naar levende hersenen te kijken. Het maken van een scan duurde toen vijfenveertig minuten, nu gebeurt het soms in milliseconden. We krijgen steeds meer middelen tot onze beschikking om mensen te helpen.<\/p>\n<p>Ik ben zelf geen held bij medische ingrepen. Laatst zei mijn tandarts dat hij een gaatje had gezien. Heb ik dat eerst laten checken bij de kaakchirurg. Als ik ooit een klapvoet zou hebben, dan zou ik mij absoluut niet laten opereren. Dan maar een schoenlepel in mijn schoen.<\/p>\n<p>De beste in zijn vak aanwijzen is lastig. In de jaren negentig was Kees Tulleken een grote naam. Wie ik nu zou aanwijzen, is Koo van Overbeeke uit Maastricht. Die heeft een enorme passie voor het vak. Hij wordt bijna chagrijnig als hij drie dagen niet kan opereren.&#8217;<\/p>\n<p>Andr\u00e9 Grotenhuis<\/p>\n<p>Andr\u00e9 Grotenhuis (57) is vijfentwintig jaar neurochirurg. De confrontatie met het brein blijft voor hem zelfs na duizenden operaties een fascinerende gebeurtenis. &#8216;Het is een weke massa die wat op een bloemkool lijkt. Maar ik realiseer me altijd dat zich daar een heel leven in bevindt. Ik zou het zelf doodeng vinden als iemand mijn schedel binnen zou gaan. Ik realiseer me bij iedere pati\u00ebnt dat ik dat vertrouwen eerst moet verdienen. Ik wil precies weten wie er tegenover mij zit: wie de mens is die dit overkomt. De grote angst van pati\u00ebnten is: ben ik nadien nog wel dezelfde? Ben ik voor mijn kinderen nog wel de\u00adzelfde moeder? Een terechte angst. Maar mees\u00adtal heeft de ziekte zelf die schade al aangericht. Soms zijn dingen die je ziet zo verdrietig dat je er nog lang over loopt te piekeren. Ik leg geregeld een arm om een schouder. Jonge mensen die na een ongeluk sterven, die familie die totaal ontredderd te\u00adgen\u00adover je staat\u2026 dat zijn dingen die enorm op je kunnen drukken. Vierentwintig jaar geleden zijn mijn eigen kinderen, een tweeling van acht, verongelukt. Over\u00adre\u00adden door een jongen die oefende voor zijn rijbewijs. Dat is zo&#8217;n kolossaal verdriet. Daar\u00addoor besef ik iets meer door wat voor hel die mensen gaan. Ik heb het heel lang verdrongen, alsof het niet gebeurd was. Maar hoe ouder je wordt, hoe meer het zich aan je opdringt.<\/p>\n<p>Het is lastig om te defini\u00ebren wie De beste neurochirurg is. Ik vind Wilco Peul en Peter Vandertop geweldig goed. Datzelfde geldt voor Guus Beute. Maar ik noem toch Saskia Peerdeman als De beste. Vanwege de combinatie van chirurgische vaardigheden, haar persoonlijke begeleiding van pati\u00ebnten \u00e9n haar betrokkenheid bij de opleiding van neurochirurgen. Ik zou mijn vrouw aan haar toevertrouwen.&#8217;<\/p>\n<p>Saskia Peerdeman<\/p>\n<p>Saskia Peerdeman (VU Amsterdam) voelde zich al vroeg tijdens haar studie aangetrokken tot chirurgie. &#8216;Dat handwerk spreekt me aan: met je handen iemand helpen genezen. En ik voelde een fascinatie voor het functioneren van de hersenen.&#8217; Peerdeman (50) beseft dat het niet zomaar een orgaan is waarin ze snijdt. &#8216;Je bent bezig met de kern van wat iemand maakt tot wie hij is. Elke complicatie kan ernstige gevolgen hebben voor de rest van iemands leven. Toen ik als dokter begon, had ik als ideaal dat ik alle mensen wilde genezen. Dat bleek al snel een utopie. Wie vaak genezing wil brengen, moet geen neurochirurg worden. Je probeert voornamelijk de optimale kwaliteit van leven te garanderen. Als iemand met ernstig hersenletsel binnenkomt na een ongeval doe je alles wat je kunt, maar daar zitten duidelijk beperkingen aan. Er zijn pati\u00ebnten over wie je thuis piekert: jonge mensen met een goedaardige tumor die nu nog geen klachten geeft. Eens moet je toch een keer een knoop doorhakken en gaan opereren. Maar wanneer? Ik heb een periode de kinderafdeling onder mijn hoede gehad. Mijn eigen kinderen waren toen nog klein. Het lukte mij niet goed om het van me af te zetten. Het putte me emotioneel te zeer uit. Dit heb ik niet bij volwassenen.<\/p>\n<p>Ik weet van de meeste van mijn collega&#8217;s niet precies hoe ze opereren. Ik ga af op wat ik gehoord heb. Voor een familielid met een gecompliceerd wervelkolomprobleem zou ik bijvoorbeeld kunnen overleggen met Wilco Peul, en bij een ruggemergtumor met Peter Vandertop. Andr\u00e9 Grotenhuis is iemand die als geen ander de endoscopie beheerst en hart heeft voor opleiden. Maar als ik toch iemand De beste moet noemen, dan is dat Eelco Hoving uit Groningen. Hij heeft een enorme kennis en kan zeer genuanceerd over zaken denken.&#8217;<\/p>\n<p>Wilco Peul<\/p>\n<p>Wilco Peul (48) is sinds veertien jaar neurochirurg in Leiden. Hij heeft &#8216;het mooiste beroep dat er bestaat&#8217;. &#8216;Al is het wel een somber vak. De gunstigste aandoening waarmee ik te maken krijg, is de lage-rughernia. Daarnaast doe ik veel hoog-risico-operaties aan tumoren. Daarbij zoek je de grenzen van het mogelijke op, en is succes lang niet altijd gegarandeerd.<\/p>\n<p>In hersenen snijden is hoogst precair. Ik vind het ook een eer dat de pati\u00ebnt je dat laat doen. Je grijpt toch in in iemands denkvermogen, in wie hij is. De kleinste schade kan definitief zijn. Voor dit vak moet je rustig zijn, in alle situaties. Je moet een uiterst flexibel reactievermogen hebben en soms een rubberen ziel. Laatst was ik een pati\u00ebnt aan het opereren met een wervelkolomtumor. Dat moest ik onderbreken omdat er een traumapati\u00ebnt binnenkwam. Een klein kindje dat een zwaar ongeluk had gehad en dat daarna onder mijn handen doodging. Vervolgens moet je dat aan de ouders meedelen. En daarna moet je weer verder met die eerste operatie. Dat vergt het uiterste van je emotionele incasseringsvermogen. Als je daar niet tegen kunt, houd je dit vak niet vol. In de tijd dat mijn kinderen klein waren, heb ik een periode geen kinderen kunnen opereren. Dat kwam echt te dichtbij.<\/p>\n<p>Een belangrijk aspect is dat je goed moet kunnen communiceren met de pati\u00ebnt en zijn familie. Uitleggen wat de risico&#8217;s zijn. En ook uitleggen waarom je soms n\u00ed\u00e9t opereert. Ik zeg wel eens tegen studenten: &#8220;Je kunt een aap leren om te opereren. Maar je kunt een aap niet leren wanneer hij n\u00ed\u00e9t moet opereren.&#8221; Daar onderscheid in kunnen maken, is in ons vak cruciaal.<\/p>\n<p>Hans Geurtsen uit Den Haag vind ik een briljant chirurg, net als Peter Vandertop van het AMC. Maar De beste in zijn vak is voor mij Jan Metzemaekers uit Groningen. Een knap operateur en een prima manager.&#8217;<\/p>\n<p>Andrew Maas<\/p>\n<p>Andrew Maas (Universitair Ziekenhuis Antwerpen) is sinds 1985 neurochirurg. Maas (60) raakte al vroeg besmet met wat hij &#8216;de neuro-tic&#8217; noemt. &#8216;Dit vak is fantastisch. Het brein is per definitie een terrein waar we niet veel van weten. In feite ben je een soort ontdekkingsreiziger. Een avonturier die grenzen opzoekt, maar ook verdraaid goed weet wanneer hij moet stoppen. Wanneer zijn risico&#8217;s onaanvaardbaar? Wie tijdens het opereren altijd tot honderd procent wil gaan, eindigt vaak met nul. Dan is de tumor er wel uit, maar is de pati\u00ebnt overleden. Je maakt geregeld mee dat het niet lukt. Je weet als neurochirurg dat je in je loopbaan een aantal pati\u00ebnten zult doodopereren. Dat is het moeilijke aan dit werk: de mentale druk. Je moet leren om afstand te nemen. Ik wil altijd weten wie de pati\u00ebnt is die ik opereer. Maar zodra dat hoofd is afgedekt met steriele doeken is het werkterrein geworden. Als je gaat denken: o god, als ik hier wat raak, kan Henk straks niet meer lopen, dan kun je niet meer werken.<\/p>\n<p>Het vak is ook fysiek zwaar. Je staat soms lang te opereren. Daarom moet je als een topsporter kunnen focussen op je werk. Mijn langste operatie duurde meer dan vierentwintig uur aan \u00e9\u00e9n stuk. Dat was een heel lastige tumor. Op het moment dat je bezig bent, heb je zo veel adrenaline in je lijf dat je het volhoudt. Je gaat die vierentwintig uur in fases indelen, en kijkt niet verder dan de volgende fase. Het belangrijkste in dit vak is dat je als persoon zeer stabiel bent. Wie wankel in het leven staat, gaat het niet redden.<\/p>\n<p>Het is moeilijk om De beste aan te wijzen. Wie ik erg goed vind, is Ernst Delwel uit Rotterdam. Een goede en betrokken chirurg. Ik zou hem uitkiezen als ik iemand nodig had.&#8217;<\/p>\n<p>In de serie \u2018De beste in zijn vak\u2019 neemt Vrij Nederland steeds een beroepsgroep onder de loep, beurtelings geportretteerd door Mischa Cohen en Coen Verbraak. Wat drijft de toppers in een vakgebied, over welke eigenschappen moet je beschikken om op hun terrein te slagen, wie beschouwen zij als de beste in hun vak? Deel 1 (columnisten) verscheen in VN 03, deel 2 (uit\u00adgevers) in VN 10, deel 3 (officieren van justitie) in VN 22, deel 4 (architecten) in VN 25 (zie ook www.vn.nl).<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Wat kenmerkt een goede neurochirurg? Zes vakbroeders over hun metier en elkaar. En: een interview met \u2018de beste in zijn vak\u2019.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-49803","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Coen Verbraak","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/49803","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=49803"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/49803\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Coen Verbraak","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=49803"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=49803"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}